Al het leven op aarde bestaat uit organisch materiaal. Maar wanneer we organisch materiaal blootstellen aan energie (warmte en licht), gebeurt er niets. Het vormt geen levensvorm. In plaats daarvan wordt het bijvoorbeeld teer of olie. “Er zijn bepaalde elementen die de neiging van organisch materiaal om te veranderen in teer, beïnvloeden. Het gaat dan met name om borium en molybdeen.
Even resumerend.
- Je zoekt naar een manier waarop uit organisch materiaal leven ontstaat.
- Je concludeert echter dat je steeds ziet dan dan organisch materiaal in olie verandert, in plaats van leven.
- Je ziet ook dat molybdeen en borium invloed hebben op dit veranderingsproces.
En dan concludeer je dat Mars-molybdeen mogelijk zorgt voor het ontstaan van leven ?
Dat bepaalde elementen invloed hebben op chemische processen, dat is niet vreemd.
Zelf strooien we elke winter zout op ons pad om het smeltpunt van water te beïnvloeden, om eens wat simpels er in te gooien.
Maar om nu al te gaan roepen: "“Het bewijs dat we eigenlijk allemaal afkomstig zijn van Mars stapelt zich op”, dan loop je toch echt te hard hoor.
Als is molybdeen misschien een element dat de vorming van olie vertraagt, en het was 3 miljard jaar geleden niet op aarde dan is het eerst nog maar eens de vraag waar het vandaan kwam.
Als ik in het donker omhoog kijk zie ik nog wel wat meer stipjes dan alleen die van Mars.
De auteur zinkt zo af naar het discussieniveau van een priester.
Ik zou zeggen: Doe eens iets in een laboratorium en kom dan met je wetenschappelijke conclusies wat betreft Molybdeen, maar houdt je mond over Mars want dat valt niet te bewijzen.
“Mr. Spock, do you have a theory?”
“No captain. For a theory, one requires facts. Since we do not have any, it would be illogical to have a theory.”
(Star Trek, seizoen 1)