Christelijk denken versus vrijdenken

Subforum voor genodigden waar alleen de genodigden in kunnen posten.
Andere gebruikers kunnen alleen lezen.

Moderator: Moderators

Plaats reactie
Gebruikersavatar
RobbertVeen
Forum fan
Berichten: 465
Lid geworden op: 17 jul 2014 12:10
Locatie: Dronten
Contacteer:

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door RobbertVeen » 11 jun 2015 09:10

Peter van Velzen schreef:Waarom kan ik niet beter doen met het boek Job dan de moord op zijn kinderen afwijzen als een immorele daad?
De moord op zijn kinderen IS een immorele daad. Maar niet een daad die God heeft gepleegd, dat zou een bewering zijn die tegen de tekst van het boek Job zelf ingaat. Dat God die daad toelaat is een feit - zo laat Hij wel meer toe in onze wereld. Ook dat is de schrijver bekend en voor ons een feit. Dat die toelating uiteindelijk geen wanhoop met zich hoeft mee te brengen, omdat God toch in een strijd verwikkeld is met dit kwade, maar de mens daarbij als partner inschakelt - en niet als marionet - is de boodschap van Job. (Het boek dan, niet de persoon.)
Peter van Velzen schreef:Deze moord geschiedt met instemming [van de Bijbelse god,
NEEN! Toelating.
Peter van Velzen schreef:volgens vele Christenen de bron van onze moraal. Als men leest dat de bron van de christelijke moraal het goedvind om mensen te latern vermoorden enkel en alleen om te bewijzen dat Job trouw zal blijven aan zijn god,
NEEN, dat is het doel niet. Zo wordt het verhaald in de proloog, maar die geeft niet de bedoeling van het gehele boek weer.
Peter van Velzen schreef:en men verwerpt niet terstond de moraal waar deze figuur voor staat, dan heeft men zijn prioriteiten niet op een rijtje.
Jij leest niet correct. De moraal van deze "figuur" blijkt uit het eind van het boek.
Peter van Velzen schreef:Voor alles dient men bewust denkende wezens géén kwaad te doen.
Zeg dat eens tegen Hitler of andere sinistere figuren die het Kwaad vereren, bijna als een Macht op zichzelf, en met religieuze ijver hun medemens vermoorden. Ligt in die boodschap ook maar enige troost voor de slachtoffers van Sabeeërs?
Peter van Velzen schreef:Of Job door hun overlijden wel of niet zijn vertrouwen in zijn god verliest, is daarbij totaal onbelangrijk. Deze god heeft dit vertrouwen overigens volop beschaamd. Het gaat er daarbij niet om hoe zeer Job lijdt als wel om hoe zeer de levens van zijn kinderen ontijdig beëindigd zijn. Dit zijn óók mensen met mensenrechten, en de moord is net zo afkeurenswaardig als Job er niet onder lijdt, als wanneer hij er wél onder lijdt.
Je leest hier zonder enige poging tot inleving. Wat bedoelde de schrijver? Vanuit welke situatie vertrekt zijn denken? Welke middelen heeft hij om het probleem van het kwade in de wereld, en het lijden van de rechtvaardige aan de orde te stellen?
Peter van Velzen schreef:Men heeft nimmer het recht om bewust denkende wezens om te brengen en zeker niet om een vraag te kunnen beantwoorden. Het is de uitermate immorele gedachte dat er iemand kan zijn voor wie de moraal niet geldt, maar die wel een bron van de moraal zou kunnen zijn. Die bron is evident iets anders, zoals ik je al enige tijd probeer aan het verstand te brengen.

God die in strijd met het Kwade verwikkeld is, is een betere verklaring van het lijden in de wereld, dan jouw moderne morele principes. Als jouw moraal dan zo menselijk zou zijn, dan is het kwade gewoon een gevolg van de verkeerde keuzes van mensen? Is dat niet naïef?
Peter van Velzen schreef:Dus – vanaf de zinsnede waarin god het goedvindt dat zij zullen worden gedood – is de rest van het boek van generlei belang meer. De bron van de monotheistische moraal is immers gewogen en te licht bevonden. Hij is immoreel, en kan onmogelijk gehoorzaamd worden.
Lulkoek en oppervlakkig. Dat soort oordelen hoort in de kroeg thuis, waar je met je maten kunt schimpen omdat je het toch al met ze eens bent. Maar dat is geen manier om met mij te discussiëren. Vandaar mijn soundbyte. Vanaf het moment dat ik begreep dat jij eigenlijk geen enkele poging hebt gedaan om je te verdiepen in dit boek en de bedoelingen van de schrijver - je reageert op het boek alsof je alleen een samenvatting van de proloog op Wikipedia hebt gelezen - hoef ik er verder eigenlijk al niet meer op in te gaan.

Gebruikersavatar
Peter van Velzen
Moderator
Berichten: 15100
Lid geworden op: 02 mei 2010 10:51
Locatie: ampre muang trang thailand

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door Peter van Velzen » 11 jun 2015 12:39

Beste Robbert,

Waarom maak je dat soort armzalige excuses voor een zogenaamde almachtige schepper? Het doet er absoluut niet toe dat hij het zelf niet heeft gedaan. Charles Mansons heeft ook niemand vermoord! Hitler – grappig dat jij hem noemt – heeft ook nooit opdracht gegeven tot de Holocaust. Als de gangsterbaas toelaat dat zijn handlangers de kinderen van zijn slachtoffer vermoorden, zou enig rechter dan malen om het feit dat de baas de moord niet zelf had bedacht? Laat je niet om de tuin leiden door het feit dat deze handlanger Satan heet.Hij is een blijft een handlanger. In dit verhaal is God allerminst in een strijd verwikkeld met het kwaad, hij is alleen bezig met een debat over Job. En hoe worden de mensen ingeschakelt als partner? Door toe te laten dat ze vermoord worden? Heeft iemand de kinderen wat gevraagd? Hebben zij op enige wijze bijgedragen aan enige strijd? Jij slaagt er maarniet in om de kinderen van Job als zelfstandige wezens te zien, met een zelfstandig leven dat voortijdig beëindigt wordt. Omdat jij denkt dat hun leven een oppervlakkige zaak is, en dat het lulkoek is het centraal te stellen.

De bedoeling van het boek is mij duidelijk. God -zoals de gelovige hem zich voorstelt bestaat uiteraard niet. Er kan geen almachtige alwetenende en alom goede god zijn, zolang er kwaad in de wereld is. Dit is voor elke vrijdenker duidelijk. Telkenmale doet de gelovige pogingen deze tegenstrijdigheden te rijmen. Maar het lukt nimmer. Ook niet in dit verhaal. Ik ben best in staat om me in de schrijver in te leven, en ik weet dat hij het probleem van het kwaad in de wereld tracht te verzoenen met zijn vertrouwen op god. Maar wat hij probeert kan helemaal niet.

Waarom zou ik tegen een dode Hitler preken, en welke grond heb ik em te veroordelen, als de alom goede god hetzelfde doet als hij? Zie je niet in dat je onbedoeld zélf het kwaad vereert alsof het het goede zou zijn?

