Geen God, beter Bach
Geplaatst: 09 mar 2018 15:46
Mijn antwoord op de vraag: "Kom je ooit helemaal van het geloof af?" is "Nee, maar dat hoeft ook niet per se".
Ik het gezin waar ik ben geboren en opgegroeid was iedereen katholiek. Mijn oma van vaderszijde heeft zich zelfs van protestant naar katholiek 'bekeerd' om met mijn opa te kunnen trouwen. Dat ging in die tijd nog niet zo makkelijk; ze moest ik weet niet hoe lang naar allerhande lessen en talloze, indringende gesprekken voeren met mijnheer pastoor, gevolgd door een heus examen. En haar eigen vader heeft haar erom vervloekt.
Ik ben gedoopt toen ik 1 dag oud was, en toen ik 6 was deed ik mijn eerste communie. Niet dat ik daarvoor had gekozen, want er werd je helemaal niets gevraagd, je deed dat gewoon, omdat het zo hoorde. Het enige wat ik me van die 'grote dag' nog herinner is dat mijn speciaal voor de gelegenheid gekochte schoenen verschrikkelijk knelden. Gelukkig hebben we de foto's nog, die mij een ventje laten zien dat niet bijster gelukkig of devoot in de camera kijkt.
Ik denk niet dat ik ooit werkelijk in een God heb geloofd. Ja, op dezelfde manier als in Sinterklaas (en dus in mijn ouders, die me de leugens hadden verteld). Maar ik heb er wel meer dan voldoende trauma's aan overgehouden. Ja, óók aan Sinterklaas. In de hele Zwarte Piet discussie ben ik dan ook eerder een voorstander van het afschaffen van Sinterklaas zelf; je weet wel, die kinderlokker in travestie, die in een kinderleven een van de eerste grote lessen in liegen vertegenwoordigt. Om over die aller-ellendigste Sinterklaasliedjes nog maar te zwijgen! Die kan ik nog steeds niet aanhoren zonder dat het glazuur van mijn tanden springt.
Ik ben van mijn 8e tot mijn 10e ook nog misdienaar geweest. Wederom niet uit overtuiging, maar omdat je dan doordeweeks bij bruiloften en begrafenissen uit de les mocht om te "dienen". En dan kreeg je een krentenbol en een kwartje. Maar toen de pijn in mijn knieën te erg werd, werd ik gedwongen te stoppen met het op gezette tijden in een jurk rondlopen, zonder daarvoor uitgelachen te worden. Want een misdienaar moet natuurlijk wél kunnen knielen!
Ik denk dat ik 11 was toen het Heilig vormsel aan de beurt kwam. Ik wist niet wat ik daar nou weer van moest denken, en al helemaal niet toen ze mij vertelden dat de bisschop kwam om je een klap in je gezicht te geven. Niet hard, maar toch... Het ergste vond ik echter nog dat je ter voorbereiding van het vormsel tenminste één keer verplicht moest gaan biechten. Ik hoopte dat ik bij die aardige, jonge kapelaan mocht biechten, en niet bij die ouwe, knorrige pastoor hoefde, maar het lot besliste natuurlijk anders. Het feit dat ik daar in die biechtstoel een potje snoeihard heb zitten liegen tegen die ouwe pastoor, geeft al aan dat ik me weinig zorgen maakte over een eventueel Goddelijk vonnis.
Een complicerende factor ten aanzien van het geloof was (en is) dat mijn vader al sinds vóór mijn geboorte organist was (en is) in 'onze' RK-kerk. Dat hield onder meer in dat hij op zondag drie maal moest aantreden om het orgel te bespelen; eerst om 09:00 uur in de hoogmis, dan om 11:00 uur in de Nederlandse mis en tenslotte 's avonds om 19:00 uur in het lof.
De kerk was allesoverheersend, zozeer zelfs dat het pad tussen de kerk en het weiland waar wij doorheen liepen als we naar de kerk gingen, tot op de dag van vandaag voor ons 'Het Orgellaantje' heet.
Als wij op vakantie gingen, vertrokken we op zondag ná het lof, en kwamen een kleine twee weken later op zaterdagavond thuis. Op die manier hoefde mijn vader maar één week orgelspelen over te slaan. Ik heb zondag dan ook nog heel lang de aller-afschuwelijkste dag van de week gevonden.
