Rereformed schreef:Martin ter Haar schreef:Bij het instorten van het World trade center ging ik bijna over mijn nek en heb ik een kwartier gehuild.
Gr,
Martin
Het instorten van het World Trade Center was voor mij het instorten van mijn geloof. Het opende definitief mijn ogen dat de openbaringsgodsdiensten (het jodendom, christendom en de islam) precies het tegendeel zijn van wat ik altijd had gedacht. Geen opbouwende kracht, maar de grootste kracht in de wereld om er een hel van te maken.
Een maand later schreef ik mijn eerste tekst met mijn bedenkingen.
http://www.kolumbus.fi/volwassengeloof/17.HTM
Ik merkte bij het ontvangen van een brief van mijn oude vader op dat ik gevoelens van woede bij me op voelde komen over de godsdienst. De hel die de ene godsdienst ontketent wordt als wapen gebruikt om het gelijk van de eigen godsdienst ermee te bewijzen. Het was alsof ik gedwongen werd tot schrijven. Het voelde alsof mijn pen woorden schreef van iemand anders (aan mijn vader schreef ik in mijn eigen handschrift). En daarna pakte ik die bijbel op, begon te lezen op bladzijde 1 en schreef alle gevoelens en gedachten op die uit mijn eerlijke hart kwamen. Ze waren allemaal stuk voor stuk oneerbiedig, zoals een christen de bijbel
niet behoort te lezen.
http://www.kolumbus.fi/volwassengeloof/2a.htm
Al gauw veranderde dit gevoel van verbazing en verwarring in een gevoel van euforie. Ik begreep voor het eerst in mijn leven volkomen eerlijk te worden in mijn denken. Ik doopte dit gevoel 'de wedergeboorte tot de mensheid', het was de mooiste euforie die ik me kon voorstellen, de doop met mijn eigen geest, de heiligste geest die een mens maar kan hebben. Ik moest 45 worden voordat ik eindelijk volwassen werd.
Veel van mijn schrijven van ongeveer vier jaar geleden laat mij zien als iemand die half christen is, of diep in zijn hart toch nog christen, of een christen die tegen de stroom inzwemt. Zo voelde het toen ook steeds.
http://www.kolumbus.fi/volwassengeloof/16.htm#volwassen
Het opgeven van mijn christelijke geloof was
ondenkbaar, onmogelijk, een absolute onmogelijkheid omdat het als een axioma bij mijn leven behoorde.
Maar dag en nacht hield deze problematiek van geloof en eerlijk zijn me bezig. Ik werd heen en weer geslingerd door opstand, berusting, furieuze wil om alles in duigen te slaan en de stem van redelijkheid die altijd zoekt naar opbouwen en liefde.
Ik was in een stroom terecht gekomen, en kwam erachter dat juist de stroom mijn diepste zelf is: altijd nieuwe vergezichten willen zien, altijd een nieuw land verkennen, nooit ergens blijven staan in je denken, maar altijd op weg zijn naar iets anders. Ik ging het leven door van een vroeggestorven oom van mij, in wie ik altijd mezelf heb gezien, en wist dat ik het anders moest doen in het leven dan hij. Dat de hoogste waarde misschien wel eens
geen liefde is, maar
moed. Moed om in het pikdonker te lopen en in het pikdonkere god- en mensverlaten Finse bos te slapen.
http://www.kolumbus.fi/volwassengeloof/19.HTM
Tijdens een eindeloos lange autorit in dat donkere, eenzame, koude winterse Finland, werd ik overstelpt van gedachten over mijn geloof en mijn leven. Ik voelde alles instorten, absolute bleakness, maar wist dat moed zelfs de dood overwint. Door naar een vreemd, guur, eenzaam en donker land te gaan en mijn hele leven op vreemde bodem te verslijten had ik ooit eerder eens bewezen dat het onmogelijke mogelijk is, en nu moest het voor de tweede keer gebeuren. Ik sprak hardop opnieuw en opnieuw tegen God de tekst die hier te lezen is
http://www.kolumbus.fi/volwassengeloof/14.htm
"Ik wil trouw zijn aan mijzelf, zelfs als ik voor God sta wil ik slechts mijn eerlijke
eigen gedachten eerbiedigen. Ik weet het nu geheel zeker. Ik
kan en
wil niet leven met deze primitieve God van oorlog, straf, ‘losgebarsten toorn’ en hel en nog primitievere gedachten van een satan en demonen om me heen. Ik leg de tiran van m’n leven, die dikke bijbel, nu volledig naast me neer, doe hem dicht. Ik weet na een half leven eindelijk waarom hij bijna altijd een zwarte kaft heeft.
In ieder geval heb ik deze definitieve keuze gemaakt in mijn leven. Zoals Christus zei heer over de sabbat te zijn zeg ik dat ik baas wil zijn in eigen hoofd, ja, baas over de bijbel.
