ingenieus schreef: ↑08 jul 2019 17:48
RR: jouw standpunt over het Jezusmythicisme vind ik verwarrend.
Volgens mij zijn er 3 opties:
1. Jezus heeft in zijn geheel nooit bestaan en is gebaseerd op een verzonnen persoon.
2. Jezus heeft wél bestaan, maar was in werkelijkheid een prediker zoals we wel vaker zien, veel grote praat, weinig daden, onbeduidend figuur.
3. Jezus heeft bestaan en deed wonderlijke dingen die (bij benadering) beschreven zijn in de evangeliën.
Eerder schreef jij over het onderscheid tussen 1 en 2:
Rereformed schreef: ↑
In een notendop: ik neig naar niet. Maar het verschil tussen de 'historische Jezus' volgens een kritische wetenschapper en iemand die zijn bestaan geheel ontkent is sowieso miniem en doet er in de praktijk dus niet erg toe.
Hoewel het er in de praktijk niet toe doet, vind ik het toch leuk om te weten: neig je naar 1 of naar 2?
Mijn "Ik neig naar niet" was het antwoord op de vraag "Heeft Jezus van Nazareth echt bestaan?" Oftewel ik neig naar bovenstaande optie 1.
Verwarring kan ontstaan omdat ik noch van optie 1, noch van optie 2 definitief overtuigd ben. Wanneer één van beide opties op een extreme manier verdedigd wordt stel ik me ertegen te weer.
Het schijnt me toe dat "ik neig naar" de enige verstandige en wetenschappelijke opstelling is die men kan innemen. Dat is ook waar Richard Carrier op is uitgekomen in zijn boek
On the Historicity of Jesus waar hij het mythicisme aan alle kanten beetpakt en strikt wetenschappelijk onderzoekt. Via de formule van Bayes die men gebruikt in de kansberekening komt hij tot de conclusie dat de kans dat Jezus heeft bestaan 1 op 3 is. Zelf zou ik wat hij er tussen haakjes op laat volgen weglaten:
Richard Carrier schreef:There is only about 0% to 33% chance Jesus existed. Furthermore, given my analysis in chapter 3, this means the probability that minimal mythicism is true is about 67% to 100% (and most likely nearer the high end of that range). (p. 606)
In de conclusie van zijn boek (617) laat hij dan ook weten dat zijn boek geen einde aan het debat historisch versus mythisch maakt, maar juist oproept om daar mee te beginnen. Indien men uit wil komen op een definitief antwoord moet men met meer aankomen dan wat men nu in handen heeft. Zolang men dat niet in handen heeft moet iemand die koel met deze zaak wil bezig zijn eenvoudig toegeven dat er voor beide opties wat te zeggen valt. We beschikken niet over de benodigde evidentie om tot een definitieve stellingname te komen.
Hoe meer iemand zich extreem opstelt, zoals Lendering vier jaar geleden en nu Van Peer in het interview dat op YouTube te beluisteren valt, des te sterker ik voel om daar tegenin te moeten gaan, omdat een extreme stellingname in deze kwestie de lezer of luisteraar misleidt.
Van bewuste misleiding lijkt noch bij Lendering noch bij Van Peer sprake te zijn, aangezien ze geen blijk geven mythicistische literatuur (op z'n minst het boek van Carrier) gelezen te hebben. Maar in dat geval moet men concluderen dat hun optreden bijzonder onwetenschappelijk en dilettantisch is: stelling nemen in extreme bewoordingen terwijl je er tezelfdertijd blijk van geeft je nooit verdiept te hebben in de zaak en niets af te weten van de argumentering van mythicisten.
Het is overigens vreemd dat historicisten vaak zo buitengewoon extreem reageren met betrekking tot het mythicisme. Willie van Peer reageert bijvoorbeeld heel gemoedelijk op de bezigheid van gelovigen om de vier evangelies met elkaar te harmoniëren. "Dat kan, maar de verschillen zijn wel erg groot", hoor je hem dan zeggen, terwijl de onmogelijkheid daarvan juist veel groter is dan waar men in het mythicisme mee geconfronteerd wordt. Een ander voorbeeld is zijn gemoedelijke opstelling ten aanzien van de prioriteit van Matteüs:
Van Peer schreef:Er zijn ook andere visies, bijvoorbeeld dat Matteüs het oudste evangelie zou zijn, en Marcus en Lucas daarvan zouden zijn afgeleid. Deze hypothese heeft aanhangers. En heeft ook voordelen ten aanzien van de oplossing hiervoor.
Alweer een voorbeeld van iets wat veel onwaarschijnlijker is dan het mythicisme, maar Van Peer als serieus alternatief voorbij laat gaan. En dit zegt hij over een opstelling van gelovigen, terwijl hij geheel onbesproken laat het veel waarschijnlijker
wetenschappelijke scenario dat Marc Goodacre aankaart in zijn boek
The Case against Q (Van Peer is niet bekend met dit boek).
Al met al laat het zien dat Van Peer de zaken niet diep genoeg zelf heeft doordacht.
Het interessantste wat ik in Van Peers boek ben tegengekomen was juist die passage waar hij - volkomen onwetend over de argumentering van mythicisten - zelf de probleemstelling scherp formuleert waar men bij de eucharistierite mee geconfronteerd wordt, en waarvoor hij geen redelijke uitleg kan bedenken, maar enkel de reaktie "onthutsend" kan geven. Zoiets doet me weer een graadje verder opschuiven naar optie 1, want enkel het mythicisme kan een redelijke oplossing voor de probleemstelling aangeven.