Haha! Dat denk ik ook elke keer als ik vergeefs tracht tot een gemeenschappelijke denktrant te komen. Waarom probeer ik het steeds?
Maar Ik zal je helpen: Het grote probleem van een statisch universum is dat zo'n universum in principe niet eindig is in de tijd, en dus een oneindig lange tijd zou moeten hebben bestaan. Dan is het vrij moeilijk te verklaren waarom de entropie nog steeds niet maximaal is. Dit probleem heeft de big-bang theorie niet.
Een andere oplossing die ik zie is dat het heelal helemaal niet uitdijt maar instort. Wij vallen in een zwart gat, maar alles wat wij buiten dat gat waarnemen viel er minder snel in dan wij nu doen en lijkt dus relatief achter te blijven (en zich dus van ons af te bewegen). Het zwarte gat is echter alomtegenwoordig (elk deel van het heelal kan beschouwd worden als het centrum van een zwart gat). Elk valt dus in zijn eigen gat, en elk valt daar sneller in dan zijn omgeving. Derhalve zien we helemaal geen blauwverschuiving maar een roodverschuiving!
Ik geef toe dat dit nogal moeilijk is om je je voor te stellen, en ik denk dan ook dat de meesten er zich intuitief tegen zullen verzetten. Maar persoonlijk vindt ik het wel een prettige contraintuitieve charme hebben. Zo'n heelal heeft wellicht geen begin maar wel een einde. en dus is de entropie er nog niet maximaal (dat kan pas bij het einde zo zijn). Ik denk dat zo'n heelal niet daadwerkelijk te onderscheiden is van een uitdijend heelal. Het enige verschil is dat er niet noodzakelijkerwijs sprake meer hoeft te zijn van donkere materie en donkere energie. omdat beiden dan dezelfde oorzaak kunnen hebben: Gravitatie binnen een zwart gat.
Het voordeel van een expanderend heelal is dat iedereen begrijpt dat dit heelal geen centrum heeft, maar bij een instortend heelal wordt het erg moeilijk om je een zwart gat voor te stellen waarbij er geen centrum is, maar waarbij elke waarnemer het heelal ziet alsof hijzelf zich in dat niet bestaande centrum zou bevinden, en onderhevig zou zijn aan een voordurende schaalverkleining.
Maartenv heeft volgens mij ook als eens zo iets gesuggereerd. Uiteraard kon ook hij er geen wiskundige beschrijving van geven. Ik wil het nog altijd niet uitsluiten, maar ik begrijp wel dat er weinig animo is om het hudige model te verlaten. Waarschijnlijk zullen we nooit absolute zekerheid krijgen. Maar de aanhangers van de figerende theorie voelen zich ongetwijfeld veel zekerder zolang ze hem handhaven.
Voorlopig zullen de meeste kosmologen dus blijven inzetten op de big-bang. Ik verwacht niet anders.
De manier waarop men het huidige heelal beschrijft echter vind ik hemeltergend. Er worden gewoon relativistische snelheden bij elkaar opgeteld alsof er geen speciale relativiteitstheorie zou bestaan. Dat Gralgrathor het "speudo-snelheden" noemt, neemt niet weg dat ik het niet netjes vind.
Wat mijn lijstje met roodverschuivingen betreft. De relatieve snelhden die ik hanteerde om de roodverschuiving op doppler basis te bereken waren:
op 1 miljard lichtjaar: 0,1C (uitgangspunt)
op 2 miljard lichtjaar: 0,19802C
(additie van snelheden volgens de speciale relativiteitstheorie) 0,1 plus 0,1
op 4 miljard lichtjaar: 0.381096C (idem 0,19802 plus 0,19802)
op 8 miljard lichtjaar: 0,665433C (idem)
op 16 miljard lichtjaar: 0,922472C
(C is uiteraard de lichtsnelheid)
De schaalfactoren waren 1,1, 1,21, 1,4641, 2,143589 en 4,594973 (10% schaalvergroting per miljard lichtjaar)
De berekening van de verwachte roodverschuiving verliep volgens de formules voor radiale snelheid en voor kosmologische roodverschuiving op
wikepedia.