Christelijk denken versus vrijdenken

Subforum voor genodigden waar alleen de genodigden in kunnen posten.
Andere gebruikers kunnen alleen lezen.

Moderator: Moderators

Plaats reactie
Gebruikersavatar
RobbertVeen
Forum fan
Berichten: 465
Lid geworden op: 17 jul 2014 12:10
Locatie: Dronten
Contacteer:

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door RobbertVeen » 20 aug 2014 10:51

Hoe beperkt ons vermogen tot waarnemen ook is, en hoezeer we soms ook op de waarnemingen van anderen moeten vertrouwen, we weten alleen van de beperkingen van die waarnemingen vanuit andere waarnemingen. Daarom hebben we ook allerlei instrumenten ontwikkeld. Ik draag bijvoorbeeld een bril. Een ander heeft een hoorapparaat. Sommige dingen kunnen we direct als zodanig waarnemen, voor andere hebben we altijd instrumenten nodig en voor weer andere kunnen we slechts een theorie opstellen, die de waarnemingen die wij wel kunnen doen verklaart.
Maar dat heeft toch alleen maar betrekking op de fysische werkelijkheid. Is er dan voor jou alleen maar het perspectief van de natuurwetenschappen? Dan ben ik benieuwd welke plaats je inruimt voor, om te beginnen, de psychologie?
De werkelijkheid is daarom in feite slechts een theorie. Maar wel een theorie die in overeenstemming moet zijn met objectieve waarnemingen. Die waarnemingen, hoe beperkt ze ook zijn, zijn waarachtiger dan de theorie die ze verklaart. Zonder waarneming is de theorie zinloos. Wat zou het, of de kerstman bestaat, als hij nooit kadootjes bezorgt? Ik heb helemaal geen overdreven vertrouwen in de waarneming, maar het is helaas het meest ware dat wij hebben, en we zullen er ons mee moeten behelpen. Ik ben best sceptisch omtrent waarnemingen, maar ik ben nog sceptischer omtrent dingen die niet op waarnemingen gebaseerd zijn.
Is een theorie niet alleen maar een model van de werkelijkheid? Hoe kun je zeggen dat de werkelijkheid in feite – in feite! dus daadwerkelijk! – slechts een theorie is? Is dat een extreme vorm van materialisme of van idealisme? Indien jouw positie een materialisme is, dan kan de werkelijkheid geen theorie zijn, en als het idealisme is, wat maakt de waarneming dan van belang? Als de werkelijkheid een theorie is, wat komen we dan tegen in de waarneming? Of zijn er alleen losse waarnemingen en constructies die samen niets zeggen over het geheel? Maar dan is dat een - zij het geheel lege - metafysica.
Het rechte is – zowel voor jou als voor mij, denk ik – datgene wat in het belang is en volgens de wensen van hen die aan anderen barmhartigheid bewijzen. Elk mens die de anderen respecteert is een goed op zich. Dat kan vanuit jouw overtuiging en dat kan vanuit de mijne. Denk daaraan als je de daadwerkelijke problemen in deze wereld onverdenkt. Over almachtige goden hoeven wij ons geen zorgen te maken. Die kunnen prima voor zichzelf zorgen. Maar laten wij op de eerste plaats voor elkaar zorgen en niet aan een – al dan niet bestaand – denkbeeld overlaten, wat wij zelf kunnen doen. Mocht het denkbeeld toevallig ook in werkelijkheid bestaan, dan zal ze het ons niet kwalijk nemen, dat wij voor alle zekerheid zelf hebben opgetreden en de nood van onze medemens niet hebben afgedaan met ‘ik zal voor je bidden”.
De eerste zin begrijp ik niet. Enerzijds is de maatstaf "het belang en de wensen van hen die aan anderen barmhartigheid bewijzen" maar anderzijds zit daarin een andere maatstaf verborgen, namelijk die "barmhartigheid" zelf. Immers alleen als we weten wat barmhartigheid is en dat dat een hogere waarde heeft, kunnen we het belang en de wensen respecteren van degene die barmhartigheid beoefenen. Is dat niet een cirkelredenering?

Hoe weten we dan dat het respect voor anderen een goed op zich is? Denk je hier aan het idee van Imanuel Kant over het respect voor anderen? (Anderen kunnen geen middel zijn maar alleen maar doel van handelen.) Uiteraard hoeven wij ons geen zorgen te maken over almachtige goden. Je hebt mij alleen horen zeggen dat wij ons zorgen moeten maken over onszelf, en dat onze redding helemaal niet in onszelf gelegen is. Tenminste moet die gevonden worden in een waarde die boven het mens-zijn uitgaat. (Zegt ook Nietzsche en noemt die Übermensch, de mens is slechts een pijl over de afgrond.)
Hoe kan jouw god weerbarstig zijn? Hoe vaak spreek je hem? Hoe vaak kom je hem tegen? Hoe vaak hindert hij je? Hoe bekritiseert hij jouw handelen? Als je god niet waarneemt, dan wordt zijn beeld geheel gevormd door de ideeën van mensen. Door je eigen ideeën de ideeën van de theologen voor jou, de ideeën van filosofen, de ideeën van de schrijvers van de bijbelboeken, de ideeën van de copyisten en de vertalers, misschien ook door de ideeën van de leden van jouw gemeente. Zij kunnen allen weerbarstig zijn. Maar waar en wanneer heeft jouw god er iets over te vertellen? Heb je zijn telefoonnummer of e-mailadres? Twitter je met hem of is hij een facebookvriend? Waarom zijn dit eigenlijk onzinnige vragen? Zouden ze niet zinnig moeten zijn?
Mijn God is weerbarstig, omdat hij steeds weer iets anders doet dan ik denk. Blijkbaar is mijn beeld van God niet beslissend. Vandaar denk ik ook het beeldverbod in het Oude Testament. Ik kom mijn God elke dag tegen en elke dag hindert hij mij. Zoals ik ook elke dag zijn hand in mijn leven ervaar en zijn troost. Voor mij persoonlijk ligt die ontmoeting vooral in het gebed en de meditatie over de Bijbelse tekst. Wanneer ik wakker word spreek ik onmiddellijk een oud joods gebed uit, vrij vertaald: "ik dank u dat ik ook vandaag weer voor uw aangezicht leven mag, en dat u mijn ziel in mijn lichaam hebt hersteld, groot is uw trouw o heer die elke dag aan mij betoont." Met deze God kun je wel degelijk dagelijkse omgang hebben, de "verborgen omgang" waar Psalm 25 over spreekt. In het suizen van een zachte stilte, in een Bijbelse woord dat mij raakt en mijn denken en mijn daden in een bepaalde richting duwt, in de openheid voor wat anderen mij vandaag te zeggen hebben, hoor ik Zijn stem. Uiteraard wordt mijn beeld van God bepaald door de traditie en mijn gemeente en mijn opvoeding et cetera. Maar dat beeld dat ik heb is maar een persoonlijke, of gedeeltelijk sociale constructie, die steeds gecorrigeerd moet worden door de bijbel en de traditie en mijn ervaringen.
Toen ik de god van mijn wensen verwierp heb ik me even afgevraagd of de god van het oude testament eigenlijk de ware god zou kunnen zijn. Maar als blijkt dat die god werkelijk is, dan wil ik er niets mee te maken hebben. Dan brand ik nog liever in de hel, dan dat ik die “onmens” zou willen dienen. Liever lijdt ik een eeuwige straf zoals Prometheus, dan dat ik mijn medemensen zal verzaken. Maar wees eens eerlijk: Geloof jij in zo’n god? Of geloof je in een god die ook het beste met de mensen voor heeft?
Een totaal misverstand over de betekenis en strekking van het Oude Testament! Alsof het Oude Testament ons oproept om de weduwe, de de wees en de vreemdeling te minachten, en de naaste te haten, en niet borg te staan voor een broeder, en niet werkeloos toe te zien wanneer het bloed van een broeder wordt vergoten, alsof het Oude Testament weliswaar teksten bevatten die oppervlakkig gelezen genocide aanprijzen, – maar wie of wat dwingt ons toch om oppervlakkig te lezen? – Maar tegelijkertijd het heil voor alle volkeren aankondigt, de godsdienst van de staatsmacht onder kritiek stelt, man en vrouw gelijkwaardig maakt in de schepping, etc. dat alles laat zien dat dit een God is die zich zorgen maakt om de humaniteit van de mens. Dat alles in weerbarstige teksten die niet oppervlakkig gelezen moeten worden, maar een diepgaande studie en verwerking nodig hebben om te zeggen in onze tijd wat ze zeggen willen. Het is de oudste ketterij van de wereld, dat we de God van het Oude Testament uitspelen tegen de God van het Nieuwe Testament. Het is een van de wortels van het antisemitisme in de kerk geweest. (Marcion en in mindere mate Arius zijn daar verantwoordelijk voor.)
God “de vader” is te vergelijken met Freud’s Über-ich. Een internalisatie van de ouderlijke macht in de psyche van het kind. Veelal wordt dit bevorderd door de moeder die als authoriteit de – vaker afwezige – vader gebruikt. Het is van belang, dat het kind namelijk niet alleen braaf is als moeder er bij is, het is van belang dat het zijn gedrag zelf monitort, desnoods dus met behulp van de gedachte aan een ouder die níet aanwezig is.
Dat is zeker een van de mechanismen, waarmee het geloof zich heel persoonlijk in de mens hecht. Het is de vader in psychologische zin, die de navelstreng losmaakt en ons verantwoordelijkheid en vrijheid geeft, die ons in de symbolische wereld van taal en cultuur binnenleidt, en die de eerste externe autoriteit representeert, een rol die later door morele waarden zal worden ingenomen. En die naar mijn overtuiging in het geloof juist gezuiverd wordt van de dwang binnen de cultuur, - we worden bevrijd van onze "aardse" vaders - omdat God als het Boven-Ik zonder beeld is, universeel, zonder dwang. Zo komt dit Über-Ich zuiver in ons leven te werken, en daarmee zijn we in de hoogste mate bevrijd!
De wettekst die de decaloog wordt genoemd en eigenlijk de naam van de joods-christelijke god draagt (het eerste van de tien woorden), is deels een samenvatting van de waarden die ouders over de gehele wereld hun kinderen wel moeten bijbrengen: Je mag je broertje en zusje niet slaan. Blijf van andermans spullen af, lieg niet, bedrieg niet, en deel eerlijk (ik heb een afwijkende mening ten aanzien van het laatste gebod, het gebiedt mijns inziens om een ander het zijne te gunnen en te geven. Niet om niet te “begeren”). Daaraan voorafgaande wordt de wet (JHVH) boven alles geplaatst. Je mag hem geen gelijken geven, moet zijn naam respecteren, hem herdenken, en tenslotte ook je vader en je moeder die hem hebben gevormd en voor hem model hebben gestaan, eerbiedigen.
Neen! Waarden die wij met elkaar bedenken en invullen, zijn niet gelijk te stellen aan de geboden die een geheel van verplichtingen omschrijven binnen een verbondsrelatie van wederkerige trouw. Oppervlakkig gezien gaat het om dezelfde dingen, zoals bijvoorbeeld niet liegen. Maar mag je liegen om een onderduiker te beschermen? Moet je de overheid altijd gehoorzamen? Er is een grote reeks van bijzondere vragen die aan elk van deze schijnbaar overeenkomstige waarden te stellen zouden zijn. En bovendien is elk van deze geboden eigenlijk te beschouwen als een titel van een groot aantal afgeleide, veel concretere leefregels. En tussen haakjes, begeren betekent hier je zinnen zetten op iets, waarbij je overweegt op welke wijze je het voor jezelf kunt verwerven. Het is niet alleen maar het innerlijk gevoel van jaloezie of lust. Een meer seculiere vertaling van het eerste en tweede gebod zou zijn, dat je in elk van de geboden de wet zelf – de Grote Ander – moet respecteren - het Über-Ich is dan de Ander, en niet de "eigen" vader of de eigen cultuur of het eigen volk of wat dan ook! Het is niet langer een "ander die op mij lijkt" - , omdat vanuit die houding van respect voor de Ander, de fundamentele houding van respect voor anderen - inclusief de lastige anderen die NIET op mij lijken - voortkomt, en dat is nu precies de eigenlijke motivatie en drijfveer in elk van de bijzondere geboden en hun afleidingen.
Dat de mensen overal ter wereld moraal kennen, is evolutionair goed verklaarbaar. Wij zijn sociale dieren die het moeten hebben van samenwerking; van wederzijdse hulp. Daarom kennen we morele verplichtingen, want alleen als die na worden gekomen verloopt de samenwerking optimaal. Het is dus wel degelijk een kwestie van eigenbelang en voordeel, maar van gezamelijk en wederkerig eigenbelang en gezamelijk en wederkerig voordeel. En die gezamelijkheid omvat tegenwoordig vrijwel de ganze wereld. Deels zijn onze hersenen hier voor gebouwd, deels levert onze opvoeding daar een (vanuit de opvoeding gezien) noodzakelijke bijdrage aan, en deels denken wij daar ook zelf over na. Niet alleen filosofen en ethici, maar vrijwel elk mens.
Het is volgens mij evolutionair helemaal niet verklaarbaar, dat wij zoiets als moraal hebben, dat wil zeggen dat wij de onderscheiding tussen goed en kwaad maken, in plaats van de onderscheiding tussen het nuttige en nutteloze, wat bevorderlijk voor mijzelf of mijn stam is, of wat schadelijk voor mijzelf of mijn stam is. Evolutionair gezien zijn wij er immers op uit om te overleven en onze genen door te geven. Samenwerking kun je daaruit afleiden, zeker. Maar is dat dan de kern van de moraal? Alles wat het overleven dient in een bepaalde context, en in samenwerking met anderen geschiedt, is goed. Maar samenwerking met wie? Ter wille van het overleven van wie? Is het evolutionair verklaarbaar dat de mens zichzelf als "mens" ziet, of ziet hij zich primair als man tegenover vrouw, Ukrainer tegenover Rus, westerling tegenover oosterling etc. Wie moet dan overleven?
Wat zegt dat bijvoorbeeld over de moraal in de tijd van het Nationaal socialisme? Is het dan goed ter wille van het overleven een ander te verraden? Immers, het niet verraden van een vijand van het regime, zou wel eens schadelijk kunnen zijn voor je eigen volk. Zo is het je ook ingeprent in die tijd, je hebt nooit anders gedacht dat het goed was. Waarom dan die buurman niet verraden, die van joodse afkomst is? Dan moet er toch een moraal zijn met een absoluut onderscheid van goed en kwaad, gebaseerd zuiver op het respect voor anderen, met name voor de zwakkeren – die zegt dat een dergelijke handeling verraad is aan de humaniteit? Hoe zou je een dergelijke uitzonderlijke morele positie kunnen verklaren vanuit de evolutionaire biologie? Ik zie dat niet.

Vriendelijke groet,
Robbert

Gebruikersavatar
Peter van Velzen
Moderator
Berichten: 16560
Lid geworden op: 02 mei 2010 10:51
Locatie: ampre muang trang thailand

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door Peter van Velzen » 20 aug 2014 13:44

Beste Robbert,

Ik denk dat deze reactie wellicht te lang is voor jou om in een keer te behappen, dus heb ik hem in hoofdstukken verdeelt, die je wellicht ieder apart kunt behandelen. Ik weet dat jij niet elke dag de halve dag de tijd heb om hier aan te werken zoals ik, dus ik verwacht niet dat jij dit allemaal in een keer kunt behappen. Ik reageer wellicht snel, maar dat is deels schijn. Ik had natuurlijk mijn reactie op jouw eerste deel van deze ronde al lang opgesteld, gecorrigeerd en opgeslagen. Dus een groot deel van mijn response stond al dagenlang klaar.


