ChaimNimsky schreef:
Als bekend, conflicteren reigies vaak onderling & beweren soms bijzonder onwaarschijnlijke zaken. Je zegt echter dat je hebt aangetoond dat geloofsovertuigingen gebaseerd zijn op waanideeën. Misschien dat ik er overeen lees, maar die conclusie kan ik niet trekken uit bovenstaande.
Gods-geloofsovertuigingen die aan deze criteria voldoen. En dat doen ze vrijwel allen.Ik ken geen 1 enkel empirisch/epistemisch bewijs dat een dergelijke entiteit (met de bepaalde eigenschappen) bestaat. Vergeet ook niet het bizarre van de claims die gedaan worden. Het vliegende paard, de hostie, spreken in tongen, (gods)openbaringen, opstanding etc etc.
Het idee (dat een god bestaat) berust dan op de waan dat deze wonderen hebben plaatsgevonden. Er wordt in geloofd omdat men in deze geloofstraditie is opgegroeid. Bovendien ziet de katholiek wel de waanidee in waarin de moslim gelooft (en vice versa).
Volgens wiki: 1) Drogbeeld 2) Fantasiebeeld 3) Hallucinatie 4) Hersenschim 5) Hersenspinsel 6) Illusie 7) Inbeelding 8) Ongegrond idee 9) Ongegronde gedachte 10) Onjuiste voorstelling 11) Verbeelding 12) Verkeerd denkbeeld 13) Waan 14) Waanbeeld 15) Waandenkbeeld 16) Waanvoorstelling 17) Zinsbegoocheling
Mocht een gods-denkbeeld voldoen aan de criteria van betrouwbare epistemische kennis, dan laat ik me hier heel graag overtuigen. Het ontbreken van enig(!) bewijs (van goden) doet mij concluderen dat het een waandenkbeeld is. De buitengewone claims die gedaan worden zijn bovendien volkomen in tegenspraak met de wetenschappelijke kennis. En deze kennis gaan vervangen voor een fantasie is wat mij betreft een waanidee.
Dan wiki:
A delusion is a belief that is held with strong conviction despite superior evidence to the contrary. As a pathology, it is distinct from a belief based on false or incomplete information, confabulation, dogma, illusion, or other effects of perception.
En kijk eens welk bekend lijstje er terug komt en waar dit lijstje met criteria vandaan komt:
Although non-specific concepts of madness have been around for several thousand years, the psychiatrist and philosopher Karl Jaspers was the first to define the three main criteria for a belief to be considered delusional in his 1913 book General Psychopathology.[1] These criteria are:
certainty (held with absolute conviction)
incorrigibility (not changeable by compelling counterargument or proof to the contrary)
impossibility or falsity of content (implausible, bizarre, or patently untrue)[2]