Om de een of andere reden wilde mijn moeder altijd (en nog steeds) op de voorste rij zitten in de kerk, mijn twee zussen aan haar ene- en ik aan haar andere zijde. Maar vanaf mijn achtste mocht ik (na herhaaldelijk gesputter dat ik niet mee naar de kerk wilde) met mijn vader mee naar 'het koor', waar ook het grote mechanische pijporgel stond. Dat vond ik een machtig mooi instrument, waar ik soms zelf 'in' mocht. Je bevond je dan tussen de pijpen in een dikke laag stof en het was iets magisch! Ik hielp tijdens het orgelspel met bladmuziek omslaan en registers uittrekken. Tijdens de lezingen en de preek was er een kwartier waarin mijn vader niet hoefde te spelen. En aangezien hij om 9 uur de preek al had gehoord, gingen we dan koffie/limonade met gebak nuttigen bij de huishoudster in de pastorie, waar het altijd enorm stonk naar ouwe sigaren. Maar het allerleukste was als mijn vader soms aan mij vroeg wat ik wilde dat hij zou spelen tijdens het uitreiken van de communie of na afloop van de mis. Ik ontwikkelde toen al een voorkeur voor Bach, hoewel ik ook van heel 'moderne' toccata's, zoals die van Jan Nieland en Hendrik Andriessen, kon genieten.
Bij ons in huis was altijd muziek. Mijn oma was piano- en zanglerares en dat heeft ons sterk beïnvloed. Er stond een Steinway vleugel en een speciaal voor mijn vader gebouwd pijporgel in de huiskamer. Mijn oudste zus speelde dwarsfluit en gitaar, mijn jongere zus piano, en ik piano en gitaar. We moesten onze 'pianotijd' zorgvuldig reserveren, wat tot de nodige ruzies heeft geleid. En dan natuurlijk zingen; we zongen dat het een lieve lust was.
Er was in huis veel religieuze muziek, maar ook profane, klassieke muziek en opera. En mijn vader speelde vaak 's avonds als wij al in bed lagen op de vleugel, waarbij mijn moeder dan heel hoog mee neuriede. Ik sloop dan uit mijn bed om bovenaan het trapgat stiekem te gaan luisteren.
En zo heb ik nog eindeloos veel warme, maar ook frustrerende en traumatiserende herinneringen, die direct of indirect uit het geloof voortkwamen. Die gaan nooit meer uit mijn kop of lijf. Maar dat hoeft ook niet. Ze zijn onderdeel van wie ik ben en hebben me mede gevormd. En ze kunnen prima voortbestaan naast mijn 'vrijdenkerij'. Daar is niets mis mee.
En die muziek... Tja, die is zo ongeveer het hoogste goed dat ik bezit. Ja, ook de religieuze, maar bij lange na niet alle!
En Bach, altijd maar weer Bach...
Ik het gezin waar ik ben geboren en opgegroeid was iedereen katholiek. Mijn oma van vaderszijde heeft zich zelfs van protestant naar katholiek 'bekeerd' om met mijn opa te kunnen trouwen. Dat ging in die tijd nog niet zo makkelijk; ze moest ik weet niet hoe lang naar allerhande lessen en talloze, indringende gesprekken voeren met mijnheer pastoor, gevolgd door een heus examen. En haar eigen vader heeft haar erom vervloekt.
Ik ben gedoopt toen ik 1 dag oud was, en toen ik 6 was deed ik mijn eerste communie. Niet dat ik daarvoor had gekozen, want er werd je helemaal niets gevraagd, je deed dat gewoon, omdat het zo hoorde. Het enige wat ik me van die 'grote dag' nog herinner is dat mijn speciaal voor de gelegenheid gekochte schoenen verschrikkelijk knelden. Gelukkig hebben we de foto's nog, die mij een ventje laten zien dat niet bijster gelukkig of devoot in de camera kijkt.
Ik denk niet dat ik ooit werkelijk in een God heb geloofd. Ja, op dezelfde manier als in Sinterklaas (en dus in mijn ouders, die me de leugens hadden verteld). Maar ik heb er wel meer dan voldoende trauma's aan overgehouden. Ja, óók aan Sinterklaas. In de hele Zwarte Piet discussie ben ik dan ook eerder een voorstander van het afschaffen van Sinterklaas zelf; je weet wel, die kinderlokker in travestie, die in een kinderleven een van de eerste grote lessen in liegen vertegenwoordigt. Om over die aller-ellendigste Sinterklaasliedjes nog maar te zwijgen! Die kan ik nog steeds niet aanhoren zonder dat het glazuur van mijn tanden springt.
Ik ben van mijn 8e tot mijn 10e ook nog misdienaar geweest. Wederom niet uit overtuiging, maar omdat je dan doordeweeks bij bruiloften en begrafenissen uit de les mocht om te "dienen". En dan kreeg je een krentenbol en een kwartje. Maar toen de pijn in mijn knieën te erg werd, werd ik gedwongen te stoppen met het op gezette tijden in een jurk rondlopen, zonder daarvoor uitgelachen te worden. Want een misdienaar moet natuurlijk wél kunnen knielen!