Grammatica
Dus religie is een taal en heeft grammatica? Hoe moet ik dat zien? Hm, god is ongetwijfeld het onderwerp, en de mens is het lijdend voorwerp, terwijl de gelovige waarschijnlijk meewerkend voorwerp is. Dan is Jezus dus zowel onderwerp als lijdend voorwerp, en in de mens slechts meewerkend voorwerp in zoverre hij de heilige geest heeft. De grammatica van de vrijdenker is anders. Hij ziet de mens als onderwerp, de materiële werkelijkheid als lijdend voorwerp en de ratio als meewerkend voorwerp. Meer met beide voeten op de aarde zogezegd. Ik moet zeggen dat ik onze grammatika toch wat minder verwarrend vind.

Misschien is een groot verschil tussen ons beiden dat ik geen existentiële levensvragen ken, We zijn wat we zijn, en van daaruit moeten we er maar wat van maken, Darwins idee heeft zelfs een paar vragen beantwoord die ik mij eigenlijk nooit gesteld heb. Ze geven mij wel een antwoord op de vragen van anderen. Ik had me vroeger nooit afgevraagd waarom ik het goede boven het kwade zou verkiezen, het leek me vanzelfsprekend. Nu weet ik dus ook waaróm het vanzelfsprekend is. De mens is nu eenmaal ontstaan en opgegroeid in een samenwerkende groep, en dan is het dus gewoon nuttig om elkaar goed te doen en geen kwaad.


Moraal
Mijn ultieme zorg is niet slechts mijn nageslacht, dat zou pas echt zinloos zijn. Nee, het is ons nageslacht. Het is de ultieme zorg om dat dat zover is als het leven reikt. Het is helemaal niet erg als ík geen nageslacht heb, maar nageslacht is de enige toetssteen van de evolutie, het enige dat onze eigenschappen heeft bepaald. Darwin mocht dan de term “natuurlijke selectie” hebben gebruikt, maar de natuur heeft natuurlijk helemaal niet geselecteerd. Sommige genen leidden gewoon tot nageslacht, was het niet bij de drager, dan toch bij zijn familieleden, en dat is de enige reden waarom ze zijn blijven bestaan. Hoe kunnen wij anders dan dat nageslacht bevorderen? O zeker, ieder willekeurig individu kan anders, maar de mensheid als geheel kan niet anders.

Ik ben zeer verbaasd dat iemand die het Evangelie van Lucas kent, niet begrijpt waarom de barmhartigheid van de ander iets te maken heeft met de mate waarin wij met die ander rekening houden. Dat is geen verborgen maatstaf, maar slechts de wederkerigheid die onze samenleving vereist. Rotzakken daar doen we minder voor dan voor goedzakken. De moraal is uiteraard niet bedoelt voor de mens die zich niet om de moraal bekommert.

Dat respect voor anderen een goed is, berust uitsluitend op de keuze dat respect voor mij een goed is. Moraal is – bij de mens meer dan waar dan ook – een kwestie van wederkerigheid. Ik weet niet waarvan we allemaal gered moeten worden, maar als we niet trachten elkaar te redden, denk ik dat we de moeite van het redden niet waard zijn. En dat wij meer mogen verwachten dan hulp van onze medemensen, lijkt me niet erg waarschijnlijk. Als je de mens ziet als een continuïteit van al onze voorouders tot en met al onze nakomelingen, hoeft er niets te zijn dat daar bovenuit gaat. Ook de Übermensch is dan al inbegrepen.

Waarden “bedenken” wij niet zomaar, en het is ook geen invuloefening. Wij hebben een verbond met elkaar dat wij samenleving noemen, en die vereist inderdaad wederkerige trouw. Dat is dan ook de basis van de moraal. Niet de handelingen die er uit voorvloeien. Wij moeten elkaar niet voorliegen, maar we moeten elkaar wel beschermen. Wij moeten de overheid wel helpen in haar zorg voor ons allen, maar niet in haar transgressies jegens onze medemensen. Dat houdt ook in dat we de ander niet alleen niet het zijne niet ontnemen, maar hen zelfs in de gelegenheid stellen het daadwerkelijk te verwerven. Alleen dan kan een samenleving floreren. Jouw interpretatie van het Über-ich als “de ander” bevalt mij wel. Maar het zijn wel alle anderen waarmee wij sameleven. Niet een enkeling.

De evolutie werkt niet met logica. Hoe bedenk je het! Ze werkt vooral met emoties. De primaire morele emoties zijn de empathie en het schuldgevoel. Nuttig en nutteloos zijn geen emoties, die mag je er daarom helemaal niet van verwachten. Goed en kwaad zijn wel emotionele begrippen, en die zijn dus wel te verwachten. Samenwerking vormt de bestaansgrond van de moraal, maar niet haar kern. Die bestaat eerder uit empathie en een notie van rechtvaardigheid.

Je vraag: Samenwerking met wie? Is een heel goede vraag, want daarin is de laatste eeuwen heel wat verandering gekomen. Dientengevolge heeft de moraal zich ook ontwikkeld en wel zodanig dat de doelgroep is gegroeid, van de grootfamile, naar de stam. Van de stam naar de staat, van de staat naar “onze” (bijvoorbeeld de romeinse) wereld, en van onze wereld naar de hele wereld. In de huidige maatschappij omvat ze in principe alle mensen in de gehele wereld. (voor zover van goede wil).

Zo zie je in het oude testament nog een vrij benepen moraal, die wel de twaalf stammen en enkele inwonende vreemdelingen insluit, maar de Kanaänieren, de Filistijnen, de Amorieten, de Jebusieten, de Midianieten en de Amalekieten duidelijk uitsluit. Het Christendom daarentegen ontstond binnen het Romeinse rijk, en omvatte in principe al haar burgers, en zelfs – vanwege historische banden – ook de burgers van her Parthische rijk. Later blijken dan de Indianen, de Aboriginals, de Indiërs, die Chinezen en de afrikanen er duidelijk weer niet bij te horen. Maar nu zo langzamerhand weer wel.

De nationaal socialistische moraal omvatte uitsluitend Duitsers. Het was een teruggrijpen op een oudere minder ontwikkelde moraal. Je ziet het nog steeds gebeuren. Populisten willen graag het onderscheid tussen “wij” en “zij” weer aanzwengelen, maar voor mijn – en ik denk ook voor jou – zijn er slechts barmhartigen en onbarmhartigen, en we hopen dat de laatsten zich zullen aanpassen.


Waarnemingen

Wat ik denk ik nog moet uitleggen met betrekking tot de logische deductie en de waarneming – die in wezen inductie is, is dat de uitgangspunten van de deductie in wezen op inductieve waarneming berusten.

Aristoteles meende dat er altijd een beweger moest zijn om een beweging te veroorzaken, omdat men in het leven van alledag zelden een niet-levend voorwerp zag bewegen zonder dat we een beweger achter zat: Een man die een speer wierp, de wind die een blad voortjoeg, Men meende indertijd dat de goden de planeten bewogen. Wie kon vermoeden dat – zonder wrijving een beweging althoos zou duren?

Zo ook leek er voor de meeste gebeurtenissen wel een oorzaak te zijn en omdat de mens zo gewend is om doelgericht te denken, leek het logisch te veronderstellen dat in wezen alles doelgericht was. Dat er een reden achter zat en primair een denkend wezen. Wie kon vermoeden dat een niet stabiel atoom, zomaar spontaan – op een door niemand gekozen moment – zou kunnen vervallen? Wie kon bedenken dat hersenloze krachten als de sterke- en zwakke kernkracht, de electromagnetische kracht en de zwaartekracht, tezamen zoveel zaken zouden kunnen veroorzaken?

Zo zijn alle facetten van het deductieve denken, waarschijnlijk voortgekomen uit de inductieve ervaring. Uit waarneming dus. Maar de waarneming heeft nog een tweede functie. Als wij met behulp van vroegere waarnemingen en enige deductie een theorie bedenken die dat geheel wellicht kan verklaren., dan kunnen wij met behulp van nieuwe waarnemingen vaststellen of die theorie wel wáár is. Of ook die nieuwe waarnemingen in overeenstemming zijn met onze verklaring. Alleen als we dat kunnen doen kunnen wij beslissen of die idee wáár of ónwaar is. De meeste ideeën over goden ontrekken zich aan die mogelijkheid, en we kunnen ze daarom niet zondermeer als ónwaar, maar ook zeker niet als wáár beschouwen. Zolang wij geen test hebben waarmee we dat idee kunnen toetsen, weten we niet of het idee ook maar enige praktische betekenis kan hebben.

Waarnemingen in de psychologie zijn inderdaad minder objectief dan in andere disciplines. Met name omdat daar subject en object ongeveer even veel invloed op die waarnemingen hebben. Men kan ze slechts wat objectiever maken door waarnemingen door veel subjecten van veel objecten te verrichten. Of dit ook voor de Theologie zou moeten gelden valt of staat uiteraard met de vraag of god een deel is van ons mentale leven dat zich in onze hersenen afspeelt, of dat het hier een instantie buiten onszelf betreft. Als je van mening bent dat het eerste het geval is, ben ik het uiteraard met je eens. Als deel van onze psychologische beleving bestaat er voor veel mensen een god. De atheïst ontkent in wezen slechts te geloven dan die god ook buiten onszelf zou bestaan.

Dat “de werkelijkheid” – in mijn ogen – slechts een theorie is, en dat slechts onze waarnemingen, meer kunnen zijn dan dat, berust op de overweging dat wij slechts iets over die werkelijkheid kunnen weten door die waarneming. Wij nemen fotonen, druk, pijn, luchttrillingen, beweging, evenwicht, geurstoffen enkele smaken, en de stand van onze lichaamsdelen waar. Datgene dat wij als de oorzaak ervan zien, is slechts een (vaak uitstekende) verklaring van die waarnemingen. Die verklaring is echter van origine een idee. Ofschoon we veronderstellen dat die werkelijkheid materiëel van aard is (en daardoor waarnemingen veroorzaakt) is ons idee erover niet zozeer materiëel (al bestaat ze wel uit fysieke neuronen en synapsen) als wel mentaal van aard. Terwijl de materie alle fysieke werkelijkheid betreft betreft het mentale alle voorstellingen daarvan. Er zijn juiste voorstellingen en onjuiste, maar de materie zelf kan in deze opvatting niet waar of onwaar zijn. Ze is de toetssteen die bepaalt wat waar is en wat niet.

Tot zover het belang van waarnemingen.

Ik zou niet weten welke waarnemingen in overeenstemming zouden zijn met het bestaan van een god en welke waarnemingen in overeenstemming zouden zijn met het niet-bestaan van een god. Ik zou er wel kunnen verzinnen, maar dan verzint een christen ongetwijfeld wel een eigenschap van god die die waarneming als toetsteen ontkracht. Bidden blijkt bij een dubbelblind experiment niet te helpen? Natuurlijk niet, god verhoort immers geen gebeden die onwaarachtig zijn. Natuurrampen treffen ongelovigen niet sterker dan gelovigen? Natuurlijk niet, god straft de ongelovigen niet met natuurrampen maar met de hel. God is nog nooit waargenomen? Natuurlijk niet, hij is geest en geen materie. De profetie van het einde der tijden is niet uitgekomen? Natuurlijk niet, dat moet je niet letterlijk interpreteren. Dus laten we ons daar niet om bekommeren. Elke waarneming is altijd in overeenstemming met wat iemand gelooft zolang de gelovige dat zo wil interpreteren. Als er een waarneembare god bestond dan zouden alleen atheisten in hem geloven, want voor de gelovige is de zichtbare god blijkbaar een valse!


Godsdienst

Ja, het polytheisme was in zekere zin vreselijk. Maar het leven was toen ook vreselijk. De mens was weerloos tegen veel natuurverschijnselen en zocht wanhopig naar middelen om die te verzoenen. Ik zie persoonlijk de god van de decaloog als een grote vooruitgang. Niet langer waren de onmenselijk natuurkrachten het voorwerp van verering, maar de menselijk norm. Helaas, werd zijn betekenis telkens weer misverstaan. Werd hij beschouwd als verdelger der Kanaäanieten, of de veroorzaker van al die natuurrampen die voorheen aan de afgoden werden geweten. Werd hij de mythische schepper der wereld, in plaats van wat hij – als bron van de decaloog – had moeten zijn: De menselijke norm van goed en van kwaad. We zullen ook deze vergissing moeten herzien, en vast moeten stellen wat werkelijk, datgene is dat wij boven alles moeten doen. Dat is geen denkbeeldig individu maar de manier waarop alle individuën samen een wereld in stand trachten te houden waarin hun nageslacht kan floreren.


Het concept van God

Moet ik het mandje nog eens uitleggen? Het mandje staat voor een willekeurig begrip. Wat je er in doet is alles wat bij dat begrip hoort. Je hebt een begrip kat, een begrip huis, een begrip stoel en ook een begrip god. Maar in een leeg mandje kan niemand geloven. Dus moet je er wat in stoppen. Je begint met Thomas van Aquino te zoeken naar dingen die er in elk geval moeten zijn, maar die nog geen naam hebben, Al die dingen noem je daarom god, en kun je daarom in je mandje gooien. Een eerste beweger, een eerste zijnsoorzaak, een noodzakelijk zijnde, het meest volmaakte, de ultieme doelsteller. Dan vul je het nog wat aan, van Paul Tillich krijg je het antwoord op de ultieme vraag aangereikt, en dan zoek je nog de ultieme zorg. Allemaal verschillende dingen, waarvan sommige niet eens bestaan, maar jij legt ze waatschijnlijk allemaal in het mandje dat “god”heet.

NB: Dat de zogenaamde godsbewijzen – zelfs als ze zouden kloppen – nog helemaal niet het bestaan van de christelijke god bewijzen, hoorde ik ook stellen in een you-tube filmpje dat ik afgelopen zondag bekeek.


Onze visies

Maar, zo redeneer ik: Beweging heeft – zoals Galilei ontdekte - geen beweger nodig. De staat van laagste entropie kan geen oorzaak hebben. Niets is noodzakelijk want elk deel van de werklijkheid had slechts een kleine waarschijnlijkheid. Het meest volmaakte kan al vergaan zijn, of misschien moet het nog onstaan. De mens is de eerste die in doelen denkt, en wellicht de laatste, en zijn nageslacht is zijn ultieme doel, want daar voorbij is slechts het einde de mensheid. Dus in jouw mandje ontwaar ík slechts de mens en zijn achterkleinkind, terwijl jij wellicht denkt dat het een vader een zoon en een heilige geest bevat. Het verschil tussen ons beiden is precies wat je bij een materialistisch monist een een Christen zou mogen verwachten.

Je kunt de verschillen tussen een Christen en een seculair humanistische moralist (wat ik ook ben) ook bezien vanuit het Evangelie. Als antwoord op de vraag “wat is een grootste gebod” kwam een 1e theistisch antwoord, en een 2e gebod “eraan gelijk”. Wel: De seculier humanist spreekt zich niet uit over dat 1e gebod, maar hij onderschrijft wel – in meer of mindere mate – het 2e. Als ze inderdaad aan elkaar gelijk zijn, dan zouden vrijdenkers en Christenen zich daarin wellicht kunnen vinden. De een in een wat vergaander betekenis dan de ander (niemand heeft – denk ik – élk medemens evenveel lief), maar toch globaal (vrijwel niemand haat degene die zich zijnderzijds ook over hem ontfermt).


God als persoon

Ik neem god uiteraard niets kwalijk, Hij kan het ook niet helpen dat hij door lieden is bedacht die slechts met de hand boeken konden overschrijven en wier horizon zich niet verder uitstrekte dan enige honderden kilometers. Ja de gelovigen twitteren, maar god zelf doet het niet, De apostel Paulus schreef brieven, maar god zelf deed dat niet. Gaat je nog geen licht op? Jouw bronnen voor god houden op rond het jaar 100, mijn meeste bronnen van kennis moeten dan nog geboren worden! Heb ik daarom een beperktere kijk op de wereld? Gebruik jij meer kennis of ik?

