Om alle ellende vóór te blijven: ik geeft hieronder alleen maar een zéér bescheiden (!!!) aantal van de vele citaten van mensen, die belangrijk of zeer belangrijk zijn geweest voor de West-Europese ‘christelijke cultuur’. Ik wil niet beweren dat de geciteerden totaal ‘onbenullige nietsnutten’ waren of iets dergelijks. De meesten hebben door hun vaak zéér omvangrijke werk ook veel goeds betekend! Ze hebben op één punt echter mijn inziens fors misgekleund. En… dat hebben we geweten en weten we nog steeds een beetje! En… is zelfs dat ‘beetje’ niet ‘teveel’?
WAARSCHUWING: Het zijn (ondanks een rigoureuze selectie) drie volle A4-tjes (die ik dus in twee gedeelten plaats) en de tekst is niet wat je noemt ‘opmonterend’. Alleen bedoeld voor geïnteresseerde ‘lezers’ en ‘lezeressen’. En wie het allemaal al wist, had het dus niet hoeven lezen. Daarom…niet zeuren achteraf! Dank u!
* Clemens van Alexandrië (± 150 – 215) was nog behoorlijk ‘vrouwvriendelijk’. Hij schrijft: ‘Alleen al het bewustzijn van haar eigen aard moet bij de vrouw schaamte opwekken’. Dat lijkt geen compliment maar hij schrijft ook: ‘Het huwelijk is zeer waardevol want het is een religieuze band tussen zielen. Zij die hun leven in gemeenschap delen krijgen ook een gemeenschappelijke genade en een gemeenschappelijk heil’. Niet alles op aan te merken dus.
* Tertullianus (± 160 – 220), zelf gehuwd: ‘Dochters van Eva, Gods oordeel werkt nog steeds over jullie soort. Jullie blijven schuldig! Jullie zijn de invalspoort van de duivel. Jullie hebben het zegel van de boom geschonden. Jullie hebben het eerste goddelijke gebod genegeerd. Jullie zijn het ook die alle moeite hebben gedaan om de man over te halen, terwijl de duivel niet bij machte was hem aan te vallen. Jullie hebben het beeld van God, de man, wat al te gemakkelijk verbrijzeld. Door jullie ongehoorzaamheid… moest zelfs de Zoon Gods sterven’.
Nonsens? Of vind jij dat daar toch wel ‘iets inzit’? (Gewetensonderzoek.)
* Hiëronymus (347-420): Het huwelijk is uiterst verderfelijk met als enig lichtpuntje: ‘het kan nieuwe maagden opleveren’. Haha!!! (Sorry)
Hiëronymus is heilig verklaard en tot kerkleraar verheven.
* Ambrosius (339-379): ‘De deugd van maagdelijkheid is eigendom van het christendom. Je vindt ze niet bij de heidenen noch bij de natuurvolkeren noch bij de Joden. Nergens anders vindt men levende wezens waar deze deugd ook voorkomt’.
Van de priesters (die in die tijd nog gehuwd mochten zijn) eist hij zich te onthouden van omgang met hun vrouw omdat zij anders zouden lijken op ‘honden die naar hun eigen braaksel terugkeerden’. (Even op je in laten werken!)
Ambrosius is heilig verklaard en tot kerkleraar verheven.
* Augustinus (354-430): na een ‘seksueel turbulent’ leven en een ontroerende bekering tot het christendom wordt hij in 395 gewijd tot bisschop van Hippo. Hij is een enorm productief schrijver geweest. O.a.: ‘Wij waren namelijk allen in die ene mens, die in zonde is gevallen door toedoen van een vrouw, die vóór de zonde uit hem was gemaakt. In één hebben wij gezondigd en allen zijn wij geboren voor het bederf. Die zonde is de oorzaak van al onze rampen’.
Hij beriep zich op een passage uit de brief van Paulus aan de Romeinen. Hij maakte daarbij echter een vertaalfout en een interpretatiefout en zadelde de mensheid voor vijftien eeuwen op met een diep wortelend zondegevoel. ‘Zij (Adam en Eva) hechtten daarom vijgenbladeren aaneen, zo wordt er verteld, en maakten daar schaamlappen van; want in het deel dat ze bedekten voelden ze het. Vandaar komt de erfzonde en daarom wordt niemand zonder zonde geboren. Alleen Christus is zonder vleselijke lust verwekt en ontvangen; daarom is Hij ook gevrijwaard van elke bevlekking door de erfzonde’.
Augustinus was wel een eerlijk man met een hoge plichtsbetrachting. Geen vrouw zette ooit een stap binnen zijn deur. Hij sprak nooit meteen vrouw als daar geen derde bij aanwezig was. Zelfs voor zijn eigen zuster en nichten, die alle drie non waren, maakte hij geen uitzondering.
Augustinus is heilig verklaard en tot kerkleraar verheven.
* Odo van Cluny (879-942), Benedictijner abt: ‘De schoonheid van het lichaam zit slechts in de huid. Als de man echter kon zien wat er onder de huid zit, zou de aanblik van de vrouw hem doen walgen… Als wij spuug of drek met geen vingertop willen aanraken, hoe kunnen we er dan naar verlangen deze zak vol drek te omhelzen’?
Odo is heilig verklaard.
* Albertus Magnus (1200-1280): ‘De vrouw is ongeschikter voor de deugdzaamheid dan de man omdat ze meer vloeistof bevat dan de man. Een eigenschap van vloeistof is nu: eenvoudig op te nemen en moeilijk vast te houden. Vloeistof is moeiteloos te beroeren. Het is daarom dat vrouwen wispelturig en nieuwsgierig zijn.
Als de vrouw met een man geslachtsgemeenschap heeft zou zij, als dat mogelijk was, op dat moment ook onder een andere man willen liggen. De vrouw kent geen trouw… De vrouw is een mislukte man en bezit vergeleken met de man een gebrekkige en foutieve natuur. Daarom is zij onzeker van zichzelf’.
En verder: ‘Bij mijn biecht-afnames in Keulen vernam ik dat galante minnaars vrouwen versieren met behoedzame aanrakingen. Des te sterker vrouwen dit lijken af te wijzen, hoe meer ze er naar hunkeren. Alleen om netjes te lijken doen vrouwen net of ze het afwijzen maar ze zijn allang van plan om toe te geven’.
Albertus is heilig verklaard en tot kerkleraar verheven.
(Wordt vervolgd.)