Ik citeer slechts een relatief klein gedeelte met voornamelijk de feiten.
Religie is een verleden waarvan men steeds afscheid neemt, maar dat niet echt voorbij wil gaan
Is het waar dat de Europeanen massaal de religie hebben ingeruild voor een op de Verlichting en de wetenschap gebaseerde wereldbeschouwing? De European Values Study van 1999 die zich beperkt tot West-Europa, het meest moderne deel van Europa dus, laat zien dat het zo simpel niet ligt: slechts 7 procent van de Europeanen bleek overtuigd atheïst. De groep die verklaarde niet tot een godsdienst te behoren was groter, zo'n 25 procent. De andere 75 procent behoorde nominaal tot een kerkgenootschap, maar slechts 30 procent ging met enige regelmaat ter kerke. Daar staat tegenover dat 56 procent zichzelf beschouwde als een godsdienstig mens.
Er bestaat kennelijk een omvangrijke middenmoot die wel ergens in gelooft, maar weinig voeling meer heeft met het georganiseerde christendom. Dat klopt met een paar andere uitkomsten: 38 procent geloofde in een persoonlijke god, 30 procent in ,,een soort geest of levenskracht'', terwijl 18 procent van de Europeanen in reïncarnatie geloofde. De onderzoekers vroegen niet naar astrologie en magie, maar als we mogen afgaan op de populariteit van horoscopen en Harry Potter, zouden die nog een stuk hoger kunnen scoren.
Inmiddels zijn we vijf jaar verder. Het nieuwe onderzoek waarover Trouw enkele weken geleden berichtte, laat zien dat het percentage atheïsten in Nederland inmiddels boven de 10 procent ligt, terwijl het geloof in een persoonlijke god verder is afgenomen. Maar nog altijd 35 procent van de Nederlanders meent dat de bijbel ,,gods boodschap voor de mensheid'' is, en 23 procent beschouwt de bijbel als een richtlijn voor het eigen handelen. De populariteit van de nieuwe bijbelvertaling sluit hier naadloos bij aan. Net als in 1999 wordt het beeld bepaald door de grote middenmoot die in een `hogere macht' gelooft of zegt het niet te weten.
Helaas beschikken we voor 2004 nog niet over vergelijkende gegevens voor de rest van Europa, maar het lijkt waarschijnlijk dat de ontwikkeling daar dezelfde kant uit gaat.
De modernisering van Europa heeft kennelijk niet geleid tot de overwinning van een niet-religieus wereldbeeld, maar eerder tot een versplintering van het geloof: naast traditioneel-christelijke staan allerlei individuele vormen van geloof in een hogere macht. Dat technische en economische modernisering niet automatisch leiden tot een secularisatie van het wereldbeeld, wordt nog duidelijker als we Europa vergelijken met de Verenigde Staten. Daar liggen volgens recent onderzoek van het Pew Research Center de percentages niet-kerkelijken en atheïsten veel lager dan in Europa, terwijl meer dan 40 procent er regelmatig naar de kerk gaat. Bijna de helft van de Amerikanen gelooft dat de Verenigde Staten zich in de bijzondere bescherming van god mogen verheugen. Geloof in de bijbel als ,,letterlijk gods woord'' scoort in de VS bijna drie keer zo hoog als in Europa.
De grote verschillen tussen Europa en de VS kunnen niet verklaard worden met een simpele moderniseringstheorie. De VS zijn zeker zo modern als Europa. Europa's lange geschiedenis van godsdienstoorlogen, gevolgd door een moeizame losmaking van kerk en staat, heeft waarschijnlijk een sterkere anticlericale reactie veroorzaakt. De Amerikaanse kerken zijn veel minder besmet met zo'n politiek verleden.
Dat modernisering niet vanzelf leidt tot een seculier wereldbeeld, wordt begrijpelijker als we ons afvragen wat modernisering eigenlijk voor mensen betekent. Dat is ambivalent: aan de ene kant staan de beloften van technische vooruitgang, economische groei en welvaart, maar de keerzijde is een voortdurende omwenteling van de manier van leven, van werk en leefomgeving. De instabiliteit van het bestaan die inherent is aan de moderniteit, kan gemakkelijk aanleiding geven tot onzekerheid en angstgevoelens. Tegen die achtergrond valt goed te begrijpen waarom het terreinverlies van de christelijke kerken niet leidt tot een explosie van atheïsme. De fundamentele onzekerheid van de moderniteit wekt kennelijk bij veel mensen de behoefte aan een hogere zingeving die de beperkte horizon van het hier en nu ontstijgt.