Publiek
Wat is een publieke omroep?
In een normale democratie: de verzender van radio- en televisieprogramma’s die gemaakt zijn in opperste onafhankelijkheid van de regering, de Postbank, de dominee, de pastoor, de politieke partij, de vakbond, de huisvrouwenvereniging, of de kruidenier op de hoek. De publieke omroep in zulke landen dient geen enkel ander belang dan het belang van het publiek te informeren, te vermaken of tot nadenken te stemmen.
In Nederland daarentegen kwam men in omstreeks 1930 tot de conclusie dat er op het gebied van de media eigenlijk geen publiek bestond. Er bestonden alleen maar leden van politieke en levensbeschouwelijke verenigingen. Wat elders ‘publieke omroep’ heette, werd in Nederland zodoende de optelsom van allerlei mantelorganisaties, die sinds hun ontstaan warme betrekkingen zouden blijven onderhouden met de regering, de Postbank, de dominee, de pastoor, de politieke partij, de vakbond, de huisvrouwenvereniging, of de kruidenier op de hoek.
In Nederland diende de publieke omroep van meet af aan ook geen enkel ander belang dan het belang van de afzonderlijke verenigingen. Als een oud-verenigingsvoorzitter – ik noem maar een willekeurige naam: Marcel van Dam – met tranen in z’n pen schrijft dat de democratie niets verheveners kent dan de publieke omroep, dan bedoelt hij dus dat de democratie niets verheveners kent dan de VARA.
Dat is allemaal zo gegroeid, zeggen sociologen en historici, omdat Nederland in de jaren dertig zó ontzettend verzuild was, dat er voor de radio en streng apartheidsbeleid nodig was om burgeroorlogen te voorkomen. Omdat de katholieken van de KRO zich al in Hilversum hadden gevestigd, zouden de protestant-christenen van de NCRV om die reden ook hun heil hebben moeten zoeken in het wat meer afgelegen dorpje Huizen, zoals de Oranje-optocht in Belfast beter een roomse wijk kan mijden.
Je kunt je afvragen of het inderdaad zo ernstig was. Waarschijnlijk niet. Rond 1930 hadden De Telegraaf en Het Nieuws van den Dag bijvoorbeeld al meer abonnees dan alle verzuilde kranten samen. Ik heb ook wel eens het idee dat al die verhalen over gereformeerde geitenfokkers die toentertijd op de Veluwe de ruiten ingooiden bij socialistische banjospelers later nogal zijn overdreven.
Je kunt je intussen afvragen of we samen met D66 nog steeds moeten blijven overdrijven.
Waarom zou ik in godsnaam als ik anno 2005 voor een radio- of televisieprogramma al kijk- en luistergeld afdraag, ook nog contributie moeten betalen aan een omroepvereniging? Ik ben dol op donaties, daar gaat het niet om. Ik maak met liefde elke maand iets over op een girorekening, of het nu voor evangelische zeehondjes is of voor een bejaarde aardbeving. Maar dat betekent toch niet dat ik omroepen als EO of MAX wil steunen?
De grote ontvoogding doe we al sedert de jaren zestig van de vorige eeuw hebben toegejuicht omdat ze ons volwassen, mondig, zelfredzaam en ontzuild maakte, heeft ook voor mij het Licht langzaam maar zeker doen opgaan. Ik ben nergens meer lid van, laat staan van een omroepvereniging. Ik ben publiek geworden.
Als bijdrage aan het omroepdebat van vandaag wil ik kabinet en coalitie een publiek marktperspectief voorhouden waar ze zelf nog niet van hebben durven dromen.
Iedereen in Hilversum die zich wil ‘profileren’, gaat per 1 januari 2006 commercieel, d.w.z. werft bij zijn boodschap advertenties, en zoekt een plaatsje tussen Talpa en Veronica. Komen er te weinig inkomsten om het profiel te financieren? Jammer. Dan maar terug naar de kerk of de zeepkist.
De resterende programmamakers hebben aan één net genoeg om het allerbeste te presenteren op het gebied van informatie, vermaak en stof tot bezinning.
Extra kritisch voor de regering, Postbank, dominee, pastoor, poliieke partij, vakbond, huisvrouwenvereniging of kruidenier op de hoek, dienen ze maar één belang: dat van ons, het publiek zonder lidmaatschapskaart.
(Jan Blokker in de Volkskrant 10.10.2005)
Groeten.
Fons.
Publiek
Moderator: Moderators
Publiek
Een theoloog die naar exactheid streeft, heeft de eerste stap gezet naar het atheïsme. Een atheïst is geen naïeveling, maar iemand die god nauwkeurig 'kent', voor wie dus veel zo niet alle godsvoorstellingen hun betekenis hebben verloren.