pragmatische wereldbeelden boven realisme
Geplaatst: 01 jan 2017 17:47
Pragmatische wereldbeelden boven realisme verkiezen
In deze topic wil ik het pragmatisme behandelen als alternatief voor een waarheidsgetrouw wereldbeeld. Het pragmatisme is een leer met als grondlegger Charles Saunders Peirce en als bekendste vertegenwoordiger de Amerikaanse psycholoog William James.
Het pragmatisme stelt ‘nut’ boven’ waarheid’. Peirce stelt dat de filosofie (en sceptici of vrijdenkers) moeten ophouden steeds in alle gevallen ‘de waarheid’ te willen. De waarde voor het individu (of een groep) van denkmodellen en wat deze concepten op psychologisch of sociaal vlak teweegbrengen voor het individu of de groep is belangrijker dan de waarheidsgetrouwe weergave van de werkelijkheid van deze modellen.
Ideeën en wereldbeelden dienen in eerste instantie beoordeeld te worden naar de vraag of ze nuttig, werkzaam, of bevorderlijk zijn voor het bereiken van onze doelen. Of ze de gezondheid bevorderen of eerder benadelen. (placebo en nocebo effecten).
Zo gaat het pragmatisme uit van de aanname dat we dé werkelijkheid, buiten onze waarneming en hersenen niet kunnen kennen. Wat we over de wereld te weten kunnen komen is door de beperkingen en vervormingen door onze zintuigen en de conceptvormingsmogelijkheden van de hersenen beperkt. Het is altijd slechts een pragmatisch model of plattegrond van de werkelijkheid in ons hoofd, waar we op reageren. Daarom kunnen we slechts modellen hebben van de wereld, die onze doelen dienen. Maar die geen volledige waarheidsgetrouwe weergave kunnen zijn van die gehele werkelijkheid met al zijn indrukken.
Zo kunnen bepaalde denkmodellen of generalisaties of vervormingen over de werkelijkheid nuttiger zijn in bepaalde situaties boven andere. Perspectiefgevende modellen kunnen de voorkeur bieden in bittere omstandigheden boven pessimistische modellen die een nocebo-effect kunnen veroorzaken.
Net zoals ik het in een andere topic had over ‘pragmagie’, gaat het erover dat theorieën over de wereld als geheel niet steeds moeten beoordeeld worden op hun waarheidswaarde, (omdat we geen geheeluitspraken over de werkelijkheid kunnen doen), maar op hun psychologische effecten en nut voor het betreffende individu of gemeenschap.
Daarom zitten atheïsten en vrijdenkers volgens mij op een verkeerd spoor wat betreft hun 'war on religions'. Voor mensen in noodsituaties en uit bepaalde culturen kan het juist in hun omgevingen nuttig zijn en zelfs bevorderlijk om hun perspectiefbiedende overtuigingen en uitgangspunten op een leven na dit leven en op een god of goden tijdelijk te behouden. Ze zouden heel wat andere nadelen ondervinden op sociaal, psychologisch, cultureel of andere vlakken door deze overtuigingen, die sinds eeuwen hun leefgemeenschap ordenen en omgangsvormen structureren, plots zomaar los te laten.
Totdat hun situatie verandert kan het voordelig voor hen zijn bepaalde overtuigingen aan te nemen, ookal botsen die soms met het criterium 'waarheidsgetrouwheid'. Overtuigingen die de zinledigheid van de werkelijkheid benadrukken (nihilisme) zijn misschien ‘waar’ volgens sommigen (Nietzsche), maar zijn psychologisch ongezond voor iemand die al depressief is en in bittere omstandigheden moet zien te overleven en geen hoop heeft. Iemand die enkel vooruitzicht heeft op een kort bitter leven, heeft tijdelijk een perspectief over de dood heen nodig, om in het hier en nu de psychologische kracht te vinden om te blijven proberen. De accuraatheid van zijn concepten is op dat moment een minder relevant criterium dan de positieve psychologische effecten van een perspectiefbiedende gedachtengang.
Het beoordelen van wereldbeelden op hun pragmatisch karakter en op hun psychologische en sociale consequenties, gegeven de situatie, is volgens mij vaak interessanter dan waarheid steeds als hoogste criterium te hanteren.
