Fish schreef:Hoe weet je dat de evangeliën niet net zo pseudo zijn als bovengenoemde geschriften?
Alleen omdat de kerk het zegt?
Met Pseudo wordt bedoeld dat een geschrift ogenschijnlijk de woorden weergeeft die een klinkende beroemdheid uitspreekt en opschrijft, bijvoorbeeld Mozes of Henoch, en dus de indruk wekt oorspronkelijk uit de tijd waarin zij leefden te dateren. Zoals bijvoorbeeld de brieven in het NT van Petrus of de Pastorale brieven onder de naam van de apostelen Petrus en Paulus werden geschreven, maar in werkelijkheid een eeuw later werden geschreven. De aanduiding Apocrief die geleerden hebben gegeven aan vele geschriften in de verzameling Dodezeerollen is nogal slordig en vrijwel synoniem aan het woordje pseudo, dus een verwijzing naar een duidelijk pseudepigraaf.
In de regel maakt men onderscheid tussen pseudepigrafie als een aanvaarde manier van schrijven (de lezer weet dat je het auteurschap niet letterlijk met nemen (convenient pseudepigraphy), bijvoorbeeld Spreuken van Salomo en Prediker in de bijbel, en de (in latere tijden) bezigheid van schrijven op naam van een klinkende beroemdheid om geloofwaardigheid te verschaffen aan een geschrift (authoritative pseudepgraphy). Dit laatste komt veel voor in de apocalyptiek, dus toekomstvoorspellingen, maar komen we ook tegen in veel brieven in het NT.
Wat de bijbelse evangeliën betreft kun je niet van pseudepigrafie spreken omdat ze anoniem zijn, en dus geen
claim maken op auteurschap.
Uiteraard gaat het in alle evangeliën natuurlijk wel om een enorme lading fabricage en fantasie.
Ga maar na:
-De oudste geschriften, de brieven van Paulus, laten zien dat Paulus helemaal niets weet over wat dan ook wat in de evangeliën wordt verteld over een historische Jezus. Dit laat zien dat de zogenaamde mondelinge overlevering waarop de verhalen gebaseerd zouden zijn maar een fabel is.
-De persoon Jezus is ons niet bekend uit buitenbijbelse bronnen, met uitzondering van een korte passage in Josephus, die echter met grote waarschijnlijkheid een invoeging van latere christenen is. Jezus heeft geen enkel spoor achtergelaten in de joodse wereld, alsof hij dus nooit bestaan heeft. Een volstrekt onmogelijke gedachte wanneer de zogenaamde wonderen die hij deed echt hadden plaatsgevonden.
-De evangelieschrijvers zijn anoniem en geen ooggetuigen. Sommige evangeliën, zoals Lucas en Mattheüs zijn gebaseerd op het kopiëren en samenvoegen van al bestaande teksten. Aangezien ze Marcus gebruiken kan men op vele punten zien hoe ze de teksten aanpassen naar gelang het hun uitkomt, oftewel op hun eigen theologie.
-Modern onderzoek heeft uitgewezen dat de evangelieverhalen veelal zijn geconstrueerd aan de hand van fantaseren over OT passages.
-Het oudst bekende evangelie, Marcus, kent geen geboorteverhaal, noch verschijningen van een opgestane Jezus.
-Alle evangeliën dateren van één of meer generaties na de gebeurtenissen die ze zogenaamd beschrijven. Gelovigen dateren ze graag zo vroeg mogelijk, maar voor de datering ervan bestaat geen enkel betrouwbaar criterium. Het zijn allemaal meer of minder uit de lucht gegrepen gissingen.
-Alle evangeliën spreken elkaar tegen op talloze punten.
-Tegenspraak is niet enkel in de details, maar ook wat betreft fundamentele zaken, dus de hele theologie die ermee wordt aangeboden. Het evangelie van Johannes bijvoorbeeld in vergelijking met de synoptische evangeliën, kunnen onmogelijk aan elkaar gerijmd worden, maar verschillen zo wezenlijk van elkaar dat men zich kan afvragen of überhaupt van een beschrijving van dezelfde persoon sprake kan zijn. Het ligt meer voor de hand te stellen dat beide of één van beide personen eenvoudig verzonnen is.
-De joden uit de twee eeuwen voor en na het begin van onze jaartelling, en de christenen van de eerste eeuwen, hadden eeuwenlang een hele industrie van het vervaardigen van religieuze geschriften die een boodschap hadden zogenaamd uit monde van helden uit het verleden, maar in werkelijkheid volledig uit de duim gezogen.
-De zogenaamde betrouwbare evangeliën worden pas voor het eerst genoemd op het eind van de 2e eeuw, dat is 150 jaar later dan de tijd die ze beschrijven.
-De oudste manuscripten waar men over beschikt dateren uit nog latere tijd, de derde of vierde eeuw. Men weet dat de teksten van de bijbelse evangeliën ook later nog op sommige punten geredigeerd is.