Bram Kaandorp schreef:marmot schreef:Het zijn de woorden van Spinoza.
marmot
Dat begrijp ik ook wel, maar de laatste zin;
"Je zou zeggen dat zij de mens zien als een staat in de staat."
Lijkt te suggereren dat hij er zelf niet zo over denkt.
Maar ik weet niet de verdere context, dus het lijkt me lastig om er meer uit te halen.
Mogelijk dat het volgende stukje meer inzich bied in het gedachtengoed van Psinoza.
Spinoza
Baruch de Spinoza (ook wel Bento de Spinoza genoemd) werd geboren op 24 november 1632 in Amsterdam en stierf op 21 februari 1677 in Den Haag. Hij is een van Nederlands grootste filosofen, er is zelfs een museum over hem. Spinoza groeide op in een Joods milieu, maar kwam in de loop van de jaren vijftig steeds meer in conflict met de Joodse kerk. Hij geloofde wel heel erg in God, maar zijn ideeën over de bijbel en godsdienstleer werden verkeerd begrepen. In 1656 werd hij uit de Joodse gemeenschap verstoten. Vanaf dit moment noemde hij zich geen Baruch of Bento meer maar hij had vanaf nu de gelatiniseerde voornaam Benedictus.
Spinoza was een pantheïst, dat houdt in dat hij dacht dat God de wereld is. Hij bedoelt dan dus dat alles deel uit maakt van God of de Natuur. Hij zei het zo; “God is alles en alles is in God.” Hij stelde dat alle materiele dingen en alle dingen die rond om ons gebeuren, een uitdrukking van God of Natuur zijn. Dus dan zijn al onze gedachten ook de gedachten van God of de Natuur zijn. God of de Natuur denkt onze gedachten. Hij gelooft dus niet dat de mens een vrije wil heeft.
Spinoza geloofde dat alles wat in de materiele wereld gebeurt, uit noodzaak gebeurt. Hij had een deterministisch (lot en gedrag van de mens wordt door omstandigheden van buitenaf bepaald, waarbij menselijke wil geen rol speelt) beeld van de materiele of natuurlijke wereld.
Hij dacht dat de mens wel naar vrijheid kon streven, maar het nooit volledig vrij zou kunnen handelen. We hebben geen controle over wat er allemaal gebeurt in ons lichaam, bijvoorbeeld wanneer we ziek worden. Ook bepalen we niet zelf wat we denken. We denken namelijk volgens de natuurwetten (en die zijn dus weer God of de Natuur). Bijvoorbeeld als er een appel uit een boom valt, dan denken wij dat deze naar beneden valt. Als de zwaartekrachtwet andersom zou werken en de appels zouden altijd naar boven vallen, dan zouden wij ook denken dat als de appel valt, deze omhoog zal vallen. Zo ben je er dus niet vrij in, want het is al bepaald door de natuurwetten. De ziel van de mens is daarom niet vrij, maar zit volgens Spinoza min of meer gevangen in een mechanisch lichaam.
Spinoza dacht dat we alleen waar geluk en harmonie konden bereiken, wanneer we een alles omvattend beeld krijgen van alles wat bestaat. Als we erkennen dat alles uit noodzaak gebeurt, dan krijgen we een begrip van de Natuur in haar geheel. Dan komen we tot het besef dat alles verwant is, dat alles Eén is. Dit noemde Spinoza alles ‘sub specie aeternitatis’ zien. Dit betekent dat je alles vanuit het perspectief van de eeuwigheid ziet.