Bericht
door HenkM » 24 nov 2012 19:21
Een kwade geur in farmaland
ASHA TEN BROEKE − 24/11/12, 00:00
Het belang van de pillenindustrie is niet dat van de patiënt of de arts En wij laten dit met z'n allen toe
Totaal verziekt, dat kun je rustig stellen als het over de farmaceutische industrie gaat. Ze geeft meer geld uit aan marketing dan aan onderzoek, stopt onwelgevallige resultaten in bureaulades en deinst er niet voor terug om gezonde mensen ervan te overtuigen dat ze een aandoening hebben, als ze daardoor meer pillen kan slijten.
Dit alles is zeer kwalijk, maar ook oud nieuws. De vraag is dan ook wat het nieuwe boek 'Bad Pharma', van de Britse arts en Guardian-columnist Ben Goldacre, toevoegt aan het reeds lijvige corpus van journalistieke werken dat de tekortkomingen en wandaden van de geneesmiddelenindustrie beschrijft. Heeft het voor iemand die het onvolprezen boek 'Slikken' van Joop Bouma heeft gelezen nog nut om in Goldacre's boek te duiken?
Toch wel. De reden is dat Goldacre breder kijkt dan alleen naar de farmaceutische industrie. Hoewel hij zich - soms tot vervelens toe - opwindt over de geneesmiddelenfabrikanten, laat hij ook zien hoe bijvoorbeeld medische vakbladen en de Europese medicijntoezichthouder EMA mede schuld hebben aan de problemen in farmaland.
Zijn boodschap: de pillenindustrie gedraagt zich zo, omdat het kán. Er bestaat een chronisch gebrek aan duidelijke en consequent nageleefde regels over openheid en veiligheid. Bedrijven benutten dit om hun primaire doel te verwezenlijken: zoveel mogelijk winst. Dat ze daarbij vaak onzuiver opereren kun je hen kwalijk nemen, en dat doet Goldacre veelvuldig. Maar hij geeft toe dat veel van de rottigheid een logisch gevolg is van de maatschappelijke keuze om enerzijds het ontwikkelen en testen van medicijnen in bedrijfshanden te leggen, en anderzijds te weinig harde eisen te stellen aan hoe dit gebeurt en aan wie dit controleert.
Van de Europese waakhond EMA hoeven we wat dat betreft volgens Goldacre weinig te verwachten. Die heeft de belangen van de industrie merkbaar hoger zitten dan die van de patiënt. Als voorbeeld geeft hij de gang van zaken rondom de veelvuldig voorgeschreven geneesmiddelen orlistat en rimonabant. Beide waren bedoeld om mensen met ernstig overgewicht te helpen kilo's kwijt te raken. In 2007 wilde een groep onafhankelijke wetenschappers van het Nordic Cochrane Center een overzichtsartikel schrijven, waarin ze op systematische wijze alle onderzoeken naar de werkzaamheid en bijwerkingen van deze medicijnen de revue wilden laten passeren.
Zo'n overzichtsartikel is alleen nuttig als niet alleen de gunstige studies worden meegenomen die reeds in de vakbladen staan, maar ook de onderzoeken die ongepubliceerd bleven omdat het resultaat de industrie niet beviel. Om zicht te krijgen op die 'bureaula-experimenten' richtten de Cochrane-wetenschappers zich tot de EMA. Die heeft immers alle informatie; voordat een middel wordt toegelaten op de markt, is de geneesmiddelenfabrikant verplicht om alle experimenten aan de toezichthouder te geven - ook de ongepubliceerde.
Maar de EMA weigerde de boel op te sturen, omdat dit het commerciële belang van de fabrikanten van orlistat en rimonabant zou kunnen schaden. Pas na herhaaldelijk aandringen van de Europese ombudsman kwam de EMA over de brug. Dat was in 2010, een jaar nádat rimonabant uit de handel was gehaald omdat het middel het risico op ernstige psychiatrische stoornissen en zelfmoord verhoogde. Iets wat de Cochrane-onderzoekers al in 2007 hadden kunnen weten als de EMA niet zo had tegengewerkt.
In Goldacre's ogen is er maar één medicijn voor dit soort farmaceutische missers: totale openheid. Waarom verstopt de EMA überhaupt ongepubliceerde experimenten? Maak alle documenten gewoon openbaar, niet alleen in de toekomst, maar ook met terugwerkende kracht, zodat we alles te weten komen over de middelen die nu al op de markt zijn. Alleen dan hebben onderzoekers en artsen alle informatie die ze nodig hebben om hun werk goed te doen.
Ook de medische vakbladen ontsnappen niet aan Goldacre's kritische blik. Hoewel ze doorgaans een goede reputatie hebben, zijn zij net als de toezichthouders onderdeel van een bedorven systeem. Toptijdschriften als Journal of the American Medical Association en New England Journal of Medicine verdienen elk jaar miljoenen aan de industrie. Farmaceutische bedrijven adverteren volop in deze bladen en bovendien bestellen ze regelmatig peperdure herdrukken van welgevallige studies om aan zakenrelaties en artsen uit te delen.
Goldacre suggereert dat deze miljoeneninkomsten er mede oorzaak van zijn dat de tijdschriften soms publicatieafspraken schenden - in het voordeel van de industrie. Zo moeten experimenten vooraf worden aangemeld in een grote databank. Gebeurt dat niet, dan behoren vakbladen er niet over publiceren. Farmabedrijven zijn niet happig op de databank: ze lopen het risico dat hun medicijn in alle openheid op zijn smoel gaat. Deelname aan het systeem moet dus afgedwongen worden. De afspraak over wel of niet publiceren door de vakbladen is hierin de stok achter de deur. Zonder vooraanmelding krijg je als pillenbedrijf immers ook de successtudies niet gepubliceerd, en dat wil een producent juist wel graag. Helaas, meldt Goldacre, blijkt dat de vakbladen dit pressiemiddel onvoldoende gebruiken. Studies die niet in de databank staan worden tegen de afspraak in toch gepubliceerd, waardoor de poging om openheid te bevorderen in de praktijk strandt.
Niets van dit alles is in het belang van de patiënt, of zelfs de arts. Integendeel: de advertenties en herdrukken zorgen er juist voor dat artsen zich - onbewust - laten leiden door de marketingafdeling in plaats van door het bewijs achter een pil. Zo raakt het wetenschappelijk proces verstoord. En dat kost ook nog eens veel geld: de half miljard dollar die de industrie jaarlijks besteedt aan advertenties en marketing moet de zorgverzekerde burger uiteindelijk betalen - via de prijs van het medicijn.
Het boek van Goldacre is een aaneenschakeling van dit soort voorbeelden. Daarbij benadrukt hij constant wat de gevolgen van het disfunctionerende systeem kunnen zijn voor de patiënt: onnodig lijden, onnodig sterven. Hierdoor doet zijn boek soms gekleurd aan. Toch is het uitstekend onderbouwd. 'Bad Pharma' is een klassieker in wording, en een aanrader voor iedereen die alles wil weten over de farmaceutische industrie.
(zo dan maar)
Alle denkende mensen zijn atheïst. (R. Heinlein); The thoughts of the gods are not more unchangeable than those of the men who interpret them. They advance – but they always lag behind the thoughts of men ... The Christian God was once a Jew. Now he is an anti-Semite. (France)