Zo dit godslastering is, zo ik een ketter van de grootste orde ben, zo ik dwaal, mijn eigen glorie zoek, mensen op een dwaalweg zend, mijn gedachten verderfelijk zijn, zo moge de God van de bijbel mij met oud- of nieuwtestamentisch bliksemvuur of Fins noorderlicht uit de hemel verteren, zo moge Hij de wereld ervoor behoeden ooit deze woorden te lezen.
Maar zo de bijbelse god het maaksel van mensen is en zo ik de God van liefde predik, en de God van hemel en aarde eer aan doe, zo moge Hij deze gedachten onder duizenden fundamentalistische gelovigen vermenigvuldigen, zo moge Hij het boek dat ik schrijf de wereld doen rondgaan. Laat mensen later mijn kinderen vragen hoe het met mij en mijn boek afliep en laat dat een teken zijn. "
En voelde diezelfde angst waar jij het over had, Martin. Voor het eerst in mijn leven voelde ik angst voor God. Ik had de bijbelgod met een plechtige eed afgezworen. Maar juist omdat ik grote angst voelde wist ik dat het een nepgod was, want zo'n god verdient geen eer, geen ontzag, geen eerbiedigheid van mij. En een paar weken later wist ik dat mijn moed het had gewonnen van mijn ingebeelde bijbelgod, en wist ik dat ik van nu af aan ex-christen was. Maar ik merkte ook op hoezeer ik diep binnenin mij nog vol van bijgeloof was en mezelf nu lange tijd grondig onder handen moest nemen.
Tezelfdertijd werden mijn twee zonen en dochter bekeerd tot het christelijk geloof en sloten ze zich aan bij de Pinksterkerk! Dit is de achtergrond van bovenstaand hoofdstuk 14, "Bij Paulus op bezoek", en bezegelde mijn lot: ik zal doorgaan met schrijven totdat ik mijn kinderen weer terug krijg. De afschuwelijke pijn die er ontstaat wanneer familieleden van elkaar gescheurd worden vanwege het geloof is wellicht de grootste pijn die ik heb ondervonden in mijn leven; ik denk dat ik grondig begrijp waar jij het over hebt, Martin.
Ik zal me tegen de afgod in wiens klauwen mijn kinderen zijn gevallen tot bloedens toe verzetten. Ik zal de god van verdeeldheid, de grote opdeler in goed en kwaad, de opperbeterweter, de verteller van de enigeuniekeware gruwelsprookjes aanklagen tot al de woorden in het woordenboek gebruikt zijn.
Deze reis heeft nu al bijna vijf jaar geduurd en is zeer enerverend en intensief geweest. Vijf jaar geleden kon ik nauwelijks Nederlands meer! Ik had het sinds 1978 maar heel af en toe weer gesproken of gelezen. De wereldreis die ik nu maak verandert steeds de gezichten die ik voor me zie. In welk denkland ik verblijf is voor mezelf niet meer te zeggen, als er maar hoge bergen zijn en prachtige meren, uitgestrekte zeeën en Finse bossen. Ik ben alleen allergisch voor de woestijn, dwz woestijngodsdiensten). Lange tijd was het bloedserieus, maar op een gegeven moment brak de zon door: Ik noem mezelf nu de ware freethinker, omdat ik een religieuze atheïst ben, of een atheïstische religieuze mens. Ik geniet van atheïstische beschouwingen, Feuerbach (
http://www.kolumbus.fi/volwassengeloof/feuerbach.htm ) gaf mij het inzicht godsdienst te bezien voor wat het in werkelijkheid is: mensdienst; en christelijk geloof wat het in werkelijkheid is: de dienst aan het menselijk gevoel. Religieuze beschouwingen kan ik niet meer door mijn strot krijgen, maar borrelen slechts op uit de onuitputtelijke voorraad die ik altijd in mezelf vind en waarop ik niet wil spugen. Ik vind het heerlijk atheïsten en mezelf te prikken met God, in de zin van Aardedienst, dienst aan het Leven, het dienen van het grote geheel. En wanneer iemand me beetpakt en een stempel op me wil drukken, verander ik in iets anders, want ik ben de verdeeldheid op aarde zat.
Psalm 23 van de 21ste eeuw
[Het lied van een thuisgekomene]
Mijn geweten is mijn herderin,
het ontbreekt mij aan niets.
Zij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water,
zij geeft mij altijd kracht
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van haar.
Ik ben gegaan door een donker dal,
en vreesde vele door de godsdienst opgedrongen angsten,
maar jij was altijd met mij,
zonder stok en staf
inspireerde jij mij tot moed
slechts naar jou te luisteren.
Nu zit ik elke dag aan een feesttafel,
vijanden ken ik niet meer.
Jij zalft mijn hoofd met kostbare olie,
mijn drinkbeker vloeit over.
Innerlijk geluk en genade volgen mij
alle dagen van mijn leven.
Nooit zal ik meer terugkeren
tot het huis van slavernij
waar men eens Gods naam op geschreven had,
en jouw heerlijkheid besmeurde.