In deze topic wil ik het pragmatisme behandelen als alternatief voor een waarheidsgetrouw wereldbeeld. Het pragmatisme is een leer met als grondlegger Charles Saunders Peirce en als bekendste vertegenwoordiger de Amerikaanse psycholoog William James.
Het pragmatisme stelt ‘nut’ boven’ waarheid’. Peirce stelt dat de filosofie (en sceptici of vrijdenkers) moeten ophouden steeds in alle gevallen ‘de waarheid’ te willen. De waarde voor het individu (of een groep) van denkmodellen en wat deze concepten op psychologisch of sociaal vlak teweegbrengen voor het individu of de groep is belangrijker dan de waarheidsgetrouwe weergave van de werkelijkheid van deze modellen.
Ideeën en wereldbeelden dienen in eerste instantie beoordeeld te worden naar de vraag of ze nuttig, werkzaam, of bevorderlijk zijn voor het bereiken van onze doelen. Of ze de gezondheid bevorderen of eerder benadelen. (placebo en nocebo effecten).
Zo gaat het pragmatisme uit van de aanname dat we dé werkelijkheid, buiten onze waarneming en hersenen niet kunnen kennen. Wat we over de wereld te weten kunnen komen is door de beperkingen en vervormingen door onze zintuigen en de conceptvormingsmogelijkheden van de hersenen beperkt. Het is altijd slechts een pragmatisch model of plattegrond van de werkelijkheid in ons hoofd, waar we op reageren. Daarom kunnen we slechts modellen hebben van de wereld, die onze doelen dienen. Maar die geen volledige waarheidsgetrouwe weergave kunnen zijn van die gehele werkelijkheid met al zijn indrukken.
Zo kunnen bepaalde denkmodellen of generalisaties of vervormingen over de werkelijkheid nuttiger zijn in bepaalde situaties boven andere. Perspectiefgevende modellen kunnen de voorkeur bieden in bittere omstandigheden boven pessimistische modellen die een nocebo-effect kunnen veroorzaken.
Net zoals ik het in een andere topic had over ‘pragmagie’, gaat het erover dat theorieën over de wereld als geheel niet steeds moeten beoordeeld worden op hun waarheidswaarde, (omdat we geen geheeluitspraken over de werkelijkheid kunnen doen), maar op hun psychologische effecten en nut voor het betreffende individu of gemeenschap.
Daarom zitten atheïsten en vrijdenkers volgens mij op een verkeerd spoor wat betreft hun 'war on religions'. Voor mensen in noodsituaties en uit bepaalde culturen kan het juist in hun omgevingen nuttig zijn en zelfs bevorderlijk om hun perspectiefbiedende overtuigingen en uitgangspunten op een leven na dit leven en op een god of goden tijdelijk te behouden. Ze zouden heel wat andere nadelen ondervinden op sociaal, psychologisch, cultureel of andere vlakken door deze overtuigingen, die sinds eeuwen hun leefgemeenschap ordenen en omgangsvormen structureren, plots zomaar los te laten.
Totdat hun situatie verandert kan het voordelig voor hen zijn bepaalde overtuigingen aan te nemen, ookal botsen die soms met het criterium 'waarheidsgetrouwheid'. Overtuigingen die de zinledigheid van de werkelijkheid benadrukken (nihilisme) zijn misschien ‘waar’ volgens sommigen (Nietzsche), maar zijn psychologisch ongezond voor iemand die al depressief is en in bittere omstandigheden moet zien te overleven en geen hoop heeft. Iemand die enkel vooruitzicht heeft op een kort bitter leven, heeft tijdelijk een perspectief over de dood heen nodig, om in het hier en nu de psychologische kracht te vinden om te blijven proberen. De accuraatheid van zijn concepten is op dat moment een minder relevant criterium dan de positieve psychologische effecten van een perspectiefbiedende gedachtengang.
Het beoordelen van wereldbeelden op hun pragmatisch karakter en op hun psychologische en sociale consequenties, gegeven de situatie, is volgens mij vaak interessanter dan waarheid steeds als hoogste criterium te hanteren.