Beschrijf eens een ontmoeting met god? In hoeverre is die god onafhankelijk van de idee die je over hem hebt? In hoeverre spreekt hij dat idee tegen en hoe? Je moet begrijpen dat ik dergelijk ontmoetingen nooit heb en ook nooit heb gehad. Ik had slechts het idee van een onbekende macht die het goede over het kwade zou doen zegevieren. Dat is niet iets waarmee je kunt praten, hoogstens iets om – al dan niet valse – hoop op te baseren.

Ik weet niet wat wie voor betekenis aan het oude testament toekent. Maar als de letterlijke beschrijving van de god die er in optreedt, juist zou zijn, dan hebben we het over een zeer onaangenaam persoon, waaraan ik – mijns inziens – niet mág gehoorzamen, als zou het mijn verdoemenis betekenen. Van Genesis tot en met Samuel staat het vol van daden die ik slechts kan veroordelen. Ik ben blij dat ik er niets van geloof. En ik krijg de indruk, dat jij het eigenlijk ook niet gelooft. Al noem je dat slechts een andere interpretatie.


Voorspellingen
Het is de voorspellende waarde die de theorie haar kracht geeft, niet de zichtbaarheid van haar onderdelen, maar de zichtbaarheid van haar voorspellingen. Dat god – volgens de moderne gelovigen (de bijbel leert wel anders) onzichtbaar zou zijn, is daarom nog geen bezwaar tegen de theorie dat hij zou bestaan. Dat men echter op grond van die aanname, geen enkele waarneming kan voorspellen, is wetenschappelijk gezien de doodsteek voor de hypothese. Ze is dat niet alleen in de wetenschap, maar ook in het vrijdenken.
Dat geldt niet voor de meeste levensbeschouwingen Maar ze geldt toevallig dus wel voor vrijdenkers. Je kunt daarom het gedrag van vrijdenkers vrij goed voorspellen. Ze zullen vaak rekening houden met wat op objectieve waarnemingen is gebaseerd. Maar kan men het gedrag voorspellen van iemand die in god gelooft? Hoe gedraagt zo iemand zich? Heeft hij zijn naaste lief of haat hij homo’s? Veroordeelt hij zelfmoord, of boort hij zich met een vliegtuig in het wereldhandelscentrum? Predikt hij vrede, of gaat hij op kruistocht? Beschermt hij het gezin of misbruikt hij de kinderen? Spreekt hij de waarheid, of verzint hij leugens tegen de evolutie? Beschermt hij het leven, of verbrandt hij ketters? Ik weet het niet. Sommige dingen zijn waarschijnlijker dan anderen, maar alles is wel eens voorgekomen. Ik denk dat jij tot de goedwillende mensen behoort, maar of je daarmee exemplarisch bent voor allen die zich Christen noemen, is zo mogelijk nog twijfelachtiger als dat ik exemplarisch zou zijn voor allen die zich vrijdenker noemen.
Ik wens u alle goeds

Gebruikersavatar
RobbertVeen
Forum fan
Berichten: 465
Lid geworden op: 17 jul 2014 12:10
Locatie: Dronten
Contacteer:

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door RobbertVeen » 21 aug 2014 10:36

Beste Peter,

Dan begin ik maar met het begin:
Peter van Velzen schreef: Grammatica
Dus religie is een taal en heeft grammatica? Hoe moet ik dat zien? Hm, god is ongetwijfeld het onderwerp, en de mens is het lijdend voorwerp, terwijl de gelovige waarschijnlijk meewerkend voorwerp is. Dan is Jezus dus zowel onderwerp als lijdend voorwerp, en in de mens slechts meewerkend voorwerp in zoverre hij de heilige geest heeft. De grammatica van de vrijdenker is anders. Hij ziet de mens als onderwerp, de materiële werkelijkheid als lijdend voorwerp en de ratio als meewerkend voorwerp. Meer met beide voeten op de aarde zogezegd. Ik moet zeggen dat ik onze grammatika toch wat minder verwarrend vind.
Ik bedoelde daarmee dat de dogma's in onze geloofsbelijdenis in hun functioneren te vergelijken zijn met grammaticale regels. Grammaticale regels bepalen wat correct en begrijpelijk taalgebruik is. Een grammatica houdt is vaak onverstaanbaar een zin die zich niet. Ik zal dat anders zeggen: een zin die zich niet aan de grammaticale regels houdt is vaak onverstaanbaar. "God bestaat" is geen grammaticale regel, maar "God is de Vader" wel. Dat betekent dat in alle kerkelijke spreken over God, de kwalificatie "Vader" gerespecteerd moet zijn. Een uitspraak als: "God is onbarmhartig" is in strijd met een dergelijke grammaticale regel – en dus "onverstaanbaar" of beter gezegd onbestaanbaar. Zo geeft de belijdenis die een samenvatting is van het kerkelijk begrijpen van de bijbel als geheel met terugwerkende kracht een manier van lezen aan van alle teksten in de bijbel - inclusief de genocide in Jozua. Ik beschrijf nu het proces zonder rekening te houden met de mogelijke tegenwerpingen en polemiek. Gewoon ter verheldering dus.
Peter van Velzen schreef:Misschien is een groot verschil tussen ons beiden dat ik geen existentiële levensvragen ken, We zijn wat we zijn, en van daaruit moeten we er maar wat van maken, Darwins idee heeft zelfs een paar vragen beantwoord die ik mij eigenlijk nooit gesteld heb. Ze geven mij wel een antwoord op de vragen van anderen. Ik had me vroeger nooit afgevraagd waarom ik het goede boven het kwade zou verkiezen, het leek me vanzelfsprekend. Nu weet ik dus ook waaróm het vanzelfsprekend is. De mens is nu eenmaal ontstaan en opgegroeid in een samenwerkende groep, en dan is het dus gewoon nuttig om elkaar goed te doen en geen kwaad.
Misschien dat in dat verschil inderdaad de wortel ligt van het grote verschil in onze levensbeschouwingen. Ik heb juist altijd gedacht dat iedereen die over zichzelf en de wereld nadacht, die fundamentele conflicten in zijn leven meemaakte tussen ideaal en feitelijkheid, die vragen stelde rondom de herkomst en het doel van het leven, op een of andere wijze ook bij voor hem zelf aanvaardbare antwoorden moest uitkomen. Ik heb uiteraard mensen gekend, voor wie het enige aanvaardbare juist de afwijzing van dergelijke vragen is, of de vaststelling dat ze zinloos en in strikte zin onbeantwoordbaar zijn. Ik respecteer die houding. Want ik voel haar ook als een voortdurende verleiding in mijzelf. Geleidelijk aan heb ik ontdekt, dat de antwoorden waarmee andere mensen konden leven, ook in beginsel mijn antwoorden konden zijn. En het is de belangrijkste levenskeuze voor mij geweest, om – ik zeg het maar even heel algemeen en genereus – het antwoord van de religie als zinvol te accepteren. Niet met 100% zekerheid en volmaakt inzicht in de waarheid of met een sluitend wetenschappelijk bewijs, maar aanvaardbaar.

Ik heb daar geen spijt van gehad.

Ik heb in mijn jeugd nogal geworsteld met het vreemde idee, dat ik naar de mens gerekend er helemaal niet had mogen zijn. Voordat ik geboren ben, zijn mijn moeder en grootouders aan de Jodenvervolging door administratief toeval ontsnapt. Het grootste deel van mijn familie uit Hamburg en Rotterdam is omgekomen. Een deel van hen is orthodox joods geworden en leeft nu Israël, een veel kleiner deel werd christen, en de meerderheid van de overlevenden heeft geen geloofsovertuiging. De vragen die ik mij al vanaf mijn 12e stelde – toen mijn grootmoeder mij uitlegde wat mijn herkomst was – waren veel groter dan het zuiver individuele. Het ging over het Kwade in de wereld, en de onmenselijkheid van de mens, en het tragische misbruik van wetenschap en techniek waartoe wij in staat waren. Ik kan mij maar nauwelijks voorstellen, dat iemand leeft zonder een bevredigend antwoord op die vragen voor zichzelf te kunnen formuleren. Hoe dat antwoord er ook uitziet.

Hoe we ook denken over het onderscheid tussen atheïsten en de gelovigen, de gemakzuchtige houding waarmee we een abstracte en simplistische levenshouding aannemen en triomfantelijk tegen anderen uitspelen, is tegenover de diepte van het onheil dat deze mensheid over zich afroept, een blasfemie. Ik zoek bij atheïsten ook deze sporen van het "gereflecteerde leven" want dat is het enige dat de moeite waard is. En de stijve en arrogante wetenschappelijke houding, is daarmee nauwelijks in overeenstemming. Het is een jezelf verstoppen achter een objectiviteit die je zelf nauwelijks begrijpt, of zoals Kierkegaard zegt: een kathedraal bouwen maar dan leven in het hondenhok ernaast. En in die wijze van leven vragen we vol respect naar de uitleg die iemand heeft over zijn zoektocht naar de zin, want er is een dringende en tragische aanleiding om daarmee bezig te zijn. Gelukkig ben jij daartoe in staat.

Met vriendelijke groet,
Robbert

Gebruikersavatar
RobbertVeen
Forum fan
Berichten: 465
Lid geworden op: 17 jul 2014 12:10
Locatie: Dronten
Contacteer:

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door RobbertVeen » 22 aug 2014 11:40

Beste Peter,

We zijn nu op een punt in onze discussie aangekomen, dat het gevaar dreigt van herhaling van zetten. Ik begrijp wat je bedoelt met het "lege mandje" en hopelijk begrijp jij waarom dat voor mij geen aanvaardbare beschrijving is van wat het woord "God" voor mij betekent.

We hebben een gebied waarin we mogelijkerwijze ook overeenstemming zouden kunnen bereiken: je noemde het tweede gebod, de naastenliefde.

We hebben ook een gebied waarin we een grote controverse hebben, bijvoorbeeld de uitleg van het Oude Testament, waarnaar je een paar keer verwees.

We hebben vermoedelijk verschil van mening als het gaat over onze epistemologie, en dat is een meer filosofische discussie. Ik zie jou inderdaad als een materialistische reductionist, die vervolgens geheel inconsistent over belangrijke morele waarden spreekt – met een voor mij nog wat vage verwijzing naar een grondslag daarvan in de menselijke evolutie.

Je hebt al eerder duidelijk gemaakt dat wij ook diepgaand verschillen over de betekenis van filosofie en met name de metafysica.

Hoe nu verder?

Misschien is het goed wanneer we afstappen van de discussie over het begrip God, en misschien zou jij mij kunnen uitleggen wat jouw bezwaren zijn tegen een gelovige levensbeschouwing – en dan afgezien van de aanname van het bestaan van God. Dat zou betekenen dat we spreken over de gevolgen van het geloof in God of de bijzondere vorm die dat in het christendom heeft gekregen.

Met vriendelijke groet,
Robbert

Gebruikersavatar
Peter van Velzen
Moderator
Berichten: 16560
Lid geworden op: 02 mei 2010 10:51
Locatie: ampre muang trang thailand

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door Peter van Velzen » 22 aug 2014 16:45

Beste Robbert,

Aangezien je het eerste punt – bestaat god? – liever niet meer uit wil werken, stel ik voor dat we overgaan tot de Moraal.

Ik stel dat de Seculier-humanistische moraal daarom deugdelijk is, omdat zij het bewust denkende individu centraal stelt. Dat is immers degenen die zich moreel moet gedragen: De morele acteur. De moraal komt tevens aan het bewust denkende individu alsmede zijn nageslacht ten goede. “God” hoeft zich helemaal niet moreel te gedragen. Noch de vrijdenker, noch de Christen zal hem eisen stellen. Maar de bewust denkende mens daaraan stellen wij wel eisen. Moraal is niet de wil van een almachtige, maar rekening houden met hen waarover wij zelf macht hebben!

De Christelijke moraal is in wezen nauw verwant aan de humanistische (de vroege humanisten waren allen Christenen), maar de religie bevat alllerlei extra gevaren die haar soms minder geschikt maken. Ten eerste is ze minder objectief, omdat ze niet alle morele acteurs maar een enkele – mogelijk denkbeeldige – god kiest als basis van die moraal. Daarmee wordt de moraal aanzienlijk subjectiever, want zij wordt niet langer afhankelijk van de belangen en wensen van de morele acteurs, maar van wat de Christen denkt, dat de wil van zijn god is. en daar is geen objectieve maatstaf voor. Pogingen om de bijbel hierbij te gebruiken, kunnen gemakkelijk verkeerd aflopen, bijvoorbeeld door de stammenmoraal uit het oude testament, die – dat zullen de joden als eersten toegeven – totaal ongeschikt is voor de moderne maatschappij.

Als men zich tot het nieuwe testament beperkt, is men vervolgens toch weer afhankelijk van de subjectieve bronnen. Als de Christen zich niet vergist, dan is die bron toch slechts één persoon: Ene Jezus. Niet de slechtste figuur die men zou kunnen kiezen, zijn standpunten zijn behoorlijk verheven boven de achterhaalde stammenmoraal maar ook zijn moraal is subjectief, en bevat enkele niet goed verklaarbare zaken. Hij neigt ertoe uitschelden enigermate gelijk te stellen met dodelijk geweld, het kijken naar een aantrekkelijke vrouw meteen maar overspel te noemen, en zijn houding tegenover mannen die een verstoten vrouw huwen, is buitengewoon vreemd. Hoe kan daar iets fout aan zijn, wanneer haar eerste man al een ander heeft genomen? Ook zijn houding ten opzichte van onrecht is enigszins ambivalent. (keer de andere wang toe? Waarom?) Er zijn nog wat andere zaken, waarover men zich achter de oren zou kunnen krabben, maar die zijn wat minder simpel te interpreteren. En ik wil geen welles- nietes discussie.

Zelf heb ik in mijn jeugd mij vooral gefocust op de decaloog, maar ook daar is het nodige mee mis. Op de eerste plaats de focus op een god die zich jaloers betoont ten opzichte van andere (af?)goden, en de aandacht afleidt van hen die door onze daden wel degelijk kunnen worden getroffen: Onze medemensen. Dan het onzinnige (halve) gebod ten aanzien van gesneden beelden. Waar is de wetgever mee bezig? Deze inlas, leidde ertoe dat op dezelfde dag waarop Mozes van de berg Horeb terugkeerde, 3000 mensen werden afgeslacht. Waarom? Waarvoor? Wat is hier moreel aan? Nee: ook de decaloog biedt geen goede moraal. Een man die hout sprokkelt op de Sabbat wordt eveneens ter dood gebracht. En ook de naam des heren blijkt belangrijker dan het leven van een mens. Ergo: Het goede eraan wordt verdrongen door een religieuze naijver die gemakkelijk tot rampen kan leiden, en dat – als we de bijbel mogen geloven, ook gedaan heeft.

Waar ik weinig bezwaar tegen kan hebben is het tweede deel (“eraan gelijk”) van het “grootste gebod”. Waarom we een onkenbaar iets met geheel ons hart, heel onze ziel en als onze gedachten zouden moeten liefhebben, en hoe we dat ook maar zouden kúnnen doen, ontgaat me weliswaar geheel, maar als we het “eraan gelijk” letterlijk nemen, blijft daar over: “Onze naaste liefhebben gelijk onszelf”. Daar kan ik wel wat mee, en dat sluit direct aan op de seculier humanistische moraal. Wie anders is die naaste dan het bewust denkende individu, die van zijn (of haar) kant ook voor ons empathie aan de dag legt? In zekere zin is de humanistische moraal dus ook in het Evangelie voorhanden. Helaas pakt niet iedereen die ook goed op.

