Bedankt voor je interesse in mijn boekbespreking van bijna 12 jaar geleden! Ik moet me weer flink inlezen alvorens alles op een rijtje te hebben wat dit onderwerp betreft, maar uit je schrijven pik ik snel de zin eruit die je tussen haakjes zette als juist de meest cruciale die je dient te overdenken! Ik denk namelijk dat er voor je overtuiging dat "het erop lijkt" dat Paulus het "echt over de mens Jezus heeft" juist geen ander argument is dan dat ons denken er via christelijke prediking op geconditioneerd is.Vraagsteller schreef:Beste Albert,
Met interesse heb ik je bespreking gelezen van het boek The Resurrection of the Son of God van NT Wright.
Ik kwam deze tegen omdat ik op zoek ben naar een degelijke historische analyse van de gegevens over de opstanding. Net als jij was ik ooit orthodox-christelijk. Van veel heb ik afscheid genomen, maar ik ben er blijkbaar toch nog niet helemaal klaar mee.
Ik ben op zoek naar een analyse die alle historische gegevens serieus neemt. Dat betekent:
- een analyse die natuurlijk niet uitgaat van de onfeilbaarheid van de teksten
- de breed gedeelde conclusies van historici serieus nemen aangaande de manier waarop de teksten tot stand zijn gekomen.
- uiteraard waar mogelijk andere bronnen betrekken
- maar er toch ook niet a priori van uitgaan dat het NT enkel onzin bevat (zoals ik vaak tegenkom).
De verhalen over de opstanding in de evangeliën zijn met een flinke korrel zout te nemen, alleen al gezien hun datering. Dat kan echter niet gezegd worden van 1 Kor 15, vermoedelijk ergens tussen 53 en 55 geschreven.
In jouw bespreking van NT Wrights boek vond ik veel zinnigs (en veel redenen om het boek niet serieus te nemen in mijn zoektocht), maar vond ik niet (dat was misschien ook niet het doel van de bespreking) een ontkrachting van wat er in die tekst staat. Ik blijf zitten met de vraag hoe het kan dat Paulus een beroep doet op zoveel nog levende getuigen. Dat hij hier vermoedelijk een soort vroeg credo citeert, betekent ook dat dit blijkbaar een breder gedragen verhaal is. En dat zo'n 20 jaar na dato, wat betekent, zoals hij zelf ook schrijft, dat de meeste getuigen nog in leven zijn. Veel wijst erop dat de groep apostelen in Jeruzalem, hoewel ze op essentiele punten van mening verschilden met Paulus, er ook van overtuigd was dat Jezus na zijn dood verschenen was en hiermee samenhangend hun geloof volhielden.
(De stelling dat Paulus volledig in hellenistische / mysteriereligieuze termen over "Christus" sprak en helemaal niet over Jezus als mens, lijkt me niet terecht. In 1 Kor 15 lijkt hij het toch echt over de mens Jezus te hebben.)
De andere kant is dat ik met een groot deel van de rest van het christelijk geloof niets meer kan en dat geloven in een lichamelijke opstanding inderdaad tegen alles ingaat wat je als 21ste eeuws mens voor waar kunt houden.
Ik ben benieuwd of jij hierop zou willen reageren. Mijn vraag is dus hoe je de tekst van Paulus in 1 Kor 15 kunt verklaren (zonder hem direct als leugenaar af te doen) en hoe je de vasthoudendheid (tot aan de marteldood) van de apostelen in Jeruzalem kunt verklaren als er niet tenminste iets bijzonders is gebeurd na Jezus' dood.
Heb je misschien tips t.a.v. boeken die deze vragen serieus en met zomin mogelijk vooroordeel behandelen?
Ik zie dat je website al flink wat jaren geleden geschreven is. Wellicht heb je helemaal geen interesse meer om hierop terug te komen, maar het zou super zijn als je wilt reageren.
Alvast erg bedankt.
Met vriendelijke groet
Op basis van wat in dit hoofdstuk denk je dat Paulus het over een op aarde bestaand mens Jezus heeft? Laat dit hoofdstuk niet juist het omgekeerde zien, namelijk dat Paulus blijkbaar geen enkele weet heeft over een letterlijk op aarde geleefde persoon Jezus? Ten eerste is het al volkomen ongerijmd dat hij geen enkel onderscheid maakt tussen een essentieel verschil als Christus zien in een visioen (zijn eigen 'ontmoeting') en hem daadwerkelijk zien verschijnen in het leven (zoals in bijvoorbeeld het evangelie van Johannes, waar de apostels de opgestane Jezus kunnen aanraken en met hem eten). Volgens deze tekst zouden de andere getuigen van de opgestane Christus dus net zo goed ook visionaire ervaringen geweest kunnen zijn. Dit verschijnsel is bekend uit alle christelijke tijden (later grotendeels omgeruild voor Mariaverschijningen).Vraagsteller" schreef:(De stelling dat Paulus volledig in hellenistische / mysteriereligieuze termen over "Christus" sprak en helemaal niet over Jezus als mens, lijkt me niet terecht. In 1 Kor 15 lijkt hij het toch echt over de mens Jezus te hebben.)
Ten tweede, hoe kan Paulus de opsomming van getuigenissen over de verschijning van de opgestane Christus (merk op dat hij het woord Jezus niet in de mond neemt!), vervolgen door vanaf vers 12 te vervolgen met een lange filosofische uiteenzetting van logica, in plaats van eenvoudig te zeggen dat zo'n lange lijst van getuigen bewijs van een feit is, aangezien al deze personen betrouwbaar zijn?