Een verzonnen god die met een verzonnen kwaad in een verzonnen strijd is verwikkeld heb ik niet nodig, om het lijden in de wereld te verklaren. Ik ben mij bewust van mijn geringe vermogens, van het morele falen van de mens en het gebrek aan zin in het lijden dat ons – ook daar waar wij moreel geslaagd zijn - desalniettemin overkomt. Alleen wie in een almachtige god gelooft heeft die strijd met het kwaad als verklaring nodig. Wie hem heeft losgelaten, heeft niets meer te verklaren, want mét zijn god heeft hij ook de contradictie doen verdwijnen.

Het kwade in de mens is hem evenzeer aangeboren als het goede. Kijk naar onze “neven” de chimpansees, die er op uit trekken om een andere troep chimpansees aan te vallen. Wie is er naief? Hij die meent dat de mens een aparte creatie is van een tirannieke eigenaar, of hij die weet waar wij echt vandaan komen? En vergis je niet, dit gedrag van de chimpansees heeft in aanleg dezelfde oorzaak als het gedrag van de Nazi’s.

Als ik het doden van de kinderen resoluut afwijs is dat geen lulkoek! Met een dergelijke kwalificatie diskwalificeer je alleen jezelf. En het is allerminst oppervlakkig om dit detail uit te vergroten. Want “het grote verhaal” is minder belangrijk, dan de rechten van de individuele mens. Het individuele leven negeren vanwege dat “grote verhaal”, dát is pas oppervlakkig!. Blijkbaar heb jij nog altijd geen juist besef van goed en kwaad en durf je die vrucht niet te eten. Mogen alleen de mensen in de kroeg oordelen dat je iemand’s kinderen niet om mag brengen om zijn trouw te testen? Misschien is het waar. Misschien zijn alleen de stamgasten daar in staat om de zin van het leven te beoordelen, en verdoe ik mijn tijd met jou.



Maar ik blijf hopen.
Ik wens u alle goeds

Gebruikersavatar
RobbertVeen
Forum fan
Berichten: 465
Lid geworden op: 17 jul 2014 12:10
Locatie: Dronten
Contacteer:

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door RobbertVeen » 11 jun 2015 13:17

Peter van Velzen schreef:Misschien zijn alleen de stamgasten daar in staat om de zin van het leven te beoordelen, en verdoe ik mijn tijd met jou. [...]
Maar ik blijf hopen.
Laten we het daar maar op houden.
Ik wens je het allerbeste, en Gods zegen!

Gebruikersavatar
RobbertVeen
Forum fan
Berichten: 465
Lid geworden op: 17 jul 2014 12:10
Locatie: Dronten
Contacteer:

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door RobbertVeen » 15 jun 2015 14:59

Beste Peter,

Kun je dan hier iets mee? (Ook ik blijf hopen...)

Het staat op mijn blogpagina en is niet direct aan jou gericht.

Staan er "immorele" teksten in de Bijbel?

Er zijn in ieder geval teksten in de Bijbel die ons onbegrijpelijk voorkomen omdat erin wordt vermeld dat God een daad beveelt of zelfs uitvoert, die in strijd is met algemene moraal. Niet alleen die van onze tijd, maar van elk weldenkend mens overal ter wereld in alle tijden. Voorbeelden te over. Men kan zo denken over het boek Job, waar we vinden dat God de rechtvaardige Job overgeeft in de handen van de Duivel en dan zegt: alleen van zijn leven moet je afblijven. Daarop vallen de Sabeeërs binnen, vermoorden zijn kinderen, plunderen zijn land, en dan stort ook nog het huis in waar zijn kinderen bijeen waren en uiteindelijk wordt Job geplaagd door zweren. Dat alles wordt toegelaten door God. De enige verstandige stem lijkt die van zijn vrouw te zijn die zegt: "vervloek God en sterf!"

Maar er zijn er nog veel meer. Numeri 31 bij voorbeeld, waar Mozes opdracht geeft vrouwen en kinderen te vermoorden, maar de maagden te sparen. Vanwege de "verleiding" die van de getrouwde vrouwen zou uitgaan. Of vele plaatsen in de Psalmen waar luidruchtig wraak wordt gevraagd, tot en met het "verpletteren van de kinderen tegen de rotsen" aan toe. Of de moord op de dochters van Lot in Sodom. Iedere Christen kent die passages. Ze zijn weer actueel nu in een verwante godsdienst - de Islam is namelijk mede op Christendom en Jodendom gebaseerd - dergelijke teksten in Koran en Hadith letterlijk worden genomen en gepraktiseerd. Wat de aanstootgevende teksten zeggen, is wat IS aan het doen is in Syrië en Irak.

Wat doen "wij" met dergelijke passages? We lezen er meestal overheen, dringen het weg uit ons geheugen, plaatsen het niet in ons Bijbels dagboek, zullen er zeker nooit over preken en houden het buiten onze theologie. Nu tenminste, meestal. Als je kijkt naar de manier waarop oudere theologische denkers ermee omgingen, dan zie je dat ze er kort over zijn: God heeft het nooit zo geboden. Of we zeggen: Mozes heeft dat gebod getrouw uitgevoerd, het ging toen om de "heiligheid" van God en die is een "verterend vuur" en daarmee moet je niet spotten, maar gelukkig is Jezus gekomen en die heeft de verhouding tussen God en de wereld veranderd. Zo kon je kool en geit sparen. Mozes bleef overeind want die deed Gods wil, maar Gods wil is veranderd nu Christus is gekomen. Numeri 31 is dan een gegeven uit het verleden, evenals de moord op Jobs kinderen, waar we liever niet aan herinnerd willen worden.

Toch blijven dergelijke teksten als een graat in de keel steken en iedereen die eerlijk is, zal dan ook zeggen dat hij niet begrijpt wat die teksten in de Bijbel doen. Het is wel duidelijk dat de strategie van negeren en interpreteren als "toen was het zo, maar gelukkig is het nu anders" wel bij ons werkt. Niemand komt op het idee dat God dit karakter vertoont. Maar toch wordt met die kant van Gods oordelende, onverbiddelijke gerechtigheid, die onbegrijpelijk ver boven ons moreel besef werkt, in ons godsbeeld wel rekening gehouden. Christus stierf voor de zonden en nam dit alles op zich - al die onreinheid, onheiligheid waar de Midianitische vrouwen en kinderen hun leven voor gegeven hebben. Goed. Maar is het redelijk en zinvol om aan te nemen dat de vader van Jezus - wie de Zoon kent, heeft ook de Vader gezien - in het OT werkelijk tot dergelijke opdrachten in staat was? Het blijft als een graat in de keel steken.

Ook een oude strategie is dat we de God van het Oude Testament als een onheilige, wrede tiran opvatten en tegelijk met het jodendom afwijzen. We houden een paar teksten over uit het Nieuwe Testament zoals de Bergrede en daarmee moeten we het doen. Zo deed Marcion het in de vroege kerkgeschiedenis. Daarmee snijden we ons weer tezeer af van het jodendom en verliezen we ook de inspiratie die vele Oudtestamentische teksten - Jesaja! Hooglied! - ons kunnen geven. Om maar te zwijgen van het feit dat Jezus nooit op die radicale wijze afstand heeft gedaan van de joodse Bijbel.