Ik denk dat ik 11 was toen het Heilig vormsel aan de beurt kwam. Ik wist niet wat ik daar nou weer van moest denken, en al helemaal niet toen ze mij vertelden dat de bisschop kwam om je een klap in je gezicht te geven. Niet hard, maar toch... Het ergste vond ik echter nog dat je ter voorbereiding van het vormsel tenminste één keer verplicht moest gaan biechten. Ik hoopte dat ik bij die aardige, jonge kapelaan mocht biechten, en niet bij die ouwe, knorrige pastoor hoefde, maar het lot besliste natuurlijk anders. Het feit dat ik daar in die biechtstoel een potje snoeihard heb zitten liegen tegen die ouwe pastoor, geeft al aan dat ik me weinig zorgen maakte over een eventueel Goddelijk vonnis.
Een complicerende factor ten aanzien van het geloof was (en is) dat mijn vader al sinds vóór mijn geboorte organist was (en is) in 'onze' RK-kerk. Dat hield onder meer in dat hij op zondag drie maal moest aantreden om het orgel te bespelen; eerst om 09:00 uur in de hoogmis, dan om 11:00 uur in de Nederlandse mis en tenslotte 's avonds om 19:00 uur in het lof.
De kerk was allesoverheersend, zozeer zelfs dat het pad tussen de kerk en het weiland waar wij doorheen liepen als we naar de kerk gingen, tot op de dag van vandaag voor ons 'Het Orgellaantje' heet.
Als wij op vakantie gingen, vertrokken we op zondag ná het lof, en kwamen een kleine twee weken later op zaterdagavond thuis. Op die manier hoefde mijn vader maar één week orgelspelen over te slaan. Ik heb zondag dan ook nog heel lang de aller-afschuwelijkste dag van de week gevonden.
Om de een of andere reden wilde mijn moeder altijd (en nog steeds) op de voorste rij zitten in de kerk, mijn twee zussen aan haar ene- en ik aan haar andere zijde. Maar vanaf mijn achtste mocht ik (na herhaaldelijk gesputter dat ik niet mee naar de kerk wilde) met mijn vader mee naar 'het koor', waar ook het grote mechanische pijporgel stond. Dat vond ik een machtig mooi instrument, waar ik soms zelf 'in' mocht. Je bevond je dan tussen de pijpen in een dikke laag stof en het was iets magisch! Ik hielp tijdens het orgelspel met bladmuziek omslaan en registers uittrekken. Tijdens de lezingen en de preek was er een kwartier waarin mijn vader niet hoefde te spelen. En aangezien hij om 9 uur de preek al had gehoord, gingen we dan koffie/limonade met gebak nuttigen bij de huishoudster in de pastorie, waar het altijd enorm stonk naar ouwe sigaren. Maar het allerleukste was als mijn vader soms aan mij vroeg wat ik wilde dat hij zou spelen tijdens het uitreiken van de communie of na afloop van de mis. Ik ontwikkelde toen al een voorkeur voor Bach, hoewel ik ook van heel 'moderne' toccata's, zoals die van Jan Nieland en Hendrik Andriessen, kon genieten.
Bij ons in huis was altijd muziek. Mijn oma was piano- en zanglerares en dat heeft ons sterk beïnvloed. Er stond een Steinway vleugel en een speciaal voor mijn vader gebouwd pijporgel in de huiskamer. Mijn oudste zus speelde dwarsfluit en gitaar, mijn jongere zus piano, en ik piano en gitaar. We moesten onze 'pianotijd' zorgvuldig reserveren, wat tot de nodige ruzies heeft geleid. En dan natuurlijk zingen; we zongen dat het een lieve lust was.
Er was in huis veel religieuze muziek, maar ook profane, klassieke muziek en opera. En mijn vader speelde vaak 's avonds als wij al in bed lagen op de vleugel, waarbij mijn moeder dan heel hoog mee neuriede. Ik sloop dan uit mijn bed om bovenaan het trapgat stiekem te gaan luisteren.
En zo heb ik nog eindeloos veel warme, maar ook frustrerende en traumatiserende herinneringen, die direct of indirect uit het geloof voortkwamen. Die gaan nooit meer uit mijn kop of lijf. Maar dat hoeft ook niet. Ze zijn onderdeel van wie ik ben en hebben me mede gevormd. En ze kunnen prima voortbestaan naast mijn 'vrijdenkerij'. Daar is niets mis mee.
En die muziek... Tja, die is zo ongeveer het hoogste goed dat ik bezit. Ja, ook de religieuze, maar bij lange na niet alle!
En Bach, altijd maar weer Bach...