dikkemick schreef:
Maar dit alles moet in (een bepaalde) ruimte plaatsvinden, want (volgens mij) is tijd niet van ruimte los te koppelen. Anders hebben we geen ruimte nodig EN geen tijd nodig. Volgens mij staat dit gelijk aan het absolute niets.
Dat veronderstel je omdat je dat gewend bent (ruimte te veronderstellen), maar wij nemen in feite helemaal geen ruimte waar. Dat is slechts een theorie waarmee we onze waarnemingen verklaren. Deze is zo aangeboren dat de indrukken wie wij hebben, automatisch ruimte veronderstellen, maar in feite hebben wij die helemaal niet waargenomen, doch uitsluitend gebeurtenissen. (en uitsluitend gebeurtenissen in/op onze zintuigen.
Alles wat je hier beschrijft vereist ook ruimte. En: Wat nou als alles stilstaat. De zon(sopgangen), de aarde, de maan. Alles. Hebben we dan geen (kosmische) tijd? Ook hier blijft m.i. ruimte en tijd gekoppeld (zoals massa en energie "gekoppeld" zijn. ).
Wederom: Dat wij denken dat dit ruimte vereist is een automatische veronderstelling. Het is géén waarneming. Waarschijnlijk is deze veronderstelling juist, maar ze is niet te bewijzen.
Volgens de theoretici is ruimtetijd gewoon aanwezig. Alles. Dat wat wij verleden noemen en dat wat we toekomst noemen. Begrijpen doe ik dat ook niet. Tijd lijkt in 1 richting (entropie) te verlopen, maar zou net als ruimte (omdat ruimtetijd 1 is?) ook achterwaarts kunnen verlopen.
Zonder materie is ruimte betekenisloos, maar ook tijd. Zonder materie/energie geen tijd(sverloop).
Nee, voor de betekenis van tijd zijn uitsluitend gebeurtenissen noodzakelijk. Deze hoeven helemaal niet ruimtelijk gescheiden te zijn, maar wél tijdelijk. Als alle gebeurtnissen op dezelfde plek plaatsvinden kunnen we ze nog steeds onderscheiden. Maar dat kunnen we niet als ze tegelijkertijd plaatsvinden. (tegelijk in ons referentiekader uiteraard).
Ik heb duidelijk uitgelegd waarom tijd alleen bestaat in de richting van het verleden. Wij moeten eerst een herinnering aan een andere gebeurtenis hebben, alvorens wij tijd kunnen ervaren. De veronderstelling dat het anders zou kunnen is nergens op gebaseerd. Het is wel zo dat herinneringen waarschijnlijk materie noodzakelijk maken, en daarmee ruimte. Maar zonder herinneringen is er geen tijd. Dus de tijdrichting is een onlosmakelijk onderdeel van onze waarnemingen. Je kunt je verbeelden dat het anders kan, maar daarom kan het nog niet. . .
Zouden wij in staat zijn op naar het verleden te gaan, dan zouden wij noodzakelijkerwijs tijdens die tocht onze meest recente herinneringen kwijtraken (de entropy neemt immers af), en in onze perceptie zouden we ons nog steeds naar de toekomst toe bewegen. Wij zouden immers nog altijd slechts herinneringen aan het verleden hebben.
Volgens mij veroorzaken deeltjes geen ruimte. Deeltjes kwamen pas later. Eerst was er slechts ontkoppeling van de 4 krachten. Maar nogmaals: Het blijft vreselijk curieus allemaal.
De 4 krachten zijn – net als deeltjes en ruimte een deel van de theorie die wij hebben bedacht om onze waarnemingen te verklaren. Ruimte is noodzakelijkerwijs gekoppeld aan materie. Je geeft zelf toe dat ze zonder elementaire deeltjes betenisloos is. Dus kom nu niet met betekenisloze theorie.
Ergo gebeurtenissen zijn de basis van al onze kennis. En gebeurtenissen zijn de oorzaak van alle tijdsaspecten. Wij verklaren deze gebeurtenissen met behulp van deeltjes (materie of energiedeeltjes) en ruimte. In hoeverre de verklaringen juist zijn. (dat wil zeggen overeenstemmen met onze waarnemingen(= herinnerde gebeurtenissen), weten wij nog niet. Maar het klopt een heel eind. Dat wel.
Wij weten veel meer over tijd dan over ruimte. Het feit dat we tijd in één enkele richting waarnemen (naar het verleden toe), is inherent aan het feit dat we tijd slechts kennen als het verschil in wat we eerst wisten en wat we nu weten. Daar is geen diepere verklaring voor nodig. Maar waarom wij ons de ruimte in drie dimensies voorstellen en niet in een ander aantal, is helemaal niet duidelijk. Mogelijkerwijs, is een andere visie óók mogelijk. Stringtheorie doet niet anders dan met méér dimensies werken. Mogelijkerwijs is dat net zo zinvol als onze drie ruimtelijke dimensies. Helaas kan ik me er weinig bij voorstellen. Ons voorstellingsvermogen in nu eenmaal beperkt tot 2 of drie dimensies.