GRIEZELIGE CITATEN.

Maarten Luther. (1483 - 1546)
De beroemde reformator Maarten Luther is voor sommige protestantse christenen een object van dweperij. Als we kijken op de websites van Lutherse kerken in Nederland, dan vinden we over Luther niets dan lovende woorden of slechts een algemene beschrijving van diens leer. In de protestantse of evangelische lectuur komen we Luther soms tegen op een hoog voetstuk, waarbij alleen dat van Jezus Christus zélf er nog bovenuit steekt. Zelfs geschiedenisboeken schetsen vaak een positief en heldhaftig beeld van Luther. Dit is zeer wonderlijk als we een kritische blik werpen op de levenswandel en het oeuvre van de grote hervormer, die, zoals we weldra zullen zien, een hysterische oproerkraaier was, en een rabiate jodenhater van het allerergste soort.
In 1543, drie jaar voor zijn dood, schreef Luther zijn antisemitische smaadschrift ‘Von den Juden und ihren Lügen’, en tot aan zijn sterfbed was Luther bezig met het opruien van de volksmassa’s om deze aan te zetten tot bloedige pogroms. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat Adolf Hitler een groot bewonderaar was van Luther (1).
Vereerders van Luther doen veel pogingen om het gezicht van hun idool te redden, door te zeggen dat vrijwel iedereen in die tijd antisemitisch was. Hier zit wel een kern van waarheid in, maar er zit een groot verschil tussen het uitspreken van afkeer, en het oproepen tot mishandeling, onderdrukking en het verbranden van joodse gebedshuizen. Dit laatste deed Maarten Luther aan de lopende band. Een ander verwijt is dat de teksten uit het verband worden gerukt. Ach, laten we Luther zelf aan het woord laten:
‘Wat moeten wij doen met dit verworpen, verdoemde volk der joden?...'
(1)’Ten eerste moet men hun synagogen of scholen in brand steken en wat niet wil branden moet men met aarde overdekken, zodat geen mens er een steen of sintel meer van ziet, voor eeuwig niet. Dit moet men doen ter ere van onze Heer en de christenheid, opdat God ziet dat wij christenen zijn en zulke publiekelijk gelieg, gevloek en gelaster over zijn zoon en zijn christenen niet hebben geduld en hebben ingewilligd.....'
(2) ‘Ten tweede ook hun huizen afbreken en verwoesten. Want daar binnen doen ze hetzelfde als in hun scholen. In plaats daarvan brenge men hen onder een (simpel) dak of wijze hun een stal toe, zoals in het geval van de zigeuners....’
(3) ‘Ten derde moet men hun al hun gebedenboeken en Talmoedleerboeken afnemen, waarin de genoemde afgoderij, leugens, vervloekingen en laster geleerd worden….’
(4) ‘Ten vierde moet men hun rabbijnen op straffe van de dood verbieden voortaan nog te onderwijzen.....'
(5) ‘Ten vijfde moet men de joden het vrijgeleide geheel ontzeggen en hun een straatverbod geven....'
(6) ‘Ten zesde moet men hun het woekeren verbieden, dat hun ook door Mozes verboden is, aangezien ze niet in hun land zijn en geen heersers zijn over vreemde landen. Men moet hun alle contanten afnemen. Sieraden van zilver en goud neme men in bewaring.....’
(7) ‘Ten zevende moet men de jonge, sterke Joden en Jodinnen dorsvlegels, bijlen, houwelen, schoppen, spinrokkens en spinnewielen ter hand stellen en hen hun brood laten verdienen in het zweet huns aanschijns, zoals het de kinderen van Adam opgelegd is (Gen. 3:19).Want het gaat niet aan dat ze ons, die vervloekte gojim, in het zweet ons aanschijns laten werken en dat zij, die heilige lieden, achter de kachel liggen te luilakken en hun dagen genieten in vetzucht en pracht, er lasterlijk op pochen dat zij de heren zouden zijn ten koste van ons zwoegen. Men moet hun het luie zweet uit hun body drijven.’
‘We moeten er echter op bedacht zijn dat zij ons mogelijk schade berokkenen, met betrekking tot onze lichamen, vrouwen, kinderen bedienden etc, als zij ons dienstbaar zijn en voor ons zouden werken.......’
‘Daarom nu en voor altijd: Weg met hen!’ (2)
Commentaar is overbodig, want Luthers woorden spreken voor zich. Luther is niet de nobele held zoals hij door zijn bewonderaars wordt beschreven, maar is met zijn 7 stappenplan één van de architecten van de holocaust. Bovenstaande citaten zijn uiteraard slechts een kleine bloemlezing. ‘Von den Juden und ihren Lügen’ is onlangs in het Nederlands vertaald door René Simon Süss, een theoloog die in 2005 promoveerde op het thema Luther en de joden. De volledige vertaling is te vinden in Süss’ zeer uitgebreide boek ‘Luthers theologische testament. Over de Joden en hun leugens’, en wordt daarin heel uitvoerig becommentarieerd en ingeleid. Het boek bevat tevens een vertaling van de appendix van (vermoedelijk) Luthers laatste preek in 1546 ‘Een waarschuwing voor de Joden.’
Marc Defianth. 17-03-2007.
Bronnen:
1: In Mein Kampf schreef Hitler: ‘Tot deze groep van grootsten behoren echter niet alleen de waarlijk grote staatslieden, maar ook alle andere grote hervormers. Naast Frederik de Grote staat hier zowel Maarten Luther als Richard Wagner.’
2: René Süss. ‘Luthers theologische testament. Over de joden en hun leugens; inleiding, vertaling, commentaar.’ http://www.freethinker.nl/Süss.htm