Een andere strategie hebben we ook nog. We zeggen dan, dat we elke passage uit de Bijbel willen interpreteren vanuit de eenheid van het geheel. Als we God leren kennen als barmhartig en genadig in Jesaja of het evangelie van Johannes, dan moeten we dat met terugwerkende kracht toepassen op teksten zoals Numeri en Job. Dan vinden we daar een gedeeltelijk, en eenzijdig beeld van slechts één enkel aspect van God, vanuit een beperkt gezichtspunt, in dit verband respectievelijk Gods volmaakte heiligheid (Numeri) en Gods absolute gerechtigheid (vooral dat Hij mag doen en laten wat Hij wil). De tekst blijft dan echter voor elke onbevangen Bijbellezer staan, zoals ze er staat. We halen dan uit het geheel van de Bijbel wél de motivatie om de aanstootgevende teksten te negeren, maar aanstootgevend blijven ze. En genegeerd worden ze.

De kerk beroept zich op een geloof in de openbaring. De Bijbel is de oorkonde en het geschreven getuigenis van die openbaring, en volgens vele evangelische christenen is de Bijbel dat letterlijk en woord voor woord. In die kringen is de aanstoot dus het hevigste. Maar ook daar worden de teksten zodanig geïnterpreteerd, dat uiteindelijk alles goed komt. Job krijgt toch immers zijn kinderen terug en de vrouwen die gedood werden hadden het ook verdiend etc. Een weinig overtuigende strategie, behalve dan in eigen kring waar trouwens onmiddellijk wordt gebruikt gemaakt van dezelfde strategie van selectie en verdringing. Want dit negeren en dood zwijgen van dergelijke teksten heeft vooral het karakter van verdringing in die kringen waar de Bijbel staat voor het onfeilbare, letterlijk geïnspireerde woord van God.

Is er een andere mogelijkheid? Wat is eigenlijk de manier van lezen van Bijbelse teksten? Voor ons als Christenen is Jezus Christus de vervulling van Wet en Profeten. Hij is de eigenlijke maatstaf van de strekking en de inhoud van de teksten van het Oude Testament. Wij nemen dat Oude Testament als Gods Woord in onze Bijbel op met een bepaald voorbehoud. Alleen in zoverre ze Christus verkondigen (Luther: Was Christum treibet) is voor ons heilige Schrift. Dat fundeert voor ons dat we gerechtigd zijn de tekst van Numeri 31 bij voorbeeld te meten aan de morele lessen van Jezus. Zou Hij de actie van Mozes hebben goedgekeurd? Ik meen dat de evangelieën stellen van niet. Numeri 31 is dan een onderdeel van een voorgeschiedenis, waaruit uiteindelijk door mensen een les is getrokken.

Op die wijze mag het geloof naar mijn overtuiging worden verdedigd. Met enige fantasie kan zelfs worden gesteld dat Christus sterft op joodse aanklacht, die geheel en al in de lijn ligt van Numeri 31. Wat onrein is, en onheilig, moet door de dood worden weggedaan. Christus sterft, op grond van dezelfde haat en ijver voor Gods heiligheid, die ook de vrouwen van de Midianieten het leven kostte. Christus, hoger dan Mozes. Maar dat is dan een modern idee, niet conform de tekst van het Nieuwe Testament die van Mozes stelt dat hij "getrouw was in zijn huis" zoals Christus dat is over het Zijne. Wanneer we Numeri 31 langs de meetlat van Christus leggen, dan zullen we dat ook moeten doen met de teksten van het Nieuwe Testament. Geheel de Bijbel wordt dan een zwevende, relatieve grootheid. Niet langer het absolute fundament van het geloof, maar een historisch hulpmiddel voor dat geloof, voor die navolging van Jezus, dat steeds weer opnieuw zijn waarde te bewijzen heeft. Selectie is dan geen afwijking van de norm, maar de enig toelaatbare manier van lezen zelf. Interpreteren, zelfs tegen de duidelijke bedoeling van de schrijver in, door allegorie te gebruiken, bij voorbeeld, wordt dan de norm in plaats van de afwijking. Van Numeri 31 kan zelfs worden gezegd dat we het in de Bijbel hebben staan als voorbeeld van uit de hand gelopen ijver voor Gods heiligheid, zodat we met verontwaardiging daarin kennis kunnen nemen van Mozes' onverantwoorde fanatisme - waarvoor hij in de tekst helaas niet bestraft wordt.

Ook de historische lezing van die teksten kan veel, om de benodigde afstand tot die tekst te krijgen en het morele dilemma te verhelderen. Wie schrijft het boek Numeri? En wat is de theologische achtergrond daarvan? Weten dat sommigen in Israëls geschiedenis ertoe gekomen zijn de heiligheid van God op die manier te bezien en in verhalen te onderwijzen, kan helpen om een zekere sympathie te krijgen voor de ijver waarmee ze God wilden dienen, en tegelijkertijd geeft het een plaats voor de moderne afschuw die we terecht hebben voor dat soort ideeën over geweld en heiligheid.

De enige oplossing die ik zien kan, is dat we er toch toe komen om onze redelijkheid en het morele besef dat we in (en soms ondanks) ons geloof hebben, als maatstaf voor het begrijpen en toepassen van de Bijbelse tekst te gebruiken. God is redelijk, Hij is Geest. We moeten Hem aanbidden in Geest en in waarheid. Maar dan moet het dus gaan om die redelijkheid (geest) en die waarheid - desnoods tegen de Bijbelse tekst in. Het late jodendom heeft, evenzeer als het christendom, in zijn commentaar en uitleg van de Bijbelse tekst altijd het commentaar boven de tekst gesteld - maar ook altijd in piëteit gezegd dat het commentaar de tekst volgde. Toen de radicale reformatie voorstelde om niet "sola Scriptura" - alleen het Woord - als beginsel te nemen, maar Geest en Woord te laten samengaan, werden zij daarom verketterd.

Geest en Woord! De Geest is de enige uitlegger van het Woord! Wat in de praktijk betekende dat de gemeenschap als geheel, en niet de geleerden en geen vergadering van kerkelijke leiders, de interpretatie van de Bijbel mochten uitvoeren, zodat de geleefde, gemeenschappelijke geloofservaring het criterium werd van zin en onzin in de Bijbeluitleg. Maar zij drukten als beginsel uit, wat elke geloofsgemeenschap altijd gedaan heeft. Dat commentaar mocht, zelfs tegen de bedoeling van de schrijver in - wat ook nooit gezegd werd - de morele betekenis van de tekst desnoods door allegorie te voorschijn brengen. Numeri 31 werd een tekst die spreekt over vreemde invloeden op de zuiverheid van de geloofsgemeenschap, en het moorddadige geweld tegen de vrouwen werd vertaald als resolute beslissing om de gemeenschap op haar gelovige fundament te laten staan. Noch de heiligheid van God als verterend vuur, noch het geweld tegen de Midianieten, noch de vreemde voorkeur om de maagden te laten leven, maar de getrouwde vrouwen te doden, speelde daarbij nog een rol. De bedoeling van de schrijver werd dus genegeerd, en de tekst alleen als aanleiding gezien voor een commentaar dat geheel op eigen benen kon staan.

