Het kan werkelijk nog alle kanten uit, lijkt me. Niets is zeker in deze, voornamelijk omdat we nog steeds maar één datapunt hebben en slechts zéér beperkte mogelijkheden om een betekenisvol aantal andere mogelijke datapunten te onderzoeken. Mensen die hier een zeer uitgesproken mening over hebben, verraden daarmee volgens mij doorgaans dat ze onvoldoende invalshoeken in overweging genomen hebben. Bovendien zijn er ook nog gigantische verschillen tussen de vraag of er buitenaards leven bestaat, of er ONAFHANKELIJK buitenaards leven bestaat (het zou ook binnen ons zonnestelsel resultaat van contaminatie tussen planeten kunnen zijn), of er INTELLIGENT buitenaards leven bestaat, of dat leven bestaat in een stuk ruimtetijd dat men ons overlapt, of het zelfs maar theoretisch of praktisch mogelijk is om elkaar te ontdekken of zelfs in contact te komen...
Voor (het bestaan van ongerelateerd leven buiten de aarde):
=============================================================
a) statistisch argument: de onvoorstelbare afmetingen van het heelal plus het feit dat globaal gezien ons stuk van het heelal niet bijzonder lijkt te zijn(met o.a. de recente bevestiging dat planeten geen uitzondering zijn, het voorkomen van organische moleculen in interstellaire ruimte en kometen enz.)
b) buikgevoel: zelfs zonder harde bewijzen is het toch opvallend dat opeenvolgende wetenschappelijke ontdekkingen consistent de uitzonderingspositie van de mens doen afbrokkelen. De aarde is NIET het middelpunt van het zonnestelsel, de zon staat NIET in het centrum van het heelal, de Melkweg is SLECHTS één van miljarden stelsels, de mens is GEEN creatie apart van dieren en planten, de blanke man is NIET biologisch superieur aan andere rassen en vrouwen enz. enz. Er is toch wel een duidelijke trend zichtbaar waardoor een volgende stap (de mens niet de enige zelfbewuste intelligente technologische levensvorm in het heelal) ons niet van verbazing uit onze stoel zou mogen doen vallen.
Tegen (het bestaan van leven buiten de aarde):
=================================================
a) één datapunt zegt niks ivm statistieken. Het antropisch principe geeft aan dat het perfect mogelijk is dat we wel degelijk uniek zijn in het heelal, niet noodzakelijk als een onvermijdelijke uitkomst, maar desnoods de gelukkige winnaars van een loterij. Een loterij winnaar die zich niet bewust is van de miljoenen verliezende spelers zou zich ook niet bewust zijn van het unieke van zijn eigen situatie. In de evolutie van het leven zijn er een aantal stappen geweest (o.a. overstap naar eukarioten en overstap naar meercelligheid) die zéér veel tijd gevraagd hebben en dus mogelijk verre van evident zijn. En zeker wat betreft intelligent technologisch leven zouden de statistieken wel eens erg slecht kunnen uitvallen. Ik vind het bv. merkwaardig dat de mens weliswaar die stap in slechts enkele miljoenen jaren gezet heeft, maar waarom pas NU? Er zijn honderden periodes van die lengte voorbijgegaan zonder dat dat eerder gebeurde, en tienduizenden organismen die op een bepaald moment een vergelijkbare complexiteit gehad moeten hebben als onze voorouders die het beginpunt van die laatste evolutie vormden. Dat spreekt niet meteen voor een voorbestemdheid van technologische beschavingen.
b) "Where are they?". De Fermi-paradox: gezien de ouderdom van het heelal zou het melkwegstelsel reeds lang volledig gekoloniseerd moeten zijn door de eerste intelligente beschavingen (indien er geen onoverkomelijke technologische en/of sociale problemen bestaan voor interstellair reizen) en De Grote Stilte: indien het reizen onmogelijk is, zouden we op z'n minst toch signalen moeten opvangen.
Tegen al die zaken kan je natuurlijk weer tegenargumenten inbrengen... Maar alles welbeschouwd lijkt de kans me groter dat - zeker intelligent - leven zeer zeldzaam is.
Het vervelende is nu dat het perfect denkbaar is dat we in werkelijkheid in een heelal leven dat broeit van het leven (bekeken op kosmologische tijds- en afstandsschalen), maar dat we DESONDANKS door bepaalde beperkingen in de praktische onmogelijkheid zullen blijven om dat te achterhalen. Tussenafstanden in tijd en ruimte te groot, technisch/sociaal/economisch onoverkomelijke struikelblokken, beperkte levensduur van een technologische beschaving... Het vraagstuk zou dus best wel eens onopgelost kunnen blijven.
Het meest ideale realistische scenario zou zijn dat we eerst en vooral volledig ongerelateerd eenvoudig leven of overblijfselen van vroeger leven in ons eigen zonnestelsel vinden (Europa, Titan, Mars...), in combinatie met duidelijke *tekenen* van intelligent leven verderop in het heelal. Dat eerste zou een duidelijke indicatie zijn dat leven op zich een doodnormaal verschijnsel is onder redelijke omstandigheden, en het tweede zou een duidelijke aanwijzing zijn dat intelligent leven geen buitengewoon onwaarschijnlijke stap is. De combinatie van *die* twee ontdekkingen met de afmetingen van het heelal zou veelzeggend zijn en ons met redelijk vertrouwen kunnen doen besluiten dat het daarbuiten een drukte van jewelste moet zijn.
