Bericht
door Jelmer » 20 jun 2012 09:23
Hier een argumentatie waardoor de kwestie van de zoekgeraakte eerstgeborenen toch een probleempuntje blijkt.
Eerst nogmaals: in genesis 22 lezen we helemaal nergens dat Abraham zijn zoon niet hoeft te offeren omdat god tegen kinderoffers of mensenoffers is. Wat we wel lezen is dit: genesis 22:10-12 “Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten. Maar een engel van de HEER riep vanuit de hemel: ‘Abraham, Abraham!’ ‘Ik luister, ’ antwoordde hij. ‘Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet ik dat je ontzag voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’”
Het enige dat we hieruit redelijkerwijs kunnen opmaken is dat Abraham ver genoeg was gegaan voor god om hem te bewijzen dat Abraham de bereidheid had zijn zoon voor god te doden. God vindt blijkbaar dat die bereidheid er moet zijn.
Enkele honderden jaren later lezen we over de volgende gebeurtenissen:
Na de vierde plaag van de steekmuggen is de farao bereidt de Israëlieten offers aan hun god te laten brengen, mits ze in Egypte blijven. Mozes reageert: “Dat is onmogelijk, ’ zei Mozes. ‘De offers die wij de HEER, onze God, moeten brengen, zullen de Egyptenaren weerzinwekkend vinden. Als we in hun bijzijn dergelijke offers brengen, stenigen ze ons nog! Sta ons toe om drie dagreizen ver de woestijn in te trekken om daar aan de HEER, onze God, offers te brengen, zoals hij ons heeft opgedragen.” (exodus 8:22)
Weerzinwekkend? De Egyptenaren brachten zelf ook dierenoffers, dus dat konden ze niet weerzinwekkend vinden. De Egyptenaren waren verder politheisten, en waren dus wel gewend dat er aan verschillende goden geofferd werd. Dat de Israëlieten aan hun eigen god offerden kon ook moeilijk weerzinwekkend gevonden worden. En als de farao (die voor de Egyptenaren bijna een goddelijke status had) het de Israëlieten toestaat offers aan hun god te brengen, zouden zijn onderdanen dan zomaar tegen de wil van de farao ingaan en met stenen gaan gooien? Die offers moesten dan wel heel weerzinwekkend zijn!
Na de achtste plaag van de sprinkhanen wil de farao de Israëlieten aanvankelijk weer laten gaan. Dit lezen we in Exodus 10:8-10 “Daarop werden Mozes en Aäron opnieuw bij de farao gebracht, en nu zei deze: ‘Ga de HEER, jullie God, dan maar vereren. Maar wie gaan er eigenlijk mee?’ Mozes antwoordde: ‘We gaan met jong en oud, met onze zonen en dochters, en we nemen ook onze schapen, geiten en runderen mee, want we gaan ter ere van de HEER een feest vieren.’ ‘Ik zou jullie nog eerder de hulp van de HEER toewensen, ’ zei de farao, ‘dan dat ik jullie met je kinderen laat gaan! Jullie zijn niet veel goeds van plan. Het gebeurt niet! Alleen de mannen mogen gaan om de HEER te vereren.”
De farao moet iets voorvoeld hebben. Hij noemt met name de kinderen! Als hij dacht dat Israëlieten er vandoor zouden gaan dan zou hij een probleem hebben met het meenemen van alles, ook de ouden en de dieren. Maar de farao noemt alleen de kinderen wanneer hij zegt dat ze niet veel goeds van plan zijn.
Na de negende plaag van de duisternis lezen we Exodus 10:24 “Toen ontbood de farao Mozes en zei: ‘Ga de HEER dan maar vereren. Jullie kinderen mogen mee, maar jullie schapen, geiten en runderen moeten jullie hier laten.’ Mozes antwoordde: ‘Zelfs al zou u ons offerdieren ter beschikking stellen, dan nog moet ons eigen vee mee – geen enkel dier mag er achterblijven. Want we moeten de HEER, onze God, een offer brengen van dieren uit onze eigen kudden, en pas als we op de plaats van bestemming zijn, weten we waarmee we hem moeten vereren.’”