Alhoewel wij natuurlijk het meeste te maken hebben met ons eigen doen en laten, moeten wij in een menselijke samenleving altijd rekening houden met de gevolgen van ons gedrag voor anderen. Voor andere bewust denkende individuen, andere morele acteurs, en met hun wensen dien aangaande, en met hun familie en hun kinderen. Dat moet wederkerig, maar met de vooronderstelling dat de ander van goed wil is. Wij mogen op voorhand niemand uitsluiten. Weliswaar zal de samenleving zich minder empatisch vertonen ten opzichte van hen die alleen maar willen profiteren, en hunnerzijds geen bijdrage willen leveren. De beste strategie blijkt toch ook, om weer snel te vergeven en er geen langdurige wrok op na te houden en zo mogelijk eenieder weer in te sluiten.

Deze moraal is niet uit de lucht komen vallen, ze is ongetwijfeld het gevolg van onze evolutie en onze manier van samenleven. Een mens alleen kan niets, maar elk mens kan wat anders, en door de unieke manier waarop totaal verschillende individuen totaal verschillende taken vervullen is een maatschappij mogelijk waarin eenieder optimaal zou moeten kunnen floreren, als wij elkaar daar de kans toe geven, en als wij die kansen ook benutten. Als je om je heen kijkt in huis, zie je bijna uitsluitend dingen die door andere mensen zijn vervaardigd. Alles om je heen is een product van menslijk handelen, en de meeste mensen die daaraan hebben meegewerkt, heb je misschien niet eens ontmoet. Toch profiteer je van hun aller samenwerking.

Wil die samenleving goed functioneren, dan dienen we elkaar fatsoenlijk te behandelen. Niet alleen de wetten die daarvoor gemaakt zijn na te volgen, maar vrijwillig zonder dwang van buiten ons positief op te stellen ten opzicht van de medemens. Het Christelijk geloof biedt daartoe weliswaar enkele uitstekende aangrijppunten, ze wordt echter geplaagd, door allerlei niet essentiële bijzaken, die voor sommigen tot hoofdzaak verworden. Zorgen om – mogelijk volstrekt denkbeeldige – zaken zoals onsterfelijke zielen, abominaties in de ogen van een onzichtbare god een leven in het hiernamaals en wat dies meer zijn. leiden tot nodeloze verlenging van ondraagelijk lijden, onderdrukken van vrouwen, discriminatie van homofielen, verzet tegen stamcelonderzoek, vaccinatie, bloedtransfusie en voorbehoedsmiddelen, allemaal zaken die onze medemensen geen goed doen.

Dit hoeft niet het geval te zijn. Met veel Christenen – mijn eigen familieleden onder anderen – kan ik het volledig eens zijn omtrent allerlei morele zaken, maar de hierboven genoemde gevaren liggen doorlopend op de loer. Maar als de humanistische vrijdenker en de humanistische Christen consequent de humane keuze maken, kunnen wij gezamelijk vooruitgang boeken.

Denk niet dat ik ook maar iemand moreel verheven acht. Ook onder vrijdenkers komt men lieden tegen die egoïstisch, rancuneus, vooringenomen en onrechtvaardig zijn. Ook in het seculiere denken sluimeren gevaren. Waarvan extreme politieke en economische inzichten de duidelijkste voorbeelden zijn. Maar ook de Christen is daar niet noodzakelijkerwijze immuun voor, en hij torst nogal wat extra balast mee, die hij niet zo makkelijker zal kunnen opgeven. Anderzijds heeft hij in zijn bagage ook het goede voorbeeld bij de hand. Het is dus een kwestie van de juiste keuze maken.

Het belangrijkste is en blijft de zorg en de empathie voor de medemens, voor de dieren ook. En onze zorg voor de komende generaties. Zoals gezegd: Een almachtige god kan wel voor zichzelf zorgen. Wij mensen daarentegen zijn van elkaar afhankelijk, en daar moeten we rekening mee houden.
Ik wens u alle goeds

Gebruikersavatar
RobbertVeen
Forum fan
Berichten: 465
Lid geworden op: 17 jul 2014 12:10
Locatie: Dronten
Contacteer:

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door RobbertVeen » 25 aug 2014 12:45

Aangezien je het eerste punt – bestaat god? – liever niet meer uit wil werken, stel ik voor dat we overgaan tot de Moraal.
Het gaat er niet om dat ik het niet meer wil uitwerken, maar ik weet niet precies wat nog tot verheldering kan bijdragen. Ik overweeg een zeer beknopte weergave te maken van alle argumenten tegen het geloof die ik op dit forum ben tegengekomen, een algemeen antwoord te geven, en op elk van de tegenwerpingen ook nog in te gaan. Maar ik heb er geen enkel bezwaar tegen dat jij en ik nog wat verder praten over het bestaan van God.

Let wel, het kan hooguit mijn bedoeling zijn om op dit forum maar eigenlijk ook overal, te laten zien dat mijn geloof redelijk onderbouwd kan worden, wat iets anders is dan rationeel bewezen. Bijvoorbeeld, wanneer wij spreken over het begin van de kosmos. Kosmologen stellen dat God niet nodig is als een geponeerde oorzaak van dat begin en ze zoeken naar manieren om de vraag naar de oorzaak van het heelal althans in de kosmologie te vermijden. Dat houdt voor mij in dat je geen wetenschappelijk bewijs kunt leveren voor het bestaan van een eerste oorzaak van de kosmos. Maar het sluit voor mij niet uit, dat het nog steeds redelijk is om aan te nemen, dat datgene wat een begin heeft gehad – of dat nu een begin in de tijd is, of het begin van de tijd is – van iets anders afhankelijk is en niet met noodzaak uit zichzelf is voortgekomen. Het lijkt mij nog steeds aannemelijk dat een bijzonder universum – met bijvoorbeeld een bijzondere verhouding tussen materie en antimaterie, met een bijzondere geschiedenis die leven mogelijk heeft gemaakt – ook uit een bijzondere oorzaak, dat wil zeggen uit een scheppende intelligentie met een bijzondere wil is voortgekomen.

Natuurlijk kan ik dat niet bewijzen en er zijn geen wetenschappelijke argumenten voor. Maar het is in ieder geval geen irrationele aanname, dat wil zeggen dat de gedachte dat deze kosmos een oorzaak heeft in ieder geval een redelijk argument heeft al is dat dan geen dwingend argument. Ik vind het veel moeilijker om aan te nemen, dat de kosmos uit zichzelf deze bijzondere ordening heeft gekregen, omdat het mij helemaal niet als redelijk voorkomt, dat het geheel van alle dingen uit zichzelf zou zijn ontstaan – wanneer dat wel kan worden volgehouden, dan is in zekere zin dat geheel gelijk te stellen aan wat wij onder God verstaan.

Ik herinner mij vaag wat de filosofie van Schelling daarover te melden had, en er is een ieder geval een aardig joods voorbeeld in de mystiek, waarin God de wereld niet schept door haar uit zichzelf voort te brengen, maar door zichzelf als het ware in zichzelf terug te trekken, en datgene wat er dan overblijft is precies de wereld. Dergelijke theologische theorieën hebben geen enkele wetenschappelijke waarde, maar dat maakt ze nog niet tot onredelijke speculaties – het zijn speculaties, die voor sommige mensen aannemelijk zijn. Ik begrijp best dat het irritatie kan oproepen, dat de zuiver wetenschappelijke benadering hier zou moeten zeggen: we weten dit niet, en: wat we weten leidt niet noodzakelijk tot deze gedachte. Terwijl een Christen er lustig op doorspeculeert. Maar heeft dan de wetenschap over alle dingen het laatste woord?

Het komt mij voor dat wij bescheiden moeten zijn en moeten zeggen inderdaad we weten het niet, en dat kan voor de één inhouden dat hij zich van elke speculatie onthoudt – succes ermee! – en voor een ander dat hij een redelijk fundament ziet voor zijn eigen geloofsovertuiging - daar kun jij mij dan succes mee wensen! Te beslissen valt die vraag toch niet.

Het lijkt mij ook een heilloze weg, die door sommigen hier wordt ingeslagen, om een psychologische verklaring te bedenken voor het feit dat de een wel en de ander niet tot deze redelijke aanname van het bestaan van God besluit. Het argument is immers makkelijk omkeerbaar. Wanneer het geloof in God berust op een psychologische mankement, dan vraag ik mij af hoe dat kan worden aangetoond. En of niet met hetzelfde recht kan worden beweerd, dat de hardnekkige weigering om God te erkennen evenzeer berust op een psychologisch en wellicht zelfs op een moreel mankement. Ik kies er niet voor om atheïsten op een psychologische of moralistische wijze te benaderen, en ik heb er maar bitter weinig aan dat amateurpsychologen dat met mijn geloof wel doen.

Zoals ik elders al eens heb gezegd, over Nietzsche valt met mij te praten, omdat ik zijn analyse van (bepaalde vormen van) geloof zeer hoog respecteer. Daar zitten ook voor mij nog klemmende vragen. Maar de simpele stelling dat het idee van God een projectie is vanuit mijn verlangen, wijs ik als te simplistisch van de hand. Het verweer is hier heel makkelijk: het kan iemand goed uitkomen dat er geen God is, omdat hij daarmee elke hogere instantie in zijn moraal kan ontkennen etc. Dat wist zelfs Nietzsche, die aan dat makkelijke atheïsme evenzeer een broertje dood had, als aan de simpele vroomheid.

Goed, naar de moraal.
Ik stel dat de Seculier-humanistische moraal daarom deugdelijk is, omdat zij het bewust denkende individu centraal stelt. Dat is immers degenen die zich moreel moet gedragen: De morele acteur. De moraal komt tevens aan het bewust denkende individu alsmede zijn nageslacht ten goede. “God” hoeft zich helemaal niet moreel te gedragen. Noch de vrijdenker, noch de Christen zal hem eisen stellen. Maar de bewust denkende mens daaraan stellen wij wel eisen. Moraal is niet de wil van een almachtige, maar rekening houden met hen waarover wij zelf macht hebben!
Ik stel daartegenover dat de seculier-humanistische moraal precies om die reden ondeugdelijk is, omdat zij de mens reduceert tot het bewust denkende individu.

Ten eerste zijn mensen niet uitsluitend denkende, maar ook voelende en behoeftige individuen. Wanneer de moraal alleen maar gekoppeld wordt aan het bewuste denken, leidt dat tot een enorme kortzichtigheid ten aanzien van de eigen aard van de mens.

In de tweede plaats leven mensen in sociale verhoudingen, die zij niet bewust denkende zelf hebben bedacht of opgesteld. Daarom zijn wij niet per definitie morele wezens, maar sociale wezens, die eerder de gewoonte van de omgeving en de opvoeding van de ouders volgen, dan individueel morele beslissingen maken.

In de derde plaats reduceren wij met het begrip moraal, ons handelen in termen van goed en kwaad tot het maken van bewuste keuzes uit alternatieven. Maar wij zijn in de eerste plaats al nauwelijks in staat om werkelijk individuele keuzes te maken, maar bovendien werkt de moraal meestal als een rationalisatie achteraf van datgene wat wij instinctief of onder sociale druk als nuttig voor onszelf hebben gekozen. Het idee van de morele acteur, lijkt mij een typisch modernistisch misverstand.

In de vierde plaats berust deze reductie van de moraal op het handelen van het bewuste denkende individu opnieuw op een misverstand, wanneer we overwegen waar wij dan eigenlijk macht over hebben. Ik stel dat wij de gevolgen van onze handelingen nauwelijks kunnen overzien, zodat de keuze voor goed of kwaad voor zover dat ligt in een beoordeling van de wenselijkheid van de gevolgen ervan, nauwelijks mogelijk is.

Tenslotte wil ik erop wijzen, dat een filosoof als Paul Ricoeur zeer uitvoerig alle problemen aan de orde heeft gesteld, die aan de notities van een moreel bewustzijn kleven. Er is bij hem zowel sprake van een innerlijke tegenspraak als van een volstrekte overschatting van de mate waarin wij controle hebben over de gevolgen van onze daden – zoals ik trouwens al noemde.

Ik stel dat jouw humanistische antropologie en de daaraan gekoppelde moraal volstrekt verouderd is en meer een wensbeeld van goed bedoelende rationele mensen formuleert, dan dat het enig verband heeft met de realiteit van ons menselijk bestaan en wat in werkelijkheid in het leven als goed en kwaad optreedt.
De Christelijke moraal is in wezen nauw verwant de humanistische (de vroege humanisten waarin allen Christenen), maar de religie bevat alllerlei extra gevaren die haar soms minder geschikt maken. Ten eerste is ze minder objectief, omdat ze niet alle morele acteurs maar een enkele – mogelijk denkbeeldige – god kiest als basis van die moraal. Daarmee wordt de moraal aanzienlijk subjectiever, want zij wordt niet langer afhankelijk van de belangen en wensen van de morele acteurs, maar van wat de Christen denkt, dat de wil van zijn god is. en daar is geen objectieve maatstaf voor. Pogingen om de bijbel hierbij te gebruiken, kunnen gemakkelijk verkeerd aflopen, bijvoorbeeld door de stammenmoraal uit het oude testament, die – dat zullen de joden als eersten toegeven – totaal ongeschikt is voor de moderne maatschappij.
De christelijke moraal is beter geschikt dan de humanistische, juist omdat ze de subjectiviteit van de morele acteurs vermijdt, maar een gemeenschappelijke en noodzakelijke grondslag buiten en boven die morele acteurs kiest. In plaats van de onderscheiding van goed en kwaad over te laten aan de willekeur van individuen en hun onderlinge strijd, wordt de onmogelijkheid van morele keuzes van werkelijke mensen – niet alleen maar denkers, maar ook mensen met gevoel en behoeften – in de christelijke moraal veel duidelijker erkend. En daarmee wordt de moraal ontheven aan de belangen en wensen van de morele acteurs, op grond waarvan er alleen maar een strijd om de macht kan zijn – exact wat ook onze forum-filosoof Nietzsche heeft erkend. De moraal die jij voorstaat is trouwens bij Nietzsche een vorm van ressentiment, een lagere vorm van de wil tot macht, en een residu van het godsgeloof in plaats van de ware bevrijding van de mens tot zijn werkelijke vrijheid.

