Bericht
door Devious » 22 dec 2006 17:18
Atheïsme betekent letterlijk 'geen theïsme'.
Theïsme is het geloof in één of meerdere goden.
Atheïsme is daarom geen geloof in één of meerdere goden.
Atheïsme in de meest letterlijke betekenis is geen geloof; het is de volledige afwezigheid van een geloof in goden.
Natuurlijke kan een atheïst wel in dingen geloven, zoals het materialisme, de liefde, of de kracht van de rede, maar dat hoeft niet persé. En al deze dingen zijn ook niet af te leiden uit het begrip 'atheïsme'. Atheïsme is een negatief begrip. Het zegt niet wat je bent, maar slechts wat je niet bent. Zeggen dat atheïsme een geloof is, is net zoiets als zeggen dat het niet verzamelen van postzegels een hobby is (en deze heb ik niet van mezelf, en ik heb hem overgenomen omdat het een briljante uitspraak is.).
De term ‘agnosticisme’ is een combinatie van het voorvoegsel ‘a’ (niet), en het Griekse woord ‘gnosis’ (weten, kennis). In de praktijk houdt dit in dat een agnosticus geen absoluut standpunt in zal nemen als een stelling (nog) niet kan worden onderbouwd met bewijs. Een agnosticus zal dan zeggen: ‘Ik weet het niet’. De Britse wetenschapper en filosoof Thomas Henry Huxley, die de term in 1869 bedacht, legde het als volgt uit: ‘Dit principe kan op meerdere manieren uiteen worden gezet die allemaal op hetzelfde neerkomen; namelijk dat het verkeerd is voor iemand om te zeggen dat hij zeker is van de objectieve waarheid van een stelling, tenzij hij de bewijzen kan leveren die deze zekerheid rationeel rechtvaardigen. Dit is wat agnosticisme inhoudt; en mijns inziens is dit het enige dat essentieel is voor het agnosticisme.’ (1)
Veel mensen denken dat een agnostisch standpunt slechts kan worden ingenomen met betrekking tot religieuze zaken, zoals God, de ziel of het hiernamaals, maar dat is een misvatting. In de ruime betekenis kan een agnostisch standpunt bij ieder willekeurig onderwerp worden ingenomen, en kan agnosticisme betrekking hebben op elke vorm van kennis.
Agnosticisme kent een sterke vorm en een zwakke vorm; absoluut agnosticisme (wordt ook aangeduid als ‘sterk’, ‘hard’ of ‘strikt’ agnosticisme) en empirisch agnosticisme (wordt ook wel ‘zacht’, ‘zwak’ of ‘open’ agnosticisme genoemd) (2).
Absoluut agnosticisme is de opvatting dat men niet kán weten of God bestaat. Sommige mensen gaan nog verder door te zeggen dat men helemaal niets zeker kan weten.
Het agnosticisme van Huxley noemen we tegenwoordig ‘empirisch agnosticisme’. De empirische agnosticus zegt niet dat het onmogelijk is om te weten of God wel of niet bestaat, maar onthoudt zich van een oordeel tót er voldoende bewijs geleverd is (hetgeen vrijwel altijd hetzelfde resultaat oplevert). Huxley zei hierover: ‘Ik hou er niet zo veel van om te zeggen dat iets ‘onkenbaar’ is. Waar ik wél zeker van ben, is dat er vele onderwerpen zijn waarover ik niets weet; en die, voor zover ik dat kan beoordelen, buiten de reikwijdte van mijn denken liggen. Maar of deze dingen kenbaar zijn voor iemand anders is precies één van de zaken waarover ik niet kan oordelen, al kan het zijn dat ik een redelijk sterke voorstelling heb van de waarschijnlijkheid van de zaak.’ (1)
SLUITEN AGNOSTICISME EN ATHEÏSME ELKAAR UIT?