Sommigen zullen dan echter zeggen, dat we de moraal - ons eigen morele besef - en niet langer de Bijbelse tekst tot maatstaf van het geloof maken. In zekere zin is dat zo. De moraal die we leren van onze geloofsgemeenschap, die gevoed wordt uit Christus, wordt inderdaad de maatstaf van de lectuur van de Bijbel. De ene tekst - de Bergrede bij voorbeeld - legt ons op de andere tekst - Numeri 31 bij voorbeeld - tot een spirituele allegorie om te vormen. De historische concrete situatie en daad die wordt beschreven, wordt een verpakking waarachter we de morele betekenis van de tekst trachten te ontwaren. Die moet er zijn, zeggen we, op grond van het dogma of vooroordeel dat "heel de schrift" door God doorademd is. Maar die zit dan zeker niet aan de oppervlakte en is niet conform de bedoeling van de schrijver. Het zijn gekunstelde exegeses, constructies zonder historische of literatuurwetenschappelijke status, die ons ertoe kunnen brengen met deze "aanstootgevende passages" op die manier om te gaan.

Het geloof leeft niet van de letter die doodt, maar van de Geest die levend maakt. Ik verdedig het recht van het commentaar, zelfs wanneer er niets overblijft van de bedoeling van de auteur, zoals in het geval Numeri 31. Allegorie is een toelaatbare, kerkelijke - niet wetenschappelijke - methode om de Bijbel te laten spreken. En wat zij dan zegt, moet in overeenstemming zijn met beginselen van moraal die ons worden geleerd door Christus, maar die door anderen met enig nadenken eveneens gevonden kunnen worden. Dat morele besef en die redelijkheid zijn niet het particuliere eigendom van christenen. Ons geloof geeft ons tot die algemene moraal een bijzondere toegang. Met de verhalen van Oude en Nieuwe Testament vormen wij een vertellende gemeenschap waarin we die moraal proberen actief en bewust te beleven en met elkaar te delen. We zijn een lerende gemeenschap, die uitdrukkelijk en hardop zegt, wat voor anderen misschien alleen een intuïtie in de huiskamer blijft.

Daarom heeft Immanuel Kant gelijk wanneer hij zegt in zijn "Religie binnen de grenzen van de zuivere rede", dat de schriftgeleerdheid (de kunst van het vrije commentaar) en de religie van de redelijkheid (het inzicht in de algemene, redelijke moraal) de eigenlijke instanties zijn, waarmee de Bijbel in de Kerk wordt uitgelegd.

Gebruikersavatar
Peter van Velzen
Moderator
Berichten: 15100
Lid geworden op: 02 mei 2010 10:51
Locatie: ampre muang trang thailand

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door Peter van Velzen » 15 jun 2015 17:56

Wie de teksten van de vroegste bijbelboeken leest, op dezelfde manier waarop hij een heidens epos leest, ziet veel overeenkomsten en slechts één opvallend verschil. Terwijl de gebeurtenissen die de macht der mensen te boven gaat, in de heidense geschriften aan meerdere onderling strijd leverde goden worden toegeschreven, kent de bijbel – althans in haar huidige vorm – slechts één god. De contouren van vroegere vormen waarin meerdere goden voorkwamen, zijn hier en daar nog vaag te herkennen, maar de bijbel is toch vooral het verhaal van de ene god en zijn uitverkoren volk.

Maar is deze god nu zo veel anders dan zijn heidense concurrenten? Hij lijkt welhaast ziekelijk jaloers, reageert buiten alle proporties, en keert zich telkenmale weer tegen zijn eigen uitverkorenen. Die mogen zijn toorn dan weer afwenden door hunnerzijds hun vijanden te vuur en te zwaard te bestrijden. Het is dezelfde onredelijke furie, die de mens van de vernietigende natuur kan verwachten. Ziekte en hongersnood, plagen van ongedierte, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen, stormen en overstromingen. Ze treffen de goedwillende mens even vaak als de boze. Zo was de wereld waarin de mensen toen leefden en precies zo waren hun goden.

Toch klinkt temidden van het redeloze geweld, ook een ander stem door. “gij zult niet doden”, “gij zult niet stelen”, gij zult geen overspel plegen”, gij zult geen valse getuigenis afleggen” en uiteindelijk “heb uw naaste lief gelijk uzelf”. Zoals dat laatste gebod in het evangelie naar voren komt, lijkt het welhaast of de hoofrolspeler uit dát verhaal van mening is, dat dít de ware uitleg van het laatste van de 10 woorden uit de decaloog, en dat alle andere er toe herleid kunnen worden, Hij schenkt géén aandacht aan afgoderij, acht de sabbathviering van secundair belang, en spreekt niet met eerbied over zijn god, maar met liefde, als over een vader.

De god uit de oude verhalen is géén goede vader, maar richt een slachting aan onder zijn eigen kinderen, zoals de heidense goden dat onder de heidenen deden. Het volk is evenmin een goed volk. Het richt een slachting aan onder de vijanden die het de baas kan, en maakt zichzelf wijs dat die vijanden slechts hun verdiende loon kregen, terwijl machtiger vijanden, die meer verwijtbare daden hadden gepleegd telkenmale hun straf ontliepen. Zie ook hoe verwante stammen werden gespaard, maar niet verwanten die op hetzelfde land aanspraak maakten wel werden “gestraft” voor “hun” daden. Numeri 25 en 31, zijn uitstekend te begrijpen als je de oorzaken herkent!

De zinloosheid van de natuurkrachten was noodzakelijkerwijs ook aanwezig in het handelen van de god of goden, waaraan ze werden toegeschreven, en de onrechtvaardigheid van de stammen politiek wordt ook door de stamgod goedgekeurd. Dat was immers waartoe hij werd vereerd!

In het evangelie is deze stamgod inmiddels een andere persoon geworden dan we in de oude geschriften vinden. Wat is er gebeurd? Waarom gelooft men in de tijd van keizer Tiberius nog wel in dezelfde god, maar is hij zoveel menselijker geworden? Is het omdat men in die tijd als mens meer macht heeft over de wereld en de burger meer te vrezen heeft van Rome’s legioenen dan van natuurcatasrtophes? Of is het, omdat mens beseft dat het geloof geen macht heeft over de natuurelementen, maar wel over de menselijke verhoudingen? Of omdat men beseft dat de wereld veel groter is dan de provinciale politiek van een onbetekenende stam?

In een wereld echter waarin geschriften zeldzaam en kostbaar zijn, waarin er geen drukpers was, maar hardwerkende kopiïsten nieuwe afschriften moesten maken van de weinige teksten die aan de verwoesting van hun wereld onder Nebukadnezar waren ontkomen, was niemand bereid de oude werken weg te gooien. Ze waren het weinige dat hen nog restte van een bijkans vernietigde cultuur. Men kón ze niet de rug toekeren.

