Jacobus, de broer van de Heer

Dit forum is bedoeld om te dienen als bron voor informatie wat betreft dit thema. Het zal bestaan uit links, informatieve bijdragen op dit forum uit het verleden en wellicht nieuwe beschouwingen.

Moderator: Moderators

Gesloten
Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14284
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Jacobus, de broer van de Heer

Bericht door Rereformed » 09 jun 2015 13:09

Op een artikel van Joseph Hoffmann waar hij zich niet van zijn beste kant laat zien, kwam ik in twee reakties daarop buitengewoon interessante informatie tegen waar ik tot de dag van vandaag onbekend mee was, betreffende de zaak die ik als het grootste obstakel heb beschouwd voor het jezusmythicisme, namelijk de verwijzing die Paulus in Galaten 1:18-19 geeft naar "Jacobus, de broer van de Heer". Het heeft me altijd toegeschenen dat niemand hier omheen kan. De uitleggingen van Earl Doherty en Richard Carrier hebben mij nooit bevredigd. Deze frase in een brief van Paulus is dan ook tot een sleutelgegeven uitgegroeid in de verdediging van de historische Jezus. Het staat in Bart Ehrmans boek Did Jesus Exist? zelfs centraal, zij het op een nogal overdreven wijze, die iemand zo beschrijft:
Soloview op bovengenoemde link schreef:The fact of the matter is that Ehrman published a book much under his standard, to characterize and badmouth a theory about the origins of Christianity which has outraged the theologo-nicologists since mid 19th century. He brought nothing new to the table, except near-idiotic drool about Paul being personally acquainted with Jesus' brother. He does not even realize that the gospels claiming Jesus had a brother has no bearing on the claim that James was the leader of the Jerusalem messianists.

Toch bleef het voor mij altijd problematisch. Indien je opmerkt dat niets zo duidelijk is als de totale afwezigheid van een historische Jezus in de brieven van Paulus, hoe kan hij het dan opeens hebben over een broer van hem?

Ooit schreef ik er dit over:
Rereformed schreef:
Demiurg schreef:Maar om nu de schaarse biografische gegevens in de brieven van Paulus weg te redeneren om de zee van stilte maar overeind te kunnen houden is typisch voor het denken van mensen als Earl Doherty en is wetenschappelijk gezien onverantwoord.
Het gaat echt enkel om één frase, 'de broeder van de Heer'. Er zijn niet meer 'schaarse gegevens' over een historische Jezus te vinden in Paulus. Wellicht heb je nog de woorden van de instelling van 'de maaltijd des Heren' in je hoofd, of 'geboren uit een vrouw'. Maar je zult toch wel weten dat mythicisten daar een hele goede uitleg voor hebben.

De meest populaire uitleg die mythicisten hebben gegeven is de frase "de broeder des Heren" te interpreteren als niet letterlijk bedoeld:

Rereformed schreef:
JHN schreef:Mythicisten laten weten wat er staat. En dat “broer van Jezus” er niet staat. Dat laatste is dus slechts een interpretatie. Mythicists geven een andere interpretatie.
Dat is uiteraard waar. De "broer van de Heer" kan men inderdaad interpreteren als een soort titel. Het hoeft zelfs niet op Christus te slaan, maar met 'Heer' kan Adonai, oftewel God bedoeld worden. Maar het probleem blijft eenvoudig staan: indien iedere christen een "broeder des Heren" genoemd kan worden, waarom spreekt Paulus juist deze persoon aan met zo'n titel?
Er zijn vele beschouwingen over deze zaak, maar een bevredigende oplossing kom ik niet tegen, of het moet de oplossing zijn dat het een onschuldige toevoeging ter verduidelijking van een latere kopiïst is. Eenvoudige oplossing en zeer wel mogelijk. Maar uiteraard ook speculatief.

Voor mij gingen tot nu toe alle uitleggingen mank, want hoewel laatstgenoemd scenario voor mij altijd het meest voor de hand heeft gelegen ben ik tot nu toe nooit een argumentering tegengekomen waarin zoiets waarschijnlijk wordt gemaakt.