Veel mensen denken ten onrechte dat agnosticisme een halfslachtige houding is tussen theïsme en atheïsme. Het woord atheïst bestaat uit het voorvoegsel ‘a’ (niet, geen), en ‘theïst’ (iemand die in één of meerdere goden gelooft). ‘Atheïst’ betekent daarom gewoon ‘niet-theïst’ of ‘geen-theïst’. Een atheïst is dus iemand die niet gelooft in één of meerdere goden, en het atheïsme is de volledige afwezigheid van een theïstisch geloof. Agnostici geloven niet in goden, zijn daarom geen theïst, en zijn om die reden vanzelfsprekend atheïst.
Agnosticisme is een vorm van atheïsme. Maar zoals we inmiddels wel weten staan niet alle atheïsten achter het agnostische standpunt. Net als agnosticisme kent atheïsme een sterke en een zwakke vorm. ‘Zwak atheïsme’ is de afwezigheid van een theïstisch geloof, vanwege het gebrek aan bewijs voor het theïstische standpunt. ‘Sterk atheïsme’ is de absolute overtuiging dat goden niet (of niet kunnen) bestaan (4).
Zwak atheïstisch standpunt: ‘Ik geloof niet in God.’ (‘vanwege een gebrek aan bewijs’).
Sterk atheïstisch standpunt: ‘God bestaat niet’, of ‘God kan niet bestaan.’
Omdat bij de agnosticus het theïstische geloof ontbreekt, maar deze niet de absolute overtuiging heeft dat goden niet (kunnen) bestaan, is agnosticisme een vorm van ‘zwak atheïsme’. De Amerikaanse atheïstische filosoof George H. Smith zegt over agnosticisme: ‘Agnosticisme is een gerechtvaardigde filosofische positie (al is ze in mijn ogen onjuist), het is geen derde alternatief of een halfslachtige houding tussen theïsme en atheïsme. Integendeel, het is óf een variatie van theïsme, óf van atheïsme. De agnosticus moet nog steeds aanwijzen of hij wel of niet in een God gelooft, en terwijl hij dat doet neemt hij theïstisch standpunt in, of hij neemt een atheïstisch standpunt in, maar hij néémt een standpunt in. Agnosticisme is niet de vluchtweg die men er meestal aan toeschrijft.’ (5)
Oók de ex-evangelist Dan Barker, thans één van de meest invloedrijke atheïstische denkers van de Verenigde Staten, en public relations directeur van ‘The Freedom from Religion Foundation’, huldigt dit standpunt. Barker ziet agnosticisme echter niet als een onjuist standpunt, hetgeen Smith wél doet. Barker noemt zichzelf zowel agnosticus als atheïst: ‘Mensen zijn telkens weer verrast wanneer ik zeg dat ik zowel een atheïst ben als een agnosticus. Meestal reageer ik door te zeggen: ‘Wel, ben je een Republikein of een Amerikaan?’ De twee woorden hebben verschillende betekenissen, en zijn niet onverenigbaar. Agnosticisme heeft betrekking op kennis in het algemeen; atheïsme heeft betrekking op het geloof in een God in het bijzonder.’
Over de verhouding van agnosticisme tot theïsme en atheïsme zegt Barker: ‘Een wijdverbreid misverstand omtrent agnosticisme is dat het een halfslachtige houding is tussen theïsme en atheïsme. Dat kan helemaal niet, aangezien het zich afspeelt op een heel ander strijdperk, en omdat de vraag: ‘Gelooft u in God?’, alleen beantwoord kan worden met ja of met nee. (‘misschien’ of ‘Ik weet het niet’ zijn simpelweg uitstelmanoeuvres. Zij beantwoorden niet de vraag. Iemand die steeds doelbewust de vraag op deze manier ontwijkt, zou geen agnosticus genoemd moeten worden, maar eerder zoiets als ‘besluiteloos’ of ‘onvoorbereid’)
'Bij een discussie die de redelijkheid zoekt heeft hij die het onderspit delft groter voordeel, voor zover hij er iets van opgestoken heeft.’ Epicurus (341-271vc)