Dat verklaart waarom die oude teksten in ere werden gehouden, hoe men ook over de erin beschreven verhalen mocht oordelen. Ze waren het erfgoed van een volk. Zoals de massamoordenaar Jan Pieterszoon Coen tot het Erfgoed van Nederland behoorde, en de uitbuitende Verenigde Oostindische Compagnie, ondanks haar werkelijk onbarmhartige uitbuitersmentaliteit het voorbeeld was van de mentaliteit die de minister president zijn volk aanbeval. De geschiedenis herhaalt zich niet precies, maar ze vertoont opvallende gelijkenissen.

Maar wie deze geschriften niet ziet als een erfstuk uit een niet zo heel verheven verleden, vol van daden waarvoor men zich eigenlijk zou moeten schamen, maar als voorbeeld dat navolging verdient, ja zelfs voor het woord van de ware god, die zadelt zichzelf met een geweldig probleem op.

Want het klopt niet. De daden zijn niet die van een goede vader en zijn kinderen. Ze zijn nog steeds wat ze van oudsher waren, de daden van de onbarmhartige natuur en de even onbarmhartige stammen die erin slaagden er in te overleven, vaak ten koste van anderen.

In een wereld waarin alle volkeren ter aarde ideeën en goederen uitwisselen, en waarin de natuurkrachten zijn verklaard, al zijn ze dan nog niet bedwongen, past een dergelijk verhaal niet langer, en zitten we er mee in onze maag. Maar wie beseft dat ze het product zijn van een god waarin we niet langer geloven en een stammenmoraal die wij niet langer meer beleiden, weet heel goed wat hij er mee aan moet. De god uit deze boeken kan hij afwijzen als een onjuiste verpersoonlijking van de natuurkrachten, en de exofobe stammenmoraal kan hij afwijzen net zoals hij het fascisme uit zijn recentere verleden afwijst.

Maar daartoe dient men dus te beseffen dat déze god in elk geval nooit als persoon heeft bestaan, maar slechts een creatie was van de zwakke mens, die trachtte de catastrophes van zijn tijd te verklaren, die als bron werd aangewezen, voor de handelingen die de stammenkoningen ten eigen bate bevalen. Maar in werkelijkheid niets van dat alles had bedacht.

Het wordt echt een stuk gemakkelijker als je niet wordt gehinderd door de neiging de verklaringen uit een tijd waarin nog geen wetenschap bestond, en waarin de wereld niet groter was dan tien dagreizen te voet, voor waar aan te nemen, en ze – in het licht van de kennis van tegenwoordig – als begrijpelijke misvattingen kunt beschouwen. Daarom heeft een vrijdenker het niet moeilijk met die teksten. Hij kan beschouwen als wat ze werkelijk zijn: Misvattingen.

Maar omdat ik weet dat de gelovige nu eenmaal geloven wil. Meer dan de gemiddelde mens, meer dan de vrijdenker – die ook héél veel dingen gewoon gelooft omdat ze op wikepedia staan – daarom zal ik de gelovige slechts vragen zich toch vooral te houden aan het weinige in zijn geloof, waar ik geen misvatting in bespeur:

“Heb uw naaste lief gelijk uzelf”.

Want alles wat daarbij komt, is uit den boze.
Ik wens u alle goeds

Gebruikersavatar
RobbertVeen
Forum fan
Berichten: 465
Lid geworden op: 17 jul 2014 12:10
Locatie: Dronten
Contacteer:

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door RobbertVeen » 20 jun 2015 12:24

“Wie God laat vallen, houdt zich des te steviger vast aan het geloof in de moraal.”

Dat is een tekst van Nietzsche die ik herlas deze week en toen moest ik aan jou denken. Is dat niet wat bij jou en vele anderen gebeurd is? Is dat niet wat er gebeurde in de cultuur zelf, die met vele “vervangende autoriteiten” kwam, toen God was buitenspel gezet? De autoriteit van het geweten bij voorbeeld, of van het belang van de naaste, of van de noodzaak van samenwerking binnen de evolutie. Of de autoriteit van de redelijkheid, die ons beveelt de waarheid en niets dan de waarheid te vinden, voorbij God en gebod.
Volgens Nietzsche eindigt elke morele waardering in het nihilisme. Je kunt van het geloof in God komen naar een geloof in de moraal, totdat ook dat geloof uiteindelijk moet wegvallen. Wat moest wegvallen waren niet per se de waarden, maar het geloof in de waarden. Moderne wetenschap beschrijft en verklaart zonder morele waarden. Ze geeft ook geen grondslag van morele waarden: ze verklaart waarom het evolutionair “nuttig” kan zijn dat de mensheid zich aan morele waarden houdt, maar ze schrijft niet voor welke waarden dat zijn. “Nut” is ook geen morele waarde, maar een pragmatische. En zodra morele waarden pragmatisch verklaard en aangenomen worden, is het geloof in die waarden van geen enkele betekenis meer.
Daarom wil jij niet aan het idee van anti-waarden, van een anti-moraal, daarom bagatelliseer jij de sociale dwang achter die morele aarden, daarom verschans jij je in het geloof in ons moreel bewustzijn, tegenover elke mogelijkheid dat daarachter wensdenken en projectie schuilgaat, daarom oordeel jij over het boek Job met een simplistische morele afwijzing: God doet het kwade, het Kwade moet altijd worden bestreden, dus (geloof in) God moet worden bestreden. Daarom wil jij alleen maar horen van het lieflijke “hebt je naast lief” omdat jij daarmee in de toverwereld van je alledaagse moraal blijven kunt.
Nietzsche wist – zij het alleen kritisch en negatief – van het “meer” en het “andere” dat in de moraal van het Christendom ligt. God is boven goed en kwaad. Hij is “de goede” niet omdat Hij doet wat wij als het goede aanmerken, maar omdat alleen een God ons het “goede” kan definiëren. Boven onze moraal uit, zocht de belangrijkste Godsloochenaar van de moderne tijd ook naar een “meer”, maar hij zocht het in of beter voorbij de mens: de Bovenmens moest komen, voorbij goed en kwaad. En bij de geboorteweeën van de nieuwe tijd moest je het nihilisme rekenen, dat twee eeuwen lang zou heersen. Midden in die tijd van het nihilisme – religieus verpakt, sociaal verpakt, politiek verpakt – kom jij en zegt: het is genoeg dat we onze naasten waarderen en liefhebben. Zie je niet hoe disproportioneel jouw wetenschap plus alledaagse moraal is met de kwesties die werkelijk aan de orde zijn?