"...als er geen opstanding is, dan is Christus ook niet opgewekt, en indien zo dan is ook onze prediking zonder inhoud, en heeft het geloof ook niets te betekenen, en dan zijn wij dus valse getuigen van God, want dan heeft God dus Christus niet opgewekt, en dan valt ook mijn theologie in duigen, oftewel dan bent u nog steeds overgeleverd aan de zonde..."
Deze redenering is eenvoudig bizar wanneer genoemde getuigenissen (op die van hemzelf na) allemaal gebaseerd zijn op zogenaamde letterlijke ontmoetingen van een persoon die letterlijk op aarde geleefd heeft en na zijn dood weer op komt dagen. In dat geval zou iemand eenvoudig de klemtoon leggen op het feit dat deze personen betrouwbare mensen zijn, en in details gaan over hun ontmoetingen.
Maar deze filosofische bespiegelingen worden redelijk wanneer al die opgenoemde getuigenissen gebaseerd zijn op visioenen. In dát geval kan men inderdaad zijn twijfels hebben. De getuigen zouden het slachtoffer kunnen zijn van waan, hysterie, goedgelovigheid. Of men zou eenvoudig kunnen denken dat men uit die ervaring niet moet concluderen dat het om een letterlijke opstanding gaat: zie het vervolg van dit hoofdstuk.
Lees het hoofdstuk verder! Ten derde, hoe in vredesnaam kan Paulus aan christenen het volgende schrijven?:
Oftewel hoe in vredesnaam kunnen die christenen op zo'n vreemd idee komen, wanneer er sprake was van een letterlijke Jezus van vlees en bloed die na dood te zijn geweest weer levend werd en zich aan mensen liet zien? Aan de andere kant: indien het hele Christusgeloof van Paulus (en de getuigen waarnaar hij refereert) een mysteriereligie was, dan is het heel natuurlijk dat je dan al gauw gelovigen tegenkomt die zeggen dat je de opstanding niet letterlijk moet nemen, oftewel zoals Paulus laat horen dat je christenen tegenkomt die "alleen voor dit leven de hoop op Christus gebouwd hebben".Paulus schreef:Indien nu van Christus gepredikt wordt dat hij opgestaan is uit de doden, hoe komen sommigen onder u ertoe te zeggen, dat er geen opstanding is uit de doden?
Paulus laat in vers 35 een argument voorbij gaan waarmee die christenen blijkbaar aankomen: "Maar, zal iemand zeggen, hoe worden de doden dan opgewekt?" Wel, zou er ooit iemand van de gelovigen met zo'n dwaze vraag aankomen indien men nota bene weet had van een letterlijke Jezus die uit zijn graf was gelopen en vervolgens een tijdje met zijn "verheerlijkt lichaam" rondliep alvorens daar mee weg te vliegen naar de hemel? Een Paulus die daar weet van had zou op deze vraag geantwoord hebben: "Dwaas! Heb je niet geluisterd naar het opstandingsverhaal? De opstanding van Jezus laat toch zien hoe het in zijn werk gaat en met wat voor lichaam ook wij zullen opstaan?"
Maar zo antwoordt hij nu net niet! Hij heeft eenvoudig niets te zeggen over Jezus. In plaats daarvan antwoordt hij met een hele lange, vermoeiende, abstracte overdenking over "opstandingslichamen"; zestien verzen van filosofische mistbanken die de strekking hebben de redelijkheid van het opstandingsgeloof te onderbouwen via het argument dat men niet zo naief moet zijn om te denken dat het om een lichamelijke ("vlees en bloed") opstanding gaat!
Een volslagen onzinpreek indien Paulus eenvoudig had kunnen aankomen met het voorbeeld van de menselijke Jezus die opgestaan was! Maar een volkomen logische preek indien alles wat hij gelooft een mysteriereligie is, waarvoor geen wereldse feiten kunnen worden aangedragen.Paulus schreef:Dwaas! Hetgeen u zaait, wordt niet levend, tenzij dat het gestorven is;
En wanneer u zaait, dan zaait u niet het toekomstige lichaam, maar slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders.
Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij wil, en aan een ieder zaad zijn eigen lichaam.
Alle vlees is niet hetzelfde vlees; maar een ander is het vlees van mensen, en een ander is het vlees van beesten, weer een ander van vissen, en weer een ander van vogels.
En er zijn hemelse lichamen, en er zijn aardse lichamen; maar de één heeft de heerlijkheid van het hemelse, en de ander van het aardse.
De glans van de zon is weer anders dan de glans van de maan, en de glans van de sterren is weer anders; want de ene ster verschilt in heerlijkheid van de andere ster.
Zo is het ook met de opstanding der doden. Het lichaam wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid;
Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid; het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht.
Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam, en er is een geestelijk lichaam.
Zo staat er dan ook geschreven: De eerste mens Adam werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest.
Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna pas het geestelijke.
De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede mens is uit de hemel.
Gelijk het aardse is, zo is al het aardse; en zo het hemelse is, is al het hemelse.
En gelijk wij het beeld van het aardse gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van het hemelse dragen.
Maar dit zeg ik, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beerven, en de vergankelijkheid beërft het onvergankelijke niet.
Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden;
In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.
Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.
Merk ook op dat Paulus hier uitdrukkelijk zegt: "Vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven". Deze zin laat zien dat Paulus geen weet had van een Jezus die we in het evangelie van Johannes tegenkomen, die men kan aanraken, die nog zichtbare wonden heeft, die een hapje mee eet. Hij denkt in termen van "een geestelijk lichaam" en schildert een opstanding van vlees en bloed af als een naieve gedachte.