Dus pas als ze op de plaats van bestemming zijn weten ze waarmee ze god moeten vereren… en wat lezen we in de allereerste zin van Exodus 13, direct nadat de Israëlieten Egypte uit zijn en in de woestijn zijn: Exodus 13:1-2 “De HEER zei tegen Mozes: ‘Wijd alle eerstgeborenen aan mij; alles wat bij de Israëlieten of bij hun vee als eerste de moederschoot verlaat behoort mij toe.’” De eerstgeborenen van het vee moet zeker aan god geofferd worden, dat zal niemand bestrijden. Maar hier wordt niet eens onderscheidt gemaakt tussen eerstgeborenen bij het vee of bij de mensen. Er staat ook niets over vrijkopen van eerstgeboren zonen, en ook niets over mannelijk of vrouwelijk.
De opdracht om de eerstgeboren vrij te kopen volgt ook in exodus 13, namelijk in vers 11-13, maar die begint zo: “Als de HEER u in het land van de Kanaänieten gebracht heeft, zoals hij u en uw voorouders onder ede heeft beloofd, en als hij u dat land in bezit heeft gegeven, dan …. “
Het vrijkopen hoeft dus pas plaats te vinden in het beloofde land, waar ze pas 40 jaar later zullen aankomen.
Ongeveer een jaar nadat de Israëlieten in de woestijn zijn komt Mozes met de uitruil van de eerstgeboren mannelijke Israëlieten tegen alle mannelijke Levieten van een maand en ouder. Hiervoor vindt een telling plaats die te lezen is in Numeri 1-3. Als we de resultaten van die telling doorrekenen dan blijken er bijna 100.000 eerstgeborenen zoek te zijn.
En dan is er natuurlijk nog dat mooie vers: Ezechiel 20:25-26 “Ik gaf hun (in de woestijn, zie vers 23) zelfs slechte wetten, en regels die leidden tot de dood. Met hun eigen offergaven maakte ik hen onrein, hun eerstgeboren kinderen liet ik hen offeren, opdat ze in ontzetting zouden beseffen dat ik de HEER ben.”
Ik vat het nog even kort samen.
God test de stamvader op de bereidheid om kinderoffers te brengen (Abraham). Honderden jaren later lezen we dat hij Mozes pas zal laten weten wat er aan god moet worden gegeven als de Israëlieten buiten Egypte zijn (Exodus 10:24). Het eerste wat de Israëlieten van god horen als ze Egypte uit zijn en in de woestijn zijn is dat alle eerstgeborenen bij de mensen en de dieren aan god af te staan (Exodus 13:1-2). Hier wordt niets gezegd over vrijkopen, en niets over mannelijk of vrouwelijk. Wel horen de Israëlieten ook als ze net uit Egypte zijn dat ze als ze in het beloofde land zijn hun eerstgeboren zonen moeten vrijkopen (Exodus 13:11-16), maar dat zal nog 40 jaar duren. Na drie maanden in de woestijn (exodus 19:1) wordt nogmaals gemeld dat de eerstgeboren zonen moeten worden vrijgekocht in exodus 34:19-20, maar 34 gaat ook gedeeltelijk over de tijd dat de Israëlieten in het beloofde land zullen zijn.
Na een jaar in de woestijn krijgt god’s volk te horen dat de eerstgeboren Israëlieten moeten worden ingeruild tegen de Levieten. Om dit goed te doen moet er een telling worden gehouden en wat blijkt?! Er zijn maar liefst bijna 100.000 eerstgeboren zonen zoek!
Wat zou er toch gebeurd zijn in dat eerste jaar in de woestijn? Wellicht begon Mozes na een jaar in te zien dat het tempo waarin ze bezig waren eerstgeborenen te offeren niet door kon gaan, en moest er daarom geteld worden en moesten de eerstgeboren Israëlieten tegen de levieten worden weggestreept.
MU