Gebruikersavatar
Peter van Velzen
Moderator
Berichten: 15100
Lid geworden op: 02 mei 2010 10:51
Locatie: ampre muang trang thailand

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door Peter van Velzen » 20 jun 2015 15:24

Beste Robbert

Ik heb nooit de moraal beschouwd als afkomstig van god, want ik heb haar van mijn moeder geleerd. Die heeft mij geleerd dat je geen kwaad moet doen omdat je daarmee anderen verdriet doet, en voor zover ze erbij aan “onze lieve heer” refereerde, vertelde ze dat ook die er verdriet door zou lijden. Later op de sint Jozefschool werden wij verre gehouden van de minder stichtende onderdelen van het oude testament, en leerden we eigenlijk dat god niet anders wilde dan ons moeder: Dat wij anderen geen verdriet zouden doen. Zo heb ik onze moraal dus nooit aan een god verbonden maar wel een god aan onze moraal. Het was omdat het zo’n geweldig idee was, dat een almachtig persoon uiteindelijk het goede zou belonen en het kwade zou straffen, dat ik nog lang heb vastgehouden aan het geloof in die god. In wezen slechts een geloof in ultieme rechtvaardigheid. Toen ik dat wensdenken uiteindelijk opgaf, veranderde er verder niets, behalve dat ik wat realistischer tegen de wereld aankeek.

Het geloof in de opdracht van mijn moeder om anderen geen verdriet te doen, heb ik echter nooit hoeven opgeven. Ze wordt een allerlei wetenschappelijke studies verklaart als een gevolg van onze aangeboren neiging tot empathie en onze vaardigheid om daarmee groter sociale verbanden aan te gaan. Ik heb niet zo veel sociale druk nodig om haar trouw te blijven. Het is me van kinds af aan bijgebracht, en het is makkelijk te begrijpen. Waarom zou ik anderen verdriet doen als ik het kan vermijden?

Welke kwestie zijn er anders aan de orde dan deze? Hoe voorkomen wij verdriet bij anderen zowel als bij onszelf? Elke politicus heeft het geluk van een of meer mensen of ook dieren voor ogen, en hij of zij spiegelt zijn of haar kiezers voor dat het mede hún geluk is, en het geluk van hen waar zij voor opkomen. Sommige zijn misschien niet helemaal eerlijk, maar elk maakt zichzelf op zijn minst wijs, dat hij of zij staat voor wat hij of zij, zijn of haar kiezers verteld.

Ik ken geen nihilsme, omdat ik altijd heb geweten dat ik anderen verdriet kan doen of juist vreugde brengen. Waarom zou ik met niets genoegen nemen, zolang als ik iets kan betekenen? Sociale druk dwingt mij hoogstens om mij netjes te kleden, en de beleefdheid te bezigen die van mij verwacht wordt. Hij dwingt mij niet om het standpunt te huldigen dat we elkaar geen verdriet moeten doen, maar juist zo nu en dan moeten helpen. Dat is mijn eigen overtuiging. Wellicht deels geleerd van mijn vader en moeder, wellicht deels in overeenstemming met mijn eigen vermogen tot empathie. Wellicht ook aangevuld met wat ik her en der heb geleerd en opgestoken. Maar sociale druk? Ik heb haar in dat opzicht nooit gevoeld.

Ik weet dat er anderen zijn die haar wel hebben gevoeld. Die keurig naar de kerk gingen ofschoon ze er niets vonden, omdat het zo hoorde. Zelf mensen die hun genegenheid tot hun sexegenoten moesten verbergen omdat het een abominatie zou zijn. Mensen die niet hun grote liefde huwden, omdat die niet van hetzelfde geloof was en waarschijnlijk nog meer zaken, die ik niet een-twee-drie kan verzinnen. Ik heb daar nooit last van gehad. Zo was met name mijn vader niet. Iemand die altijd mee kon voelen met elk mens – goed of slecht – en niemand haat toedroeg, maar die zich wel boos kon maken op wie anderen onnodig pijn deed.

Ik weet wel degelijk dat er anti-waarden zijn. Dat zijn de waarden van het concurrerende dier, van het willen domineren, het willen veroveren en verdedigen van een territorium, het streven naar sexuele veroveringen, het uitschakelen van vijanden. Ze hebben in onze evolutionaire geschiedensi allemaal een rol gespeeld, en deels doen ze dat nog. Maar daarvoor hebben we geen moraal nodig. Een moraal is het cultureel uitnutten van onze empathie teneinde grotere samenwerkingsverbanden te kunnen aangaan, en in een tijdperk waarin we er toe in staat zijn onze wereld te vernietigen, zijn de grootst mogelijke samenwerkingsverbanden noodzakelijk, willen we voorkomen dat wij dat ook doen. Dus is de moraal van groter belang dan ooit.

Nog voordat ik Nietsche gelezen had, had ik dan ook al een oordeel over hem klaar. De titel “Jenseit Gutes und Böses” zei mij eigenlijk al genoeg. Terecht stelde hij de in zijn tijd geldende morele waarden ter discussie. Maar ik heb hem nooit geloofd toen hij beweerde het kwaad over het goede te verkiezen. En ik geloof nog steeds niet dat hij dat echt gedaan heeft. Hij heeft slechts de schapen van de geiten gescheiden, en had de bokkige geiten meer lief, dan de makke schapen. Juist omdat de machtigen der aarde zoveel van makke schapen hielden.

De toekomst is niet aan de drieste wereldveroveraars. De toekomst is aan de kruideniers. Die geven ons te eten. En als we niet te eten hebben, dan hebben we verdriet. En dat wil de zoon van mijn moeder niet.
Ik wens u alle goeds

Gebruikersavatar
Peter van Velzen
Moderator
Berichten: 15100
Lid geworden op: 02 mei 2010 10:51
Locatie: ampre muang trang thailand

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door Peter van Velzen » 23 jun 2015 12:47

Beste Robbert,

Een persoonllijke waarheid is de waarheid omtrent jouw persoon, jouw gedachten.

Ik wil best geloven dat jij in een god gelooft. Dat is dan waarschijnlijk waar. Ik kan dat uiteraard nooit zeker weten. Er is geen objectief criterium voor. Hoe zou ik ooit kunnen bepalen of jij werkelijk geloofd wat je zegt? Dat kan ik niet. Maar als jij het zegt, dan geloof ik je.

Maar zelfs als is jouw geloof in god nog zo waar, dat maakt het bestaan van die god nog steeds geen waarheid. Ook geen persoonlijke waarheid. Daartoe zouden er in jouw ervaringen bewijzen moeten zijn die voor jou onomstotelijk zijn. Die het voor jou méér maken dan een geloof. Je hebt ons niet verteld dat die ervaringen er zijn, dus hebben wij ook geen reden om aan te nemen dat die ervaringen bestaan. En derhalve is er ook geen reden om te denken dat het bestaan van god voor jou persoonlijk een waarheid is.

Als jij daarentegen inderdaad ervaringen hebt – waarvan je weliswaar niet aan ons kunt bewijzen dat je ze hebt gehad – maar die voor jou zonneklaar maken dat datgene waarin jij gelooft waar is. Dan zou je geloof meer zijn dat een geloof. Dan zou het inderdaad een persoonlijke waarheid zijn.

