Even over homepathie en geld verdienen:
De eend van 20 miljoen dollar
In navolging van Hahnemanns 'Wet van de infinitesimalen' gaan homeopaten ervan uit dat een stof meer geneeskracht heeft naarmate de dosis ervan kleiner is. Want een normale dosis, leggen ze uit, zou de symptomen erger maken. Een sterk verdund middel daarentegen verschaft een minimale prikkel die de reactie van het lichaam tegen de ziekte stimuleert. Het discours oogt aantrekkelijk, zolang je er niet bij stilstaat. Eerst en vooral druist het axioma ‘hoe dunner, hoe krachtiger’ in tegen wat het gezond verstand en de farmacologie ons vertellen. Wat het homeopathische middel voor de nuchtere geest echter helemaal onverteerbaar maakt, is dat het van de werkzame stof doorgaans geen enkele molecule meer bevat.
Het verdunningsprocédé gaat namelijk als volgt. Als de actieve stof oplosbaar is, wordt 1 ml van die stof verdund met negen of negenennegentig ml gedistilleerd water en/of alcohol (als de stof onoplosbaar is, wordt ze verdund met melksuiker). Deze oplossing wordt krachtig en langdurig geschud. Vervolgens wordt een deel ervan opnieuw volgens dezelfde verhouding verdund en geschud. Dit proces herhaalt zich tot de gewenste concentratie is bereikt. Verdunningen van één op tien worden aangeduid met D (decimaal) of het Romeinse cijfer X (X= 1/10, 3X = 1/1000, enz.). Het Romeinse cijfer C wijst op een verhouding van één op honderd (1C = 1/100, 3C = 1/1000 000, enz.). De huidige homeopathische verdunningen liggen meestal tussen 6X (1/1000 000) en 30X (1/1000 000 000 000 000 000 000 000 000 000), ofschoon ook producten van 30 C (een getal met zestig nullen na de komma) courant zijn.
Dit soort verdunningen tart niet alleen de verbeelding, maar ook de wetten der scheikunde. Aangezien een molecule de kleinste ondeelbare hoeveelheid van een werkzame substantie is, bestaat er een limiet aan de verdunning. Deze limiet wordt aangegeven door het getal van Avogrado (6,023 x 10 23). Volgens de wet van Avogrado bevat een mol van elke chemische verbinding evenveel moleculen, namelijk 6, 023 x 1023 (een mol water bijvoorbeeld weegt 18 gram). Het getal van Avogrado komt overeen met een homeopathische verdunning van 12C of 24X. Voorbij deze limiet wordt de kans dat er nog een werkzame molecule aanwezig is uiterst klein.
Scheikundig gezien is een verdunning van 30 X dus zinloos. En met een verdunning van 30C doorbreek je zelfs de grenzen van het surrealisme: als je een molecule van een stof volgens deze verhouding in een enkele stap wil oplossen in water, dan heb je 10 60 moleculen water nodig. Dat zou een container vergen die meer dan 30 miljard keer de omvang van de aarde heeft.
Dat weerhoudt homeopaten er niet van om bij verkoudheid en griepachtige symptomen 'Oscillococcinum' te adviseren, een 200 C oplossing waarvan het 'actieve ingrediënt' wordt bereid uit de lever en het hart van een eend.
Als je 1 molecule van deze stof volgens een verhouding van 200 C wil oplossen, heb je 10 400 moleculen van het oplosmiddel nodig. Een waarschuwing voor doe-het-zelvers is misschien niet overbodig: het heelal bevat maar 10 100 moleculen. Een bedreiging voor de eendenpopulatie vormt het preparaat alvast niet.
Vorig jaar werd in het Amerikaanse tijdschrift 'U.S. News and World Report' opgemerkt dat slechts 1 eend nodig is om een middel te produceren dat in 1996 een verkoopcijfer van twintig miljoen dollar haalde. Het tijdschrift riep het ongelukkige dier uit tot 'de eend van twintig miljoen dollar'.
Kritici mogen zich over de extreme verdunningen dan al eindeloos vrolijk maken, voor de homeopaten is er geen vuiltje aan de lucht. Ze geven volmondig toe dat de extreme verdunningen geen moleculen van de werkzame stof meer bevatten. Maar, zo repliceren ze, door het potentiëren - het krachtig schudden - wordt de (voormalige) aanwezigheid van de molecule in het ‘geheugen’ van het water (of de alcohol) geprent. De molecule is weg, maar laat een ‘afdruk’ of ‘herinnering’ in de vloeistof achter. Deze informatieoverdracht zou zich niet op scheikundig, maar op fysisch niveau situeren. Een beetje zoals bij computersoftware, lichten de homeopaten hun hypothese met de zoveelste analogie toe. Meer dan een aardige metafoor levert dat helaas niet op.
