Caroline Sägesser heeft aan de hand van tientallen wetenschappelijke studies een overzicht geschreven over de huidige toestand van de godsdienst in België. Hier de hoofdpunten.
Historiek
In de grondwet is de scheiding van kerk en staat niet opgenomen. Wel werd op vraag van de kerk het artikel 181 (vroeger 117) toegevoegd:
Omwille van het gelijkheidsprincipe werden ook protestantisme en judaisme als eredienst erkend. In 1870 volgden de anglikanen, in 1974 de islam, in 1985 de orthodoxen. In 1993 werd een tweede paragraaf toegevoegd aan artikel 181 om ook lekenorganisaties te kunnen erkennen.De wedden en pensioenen van de bedienaren der erediensten komen ten laste van de Staat; de daartoe vereiste bedragen worden jaarlijks op de begroting uitgetrokken.
Het boeddhisme wacht op erkenning.
De centen
In 2008 werd 136 miljoen euro uitbetaald aan wedden en pensioenen, waarvan 85% aan de katholieke kerk en 8% aan de lekenorganisatie.
Naast deze vergoedingen heeft de lokale overheid de verplichting lokale gemeenschappen financieel te steunen. Deze steun bestaat uit het bijpassen van tekorten, de huisvesting van een bedienaar, en het uitvoeren van grote werken. De huisvesting van bedienaren gaat van eenvoudige woningen tot de bisschoppelijke paleizen, die gratis ter beschikking worden gesteld door de provincies.
Van de lokale financiele steun genieten 3919 roomskatholieke parochies, terwijl de overige begunstigden samen slecht een 200 locale gemeenschappen inbrengen.
Het bedrag uitgekeerd door lokale overheden in 2008 wordt geschat op 160 miljoen euro's, huisvesting niet inbegrepen.
In het totaal worden de uitgaven van de Belgische overheid aan erediensten en lekenorganisaties geschat op 320,6 miljoen, verdeeld als volgt:
275,2 miljoen (85,8%) : katholiek
25,8 miljoen (8%) : leken
8,1 miljoen (2,5%) : protestant
6,9 miljoen (2,1%) : islam
2,6 miljoen (0,8%) : orthodox
1,3 miljoen (0,4%) : joods
0,6 miljoen (0,2%) : anglicaans
Hierin zijn de kosten voor godsdienstonderricht niet begrepen.
Het debat
In de jaren 1990 verschenen een viertal wetenschappelijke studies over de financiering van de erediensten, en gingen er stemmen op om het systeem te herzien. De twee belangrijkste argumenten waren dat het automatisch vastgestelde budget niet toeliet te bezuinigen zoals bij andere uitgaven, en dat het grote aandeel van de katholieken niet in overeenstemming was met de leegloop van de kerken. Het meest besproken voorstel (van de liberaal Hasquin 1994) was dat elk belastingbetaler zelf zou kiezen welke eredienst, lekenorganisatie of zelfs NGO zijn "filosofische tax" zou ontvangen. Het wetsvoorstel sneuvelde in de regionalisatie, maar de problematiek verdween niet. Een commissie van wijzen werd aangesteld door minister Onckelinx, maar haar rapport uit 2006 bleef zonder gevolg. Daarop riep minister Van Deurzen een werkgroep bijeen in 2009. Een jaar later verscheen hun rapport met een voorstel voor gelijkbehandeling van alle gezindten, en op gezette tijden een pluralistisch wetenschappelijk onderzoek om bij te sturen waar nodig. Na de recente katholieke pedofilie- en doofpotschandalen hebben volksvertegenwoordigers de "filosofische tax" (toegewezen door de belastingbetaler) nieuw leven ingeblazen:
http://www.senate.be/www/webdriver?MIta ... j=83886644" onclick="window.open(this.href);return false;
http://www.dekamer.be/FLWB/pdf/53/1214/53K1214002.pdf" onclick="window.open(this.href);return false;
http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/53/1502/53K1502001.pdf" onclick="window.open(this.href);return false;
Evolutie
In België komen levensbeschouwingen niet meer voor in volkstellingen sinds 1846, toen 99% van de bevolking zich katholiek verklaarde. Er worden wel wetenschappelijke studies gedaan, waarvan de European Value Studies de betrouwbaarste is.
In een onderzoek uit 2001 noemt 57% van de Belgen zich katholiek. Tweede religie is de islam, met 1,8%. En 37% noemt zich niet religieus.
In een onderzoek uit 2009 noemt nog 50% zich katholiek, 5% moslim, 9,2% atheist en 32,6% niet religieus gebonden. In een ander onderzoek uit 2005 noemt 18% van de ondervraagden zich atheist. Caroline Sägesser besluit dat het aantal vrijdenkers - atheisten en andere - het aantal katholieken benadert. Samen staan ze voor 80-85% van de Belgische bevolking.
Zulke studies, schrijft Sägeresser, laten gewoonlijk onvoldoende uit de verf komen hoe groot de betrokkenheid is van een gelovige. Daarover heeft men enkel de gegevens die de katholieke kerk zelf verstrekt, en die uiteraard enkel over katholieken handelen. Sinds enkele jaren worden deze in rapporten gegoten door de Katholieke Universiteit van Leuven:
http://www.kuleuven.be/facdep/social/po ... rsnota.pdf" onclick="window.open(this.href);return false;
https://lirias.kuleuven.be/handle/123456789/291651" onclick="window.open(this.href);return false;
Volgens deze tellingen woonden in 1977 nog 29,4% van de Belgen de zondagsmis bij, maar nog slechts 4,97% in 2009 (5,38 in Vlaanderen, 4,20 in Wallonië.) Tussenliggende cijfers verraden dat de daling steeds sneller gaat, wat duidt op het afhaken van de jongere generatie.
Onderwijs
Zolang een kind schoolplichtig is, is het verplicht godsdienstlessen of lekenmoraal te volgen, volgens de keuze van de ouders. Zo is het in België sinds de schoolstrijd van 1955.
Hier de essentiele cijfers voor het schooljaar 2010-2011.
In de Franstalige gemeenschap volgt 68,2% katholieke godsdienst, 21% lekenmoraal en 8,9% islam. De rest (een kleine 2%) is gespreid over judaisme, protestant en orthodox.
In de Vlaamse gemeenschap worden de cijfers opgesplitst volgens leeftijd.
Van de min 12 jarigen volgt 81,9% katholieke godsdienst, 10% lekenmoraal en 6% islam.
De 12 jarigen en ouder volgen voor 81,8% katholieke godsdienst, 13% lekenmoraal en 3,8% islam.
Het boek van Caroline Segersträle eindigt een beetje abrupt: er wordt verder niets gezegd over de kosten van dit godsdienstonderricht.