De maatstaf van goed en kwaad in de bijbel zoeken, met de veronderstelling dat het toch uiteindelijk gaat om een beslissing van het bewust denkende individu, leidt nou juist tot hopeloze verwarring. De bijbel spreekt in het geheel niet over die beslissing van het bewust denkende individu, behalve juist als een vorm van het kwade. De beslissing om als God te zijn – dat wil zeggen onafhankelijk en zelfstandig – in de keuze tussen goed en kwaad, wordt in de bijbel al in de eerste hoofdstukken van Genesis als de wortel van alle kwaad gezien. Het goede en kwade wordt begrijpen als een leven onder het gebod, en dat gebod is uiteindelijk niets anders dan de overmacht van de ander – bijvoorbeeld in deze zin dat het verbod om een ander te doden, ingebed ligt in de ontmoeting met die ander, – dus in zijn bestaan, gezien als een bestaan naar het beeld en gelijkenis van God zelf en daarmee als een absoluut gerechtvaardigd bestaan – en niet voortkomt uit een individuele beslissing over wat in mijn belang is als morele acteur.
Als men zich tot het nieuwe testament beperkt, is men vervolgens toch weer afhankelijk van de subjectieve bronnen. Als de Christen zich niet vergist, dan is die bron toch slechts één persoon: Ene Jezus. Niet de slechtste figuur die men zou kunnen kiezen, zijn standpunten zijn behoorlijk verheven boven de achterhaalde stammenmoraal maar ook zijn moraal is subjectief, en bevat enkele niet goed verklaarbare zaken. Hij neigt ertoe uitschelden enigermate gelijk te stellen met dodelijk geweld, het kijken naar een aantrekkelijke vrouw meteen maar overspel te noemen, en zijn houding tegenover mannen die een verstoten vrouw huwen, is buitengewoon vreemd. Hoe kan daar iets fout aan zijn, wanneer haar eerste man al een ander heeft genomen? Ook zijn houding ten opzichte van onrecht is enigszins ambivalent. (keer de andere wang toe? Waarom?) Er zijn nog wat andere zaken, waarover men zich achter de oren zou kunnen krabben, maar die zijn wat minder simpel te interpreteren. En ik wil geen welles- nietes discussie.
De willekeur van de morele acteurs is in een andere zin wellicht van het woord, een nog veel meer subjectieve bron. De bron van de christelijke ethiek is inderdaad het voorbeeld van het handelen van Jezus Christus. Hij heeft uitschelden niet gelijkgesteld aan dodelijk geweld, maar de wortel van het dodelijk geweld gezien in de afwijzing van de waardigheid van een ander, zodat het uitschelden al de eerste stap is in de richting van een manier van denken en doen, waarin het leven van een ander als zodanig niets meer waard is. Niet het kijken naar een aantrekkelijke vrouw is overspel, maar het kijken vol daadwerkelijke begeerte, zodat men zich niet kan terugtrekken in de gedachte dat men slechts gekeken heeft. Dat berust mede op een analyse van hoe de zonde in het leven werkelijk optreden kan: door bezig te zijn met datgene wat voor ons verboden is, door rationalisaties te zoeken voor een verkeerd handelen en zelfs in de richting van het verkeerde overwegingen koesteren, kan men er uiteindelijk toe komen de verkeerde daad ook te doen. Bij het huwelijk met een verstoten vrouw, gaat het juist niet om het verkeerde gedrag van een man, maar om het feit dat een dergelijk huwelijk in strijd is met de oorspronkelijke bedoeling van God, dat man en vrouw een duurzaam en getrouw verbond met elkaar hebben. De opdracht om niet tot echtscheiding te besluiten, behalve in het geval dat het huwelijk daadwerkelijk zodanig is verstoord, dat de onderlinge trouw niet kan worden hersteld - bij overspel - , is de feitelijke beslissing van de gemeente in het Nieuwe Testament wanneer we de uitspraken van Jezus en die van Paulus met elkaar verbinden. Dat is overigens in de christelijke ethiek heel gebruikelijk, omdat Jezus beginselen leert, en tegelijkertijd aan de gemeente de opdracht geeft concrete beslissingen in concrete gevallen te nemen. Er is dus een soort praktijk van jurisprudentie in de gemeente, die net zo belangrijk is als de letter van de wet.

Het toekeren van de andere wang is in de specifieke omstandigheden van de Romeinse bezetting van Israël een heel bijzondere morele opdracht. De slaaf werd als te laag opgevat, om met de binnenkant van de rechterhand te slaan. Men sloeg de slaaf in het gezicht met de buitenkant van de rechterhand, dus op diens rechterwang. Deze vernederende klap, kan leiden tot een spiraal van geweld, wanneer hij wordt beantwoord op dezelfde wijze. De escalatie wordt voorkomen wanneer de slaaf zijn linker wang aan zijn vijand toekeert, omdat dat de vraag inhoudt wat de intentie achter de klap is: door u met de binnenkant van de rechterhand het gezicht te moeten geraken, wordt de vijand gedwongen om tenminste de gelijkwaardigheid van de geslagene te erkennen. Maar als de ander inderdaad gelijkwaardig is, wat is dan de rechtvaardiging van de klap zelf? En wil men inderdaad van het vernederende gebaren overgaan naar volledige strijd? Die uitdaging en vraag ligt bedsloten in het toekeren van de andere wang. Het is dus een herstel van communicatie, die eigenlijk door het slaan al is verbroken. Dat is de historische achtergrond van deze morele opdracht van Jezus. Het antwoord dus op jouw vraag waarom? Ik hoop dat duidelijk is dat het voor mij ook geen welles-nietes discussie hoeft te zijn, maar het lijkt erop dat je niet helemaal op de hoogte bent van wat deze teksten betekenen.
Zelf heb ik in mijn jeugd mij vooral gefocust op de decaloog, maar ook daar is het nodige mee mis. Op de eerste plaats de focus op een god die zich jaloers betoont ten opzichte van andere (af?)goden, en de aandacht afleidt van hen die door onze daden wel degelijk kunnen worden getroffen: Onze medemensen. Dan het onzinnige (halve) gebod ten aanzien van gesneden beelden. Waar is de wetgever meer bezig? Deze inlas, leidde ertoe dat op dezelfde dag waarop Mozes van de berg Horeb terugkeerde, 3000 mensen werden afgeslacht. Waarom? Waarvoor? Wat is hier moreel aan? Nee: ook de decaloog biedt geen goede moraal. Een man die hout sprokkelt op de Sabbath wordt evenens ter dood gebracht. En ook de naam des heren blijkt belangrijker dan het leven van een mens. Ergo: Het goede eraan wordt verdrongen door een religieuze naijver die gemakkelijk tot rampen kan leiden, en dat – als we de bijbel mogen geloven, ook gedaan heeft.
De jaloezie van God houdt alleen maar in, dat Hij ons verbiedt om naast Hem ook nog andere hogere machten in ons leven aan te nemen of te volgen. Het is een verbod op syncretisme, het is een oproep om ons te focussen op deze ene openbaring. Het antropomorfe karakter van de term jaloezie, vergt misschien enige theologische uitleg, maar die bestaat er wel degelijk en al heel lang. Hoezo wordt de aandacht afgeleid van onze medemensen? Ook de geboden die alleen maar de eer van God tot doel hebben, hebben uiteindelijk een morele strekking voor de omgang met andere mensen. Deze God immers uitsluitend dienen, houdt in dat we de opdracht om zorg te hebben voor de naaste, de weduwe, de vreemdeling, de wees als absoluut gebod moeten opvatten. Wie er ook nog andere goden op nahouden, zouden er makkelijk aan kunnen ontkomen. En juist het verbod om een gesneden beeld te maken van deze God, houdt in dat ik niet probeer om mijn eigen voorstelling – bijvoorbeeld gebaseerd op mijn wensen en belangen – in de plaats van deze God te stellen, zodat ik misschien de geboden die mij opdragen om de naaste te dienen als relatief kan afdoen.

Een man die op die dagen opzettelijk hout sprokkelt, keert zich in openlijke rebellie tegen God en tegen het volk. Dat is in die context precies hetzelfde, als het verrichten van hand- en spandiensten aan de Duitse bezetter, waarmee een systeem wordt ondersteund dat nog veel meer slachtoffers maakt. Niemand haalt het in zijn hoofd om buiten deze bijzondere context om, het hout sprokkelen op de sabbat als een met de dood te bestraffen daad te zien. Maar binnen de context van de sluiting van het verbond op de Sinaï wil een dergelijke tekst het absolute belang van juist het werkverbod op de sabbat – een van de twee fundamentele tekens van het verbond tussen God en Israël naast de besnijdenis – benadrukken, zonder daarmee te zeggen dat dit een voor altijd geldende morele regel zou zijn. En datzelfde geldt voor de bestraffing van de mensen die rondom het Gouden Kalf hebben gedanst. Dergelijke verhalen moet je niet uit de context halen, er een morele regel van maken om het vervolgens af te wijzen. Dat is al te makkelijk.

Ik kan het dan ook helemaal niet eens zijn met jouw erg makkelijke conclusie, dat"Het goede eraan wordt verdrongen door een religieuze naijver die gemakkelijk tot rampen kan leiden" -
Waar ik weinig bezwaar tegen kan hebben is het tweede deel (“eraan gelijk”) van het “grootste gebod”. Waarom we een onkenbaar iets met geheel ons hart, heel onze ziel en als onze gedachten zouden moeten liefhebben, en hoe we dat ook maar zouden kúnnen doen, ontgaat me weliswaar geheel, maar als we het “eraan gelijk” letterlijk nemen, blijft daar over: “Onze naaste liefhebben gelijk onszelf”. Daar kan ik wel wat mee, en dat sluit direct aan op de seculier humanistische moraal. Wie anders is die naaste dan het bewust denkende individu, die van zijn (of haar) kant ook voor ons empathie aan de dag legt? In zekere zin is de humanistische moraal dus ook in het Evangelie voorhanden. Helaas pakt niet iedereen die ook goed op.
Onze naaste liefhebben gelijk onszelf, houdt helemaal niet in dat die naaste het bewust denkende individu zou zijn. Dat het tweede gebod in de opsomming van Jezus inderdaad op de tweede plaats komt, heeft onder meer als reden, dat we die naaste moeten zien als elk individu, zonder enige inperking, en dat het gebod dat onze omgang met de naaste regelt, gebaseerd is op een gebod van volkomen toewijding aan de God die zowel mij als mijn naaste heeft geschapen – ook al zou ik die naaste in het geheel niet als iemand kunnen herkennen die van mijn stam, van mijn cultuur, van mijn taal, of in een andere zin aan mij gelijkwaardig is. In ieder geval maakt het eerste gebod het tweede gebod tot een universele verplichting zonder inperking. Zonder dat eerste gebod, zou het "gelijk onszelf" al te makkelijk ertoe kunnen leiden, dat wij ons alleen maar willen inzetten voor mensen zoals wij. Of zoals je zelf schrijft, het gaat om de gelijkwaardigheid omdat die naaste ook voor ons empathie aan de dag legt. Het "gelijk onszelf" betekent in de kern: voor mensen die net als wij schepselen zijn van een en dezelfde God, en die op grond daarvan alleen al bescherming en erkenning verdienen. Met andere woorden ook voor die naaste, die geen empathie en vriendelijkheid voor ons hebben, dus zelfs eventueel tegenover de vijand.

Ik zie niet in dat de humanistische moraal die wat losjes spreekt over respect voor andere mensen, het halen kan bij de kracht van het tweede gebod. Maar ik wens je succes ermee.
Dit hoeft niet het geval te zijn. Met veel Christenen – mijn eigen familieleden onderanderen – kan ik het volledig eens zijn omtrent allerlei morele zaken, maar de hierboven genoemde gevaren liggen doorlopend op de loer. Maar als de humanistische vrijdenker en de humanistische Christen consequent de humane keuze maken, kunnen wij gezamelijk vooruitgang boeken.
Ik wist dat er uiteindelijk wel weer iets zou komen, waarmee ik het van harte eens kon zijn. Ik wil mij niet graag een humanistische christen noemen, want dat is net zoiets als een ongelovige dominee: die kunnen er zijn, maar het is niet de bedoeling. Ik denk zeker dat wij overeenstemming kunnen hebben over de zorg om de menselijkheid van de mens. Maar ja om die overeenstemming moet het hier maar niet gaan.
Denk niet dat ik ook maar iemand moreel verheven acht. Ook onder vrijdenkers komt men lieden tegen die egoistisch, rancuneus, vooringenomen en onrechtvaardig zijn. Ook in het seculiere denken sluimeren gevaren. Waarvan extreme politieke en economische inzichten de duidelijkste voorbeelden zijn. Maar ook de Christen is daar niet noodzakelijkerwijze immuun voor, en hij torst nogal wat extra balast mee, die hij niet zo makkelijker zal kunnen opgeven. Anderzijds heeft hij in zijn bagage ook het goede voorbeeld bij de hand. Het is dus een kwestie van de juiste keuze maken.
Ik denk dat het met die extra ballast behoorlijk meevalt. Wat je hier eigenlijk mee zegt is, dat noch de christen, noch de humanist het monopolie op goedheid heeft. Zeker niet. Gevaren en valkuilen en vergissingen aan beide kanten. Maar ik geloof zeker niet dat de extra ballast verantwoordelijk is voor de fouten van christenen. Ik ervaar dat in het geheel niet zo. Ik denk dat wat jij de extra ballast noemt, voor mij juist een vorm van zuivering is van het morele denken, zoals die leidt tot mijn bezwaren tegen jouw uitgangspunten waarmee ik begon.
Zoals gezegd: Een almachtige god kan wel voor zichzelf zorgen. Wij mensen daarentegen zijn van elkaar afhankelijk, en daar moeten we rekening mee houden.
Helemaal mee eens.

Met vriendelijke groet,
Robbert

Gebruikersavatar
Peter van Velzen
Moderator
Berichten: 16560
Lid geworden op: 02 mei 2010 10:51
Locatie: ampre muang trang thailand

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door Peter van Velzen » 26 aug 2014 06:24

Je weet niet hoe je nog tot verheldering kan bijdragen, maar je wijt er toch nog enkele alineas aan. Of het redelijk is te denken dat het heelal een oorzaak heeft en – met name – of die oorzaak een intelligentie moet zijn, daarover valt uiteraard te twisten. Wij weten alleen van het bestaan van een intelligentie die zich bewuste doelen kan stellen af in de laatste paar miljoen jaar van de ontwikkeling van het leven op onze planeet. We kennen geen enkele intelligentie vanuit de 13 miljard jaar die er aan vooraf gingen. Maar het denken in bewuste doelen, is ons nu eenmaal aangeboren. Dus dat zullen we niet gauw kwijtraken. Nog altijd gebruiken we termen als ..”de vulkaan slaapt”, “de storm woedt”, “de zee ging te keer”. Alsof ze een eigen wil zouden hebben. “ongestraft slaat niemand haar neer” zo vervolgt de zuiderzeeballade zelfs. Maar wie minder oppervlakkig nadenkt, moet zich toch afvragen, hoe men zich een intelligentie voor moet stellen die al voor “de big-bang” zou hebben bestaan, Voor zo’n wezen is de dag niet als een millenium, maar is een mensenleven als een seconde. Zou het ons zelfs maar opmerken?

De wetenschap heeft altijd het laatste woord wat kennis betreft. Maar dat is altijd maar voorlopig. Zolang men wetenschap beoefent kan men altijd een nieuw woord verwachten. En over wat men niet weet dient men in zekere zin te zwijgen, in elk geval niet te claimen dat men het wél zou weten,

De Moraal
Ik verbaas me! Jouw argumenten voor bezwaren tegen de humanistische moraal, zijn voor het grootste deel juist de principes waarop deze moraal berust! Ik heb dus toch gelijk, dat wij in wezen dezelfde moraal voor ogen hebben.

Hoe kun je denken dat de mens bezien als bewust denkend individu een reductie is? Bewustzijn denken is zo ongeveer de minst gereduceerde eigenschap die wij vertonen! Uiteraard weten we (dat leert ons ook de wetenschap) dat gevoelens een onmisbaar onderdeel van dat proces zijn. En de humanistische moraal houdt daar wel degelijk rekening mee. Wat tot kortzichtigheid leidt is te denken dat de moraal los zou kunnen staan van de menselijke emoties en behoeften en zou kunnen worden herleid tot een perfect wezen dat die behoeften zelf niet heeft. Maar een mens is meer dan alleen maar een voelend dier, hij is zich bewust van zichzelf, van zijn gevoelens en van zijn moraal.

Dar de mensen deel van een samenleving vormen is evenmin in strijd met deze moraal. Integendeel de moraal is ontstaan doordat wij sociale dieren zijn, die elkaar nodig hebben om te overleven. Daar maken zowel onze opvoeding als de ons omringende cultuur deel uit. Nee, onze sociale verhoudingen zijn niet bewust gecreëerd. Maar wij zijn in staat om er bewust over na te denken, en alleen daar waar gevoelens samen gaan met bewust denken, ontstaat naast empathie ook moraal.

Ons daadwerkelijke handelen berust slechts in geringe mate op het maken van bewuste keuzes uit alternatieven. Maar als wij moreel juist willen handelen, dienen wij dat wél te doen. Wij verlangen van elkaar dat wij verantwoordelijkheid afleggen. Dat wij niet zonder rekening te houden met de gevolgen voor anderen aan onze impulsen toegeven. Het idee van de morele acteur berust minder op de werkelijkheid dan wij zouden willen, maar zij berust op de wenselijkheid ervan. Wij dienen dit ideaal na te streven. In de praktijk geschiedt dit vooral met behulp van empathie, zonder welke wij slecht in staat zijn, om vanuit de ander te denken. Maar wat wij “goed” noemen is doorgaans het bewust zorg dragen voor die anderen en wat wij “kwaad” noemen is doorgaans het bewust beschadigen van die ander.

