Blues-Bob schreef:Mijn gok is dat als het menselijk brein zo voorspelbaar zou zijn dat de mens het in iedere situatie kon voorspellen, dan konden we het als mens niet voorspellen.

Is dit geen contradictie? Ik begrijp 'm niet vrees ik...
En ik loop overigens op meer plaatsen vast. Mijn grootste struikelblok is de volgende vraag:
Is 'het zijn' hetzelfde als 'het zelf'?
Ik krijg de indruk dat dit hier verondersteld wordt. Naar mijn idee bestaat er echter een verschil. Het 'zijn' is een a priori gegeven. Een formeel, inhoudsloos begrip. Iets wat we vooronderstellen om over 'zijnden' te praten (de dingen die bezig zijn met te zijn, zoals een tafel, een huis en een mens). Volgens mij wordt in dit topic echter niet zozeer gesproken over het zijn, maar over het zelf. Ook uit de startpost maak ik op dat het hier eigenlijk lijkt te gaan om de stelling 'Reparaties aan de hersenen veranderen het zelf'. En laat ik dat nou net een interessante stelling vinden, dus ik ga er maar even vanuit dat dat onze stelling is.
Allereerst: het 'zelf' kun je op 2 manieren opvatten:
1. Het zelf als iets dat hetzelfde blijft door de tijd heen (ik heb gedurende mijn leven te maken met zeer verschillende ervaringen, maar deze ervaringen hebben allemaal iets gemeenschappelijk: ze hebben hetzelfde subject, namelijk ikzelf).
2. Het zelf als iets dat zich ontwikkelt, dat zich moet realiseren gedurende het leven (wanneer ik mijzelf de vraag stel 'Wie ben ik?', zal mijn antwoord gedurende mijn leven aan verandering onderhevig zijn).
Hierin past volgens mij ook de opvatting van Heidegger van het Dasein als primair mogelijk-zijn (voor zover ik Heidegger begrijp...): de mens is vooral wat het kan zijn, er bestaat altijd de mogelijkheid dat ik mijzelf in een ander licht ga begrijpen en die mogelijkheid wordt pas opgeheven zodra ik sterf.
Goed, terugkomend op de (volgens mij) hoofdvraag:
1. Als je het zelf opvat op de eerste manier, dan heeft hersenverandering geen invloed op het zelf. Het zelf is dan (zoals Mars op p.1 aangeeft) "datgene 'waarin' elke aanpassing, elke verandering plaatsvindt". Dit is niet het lichaam, maar een abstract a priori gegeven.
2. Als je het zelf opvat op de tweede manier, dan kan hersenverandering wel degelijk invloed hebben op het zelf. En hier wordt de discussie interessant. Want hier kun je je afvragen: in hoeverre heeft hersenverandering invloed op het zelf? En hoeveel hersenverandering kan een persoon aan voordat het een ander persoon wordt? En wat betekent dat als wij een ander persoon worden; dat heeft enorme praktische implicaties. We veronderstellen immers in onze praktijken voortdurend dat we dezelfde persoon zijn als gisteravond. Als we dat niet meer doen, kunnen we iemand niet meer verantwoordelijk houden voor zijn daden. En precies hier stuit je op interessante ethische dilemma's.