Maar dan noch, is het maar de vraag of jouw slaafse idee van een goddelijke bezitter van jouw persoon óók onderdeel is van die waarheid, of dat je daar - óók persoonlijk - geen bewijzen voor hebt ervaren. En je kunt al helemaal geen persoonlijk bewijs hebben dat deze goddelijke bezitter ook andere slaven bezit over wie hij naar believen kan beschikken. Dat is zéker geen persoonlijke waarheid, want het gaat geheel andere personen dan jouzelf aan. Daar weet jij dus helemaal niets van, en dat zul jij die anderen moeten vragen. Onzerszijds – en ik meen hier voor alle vrijdenkers ter wereld te kunnen spreken – is dat een persoonlijke ónwaarheid.

En omdat wij grote empathie hebben voor anderen waaronder jij, is het een idee dat wij voor elk bewust denkend mens, van harte verwerpen. Daarom: Kijk zonder vrees om je heen, je bent een vrij mens, met een onvervreemdbaar recht op leven, vrijheid en het streven naar geluk!
Ik wens u alle goeds

Gebruikersavatar
RobbertVeen
Forum fan
Berichten: 465
Lid geworden op: 17 jul 2014 12:10
Locatie: Dronten
Contacteer:

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door RobbertVeen » 21 sep 2015 13:43

Een nieuwe aanzet, Peter. Zodra ik wat meer tijd heb, zal ik reageren op wat jij eerder hebt geschreven. Het is een beetje aanmodderen, maar ik kan er niet veel aan doen in deze tijd. Na mijn pensionering wordt dat beter, maar dat is nog even wachten...
==========================

Bestaat er een gemeenschappelijke ruimte waarin de christelijke ethiek en een natuurlijke, rationele vorm van ethisch denken met elkaar gemeenschappelijk hebben – waarin ze tot een vruchtbare dialoog kunnen komen? Dit is mijn zoveelste poging om scherp te krijgen waar mijn gesprek met Peter over gaat of over zou kunnen gaan. Het was de bedoeling om "evangelisch denken" en "vrijdenken" tegenover elkaar te stellen. Maar zelfs als er alleen maar een tegenspraak tussen die beide bestaat, moet er nog iets gemeenschappelijks zijn – zoals Hegel heeft laten zien, berust elke tegenspraak op iets gemeenschappelijks omdat er anders alleen maar een neutraal onderscheid zou zijn.

Christelijke ethiek berust op een uitleg van de bijbel – als de grondwet, het getuigenis omtrent een bijzondere boodschap, die voor een bijzondere gemeenschap de hoogste bron en vorm van de waarheid is. Toch kan de christelijke ethiek niet anders dan redeneren, is zij verplicht proposities te formuleren die hun waarheid niet alleen maar ontlenen aan de relatie met deze schriftelijke bron, maar moet zij ook een beroep doen op de redelijkheid. Van alle christelijke ethische uitspraken, moet verantwoording kunnen worden afgelegd. Het is ondenkbaar dat een ethische regel alleen maar op grond van autoriteit wordt geformuleerd.

Waarom is dat? Ten eerste. Omdat het Bijbelse beeld van God steeds opnieuw een eenheid kent van zedelijke wil en redelijkheid, van heiligheid en van (algemeen inzichtelijke) moraal. Wat God doet gaat principieel ons verstand te boven, maar doet tevens een beroep op ons begrip. Die spanning is er altijd. In welke vorm dat ook in de bijbel voorkomt – inclusief in die moeilijke vormen van de uitvoering van een uiterste, abstracte en absolute en dan toch in de verhalen ook een historisch concrete gerechtigheid. Wanneer je de verhalen over deze uiterste en abstracte gerechtigheid uit het verband van de gehele bijbel haalt, is dat beroep op de redelijkheid uitgesloten. (Want dan krijg je: waarom worden de inwoners van Kanaän gedood? Omdat God het zei! Dat is een gebruik van de bijbel dat in de christelijke theologie onaanvaardbaar is geworden.) Dergelijke verhalen kunnen naar mijn gevoel alleen nog in het geheel van de bijbel functioneren, wanneer ze, inclusief hun eigen historische intentie, worden gelezen als hulpconstructies bij het grotere verband. Als aanduidingen bijvoorbeeld van de grondeloze en absolute gerechtigheid, als een poging om te laten zien hoe absolute gerechtigheid zou moeten optreden in een historische en concrete situatie. Maar niet om daarmee te zeggen, dat hier een moreel handelen wordt weergegeven dat moet worden herhaald, of het wezen van God uitdrukt, of als principe moet functioneren voor alle overige passages in de bijbel.

Waarom is dat? Ten tweede. Het Bijbelse beeld van de mens is dat deze in staat is om de waarheid te zoeken en te vinden, in vrijheid kan handelen, en voor zijn daden verantwoordelijk is. Het Bijbelse beeld van de mens is dus dat de mens een zedelijk subject is, en daaruit volgt een heel belangrijke conclusie. De opdracht die God kan geven tegenover het zedelijke handelen van de mens kan niet in strijd zijn met de redelijkheid, en kan ook alleen maar worden uitgevoerd wanneer die mens de opdracht als het zedelijk goede kan inzien. (Misschien heeft de theologie dat van Immanuel Kant moeten leren.) Sterker nog, zoals vooral naar voren komt in de prediking van Jezus, is de innerlijke intentie van alle geboden van God de voltooiing en bevordering van het menselijk leven. En in die zin moet er een samenhang zijn tussen Gods gebod en datgene wat van nature in het bestaan van mensen als moreel goed wordt erkend. In ieder geval wat het doel betreft, moeten die beide samenvallen.

Het Bijbelse idee van de bijzondere heerschappij van God over Israël en de gemeente van Christus – exclusief, concreet, historisch bepaald – moet dus de vorm zijn waarin het hoogste goede universeel zich tot aan alle mensen richt. Kort gezegd, in de bijzondere vorm van de christelijke ethiek moet het algemeen goede tot gelding worden gebracht. Of nog anders gezegd: het bijzondere goede van de christelijke ethiek moet een toegang zijn tot het universeel goede voor alle mensen. Het verzet van Jezus tegen bepaalde vormen van joods denken is er vooral op gericht om te voorkomen dat het bijzondere van Gods gebod zich als het ware in zichzelf gaat opsluiten, en niet meer de toegangsweg tot het universeel goede is, maar uitsluitend de moraal van een bijzondere gemeenschap – sektarisch dus – bepaalt.

De prediking van Jezus, en daarmee de kern van de christelijke ethiek, is een poging om het menselijk handelen niet te beschouwen als een gesloten, cultureel bepaald systeem van morele normen, maar als een radicale opdracht om in elke vorm van moraal het gebod van de liefde tot de kern, tot het doel, tot de grond van alles te maken. In elke situatie moet die morele regel gevolgd worden, die ertoe leidt dat het goede gedaan wordt vóór een ander. En dat is een algemeen beginsel waaruit niet kan worden afgeleid welke bijzondere morele regels van kracht zijn. De casuïstiek die in het Jodendom voortdurend de morele regels aanvult, uitbreidt en overdenkt wordt hier met de opdracht tot een algemene mensvriendelijke en liefdevolle houding tegenover de naaste terzijde geschoven. Dat alleen al maakt dat de christelijke ethiek is aangewezen op een redelijke verantwoording van de concrete invulling van dit universele liefdesgebod. De openbaring in de bijbel is niet te beschouwen als in zichzelf gesloten, maar als een voortdurende uitdaging aan ons huidige zedelijke inzicht, om de "extra mijl" te gaan en in onze schijnbaar vanzelfsprekende morele regels de radicaliteit van het liefdesgebod te verwerken.