Omdat wij de gevolgen van onze handelingen slechts in geringe mate kunnen overzien, bestaat onze praktische moraal vooral uit een aantal vuistregels, waarmee we in de meeste gevallen een goed antwoord hebben. Wij beseffen echter ook dat die vuistregels een doel dienen, en dat ze niet zouden moeten worden gehanteerd wanneer ze dat doel niet zouden dienen. Dat doel is het voortbestaan van ons nageslacht, van onszelf, van onze samenleving en van onze moraal. Want elk van deze is afhankelijk van de anderen.

Het is wel grappig dat, waar ik waarschuw voor het gebruik van duizenden jaren oude teksten. Jij komt met de opmerking dat onze huidige moraal, die nog niet eens honderd jaar oud is, volstrekt verouderd zou zijn! Hoezo verouderd? Een moraal waarin slavernij voorkomt is verouderd, een moraal waarin vrouwen onderworpen zijn aan mannen is verouderd, een moraal die onderscheid maakt tussen “wij” en “zij” is verouderd. Natuurlijk is moraal een wensbeeld. Het is niet zoals de wereld is, het is de wereld zoals zij zou moeten zijn. In de werkelijkeheid, staan nog steeds mensen elkaar naar het leven. Profiteren ze nog steeds van de inspanningen van anderen, zonder er iets voor terug te doen, liegen en bedriegen ze nog steeds, en gunnen ze elkaar het licht in de ogen niet. Maar dat is niet waar we naar moeten streven.

Een grondslag voor de menselijk moraal kan niet buiten en boven de bewust denkende mens worden gevonden. Buiten de mens is er weinig of geen moraal. (er is wel enige moraal onder andere sociale dieren). De humanistische moraal kent in het geheel geen ressentiment. Welk belang zou dat dienen? Het is ons eigen belang dat gedient moet worden. Maar omdat wij nu eenmaal geen solitaire dieren zijn, is het altijd ons gezamelijk belang dat voorop staat. Niet de onderlinge strijd, maar het individuële en gezamelijke streven om macht over ons lot te verwerven.

Hoe vermijdt de Christelijke moraal subjectiviteit? Dat kan ze niet doen door de moraal aan een enkele persoon te koppelen. Subjectiever zou de moraal niet kunnen zijn, dan wanneer ze van een enkele persoon afhangt. Nee, de moraal moet van álle bewust denkende individuën afhangen. Niet van een enkeling. Het bewust denkende individu is in de humanistische moraal niet degene die beslist wat voor hemzélf het beste is. Hij dient rekening te houden met alle andere bewust denkende individuën die door zijn handelingen worden getroffen.

De bedoeling van god is ons in het geheel niet bekend. Wie beweert haar te kennen, stelt slechts zijn eigen subjectieve oordeel boven dat van zijn medemensen. Ook kan onze moraal niet gebaseerd zijn op de gewoonten en regels uit een ver verleden. Er is in onze huidige maatschappij geen plaats voor een middeleeuwse Sharia noch voor een maatschappij als de Romeinse, die gebaseerd is op slavernij. Eenieder die de geschiedenis van de moraal kent, weet dat wij niet moeten omkijken maar vooruit moeten blikken. Dát is het gevaar van het zich willen baseren op oude teksten, en het zich niet willen baseren op een modern besef. Het besef dat alle mensen op deze aarde van elkaar afhankelijk zijn.

De humanistische levensbeschouwing heeft geen theologische uitleg nodig. De medemens is ons bekend. Zijn behoeften en gevoelens zijn ons grotendeels bekend. Zijn wil kan hij ons mededelen. Waarom moeilijk doen en de bedoelingen van een god trachten te doorgronden die ze ons niet zelf duidelijk uitlegt? Waarom zouden we beeldenstormen houden, elkaar stenigen omdat we elkaars rare ideeën niet wensen te geloven? Dit zijn geen denkbeeldige gevaren van de Christelijke moraal. Het zijn gevaren die al vele malen in de geschiedenis hebben toegeslagen, en dat nu veel plaatsen nog steeds doen.

In feite is het minder gevaarlijk een fysieke beeltenis van een god te maken, dan een spirituele. Het is die laatste die onze ideeën beïnvloedt en bepaald niet altijd ten goede! Het is niet het beeld van Kim dat Noord-Korea onderdrukt, maar het idee dat men van hem heeft. Het is niet een foto van Pol-Pot dat miljoenen cambodjanen het leven heeft gekost, maar de ideeën van zijn volgelingen. Zo ook Hitler, Stalin en noem maar op. Voor Christelijke beelden en ideeën geldt al niet anders.

De bijbel verdedigen leidt slechts tot het goedpraten van wat in wezen tirannie is. Wie hout sprokkelt is geen collaborateur, dat is degenen die hem oppakt en hem voor het fascistische gerecht brengt. Het straffen van degene die geen mens – zelfs geen dier – kwaad heeft gedaan is volstrekt immoreel. Het is precies het kwaad dat men dient te bestrijden. Een groter kwaad nog, dan het egoisme. Het streeft niet naar het eigen voordeel, noch naar het voordeel van anderen, maar slechts naar het onrecht en het lijden en sterven van de ander. Inderdaad het is een makkelijke conclusie dat religieuze naijver een groot gevaar is in deze wereld. Je hoeft slecht haar geschiedenis te kennen, om die conclusie te kunnen trekken. Zeker er is niet religieuze ideologische naijver die minstens zo erg is. Maar het is vele malen beter om niet te trachten om recht te praten wat krom is, maar om recht te doen!

Is onze naaste geen bewust denkend individu? Is het een steen? Is het een domme automaat? Heeft hij geen eigen wil? Heeft hij geen eigen gevoelens? Heeft hij geen eigen behoeftes? Wat is onze naaste anders dan degene die zich zijnerzijds ook om ons bekommerd? Het heeft geen zin om rekening te houden met de wil en de gevoelens van hersendoden. Noch met die van personen die wij niet eens kunnen kennen. Volkomen toewijding aan een persoon die wij niet kennen, is slechts volkomen toewijding aan onze eigen ideeën en verwaarlozing van de ander.

Er is geen logische reden om te denken dat een onbekend persoon jou of mij heeft gemaakt. En het heeft ook moreel geen enkele zin om daarover na te denken. Elk mens is een kostbaar en uniek individu. Wij moeten hem niet behandelen zoals wij zelf behandeld willen worden, maar rekening houden met de unieke wil en gevoelens van die ander. Niet met de uniforme wil, van iemand die wij in het geheel niet kennen, en dus zonder enige consequentie op kunnen zadelen met elke wil en alle gevoelens die ons goed dunken. Het is de oncontroleerbaarheid van de god die je gebruikt, die het gevaar vormt van de religie. Het humanisme kent slechts de medemens, en diens behoeften, gevoelens en wil, kunnen wij wél kennen. Wij kunnen er gewoon naar vragen!

Het probleem tussen ons is niet dat wij het niet moreel gesproken met elkaar eens zijn. Het is slechts dat jij de moraal niet los kan zien van een idee waarvan wij niet hebben kunnen vaststellen of het bestaat. Een idee dat niet door waarnemingen kan worden geverifiëerd, en dat dus even goed zou kunnen stroken met een fascistische opvatting. Ik baseer mij rechtstreeks op het object van de moraal: Het bewust denkende individu. Dat individu is aanspreekbaar ,en kan ons zijn behoeftes, gevoelens en wense mededelen. Jij baseert je op een individu, waarvan wij slechts kunnen raden of het wel denkt, en al helemaal niet kunnen verifiëren wát het denkt. Het is dat jij je verbeeld, dat dat inidvidu zich erbarmt over onze medemens, dat je tot dezelfde daden komt als ik. Maar het zijn wij die dat erbarmen vertonen, niet god. God vertoont zich immers helemaal niet.

Het is evident dat de Christenlijke denkwijze, morele implicaties heeft. Er stierven mensen aan aids vanwege het Christelijke denken, en er zijn nog steeds mensen in de wereld die ondraaglijk en uitzichtloos moeten lijden vanwege het Christelijke denken. Er zijn nog steeds mensen die vanwege hun sexuele oriëntatie worden vervolgd vanwege het Christelijke denken. Het Christelijk denken is de laatste 5 eeuwen gelukkig sterk vooruit gegaan, en heeft zijn humanistische wortels (weer?) gevonden. Wat dat betreft steekt het gunstig af – zo lijkt het althans – bij het Islamitische denken. Maar zolang mensen hun eigen ideeën straffeloos aan een niet te controleren godheid kunnen ophangen, wordt zij door een grote mate van subjectiviteit bedreigd.

Desalniettemin beschouw ik ook jou als een humanist. Daarvan geef je – tussen je theologische oprispingen door – telkens weer blijk.
Ik wens u alle goeds

Gebruikersavatar
RobbertVeen
Forum fan
Berichten: 465
Lid geworden op: 17 jul 2014 12:10
Locatie: Dronten
Contacteer:

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door RobbertVeen » 26 aug 2014 11:20

Desalniettemin beschouw ik ook jou als een humanist. Daarvan geef je – tussen je theologische oprispingen door – telkens weer blijk.
Dat klinkt dan uit jouw mond toch als een compliment. Het is nu heel verleidelijk om ons te concentreren op wat we gemeenschappelijk hebben. Maar voor mij zijn, wat jij noemt, de "theologische oprispingen" nu eenmaal toch belangrijk. Maar het zou best kunnen dat het humanisme dat is voortgekomen uit het christendom, een van geloof gezuiverde en seculiere versie van het christendom is. Mijn vraag aan jou zou zijn, of er over de wereld niet vele vormen van dit "humanisme" bestaan afhankelijk van cultuur en omstandigheden. Er zijn vele ideologieën in de wereld die claimen dat ze louter de humaniteit centraal stellen. Hoe kun je jouw versie van het humanisme verdedigen tegen die andere ideologische vormen, zoals het socialisme, het communisme, het boeddhisme – voor het gemak erbij gerekend, omdat er geen directe Gods bevestiging is noem ik het maar een vorm van humanisme.

Is jouw humanisme niet min of meer toevallig door het feit ontstaan dat je in de Nederlandse context geboren bent? Context dus waarin een traditie van tolerantie jou gevormd heeft, en een bepaalde handelsgeest de samenwerking tussen mensen en bedrijven en tussen overheid en bevolking sterk benadrukt. Zou je niet een heel andere vorm van humanisme hebben wanneer je bijvoorbeeld in Spanje geboren was of in Marokko.

Ik blijf denken ondanks je tegenwerpingen, dat je de waarde van het "bewust denkende individu" overschat.

Dat vrije individu dat vanuit zichzelf bepaalt wat het wil en doet, veronderstelt dat ik de consequenties van mijn handeling overzien kan, mij in mijn denken kan bevrijden van sociale druk en wensdenken, dat ik een objectieve beslissing over het goede kan nemen, bij machte ben om dat vervolgens in een neutrale realiteit uit te voeren, zonder dat er een conflict is tussen verschillende mogelijkheden van het goede, zonder dat er een conflict is met andere morele subjecten die iets anders als goed zien, zodat ik mijzelf zuiver vanuit mijn denkende bewustzijn kan bepalen.

Ik denk dat de familie en de wetmatigheden van de burgerlijke samenleving en de macht van de staat die alles doordringt en de feitelijke behoeften van de mens en zijn politieke strevingen, en het ingebed zijn in een bepaalde cultuur en de mate van welstand en het eigenbelang veel belangrijker zijn bij het nemen van morele beslissingen, dan de vaardigheid om bewust over de morele keuze na te denken.

Ik denk bovendien dat het zuivere morele bewustzijn waarin ik alles aan een kritisch onderzoek onderwerp om tot een persoonlijke beslissing te komen, een geïdealiseerde opvatting over ons menselijk bestaan met zich mee voert.

Wat wij het morele subject noemen, is geen gegeven, niet een vast en zeker uitgangspunt, maar iets wat wij achteraf verzinnen om een bepaalde eenheid te geven aan wat we feitelijk doen en laten. Het is een vooroordeel om te denken dat in het bewustzijn van het denkende individu iets zou liggen dat onmiddellijk zeker is, een vaste grondslag en bron van morele beslissingen bijvoorbeeld. Alsof dat bewuste ik de oorzaak zou zijn van deze beslissingen. Er is geen ik dat de wereld begrijpt, iets wil en handelt, maar er zijn behoeften en driften die de wereld uitleggen. En in hoge mate is die "wereld" waarin we handelen, die we benaderen met de fictie dat ze een bepaald zinvol handelen in zich opneemt, toelaat, die schijnbaar objectieve en neutrale ruimte dus waarbinnen het ik zou opereren, een product van cultuur en sociale verhoudingen. Een product dus van andere subjecten met hun driften en behoeften. Bij elke handeling geldt, dat het morele aspect van alle betrokkenen, alleen maar een interpretatie is van wat er feitelijk is gebeurd, en in het geheel geen objectieve of goede interpretatie per se. Het is de fictie dat iemand zijn handeling gewild heeft, en dat we precies weten wat die handeling is, als we haar in morele zin hebben verstaan, en dat het effect van die handeling precies zó gewild is etc.

Is het idee van het bewust denkende individu niet eerder een term voor een bepaald geloof, namelijk het geloof in een eenheid van al onze gevoelens en gedachten, waarbij wij die gevoelens en gedachten opvatten als het product van een denkend vermogen? Is jouw morele bewust denkende individu niet gewoon een fictie? Iets wat je graag wilt geloven, omdat daarmee de wereld overzichtelijk wordt en jezelf bewust als morele acteur in deze wereld kunt staan? Omdat dat een zelfbeeld is waarmee je goed denkt te kunnen leven, wat "goed voor je voelt?"Is dat geen wensdroom?

Jij wijst het idee af, dat God een rol kan spelen in de moraal. Immers dat goddelijke subject is voor ons onkenbaar en onaantoonbaar. Maar kun je dan op dezelfde gronden niet zeggen, dat jouw bewust denkende individu een aanname is van je moraal, die zelf niet bewijsbaar is?

Sta jij niet in een lange traditie binnen Europa die probeert om de moraal als hoogste sfeer van het leven te beschouwen? En is jouw afwijzing van de metafysica en elke subjectieve waarheid, ten faveure van een zuiver wetenschappelijke objectiviteit, niet een poging om die morele waarden een hechte verankering te geven? Maar is dat uiteindelijk niet een poging om jouw morele waarden omgeven met het aura van onweerlegbaarheid, zodat je ze tegen anderen kunt doorzetten?