Nu kreeg ik echter de informatie dat de Nederlandse radikale theoloog G.A. VAN DEN BERGH VAN EYSINGA ooit een dwingend argument had gegeven voor de zienswijze dat het een latere interpolatie moet zijn. Uit de geschriften van zowel Ireneüs als Tertullianus kan men opmaken dat ze geen weet hadden van de eerste reis die Paulus (zogenaamd) maakte naar Jeruzalem, waar Paulus (zogenaamd) de broer van de Heer ontmoette. De persoon Soloview/Jiri die dit naar voren brengt geeft er het jaartal 1880 bij, maar dat kan niet juist zijn, aangezien Eysinga pas in 1874 geboren werd. Ik vind op het internet een artikel van Eysinga geschreven in 1912, waarin hij de Galatenbrief behandelt (buitengewoon interessant om te lezen), maar zelfs daar kom ik het argument niet tegen.

Of het nu oorspronkelijk van Eysinga afkomstig is of niet, in ieder geval wordt dit argument vermeld in voetnoot k op bladzijde 317 van Robert Price's The Pre-Nicene New Testament (2006), een boek dat ik al jaren in mijn boekenkast heb staan, maar waarvan deze voetnoot mij ontgaan is (iemand die het boek van 1200 bladzijden kent zal mij vergeven). Blijkbaar is Robert Price het zelf ook ontgaan, want in een vijf jaar later geschreven tekst waar hij het probleem van "de broeder des Heren" aansnijdt komt hij niet met dit argument aan.

De voetnoot luidt als volgt:
Robert Price schreef:In de verhandeling van Tertullianus Tegen Marcion, wordt helemaal geen melding gemaakt van dit eerste bezoek. Hieruit kan men afleiden dat de brief aan de Galaten dat oorspronkelijk ook niet deed. Zou de tegenwoordige tekst daarin staan dan zou Tertullianus er ongetwijfeld op gewezen hebben. De tekst impliceert namelijk dat Paulus zich onder het gezag stelt van de autoriteiten te Jeruzalem, iets wat Tertullianus tegen Marcion aanvoert. Aangezien hij deze tekst achterwege laat kunnen we concluderen dat die tekst niet bestond en bijgevolg een latere interpolatie moet zijn die als doel had de gedachte op te wekken dat Paulus zich aan het apostolisch gezag van "de twaalf" te Jeruzalem onderworp zodra hij daartoe maar in de gelegenheid was. Tegelijk met deze interpolatie werd in Gal. 2:1 het woordje "opnieuw" ingelast om het te harmoniseren. Tertullianus laat 2:1-10 duidelijk voorbij gaan als "het" bezoek, niet als een tweede bezoek.
Hier volgt desbetreffende passage in bold text omgeven door de context
(http://www.tertullian.org/articles/evan ... k5_eng.htm" onclick="window.open(this.href);return false;)

After that, as Paul briefly describes the course of his conversion
from persecutor to apostle he confirms what is written in the Acts of the Apostles,
in which the substance of this epistle is reviewed; namely, that
certain persons intervened who said the men ought to be circum-
cised, and that Moses' law must be kept, and that then the
apostles, when asked for advice on this question, reported on the
authority of the Spirit that they ought not to lay burdens upon men
which not even their fathers had been able to bear.
Now if even to this degree the Acts of the Apostles are in agreement with
Paul, it becomes evident why you reject them: for they preach
no other god than the Creator, nor the Christ of any god but the
Creator, since neither is the promise of the Holy Spirit proved
to have been fulfilled on any other testimony than the documen-
tary evidence of the Acts. And it is by no means reasonable that
that writing should in part agree with the apostle, when it relates
his history in accordance with the evidence he supplies, and in
part disagree, when it proclaims in Christ the godhead of the
Creator, with intent to make out that Paul did not follow the
preaching of the apostles, though in fact he did receive from them
the pattern of teaching how the law need not be kept.
3. [Gal. 2 and 3.] So he writes that after fourteen years he went
up to Jerusalem, to seek the support of Peter and the rest of the
apostles, to confer with them concerning the content of his gospel,
for fear lest for all those years he had run, or was still running,
in vain—meaning, if he was preaching the gospel in any form
inconsistent with theirs. So great as this was his desire to be
approved of and confirmed by those very people who, if you
please, you suggest should be understood to be of too close
kindred with Judaism.
But when he says that not even was Titus
circumcised, he now begins to make it plain that it was solely
the question of circumcision which had suffered disturbance, be-
cause of their continued maintenance of the law, from those whom
for that reason he calls false brethren unawares brought in: for
their policy was none other than to safeguard the continuance
of the law, dependent no doubt on unimpaired faith in the
Creator; so that they were perverting the gospel, not by any such
interpolation of scripture as to suggest that Christ belonged to the
Creator, but by such a retention of the old rule of conduct as
not to repudiate the Creator's law. So he says, On account of false
brethren unawares brought in, who came in privily to spy out our liberty
which we have in Christ, that they might reduce us to bondage, we gave
place by subjection not even for an hour. For let us pay attention to
the meaning of his words, and the purpose of them, and <your>
falsification of scripture will become evident. When he says first,
But not even Titus, who was with me, being a Greek, was compelled
to be circumcised, and then proceeds,
On account of false brethren unawares brought in, and what follows,
he begins at once to render
a reason for a contrary action, indicating for what purpose he did
a thing he would neither have done nor have let it be known he
had done, except for the previous occurrence of that on account
of which he did do it. So then I would have you tell me, if those
false brethren had not come in unawares to spy out their liberty,
would they have given place to subjection? I think not.

