Hier mijn weergave van het verhaal, voor wat het waard is.
De paleonthologe had door het vergelijken van mensen en mensachtigen gedurende alle evolutiestadia ontdekt dat het cruciale kenmerk van de stadia de stand van het wiggebeen was. Dit bot was in elk volgend stadium verder gekanteld, wat een aantal gevolgen voor het lichaam had die bepalend waren voor een nieuw evolutionair stadium. Dat waren ondermeer de vorm van het gezicht, de grootte en vorm van het achterhoofd, en dus de hersens, en in het laatste stadium het strottenhoofd. Verder had het gevolgen voor het skelet en de rug, dus de ontwikkeling van viervoeter naar rechtoplopen.
De kanteling van het wiggebeen was sinds de primitiefste mensachtige vijf maal voorgekomen. Elke kanteling betekende een nieuwe fase in de evolutie. Bijzonder hierbij was dat deze kantelingen 'sprongsgewijs' voorkwamen: de 'tussenstadia' waren langdurig, maar het 'kantelen' kon in een paar generaties gebeuren. De gevolgen die dit had voor het lichaam, betekende direct een ander soort mens of mensachtigen.
Een andere bijzonderheid was dat de 'tussenstadia' tussen de kantelingen steeds korter werden. De eerste tussenfase duurde miljoenen jaren, maar de laatste was denk ik twee miljoen jaar, ik wou dit nog even nazoeken, maar ik denk dat de Neanderthaler toch tot een vorige fase behoorde, en de stap naar de moderne mensen zou dus de laatste zijn, vijftig- à honderdduizend jaar geleden. Maar ik ben kwijt waar de homo erectus in het verhaal hoort, omdat sommigen de homo erectus zien als moderne mens. In elk geval, als deze theorie klopt, zou de stand van het wiggebeen een bepalingsfactor gaan vormen om te bepalen tot welk evolotionair stadium de homo erectus zou behoren.
De homo erectus kwam natuurlijk al 2 miljoen jaar geleden op het toneel, maar waar het dus om gaat is de stand van het wiggebeen, en niet zijn vermogens of rechte gang. Die zijn namelijk gekoppeld aan het wiggebeen, en niet andersom.
In elk geval, de tussenfases werden iedere keer korter.
Verder opmerkelijk: als je de kanteling in de loop van de evolutie bestudeert, zie je een soort continu verloop hierin. Dus hoewel de kanteling 'sprongsgewijs' verliep, was het niet zomaar een toevalsbeweging, maar een beweging in een soort vaste lijn. Je zou als het ware de volgende kanteling kunnen voorspellen, en dus het volgende evolutionaire stadium.
Hier komt ook de orthodontiste in beeld. Zij ontdekte dat diverse kaakproblemen het gevolg waren van het feit dat de schedel bij de geboorte niet 'uitontwikkeld' is, maar dat de schedel vanaf embryo tot geboorte en natuurlijk daarna een groeiproces doormaakt. Dit groeiproces is te vergelijken met het proces dat ook in de evolutie is waar te nemen. Deze vorm van schedel en dus de kaak wordt vooral veroorzaakt door de stand van het wiggebeen. Dat de onder- en bovenkaak niet goed op elkaar sluiten, en dat de tanden er niet goed inpassen, komt doordat de schedel als het ware mooi aan het 'doorevolueren' is - ofwel dat het wiggebeen aan het doorkantelen is - , terwijl dit helemaal niet past bij een 'kant en klaar' mens.
Hier werd gezegd dat de ontwikkeling van embryo tot mens op een bepaalde manier de evolutie weerspiegelt. Wat ze zeiden vond ik niet heel logisch wat de conclusie betreft, maar wat de waarnemingen betreft was het wel opmerkelijk. Wat de orthodontiste opviel, was de rol van het wiggebeen in dit proces, die een andere, meer of minder gekantelde positie had dan hij moest hebben voor een goed gezicht.
Nog een belangrijke stelling: aangezien dit proces van kantelen al in de ontwikkeling van de individuele mens ligt besloten, is het niet nodig dat een nieuwe sprong in de evolutie maar één keer voorkomt. Het is eigenlijk onvermijdelijk dat hij op een zeker moment voorkomt. Het gevolg is dat de mensen die op een bepaald moment over de aarde zijn gaan zwerven op verschillende plaatsen, onafhankelijk van elkaar, in een volgend evolutionair stadium terecht kwamen. Dat stadium verliep niet volgens een toeval op de ene plaats volledig anders dan op de andere plaats, maar het verliep op verschillende plaatsen op dezelfde manier, omdat het wiggebeen bezig is langzaam van voren naar achteren te kantelen. Sprongsgewijs weliswaar, maar wel met een bepaalde continuiteit.
Zoiets werd door de paleonthologe inderdaad waargenomen. Het komt erop neer dat verschillende mensachtigen nu kunnen worden ingedeeld op basis van de stand van hun wiggebeen. Dit is een van de dingen waar ik nog iets meer over had willen vinden, maar helaas. Er werd verder ook niet uitgebreid op ingegaan.
Verder kun je uit dit proces nog opmaken dat de evolutie naar een volgend stadium op een beroerde manier kan aflopen voor veel mensen. Het zijn de gelukkigen bij wie het kantelen zodanig gaat dat hun lichaamsfuncties goed blijven functioneren die het overleven, en die hun nieuwe genen kunnen doorgeven aan hun nakomelingen. Anderen komen misvormd uit de strijd, met een misgroeid lichaam, dat niet meer optimaal functioneert. Dit is ongeveer de conclusie die je kan trekken uit het feit dat elk menselijk lichaam zijn eigen evolutionaire stadium doormaakt, en dus op een gegeven moment met een stand van het wiggebeen komt te zitten die onze kaak en rug te negatief belast om er gezond bij te blijven.
Waarom de tussenfases steeds korter werden, werd verder niet besproken, het is kennelijk alleen nog maar gesignaleerd.
Wel, iedereen begrijpt nu waarom ik hierdoor heel erg was gefascineerd, en waarom ik er meer over wil weten. Dus als er hier nog biologen zijn die begrijpen wat ik allemaal zat te vertellen, en die weten waar ik meer info kan vinden, hoop ik dat ze willen reageren.