Ik zie de christelijke moraal in haar ideale vorm, als een poging om alle subjectivisme van ons moreel handelen, en het gebrek aan realisme van onze humanistische morele vooroordelen, te vervangen door de bewuste collectieve inzet voor gezamenlijke waarden, zodat een gemeenschap zich verplicht aan waarden zoals het volk Israël zich verplichtte in het verbond op de Sinaï. In plaats van de onbewuste drang van het collectief, treedt nu dat collectief op als een gemeenschap waarin ik volwaardig participeren kan, en waar ik kan meespreken en meebeslissen over de gezamenlijke morele waarden – die dan het karakter krijgen van afspraken en vrijwillige plichten. Het gezag van God dat in dat denken een rol speelt, en de voorrang van Zijn gebod boven alles, maken het noodzakelijk dat er gezamenlijk geïnterpreteerd wordt, en in die gemeenschap van interpreteren en toepassen is een veel hogere vrijheid aanwezig, dan die van het eenzame individu dat rondloopt met de illusie dat hij zelf de bron is van de morele zingeving. Zo kan het gebeuren dat oudere opvattingen over slavernij en de minderwaardigheid van vrouwen, door dezelfde gemeenschap worden gecorrigeerd, als waarin ze ooit ontstaan zijn. Als ik als Christen mede-plichtig zou zijn aan die slavernij omdat ik Christen ben, ben jij dat ook omdat jij Nederlander bent en geprofiteerd hebt van de welstand die dat aan jouw en mijn voorouders gebracht heeft. Zonder het gebod en de transcendente herkomst van de moraal, zijn wij eigenlijk veroordeeld om simpelweg de kudde te volgen. Zonder een beroep te kunnen doen op een hogere bron van waarde die de kudde zelf te boven gaat. Nietzsche's oproep tot bevrijding daarvan in een zuiver individuele moraal zal voor een enkel individu misschien de passende illusie opleveren. De rest kan er niet eens van dromen - al kun je het makkelijk retorisch fingeren. Ik denk dat juist de psychoanalyse ook die illusie heeft ontmaskerd.
Het probleem tussen ons is niet dat wij het niet moreel gesproken met elkaar eens zijn. Het is slechts dat jij de moraal niet los kan zien van een idee waarvan wij niet hebben kunnen vaststellen of het bestaat.
Het kan toch niet helemaal vreemd zijn, dat ik mij liever tot de Herder dan tot de kudde richt – als God die Herder niet al zou zijn, wat ik geloof natuurlijk, dan zou de kudde er goed aan doen om niet een van de schapen als leider te bestempelen, noch alleen de belangen van de goede schapen als leidraad te nemen, maar dan liever een fictief idee – gekenmerkt door liefde en gerechtigheid en vrede – als hoogste waarde aan te nemen. De stok en de staf van de Herder!

Gebruikersavatar
Peter van Velzen
Moderator
Berichten: 16560
Lid geworden op: 02 mei 2010 10:51
Locatie: ampre muang trang thailand

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door Peter van Velzen » 26 aug 2014 17:00

Moraal heeft een aantal aspecten. Ten eerste is daar het biologische aspect. Met name de empathie, mogelijkerwijs in eerste aanleg een onbedoeld neveneffect van de moeder/kind binding die nu eenmaal noodzakelijk is voor zoogdieren. Bij mensen is ze misschien in uitgebreide mate aanwezig, zodat wij haar ook kunnen voelen jegens andere mensen en dieren, ook daar waar er geen directe binding is. Ten tweede is daar de opvoeding. Niet een bewuste opvoeding, die je uit een boekje zou kunnen leren, maar de ervaring die een kind vanzelf op doet, in de omgang met andere kinderen en met volwassenen, die het leert wat die anderen “goed” vinden en wat niet. Ten derde is er de overkoepelende cultuur waarin we zo groot worden gebracht en waarin ook allerlei morele aspecten vorm hebben gevonden. Als allerlaatste dan nog kunnen wij ook bewust over morele zaken nadenken. Maar dat is slechts de kers op de pudding- Het bouwwerk is dan in onze hersenverbindingen al vrijwel compleet aanwezig.

Zoals er ook vele culturele verschillen zijn. Zo zijn er ook verschillende vormen van moraal. Ik noemde al de stammenmoraal, die telkenmale weer opduikt en waarvoor wij evenzeer aanleg hebben als voor een meer universele moraal. Jij en ik zijn groot gebracht in de meer universele humanistische moraal. Deze is telkenmale versterkt daar waar mensen in grotere verbanden gingen samenwerken, zoals bijvoorbeeld in het Romeinse rijk, maar ook in de wereld zoals die begon te ontstaan in de 15e eeuw toen Europa de rest van de wereld begon te ontdekken. Het is die laatste variant die zich het sterkst heeft ontwikkeld. Ze deed dit in eerste instantie binnen het Christendom, en heeft samen met dat Christendom een grote ontwikkeling doorgemaakt. Het feodalisme werd afgeschaft, de slavernij, de emancipatie van de vrouw vondt plaats en momenteel zijn het onder andere homosexuelen die emanciperen. Gedurende al die tijd werd de doelgroep van de moraal in meerdere dimensies veruimd, en een van de laatste ontwikkelingen is dat we ons ook steeds moreler trachten te gedragen jegens dieren.

Allerlei ideologiën hebben delen van deze moraal in zich opgenomen, maar ze hebben allen ook een eigen agenda, die soms haaks staat op de humanistische moraal. De klassenstrijd van het communisme is een duidelijk voorbeeld. Hoewel op zich ontstaan vanuit een moreel streven naar gelijkheid, heeft zij vaak meer morele wetten overtreden dan doorgevoerd. Ook voor religies geldt dit vaak. Alhoewel Boeddhisme en Christendom beiden sterke humanistische tendenzen vertonen, is noch het bereiken van de Christelijke hemel noch de Boeddhistische ontsnapping aan de reincarnatie (“de verlichting”) van humanistische aard. Beiden zijn sterk gevormd door een niet naturalistische overtuiging, de een uit een Zoroastrische de ander uit een Hindoeistische traditie, welke niet spoort met de bevindingen van de wetenschap, en ook geen directe consequenties heeft voor de medemens, en daarmee in wezen a-moreel is. (ik ben niet moreel als ik juist handel teneinde het eeuwige leven te verkrijgen, ik ben moreel als ik juist handel zelfs als dat het hellevuur zou betekenen)

“mijn” humanisme bestaat uiteraard niet. Het is in wezen “ons” humanisme, en onder “ons” versta ik heel wat meer dan Nederland. Dat ik haar moraal omarmd hebt komt zoals gezegd, door biologische psychologische, culturele en slechts voor een klein deel door rationele factoren. In Spanje is de moraal niet veel anders, in Marroko nog wel, maar ook daar nadert ze de onze.

De waarde van het bewust denkende individu kunnen we niet overschatten. Het is de hoeksteen waarop onze maatschappij is gebouwd. Het is wellicht niet vanwege zijn bewuste denken dat de mens moreel handelt, maar het is ten bate van de behoeftes, de gevoelens en de wil van deze bewust denkende individuen dat die moraal haar vorm heeft gekregen. Zonder hen verdwijnt ze uit deze wereld. Het is voor het welzijn van het bewust denkende individu en zijn nageslacht dat onze samenleving dient , en voor dit alles dat de moraal dient. Die conclusie kun je wel de “mijne” noemen, al zullen vele andere denkers tot een soortgelijke conclusie gekomen zijn.

Het is niet zo dat wij alle consequenties van onze handelingen voorzien, maar de moraal vraagt van ons dat we dat wel proberen. Dat we in elke geval rekening houden met de behoeftes, gevoelens en wensen van hen waarvan wij moeten beseffen dat ze door onze handelingen worden geraakt. Niet vanwege de sociale druk – die er ongetwijfeld ook toe bijdraagt, maar op de eerste plaats vanuit ons eigen geweten, onze eigen overtuiging dat wij dit moeten doen.

De macht van de staat is in onze maatschappij in zekere zin ondergeschikt aan de moraal. Waar zij de moraal in de weg staat, dient zij zich aan te passen. De staat is een van de vele organizatievormen die onze samenleving kent, en ze wordt steeds minder belangrijk, en steeds meer moet zij plaats maken van supra-nationale instituten. Ook de culturele verscheidenheid, is ondergeschikt aan de moraal, en daar waar zij de moraal in de weg staat moeten ook de culturele verschillen plaats maken. Ze verzetten zich soms heftig, maar de trend is duidelijk. In een globale maatschappij dient een universele moraal te worden gevolgd, waarvoor alle mensen “gelijk” zijn, hoe “verschillend” ook.

Wellicht is er aan deze moraal een ideaal verbonden, maar zij is uitstekend te hanteren in een niet ideale situatie. Ze is immers vooral bedoeld voor die situaties waarin wij elkaar dreigen te benadelen, en dat zijn nooit ideale situaties. In feite worden beslissingen door een mens alijd onbewust genomen. Bewust worden wij pas van een gedachte als zij al vorm heeft gekregen, en in principe uitgesproken kan worden. Maar wij zijn ons wel degelijke bewust van onze medemensen, van de eisen die de moraal aan ons stelt. En wij zijn er ons ook van bewust, als wij achteraf pas ontdekken dat wij er ons bewust van hadden moeten zijn.

Er is wel een “ik” dat iets – lang niet alles – van de wereld begrijpt. Dat is geen deel van de mens, dat ís de mens. Niet van alles is hij zich bewust, maar moreel handelen houdt in dat men zich dáárvan in elke geval wel bewust is. Individuën zijn geen fictie. Ik ben geen fictie en jij bent geen fictie. Jij bent aantoonbaar en ik ben aantoonbaar, en miljarden anderen zijn eveneens aantoonbaar. Ik heb het niet over een fictief individu, ik heb het uitsluitend over daadwerkelijk bestaande en daadwerkelijk bewuste individuën. Wij bestaan en kunnen onze bewuste gedachten tot uitdrukking brengen op dit medium. Uiteraard zijn onze gevoelens geen product van een denkend vermogen, ze zijn in zekere zin input voor dat proces, en onze ratio is slechts enigzins in staat deze gevoelens ietwat aan te wakkeren of te temperen, maar vooral is zij in staat deze gevoelens richting te geven.

Ik zie voor geen enkele autoriteit een rol in de moraal. De moraal dient in elk individu separaat te functioneren. Niet als een wet van buitenaf, maar als een neiging die men zich eigen heeft gemaakt. Want niet de autoriteit handelt maar het individu, en daarom moet de moraal daar zetelen, in dat individu. Waar zouden wij zijn in een autoritaire wereld zonder geweten? Inderdaad in Nazi-Duitsland of waarschijnlijk nog iets ergers dan dat. Ja ik sta in een lange traditie, en die traditie duurt hopelijk nog wat langer voort. En nee, ik wil ze niet tégen anderen doorzetten, maar vóór anderen. Het is niet vanwege een verhaal dat ik dat doe, maar vanwege mijn biologie mijn opgroeien mijn cultuur, en uiteindelijk ook nog mijn bewuste denken.

Ik bekommer me niet om een onzichtbare “Herder”. Mensen zijn geen schapen, het zijn – soms meer soms minder – bewust denkende individuën. Voor ons met ons en door ons, bouwen we samen aan een als maar complexer wordende samenleving. Het lot van mijn medemens werd niet beslist op de berg Horeb, noch op Golgotha, Het wordt elke dag opnieuw beslist door natuurkrachten, door toeval, maar ook door onszelf. Laten wij de juiste beslissinggen trachten te nemen, niet tegen elkaar maar vóór elkaar.
Ik wens u alle goeds

Gebruikersavatar
RobbertVeen
Forum fan
Berichten: 465
Lid geworden op: 17 jul 2014 12:10
Locatie: Dronten
Contacteer:

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door RobbertVeen » 27 aug 2014 12:31

Beste Peter,

Okay! Het verschil in onze algemene benadering van de moraal is wel duidelijk. Ik denk dat jij vasthoudt aan een zeer geïdealiseerde en "modernistische" opvatting van het morele subject, en ik kies voor de Christelijke moraal, omdat die in staat is met de deficiënties van dat moderne autonome subject rekening te houden. Ben ik postmoderner dan jij? Zo lijkt het wel. :)

Zullen we naar specifieke onderdelen van de moraal overgaan?

Misschien is het een goed idee eens te spreken over de rol van de "naastenliefde"?

Doe maar een voorzet.

Hartelijke groet,
Robbert

Gebruikersavatar
RobbertVeen
Forum fan
Berichten: 465
Lid geworden op: 17 jul 2014 12:10
Locatie: Dronten
Contacteer:

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door RobbertVeen » 09 sep 2014 12:35

Peter, ons voornaamste geschilpunt laat me blijkbaar niet los. Vandaar deze poging om het eens samen te vatten. Als je wilt, gaan we verder met iets anders, maar dit moest ik nog even kwijt.

Of God bestaat?

Tegenwerping 1
Het lijkt erop dat God niet bestaat; als God bestaat immers, dan zou Hij oneindig zijn, en dus ook oneindig goed – omdat goed een positieve eigenschap is van het eindigen. Maar als God oneindig goed is, dan kan er geen kwaad zijn in de wereld. Nu is er immers overduidelijk kwaad in de wereld, dus moeten we concluderen dat God niet bestaat.

Tegenwerping 2
Als wij de wereld kunnen verklaren, dan doen wij dat door naar de eenvoudige oorzaken en principes te zoeken die voor die verklaring nodig zijn. Het leidt alleen maar tot verwarring, wanneer wij principes en oorzaken aannemen, die voor een verklaring overbodig zijn. Nu blijkt met name in de moderne kosmologie dat alles omtrent het bestaan en de oorsprong van de wereld kan worden verklaard zonder de aanname dat God bestaat. Daaruit moeten we concluderen dat God niet bestaat.

Tegenwerping 3
Als God zou bestaan, dan zou ons menselijk leven erop gericht moeten zijn om in Hem te geloven en te leven volgens Zijn wil. Het is echter overduidelijk dat mensen kunnen leven zonder geloof in Hem, en dat zelfs bij gelovigen het bestaan van God niet de doorslag geeft in het dagelijks leven. Sterker nog, wanneer God zou bestaan, wordt het menselijk leven onverdraaglijk omdat wij dan niet kunnen accepteren dat wij zelf geen God zijn. Immers de mens heeft wel de aangeboren neiging om zelfstandig en onafhankelijk – in volledige vrijheid – te leven. Daaruit moeten wij concluderen dat God niet bestaat.

Tegenwerping 4
Als God bestaat, dan is hij zodanig verheven boven ons denkvermogen, dat wij niet kunnen weten dat God bestaat. Elke vorm van redelijke argumentatie die zou moeten leiden tot de conclusie dat God bestaat, is dan alleen overbodig. Daaruit kunnen wij concluderen dat wij niet kunnen weten dat God bestaat.

Tegenwerping 5
Als God bestaat, dan zou het mogelijk moeten zijn voor het menselijk denkvermogen, om zijn bestaan door argumentatie te ontdekken. Er is echter geen overtuigend argument te leveren dat iedereen met gezond verstand ervan overtuigt dat God bestaat. Het is dus onmogelijk om met een redelijke argumentatie te bepalen of God bestaat of niet, en daaruit kunnen wij concluderen dat God niet bestaat.

In tegendeel, Gods Woord heeft tot ons gezegd: "Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is." (Hebreeën 11:6)

Ik antwoord: het geloof in het bestaan van God kan redelijk worden onderbouwd. Niet door middel van bewijzen, maar door middel van redelijke argumenten die de overtuiging dat God bestaat kunnen onderbouwen.
Er zijn zeven argumenten te geven voor de overtuiging dat God bestaat.

Het eerste argument verloopt als volgt. In onze kennis van het universum, zijn alle objecten eindig en contingent, omdat ze niet uit zichzelf noodzakelijk zijn. Alle objecten in het universum behoeven dus een verklaring omtrent hun bestaan, bijvoorbeeld door het aanwijzen van een oorzaak van hun bestaan.
Ook het geheel van alle eindige objecten, het universum zelf, is contingent en eindig, en daarom niet uit zichzelf noodzakelijk. Ook het universum als geheel behoeft dus een verklaring omtrent zijn bestaan.
De verklaring van het bestaan van het universum als geheel moet dus iets aanwijzen als grond of oorzaak of een reden van het bestaan, dat zelfs niet een deel van dat universum uitmaakt. Logisch gesproken, moet in deze verklaring van het bestaan van het universum als geheel iets worden aangewezen, dat wel uit zichzelf noodzakelijk is en daarom zelf geen verklaring behoeft omtrent het eigen bestaan, behalve dat eigen bestaan zelf. Daaruit kunnen wij concluderen dat God bestaat en dat Hij de uiteindelijke verklaring is van het bestaan van het universum.

