De Citroën GS(A) is met betrekking tot dit topic een beetje een twijfelgeval.
De echte Citrofiel zal deze auto nog niet vergeten zijn, doch in het dagelijkse verkeersbeeld staat de GS(A) in geen verhouding tot bijv. de Citroën DS, die je in de "goede maanden" van het jaar regelmatig tegenkomt, op zowel evenementen als daarbuiten.
Ik denk dat de goegemeente de GS(A) wel zo ongeveer is vergeten.
En dat is eigenlijk best jammer, aangezien de GS ten tijde van haar introductie in 1970 een bijzondere auto was, zoals we dat van Citroën eigenlijk altijd gewend waren wanneer ze eens met iets nieuws op de proppen kwamen. (In 1971 werd de GS "Auto van het Jaar".)
Het was namelijk het eerste model ónder de "topklasse" van Citroën, dat werd uitgerust met de bekende hydropneumatische wielophanging.
Het model oogstte lovende uitlatingen van de autopers vanwege de goede wegligging die eigen was aan het veersysteem.
Maar daarmee hield het niet op.
Ook de motorisering was vrij bijzonder, zij het wat aan de krappe kant.
In het vooronder lag namelijk een luchtgekoelde viercilinder-boxermotor van 1015cc, zonder koppakkingen, en met bovenliggende nokkenassen.
Echt zuinig was de wagen, ondanks haar aerodynamische vormen niet, want de kleine motor moest hard werken om de wagen op snelheid te krijgen en houden.
Voor iets grotere gezinnen was er ook een GS Break.
Het veersysteem met niveauregeling was ideaal voor de variabele belasting waarmee stationcars te maken hadden en hebben.
Het maakte namelijk niet uit hoe zwaar de auto (binnen de toegestane marges uiteraard) beladen was: De pomp en het regelsysteem zorgden ervoor dat de rijhoogte altijd constant bleef.
De GS had echter ook haar minder begrijpelijke kanten.
Zo is het me een raadsel waarom men van dit model, met haar aflopende achterzijde een sedan maakte, in plaats van een hatchback. Iets dat later met de GSA zou worden rechtgezet, maar wat toch vreemd blijft.
Ook het interieur oogstte weinig anders dan fans en vijanden:
Naast de opvallende toerenteller (rechts) en de merkwaardige dashboardvorm (met het éénspakige stuurwiel, al vele jaren het handelsmerk van Citroën), bevond zich in het instrumentarium een zogenaamde "kattenoog" snelheidsmeter. Dit bestond uit een kijkglas met een verticale streep er op, waarachter een cilinder met de kilometers ronddraaide.
De zwakke 1015cc motor, werd in het gamma al snel bijgestaan door een 1129, en nog wat later ook een 1222cc motor.
In de loop van de jaren '70, toen de hatchback populair werd, en de plastic bumper oprukte, begon de GS aan actualiteit in te boeten, en moest er wat gebeuren.
Helaas had de hang naar revolutionaire ontwerpen Citroën danig in de problemen gebracht, en hadden de ontwerpen van grote broer CX en de GS de fabrikant dermate veel geld gekost, dat Peugeot Ctroën in 1976 overnam om een bankroet te voorkomen. (En natuurlijk de nodige beschermde technieken in huis te halen.)
Een nieuw model zat er dus niet meteen in, en zo werd besloten de GS een flinke verjongingskuur te geven.
Dit resulteerde in 1980 in de GSA.
Ten aanzien van het vorige model waren oa:
-De chromen bumpers vervangen door dikkere kunststof exemplaren.
-De raamstijlen matzwart gekleurd.
-Dashboard en instrumentarium vernieuwd.
-Het kofferdeksel vervangen door een heuse achterklep, waarmee een "hatchback" ontstond.
Ook werd de 1015cc motor uit het programma genomen, en werd de top aangevuld met een 1.3 liter motor, waarmee de klachten over ondergemotoriseerdheid definitief tot het verleden behoorden.
Ook de (toch wel grote) storingsgevoeligheid van de GS, nam onder controle van Peugeot, en door haar verbeteringen aan de techniek, af.
Alle uiterlijke en technische wijzigingen werden uiteraard ook doorgevoerd op de Break.
Het dashboard werd strakker georganiseerd, maar bleef toch merkwaardig met haar bedieningssatellieten, en haar "kattenogen", die nu zowel snelheidsmeter als toerenteller betroffen.
Laat je overigens niet van de wijs brengen door de "boordcomputer-look".
Het is namelijk niet meer dan een cluster controlelampjes, aan weerszijden van een weergave van de GSA.
De GS(A) was, hoe men het ook went of keert, een bijzondere auto, onderscheidend op het gebied van zowel uiterlijk als techniek. Dit ondanks al haar kwalen die voortvloeiden uit de complexiteit van die techniek.
In 1985 moest de GSA definitief plaats maken voor haar opvolger, de BX.
(Ps: Er is in 1973 nog getracht een variant van de GS met Wankelmotor te introduceren, de "GS Birotor", met tweeschijfs motor. Een project dat na ca 850 geproduceerde exemplaren werd gestaakt, omdat de motor een korte levensduur kende, en het verbruik te hoog lag, in het bijzonder vanwege de oliecrisis.)