Christelijke ethiek is dus onmogelijk zonder deze spanning tussen Bijbelse openbaring en redelijke verantwoording.

Deze spanning wordt extreem, wanneer deze Bijbelse openbaring nu aan een filosofische kritiek wordt onderworpen ten aanzien van haar waarheid. Het is niet genoeg dan te antwoorden, dat de christelijke ethiek een bijzondere vorm van moreel handelen van een specifieke gemeenschap is en dus alleen een tot een concrete gemeenschap behorende manier van leven is. Het dubbelgebod in het christendom - liefde tot God én de naaste - is een éénheid, als het beginsel van elk moreel handelen. Maar wat blijft er van de moraal in dit dubbele perspectief over, wanneer de liefde tot God kan worden afgedaan als een gevaarlijke inperking van de liefde tot de naaste? Wat dan, als de waarheid is, dat deze God - die "jaloerse" God van het OT - juist de naastenliefde in de weg staat door voor zichzelf de volledige inzet van "ziel, hart, kracht en verstand" op te eisen? Laat staan wanneer moet worden ingezien dat deze God niet bestaat?

Voor mij komen er dan dringende vragen op:

1. Staat de liefde tot God in het dubbelgebod voor een negatieve, kritische houding tegenover elke algemene "ordening" van het leven, waarbinnen de moraal en zedelijkheid van een gemeenschap zich ontplooit? Wordt die cultureel bepaalde "orde" voldoende kritisch bezien, in de vormen van moraal die wij tegenwoordig vanzelfsprekend achten?

2. Is de "liefde tot God" seculier te vertalen als een commitment voor een orde van vrijheid, die elke maatschappelijke en culturele "orde" te boven gaat? Is zij - met Lévinas - een beginsel van an-archie?

3. Is de liefde tot de naaste niet juist vanwege het feit dat zij nu gelijk gesteld wordt aan het eerste gebod, doortrokken van diezelfde an-archie en is het daarom dat in het verhaal van de barmhartige Samaritaan de naastenliefde als een vrijgevige, excessieve zorg voor de behoeften van anderen wordt uitgelegd? En gemotiveerd - op de achtergrond van de exgese - door de gedachte dat "God" zich met eenzelfde vrijgevige en excessieve liefde tot de mens heeft gekeerd?

Mijn tijd is op. Maar ik probeer deze gedachtengang te vervolgen...

Gebruikersavatar
Peter van Velzen
Moderator
Berichten: 15100
Lid geworden op: 02 mei 2010 10:51
Locatie: ampre muang trang thailand

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door Peter van Velzen » 21 sep 2015 15:35

Beste Robbert,
Het is duidelijk dat ik zwaar in het voordeel ben, aangezien ik reeds drie jaar geleden ben gestopt met werken. Ik hen er inmiddels een vrijwilligersbaantje als moderator bij, maar dat is – als je niet eens je eigen afwas hoeft te doen, omdat je (stief)kinderen en kleinkinderen dat voor je doen - nauwelijks een hindernis.

Ik denk dat er niet alleen een gemeenschappelijk ruimte is waarin we tot een ethische dialoog kunnen komen, maar dat de ethiek grotendeels dezelfde is. Aleen doen wij het zonder god. Dat is eigenlijk alles. Wij kennen geen absolute authoriteit, en accepteren alleen de autoriteit van de bewust denkende mensen. Alle bewust denkende mensen.

Onze ethiek berust op de onderlinge empathie en de onderlinge samenwerking. Deze is echt nauwelijks te onderscheiden van “Hebt uw naaste lief gelijk u zelf. Wij erkennen slechts relatieve en tijdelijke authoriteit. Wetenschap, Parlement en rechter, spreken slechts over het hier en nu, en wat zij vandaag zeggen, kan morgen anders zijn. Het is echter de onderlinge empathie en samenwerking die altijd buiten kijf blijven.

Toen ik nog gelovig was, erkende ik slechts de authoriteit van de decaloog. Nu ik het idee van god heb laten vallen, blijven er daar slecht zes woorden van over, welke uitstekend kunnen worden samengevat door “het tweede gebod daaraan gelijk”. De overige “wetten” uit de Pentateuch heb ik nooit als zodanig aanvaard. Ze waren in mijn ogen soms evident fout en veelal onzinnig. Ze zijn niet te verenigingen met onze onderlinge empathie.

De onaanvaardbare daden en geboden van de god uit het oude testament, zijn het beste te verklaren als men beseft dat het ten alle tijden die zaken waren waarover de mens geen macht had, die aan de wil van goden werden gewijt. Aardbevingen, overstromingen, stormen, vulkanische uitbarstingen, droogte en hongersnood, ziekte. Al deze zaken waren onredelijk en onverdiend. En de god die ze veroorzaakt, kan dan ook slechts als onredelijk en onrechtvaardig worden afgebeeld. Tevergeefa heeft men getracht een geloof in ultieme rechtvaardigheid te behouden, door deze zaken als straf voor menselijke daden af te schilderen. Noodzakelijkerwijs moest dat uiteindelijk wel leiden tot de oplossing dat de mens eigenlijk gewoon slecht was, en alle straf verdiende. En eigenlijkj alleen maar blij kon zijn, dat hem nog zoveel vergeven werd. Maar in werkelijkheid, zit er geen god achter natuurcatastropes of ziektes. Ze zijn niet het gevolg van de wil van een god, maar van natuurwetten en wie het overkomt heeft gewoon pech gehad,

Wij kennen dan ook geen spanning tussen het bijbelse woord – wat voor ons woorden als alle andere zijn – en onze moraal. Ze hoeven helemaal niet overeen te stemmen. En we zouden juist bijzonder verbaasd zijn als zij dit altijd deden. Wel verwachten we dat de bijbelse moraal met de tijd, dichter bij de onze komt te liggem en da dóet ze ook. Als zodanig was het naastenliefdegebod dan ook de morele slotzin van de bijbel. Alles wat daarna kwam, was in zekere zin meer verouderd dan dat.

Voor mij is het verhaal van de barmhartige Samaritaan geen uiting van excessive zorg. Het doel was immers slechts om de vraag te beantwoorden wie onze naaste is. En het antwoord is onthutsend egoistisch; “Hij die ook aan ons barmhartigheid bewijst”. De naastenliefde is dus niet zuiver altruistisch maar wel degelijk wederkerig. We hebben hen lief die ons ook lief hebben. Het uitgangspunt is echter dat de ander dat doet, ténzei het tegendeel bewezen wordt. Wie ons niet goed behandelt zullen we daarom lik op stuk geven. Maar wie zich vervolgens weer goed gedraagt zullen we ook weer vergeven. Dat is de simpelste strategie om een goede samenwerking in stand te houden.
Ik wens u alle goeds

Plaats reactie