relativiteit van Euclidisch vlakke ruimte in het universum
Geplaatst: 05 apr 2015 01:50
We denken dat ons idee van Euclidisch vlakke ruimte overal hetzelfde is.
Volgens mij is dat niet zo.
Wat wij hier een kromme noemen, loopt misschien elders euclidisch en vlak omdat wij ons hier in een zwaartekrachtsveld bevinden. Het zwaartekrachtsveld van de aarde en van de zon 'krommen' onze ruimte immers. Heel onze melkweg, de lokale groep, clusters en superclusters 'krommen' onze ruimte (en onze tijd) immers.
Bijgevolg zullen wat wij hier 'kromme paden' noemen, in relatief lichtere velden Euclidische rechten zijn.
De verschillende (hypothetische) waarnemers in de verschillende velden hebben bijgevolg een particulier idee van een rechte, die elders gekromd loopt (in relatief sterkere zwaartekrachtsvelden).
Euclidische vlakke ruimte is in het universum dus relatief. Even relatief als verstreken tijd.
Wat wij bijvoorbeeld voor 'gravitational lensing' zien, zien andere waarnemers vanuit andere zwaartekrachtsvelden daarom niet noodzakelijk voor 'gravitational lensing' aan. Wat wij zien krommen, zien zij daarom niet (in dezelfde mate) krommen.
Het is dus niet dé ruimte die kromt, of dé ruimte die uitdijt. Het is mijn particulier idee van een rechte in mijn gravitatieveld dat ik elders zie krommen in een relatief zwaarder veld dan het mijne.
Stel dat ik mij in een zwaar veld x bevindt. En merk een even zwaar veld y dicht bij mij. Zal ik wat ik recht noem daar zien krommen? Neen, uiteraard niet. Want onze velden zijn gelijkwaardig qua sterkte. Wat recht is in het ene veld heet recht in het andere. Wat ik recht noem in veld x, loopt even recht in veld y, daar de velden even sterk/even licht zijn.
Volgens mij is dat niet zo.
Wat wij hier een kromme noemen, loopt misschien elders euclidisch en vlak omdat wij ons hier in een zwaartekrachtsveld bevinden. Het zwaartekrachtsveld van de aarde en van de zon 'krommen' onze ruimte immers. Heel onze melkweg, de lokale groep, clusters en superclusters 'krommen' onze ruimte (en onze tijd) immers.
Bijgevolg zullen wat wij hier 'kromme paden' noemen, in relatief lichtere velden Euclidische rechten zijn.
De verschillende (hypothetische) waarnemers in de verschillende velden hebben bijgevolg een particulier idee van een rechte, die elders gekromd loopt (in relatief sterkere zwaartekrachtsvelden).
Euclidische vlakke ruimte is in het universum dus relatief. Even relatief als verstreken tijd.
Wat wij bijvoorbeeld voor 'gravitational lensing' zien, zien andere waarnemers vanuit andere zwaartekrachtsvelden daarom niet noodzakelijk voor 'gravitational lensing' aan. Wat wij zien krommen, zien zij daarom niet (in dezelfde mate) krommen.
Het is dus niet dé ruimte die kromt, of dé ruimte die uitdijt. Het is mijn particulier idee van een rechte in mijn gravitatieveld dat ik elders zie krommen in een relatief zwaarder veld dan het mijne.
Stel dat ik mij in een zwaar veld x bevindt. En merk een even zwaar veld y dicht bij mij. Zal ik wat ik recht noem daar zien krommen? Neen, uiteraard niet. Want onze velden zijn gelijkwaardig qua sterkte. Wat recht is in het ene veld heet recht in het andere. Wat ik recht noem in veld x, loopt even recht in veld y, daar de velden even sterk/even licht zijn.