Het gaat dus niet om de frase "de broeder des Heren", maar om een interpolatie van wel drie verzen. Lees nu de tekst uit de Galatenbrief. In blauw wat als interpolatie moet worden gezien:

1:11 Ik verzeker u, broeders, dat het evangelie dat ik u verkondigd heb niet door mensen is bedacht - Ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd - maar dat Jezus Christus mij is geopenbaard...
1:16 Ik heb toen geen mens om raad gevraagd en 17 ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. Ik ben onmiddellijk naar Arabia gegaan en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus.
1:18 Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om Kefas te ontmoeten, en bij hem bleef ik twee weken. 19 Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jacobus, de broer van de Heer. 20 God is mijn getuige dat ik u de waarheid schrijf.
1:21 Daarna ging ik naar het kustgebied van Syrië en Cilicië. 22 De christengemeenten in Judea hadden mij nog nooit ontmoet, 23maar iedereen had over mij horen vertellen: 'De man die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof dat hij probeerde uit te roeien'. 24 En zij prezen God om mij.
2:1 Na verloop van veertien jaar ging ik opnieuw naar Jeruzalem, samen met Barnabas en Titus.

Men ziet dat de interpolator verscheidene problemen heeft. De brief aan de Galaten laat een paar verzen eerder duidelijk weten dat hij zijn evangelie niet via een mens heeft ontvangen of geleerd, maar via openbaring van Jezus Christus. En exact een vers vóór de interpolatie zegt hij er nog bij "Ik heb toen geen mens om raad gevraagd en ben ook niet naar Jeruzalem gegaan naar hen die eerder apostel waren dan ik". Vervolgens zegt Paulus nota bene nog dat niemand van de christenen in Judea hem had ontmoet.
Vandaar dat de interpolator koos voor "drie jaar later", lang genoeg om het vorige vers niet tegen te spreken, maar toch zo kort dat het duidelijk is dat het optreden van Paulus niet gezien kan worden als volkomen onafhankelijk van het gezag van apostelen te Jeruzalem. Om het volgende vers waarin gezegd wordt dat niemand in Judea hem kent niet tegen te spreken maakt hij er een bliksembezoek van dat bijna in het geheim plaatsvond. Twee weken bij Petrus op bezoek, alsof ze enkel onder vier ogen bezig waren, waar het opperhoofd Petrus blijkbaar Paulus instrueerde en nog een verwijzing naar Jacobus die als de grootste 'steunpilaar' te Jeruzalem werd beschouwd en daarom vermeld moet worden.
Om zijn interpolatie nog wat extra gezag te geven voegt de interpolator nog een zin eraan toe, waarin Paulus een eed aflegt dat het echt waar is wat hij schrijft. Het is bijna kinderachtig amateuristisch, want waarom zou Paulus zich opeens zo opwinden? Hij heeft het over een ontmoeting waar totaal niets ophefwekkends aan vastzit. Deze eed is duidelijk bedoeld om de mond te snoeren van mensen die opmerken dat ze nog nooit hebben gehoord van dit eerste bezoek of dat een andere kopie van de Galatenbrief dit voorval niet vermeldt.

Overigens kunnen de verzen 22-24 ook als interpolatie gezien worden.
Born OK the first time

Gesloten