Hoi MoreTime,
MoreTime schreef:@ChaimNimsky:
Ok, bedankt.Het onderscheidt tussen jood-zijn en de stam waar je van afstamt had ik even zo niet helder, klinkt heel aannemelijk wat jij zegt.
De zogenaamde profetieën over Jezus zijn al eens eerder langsgekomen op dit forum (volgens mij ook door jou uitgelegd), ook erg interessant om te zien dat deze niet op voorhand zijn vervuld, maar dat men deze achteraf aan Jezus toeschreef en soms helemaal nergens over gaan naar ons idee, maar vanuit het joodse perspectief en middels Midrasj wel ergens op slaan. Het zijn alleen geen toekomst voorspellende profetieën.
Jij hebt ooit een uitleg van een deel van Mattheüs gegeven vanuit joods perspectief. Denk je er nog zo over? Mattheüs zit dan best goed in elkaar, met allerlei verwijzingen naar het OT en volgens allerlei joodse interpretatieregels. Hoe verklaar jij dat hij het dan toch mis had met de keuze voor de Messias?
Sorry, ik had je reactie gemist.
Ja, Mattheüs baseert zich m.i. vrij duidelijk op Joodse Midrasj, maar hij begaat een grote & onvergeeflijke fout.
Het Judaisme kent vier basis-niveaus van interpretatie: de contextuele lezing – dat is de "echte" betekenis van de betreffende passage. In het Hebreeuws noemen we deze p'sjat, afkomstig van het woord voor
simpel ("pasjoet").
Het tweede niveau betreft de verwijzing die een passage heeft naar een bekend concept uit de T'NaCH. Bijvoorbeeld: het leven van Mozes komt in de Torah vrij uitgebreid aan de orde. Op het moment dat de contextuele betekenis van een passage uit Jesaja het bijvoorbeeld over Israel heeft, maar elementen gebruikt die sterke gelijkenis vertonen met het leven van Mozes, dan kan men deze elementen gebruiken om een link te leggen met Mozes. Deze manier van interpreteren wordt "remez" (referentie, hint) genoemd. In de Talmoed Sotah 14a wordt bijv. Jesaja 53 (dat op contextueel niveau over Israel gaat) gebruikt om te refereren naar het leven van Mozes.
Het derde niveau is midrasj, welke Mattheüs steeds gebruikt. Hier gaat het om elementen uit de eerste twee lagen die samen kunnen worden gesmeed om een belangrijk idee naar voren te brengen. Zo wordt bijvoorbeeld in de Talmoed (in Berachot 57) gezegd dat "
een orgasme gezond is voor een zieke, zoals er geschreven staat: 'hij zal zaad zien en een lang leven hebben' (Jesaja 53:10)". Hier wordt dezelfde passage die op het contextuele eerste niveau over Israel gaat, en op het tweede niveau verwees naar Mozes, op het derde niveau gebruikt om iets te zeggen over de toenmalige opinie omtrent zaadlozing tijdens ziekte.
Het laatste basis-niveau is de "sod" (geheim). De Jiddische term "sot" (gek) is daarvan afgeleid. Het is een niveau dat voornamelijk door mystici wordt gehanteerd.
Als simpel & illustratief voorbeeldje van hoe deze lagen samenwerken, neem ik voor het gemak even alleen het allereerste woord uit de T'NaCH: beresjiet (בְּרֵאשִׁית). Dat ene woord bestaat op zichzelf weer uit drie delen: ב (= in), ראש (= belangrijkste, hoofd) en het achtervoegsel dat het geheel samenvoegt tot een bezittelijk vrouwelijk naamwoord: ית.
Indien je kijkt naar de Bijbelvertalingen, dan zie je dat ze het woord vertalen als "
In het begin...". Dat is inderdaad de correcte contextuele betekenis, aangezien de rest van de passage deze betekenis vereist: "
In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg...".
Maar het probleem met de contextuele vertaling is, dat het woord zijn letterlijke
bezittelijke betekenis verliest. Het betekent feitelijk helemaal niet "
in het begin...", maar "
in het begin van..." (vergelijk bijv. Jeremia 26:1, Jeremia 27:1, Jeremia 28:1 en Jeremia 49:34). Deze anomalie wordt een remez genoemd (een hint). De Midrasj pakt deze hint op om bijv. het belang van wijsheid te benadrukken. Wijsheid wordt namelijk in de T’NaCH aangeduid als ראשית ("in het begin
van..."). Spreuken 8:22-23 zegt: "
J-H-W-H bezat me (wijsheid)
aan het begin van (ראשית)
Zijn weg, al vóór Zijn werken, van oudsher... vanaf het begin, vanaf de tijden voordat de aarde er was”. Als je de term ראשית uit Spreuken 8:22-23 toepast op het openingswoord van de T'NaCH, krijg je letterlijk de betekenis: "
In de Wijsheid (die bestond voordat de aarde er was)
van God's schepping van hemel & aarde was de aarde woest & leeg...". Op de derde laag klopt het grammaticaal ineens perfect.
De vierde laag (sod) concludeert hieruit dat Wijshied (חכמה – "Chochmah") één van de Sefirot was die voorafgingen aan de fysieke totstandkoming van het universum, zie:
De gehele Torah wordt volledig binnen deze vier basis-lagen geïnterpreteerd.
In het Jodendom is het echter logischerwijs streng verboden de lagen en hun betekenissen te vermengen – ze worden strikt gescheiden gehouden, anders krijg je een exegetisch zooitje. De Talmoed waarschuwt daarom: "een vers kan niet worden verwijderd van zijn contextuele betekenis" (אין מקרא יוצא מידי פשוטו).
Het probleem met Mattheüs is, dat hij het Joodse concept van Midrasj duidelijk veelvuldig toepast om vervolgens de suggestie te wekken dat het de contextuele betekenis betreft (hij noemt het zelfs "profetie"). En
daarmee overtreedt hij alle wetten van de exegese.
(Hopelijk is het nu enigszins duidelijk).
Een mens zonder religie is als een vogel zonder fiets.