Wat we onder het geheugen van water moeten verstaan, blijft vanuit natuurkundig opzicht volstrekt onduidelijk. Sterker, de wetten van de fysica en de scheikunde suggereren dat zo’n informatieoverdracht onmogelijk is. Bovendien roept de hypothese heel wat vragen op. Hoe verklaren we bijvoorbeeld dat de informatie van het oplosmiddel overgaat op het homeopathisch melksuikerkorreltje, wetende dat dit oplosmiddel - dat al geen enkele werkzame molecule meer bevat - verdampt? En hoe kan ons lichaam deze informatie registreren? Farmacologen liggen er in elk geval niet wakker van. Wat hen betreft valt de homeopathische verdunning niet te onderscheiden van water (of alcohol) waar helemaal niets heeft ingezeten.
De homeopathische hypothese van informatieoverdracht heeft voorlopig geen been om op te staan. Maar er wordt aan gewerkt. In ‘The American Journal of Homeopathy’ en andere gelijkgestemde bladen wordt de lezer geregeld op de hoogte gebracht van grensverleggend onderzoek dat de geheugentheorie enige geloofwaardigheid moet verlenen. Onderzoek waarin geen denkpiste onbenut wordt gelaten, en waarin kwistig wordt omgesprongen met termen zoals ‘coherente vibratie’ en ‘bio-electromagnetische straling’, als de quantummechanica of de chaostheorie er al niet worden bijgesleurd. De vooraanstaande Amerikaanse homeopaat Wayne Jonas heeft (samen met co-auteur Jennifer Jacobs) een en ander samengevat in z’n recente boek ‘Healing with Homeopathy’ (1996).
Wat Jonas’ bespiegelingen in de frontlinie van de wetenschap waard zijn, kan alleen een natuurkundige beoordelen. Fysicus Robert L. Park, hoogleraar aan de Universiteit van Maryland en lid van de ‘American Physical Society’, vindt het in elk geval maar borrelpraat. Wat de hypotheses over de zogezegde bijzondere structuur van het oplosmiddel betreft, schrijft hij: ‘Ik kon niet het minste bewijsmateriaal vinden voor deze speculaties, en er zijn overtuigende wetenschappelijke argumenten om elk ervan te verwerpen.’ (Skeptical Inquirer, september 1997).
Park staat niet alleen met z’n oordeel. Het springt in het oog dat de homeopathische bladen en de daarin gepubliceerde studies door niemand - behalve door de homeopaten en hun sympatisanten - ernstig worden genomen. En dat is opmerkelijk. Waarom, opperen de skeptici, komen die studies niet aan bod in gezaghebbende wetenschappelijke vakbladen? Een wetenschappelijk bewijs van het geheugen van water zou niets minder dan een revolutie zijn, minstens een Nobelprijs waard. De laatste keer dat we dat mochten meemaken was in ‘de zaak Benveniste’. In 1988 slaagde de Franse onderzoeker Jacques Benveniste erin om z’n voor de geheugentheorie pleitende bevindingen in het gerenommeerde tijdschrift ‘Nature’ te publiceren. Een bijdrage die heel wat stof deed opwaaien, en waarmee hij meteen alle krantenkoppen haalde. Op z’n studie viel echter heel wat af te dingen, en toen anderen z’n experimenten herhaalden kwamen ze niet tot dezelfde resultaten. Hun water bleek heel wat dommer te zijn. Benveniste mocht inbinden, en werd uiteindelijk door de hoofdredacteur van ‘Nature’ als een onbetrouwbaar wetenschapper bestempeld.
Volledig artikel:
http://www.skepp.be:8080/skepp/artikels ... r:int=2005
Ter informatie: De inkoop van een flesje homeopathisch middel ligt onder de € 0,20 wanneer het wordt geïmporteerd. Deze gegevens zijn bekend en ik heb ze zelf onder ogen gehad. De verkoop in de winkel van dit flesje ligt rond de € 19,-. Maar ja, je kunt moeilijk een flesje verkopen voor € 0,50 omdat mensen nooit zullen geloven dat zo'n goedkoop middel heilzaam is.
Vergeet niet dat de deze middelen gewoon bij de drogisterij kunt kopen zonder enig doktersadvies. Dat is ook niet zo verwonderlijk omdat het middel in wezen onschadelijk is maar tevens ook niet heilzaam. Zware medicatie kun je niet kopen bij de drogisterij.
Wat is het beste alternatief voor de reguliere geneeskunde? Kun je er vergif op innemen dat een alternatieve behandeling altijd beter is dan de reguliere? Dat een alternatieve arts altijd betere resultaten boekt dan een reguliere arts? Dat een alternatieve arts geen fouten maakt, geen placebo's voorschrijft en nooit corrupt is? Welke arts kun je blindelings vertrouwen?
Wat het probleem is met religie? De mens. Voor elke heilige lopen er 2 miljoen zondaars rond - Raymond Reddington