Het tweede argument verloopt als volgt. Ook het universum als geheel is ooit begonnen te bestaan. Het universum is immers de gehele tijd-ruimte waarin alles wat bestaat, zijn bestaan heeft. Deze tijdruimte is niet oneindig naar het verleden toe, maar begon ooit te bestaan, zoals we weten van de moderne kosmologie.
Maar alles wat begonnen is te bestaan, moet een oorzaak of grond of reden hebben waardoor het begon te bestaan. Anders moeten we aannemen dat het universum, hoewel het eindig is, uit zichzelf noodzakelijk is, wat duidelijk absurd is. Deze oorzaak kan zelf geen deel uitmaken van het universum, omdat de verklaring van het universum als geheel, niet het universum als geheel zelf kan zijn. Dat zou immers leiden tot een tautologie: wat verklaring behoeft kan zelf niet de verklaring zijn. Het universum bestaat dus niet uit zichzelf noodzakelijk. Daarom moet het universum een oorzaak hebben, die zelf geen deel is van het universum. En omdat het universum het geheel van de fysische werkelijkheid omvat, kan de oorzaak van het universum zelf niet van fysische aard zijn, en daarom kan deze oorzaak ook niet ooit begonnen zijn te bestaan. Immers, als zij ooit begonnen is te bestaan, is zij per definitie een deel van het universum. Daaruit moeten we concluderen dat God bestaat en dat hij de niet-fysische oorzaak is waardoor het universum ooit begonnen is te bestaan.

Het derde argument verloopt als volgt. In de moderne fysica wordt gezocht naar wiskundige modellen die overeenstemmen met observaties in de fysische wereld. Keer op keer wordt ontdekt, dat deze wiskundige modellen haarscherp aansluiten bij de geobserveerde realiteit. Maar wiskundige modellen zijn geen beschrijvingen van de realiteit, maar alleen nuttige constructies in de menselijke geest. Als God niet bestaat, dan is de toepasbaarheid van deze wiskundige modellen uiteindelijk alleen toeval. Maar de toepasbaarheid van wiskundige modellen, gezien de accuraatheid en zekerheid van hun toepassing, is geen toeval te noemen. Daaruit kunnen we concluderen dat God bestaat en dat de wiskunde niet toevallig de taal van het universum is, maar uit de geest van God zelf voortkomt.

Het vierde argument verloopt als volgt. Sinds de Big Bang waarin het bekende universum ontstond, zijn er constanten die de werking van alle natuurwetten bepalen. Zo'n constante is bijvoorbeeld de zwaartekracht, die overal in het universum dezelfde waarde heeft. Een dergelijke constante is ook de entropie waaraan alle fysische systemen onderhevig zijn. Wanneer een van deze constanten een minimale verandering ondergaat, zou het leven in het universum onmogelijk zijn. Voor deze "fijnregeling" van het universum zijn drie mogelijke verklaringen. In de eerste plaats zouden we kunnen denken aan een of andere fysische noodzakelijkheid. Dat is echter uitgesloten, omdat deze constanten voor dit universum gelden, onafhankelijk van de natuurwetten. Die kunnen variëren, terwijl deze constanten hetzelfde zijn. In de tweede plaats zou het bestaan van deze constanten zuiver toeval kunnen zijn. De kans echter dat in ons universum deze constanten precies zo zijn en niet anders, is mathematisch gezien oneindig klein. Die kans wordt groter, als we aannemen dat er een oneindig aantal universa bestaan. Dan is de kans groot dat een van die universa precies deze constante waarden heeft. Het bestaan van een oneindig aantal universa is echter tot op heden niet bewezen. De derde en enig overgebleven mogelijkheid is, dat de "fijnregeling" van het universum een gevolg is van een bewust ontwerp van het universum. Daaruit kunnen wij concluderen, dat er een Ontwerper van het universum bestaat en bijgevolg dat God bestaat.

Het vijfde argument verloopt als volgt. Wanneer God niet bestaat, zouden wij allen veroordeeld zijn tot het solipsisme. Het solipsisme zegt dat ik het enige werkelijke bewustzijn ben, en berust op de ervaring dat ik alleen mijn eigen bewustzijn ken maar op grond daarvan niet in staat ben om te weten dat er andere bewustzijns in deze wereld bestaan. Ik kan niet bewijzen dat andere mensen ook bewustzijn hebben en ik heb daar ook geen rechtstreeks bewustzijn van. Ik leef echter met volledige en absolute zekerheid over de geestelijke status van andere mensen in de praktijk van alledag. Zoals ik weet heb over mijn eigen intenties en bewuste gedachten, zo blijkt keer op keer de aanname dat andere mensen ook vanuit het bewustzijn en eigen intenties denken en handelen bevestigd te worden. Als God niet bestaat, heb ik echter geen enkele grond om het bestaan van andere bewustzijns aan te nemen. Mijn ervaring van het gedrag van andere mensen en mijn zekerheid omtrent hun intenties kan dus principieel foutief zijn. Als God bestaat, is het echter volkomen vanzelfsprekend dat niet alleen mijn bewustzijn, maar ook het bewustzijn van andere mensen in de werkelijkheid bestaat. Terwijl het tevens begrijpelijk is dat ik vanuit mijn eigen bewustzijn het bestaan van andere bewustzijns niet kan kennen. Op grond van de ervaring dat het solipsisme in de praktijk van alledag door mij steeds succesvol wordt geloochend, kan ik afleiden dat het redelijk is om aan te nemen dat er een scheppende God bestaat die zowel de oorzaak van mijn bewustzijn als dat van andere bewustzijns is.

Het zesde argument verloopt als volgt. In mijn omgang met mensen op grond van morele normen en waarden, ontdek ik dat er objectieve morele plichten zijn. Wanneer God niet bestaat, zijn er voor de mens alleen maar relatief morele plichten, die afhankelijk zijn van bijvoorbeeld mijn eigen voorkeur, of het maximaliseren van mijn genot, of – en dan onbewust – het doorgeven van DNA of het overleven van de soort en dergelijke biologische argumenten. Ik ervaar echter bepaalde waarden, zoals het niet doden van andere mensen, het geen pijn doen aan andere levende wezens, als absolute morele waarden en plichten. Wanneer ik de objectiviteit en absoluutheid van deze morele waarden ontken, zou ik met mijn eigen levenservaring in contradictie leven. Wanneer ik echter aanneem, dat God bestaat, dan zijn er ook objectieve en absolute morele waarden. De aanname dat God bestaat leidt dus tot een harmonie tussen mijn ervaring van absolute waarden en de realiteit. Daaruit kan ik concluderen dat God bestaat en dat Hij de grondslag is van de objectiviteit van morele waarden.

Het zevende argument verloopt als volgt. Het is mogelijk – denkbaar zonder logische tegenspraak – dat een wezen werkelijk bestaat dat maximaal volmaakt is en dus elke perfectie heeft die er maar kan zijn. Als dat wezen werkelijk is in een of andere mogelijke wereld, dan is hij werkelijk in elke mogelijke wereld. Maar als hij mogelijk is in elke mogelijke wereld, dan is hij ook mogelijk in de feitelijke wereld. Elke feitelijke wereld is immers tenminste ook een mogelijke wereld. Daaruit kan ik concluderen dat God bestaat als het maximaal volmaakte wezen in onze feitelijke werkelijkheid.

Antwoord tegenwerping 1
Omdat God het Goede is, zal Hij zeker geen enkel kwaad in zijn schepping toelaten, tenzij Zijn almachtige goedheid met zich meebrengt, dat Hij in staat is uiteindelijk uit het kwade het Goede voort te brengen. Het is juist een deel van de oneindige goedheid van God, dat Hij het kwade toelaat te bestaan, om er uiteindelijk het hoogste Goede uit voort te brengen. Door niet in te grijpen in het handelen van mensen, laat Hij de mens vrij voor zichzelf zijn bestaan te kiezen. Die vrijheid kent in het bestel van de schepping dus een prijs. Wanneer mensen vrijelijk handelen in tegenspraak tot het goede, dan laat God dat voor een bepaalde tijd en tot op zekere hoogte toe om er uiteindelijk het goede uit voort te brengen.

Antwoord tegenwerping 2
Het bestaan en de aard van het universum kunnen zeker worden verklaard zonder de aanname dat God bestaat. De reden daarvan is dat God het universum heeft geschapen als een zelfstandige, buiten Hem bestaande werkelijkheid. De verklaring van het universum in zoverre het een begin in de tijd heeft gehad, en niet uit zichzelf noodzakelijk is, ligt echter niet binnen de moderne kosmologie, omdat die vraag de grenzen van het menselijk weten overstijgt. Wat mogelijk is, is dat er een mathematisch model wordt ontwikkeld, in overeenstemming met observaties, waarin met een eerste oorzaak geen rekening wordt gehouden. Bijvoorbeeld in de poging om imaginaire tijd te gebruiken om te vermijden dat er naar een antecedente – dus een voorafgaande oorzaak in een tijd, die er nog niet was – oorzaak wordt gezocht – zoals Stephen Hawking heeft betoogd. Het metafysische antwoord op de vraag naar de reden en oorzaak van het bestaan van het universum, is daarmee echter niet weerlegd.

Antwoord tegenwerping 3
Juist omdat de mens een innerlijk streven heeft naar volstrekte zelfstandigheid en onafhankelijkheid, is zijn geest en verstand verduisterd voor de erkenning van het bestaan van God. Daarom zal de mens het inderdaad niet verdragen te moeten erkennen dat God bestaat. Daarom kan ook niet worden gezegd dat alle mensen werkelijk streven naar kennis van God. De uiteindelijke oorzaak van het geloof in God is dan ook niet het redelijk argument, maar een verandering van deze menselijke houding. Het geloof dat door God wordt geschonken, en alleen maar afhangt van zijn gever, bewerkt het opgeven van dit streven naar zuivere zelfstandigheid en onafhankelijkheid, en leert de mens zijn hart te buigen voor een God die hem in liefde en goedheid benadert.

Antwoord tegenwerping 4 en 5

Deze tegenwerpingen zijn a beantwoord in de tekst.

Gebruikersavatar
Peter van Velzen
Moderator
Berichten: 16560
Lid geworden op: 02 mei 2010 10:51
Locatie: ampre muang trang thailand

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door Peter van Velzen » 09 sep 2014 15:32

Beste Robbert.

Jij zit er maar mee. Ik in het geheel niet. Geen van de tegenwerpingen die je opnoemt tegen het bestaan van God zijn de mijne. In tegendeel: Sommigen zijn grote onzin. Ik heb maar één reden om niet in het bestaan van een god te geloven, te weten het ontbreken van elke mogelijkheid tot waarneming. Er is niets in ons heelal dat wij kunnen bestuderen dat ons enige reden geeft om te veronderstellen dat er een god is, behalve de verhalen van andere mensen. En die verhalen stammen grotendeels uit een ver verleden, toen er nauwelijks wetenschappelijke kennis voorhanden was. Er is gewoonweg geen data aanwezig die er op zou wijzen dat er hier en nu een god zou bestaan. De vijf tegenwerpingen die jij noemt zijn –waar of niet – volstrekt irrelevant.

Bij gebrek aan waarnemingen waaraan de theorie getoetst kan worden, zijn ook jouw zeven argumenten zinloos. Je postuleert (1) een bestaansreden, maar de eerste dertien mlijard jaar van het bestaan van het heelal waren er geen redenen, aangezien er nog geen intelligent leven was dat bestaansredenen nodig achtte. Je postuleert (2) een eerste oorzaak, maar het is in het geheel niet zeker of alles wel een oorzaak heeft. Je postuleert (3) een wiskunde die uit iets anders ontspruit dan menselijk intelligentie, maar zo’n wiskunde was er nooit. Je postuleert (4) dat de constanten uit de huidige fysica door iets zijn geregeld. Maar die constanten konden – ten opzichte van elkaar – wellicht niet anders zijn, want waren ze anders geweest, dan hadden wij nooit bestaan om dat vast te stellen. Jij postuleert (5) dat wij sollipsisten zouden moeten zijn. Maar wij zijn sociale dieren en kunnen niet anders dan elkaar als bewust denkende personen beschouwen met een denkvermogen dat vergelijkbaar is met dat van onszelf. Je postuleert (6) dat wij zelfzuchtig zijn, maar wij konden juist niets anders ontwikkelen dant een moraal die rekening houd met andere mensen waar wij immers zonder die anderen niet eens hadden kunnen overleven. Jij postuleert (7) een volmaakt wezen, maar het meest volmaakte wezen moet wellicht nog geboren worden.

Maar ook als al die zaken zo zouden zijn, als jij denkt dat ze moeten zijn, dan nog zouden de dingen die ze zou maken tot wat ze waren, niet noodzakelijkerwijs iets te maken hoeven te hebben met de god uit jouw Evangelie, of zelfs maar met elkaar. Jouw god is een boodschappenmandje waar je alles in gooit dat je nodig denkt te hebben voor de wereld zoals ze is. Maar de wereld heeft jouw mandje helemaal niet nodig.

Kijk om je heen! Zie alles wat zich in jouw huis bevind (en ook het huis zelf, en mogelijkerwijs een auto voor de deur), en besef dat het allemaal door andere mensen in verbouwd, bewerkt of gemaakt, samengesteld, verzameld en getransporteerd. Wij mensen kunnen dus helemaal niet zonder elkaar. Laten we dus om elkander geven. God daarentegen kan prima voor zichzelf zorgen. Of hij nu bestaat of niet!
Ik wens u alle goeds

Gebruikersavatar
RobbertVeen
Forum fan
Berichten: 465
Lid geworden op: 17 jul 2014 12:10
Locatie: Dronten
Contacteer:

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door RobbertVeen » 10 sep 2014 09:32

OK, Peter. Voor jou telt alleen de waarneming en daarmee valt elke metafysica of theologie al weg. Simpel maar wel duidelijk zolang we niet verder debatteren over wat "waarneming" precies betekent.
Over de ethiek kunnen we verder praten, maar ik vermoed dat jij als humanist en ik als "modern" christen zo ongeveer dezelfde waarden zullen verdedigen, zij het via andere wegen. Doen we dat? Ken jij een christelijke waarde waarvan je vermoedt dat ik haar verdedig en die jij afwijst? Dat lijkt me dan een aardig vervolgonderwerp.
Gr
RAV

Gebruikersavatar
Peter van Velzen
Moderator
Berichten: 16560
Lid geworden op: 02 mei 2010 10:51
Locatie: ampre muang trang thailand

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door Peter van Velzen » 10 sep 2014 11:22

Beste Robert,

Eem debat over waarneming is best interessant, maar daar hoeven we niet een Christen voor tegenover een vrijdenker te plaatsen. Het is overigens niet zo dat alleen “de waarneming” voor mij telt. Maar het is het enige dat we hebben dat de vraag “waar” of “niet waar” beantwoordt. Metafysica noch theologie kunnen dat, waar het – in mijn ogen – alleen menselijke bedenksels zijn. Menselijke bedenksels zijn echter niet zonder waarde. Zeker als ze met de waarnemingen overeenstemmen.

Ik pretendeer niet te weten welke waarde een Christen noodzakelijkerwijs zou moeten verdedigen die ik zou moeten afwijzen. Er zijn Christenen die overdreven veel waarde toekennen aan ongeboren leven met menselijk DNA, en er zijn er die overdreven veel waarde toekennen aan iemands precieze sexleven. Er zijn er die zin zien in ondragelijk en uitzichtsloos leiden, en er zijn er die er waarde aan hechten om anderen te indoctrineren met hun theologische bedenksels, en er zijn er die sommige takken van wetenschap afwijzen. Maar ik heb tot nu toe niet gemerkt dat jij een van deze onhebbelijkheden persé zou willen verdedigen. Ik denk dan ook dat we ook zonder elkaar te bekeren, heel goed kunnen samenleven. Tenslotte is dat in de betrekkeningen tussen mensen het belangrijkste. Dat jij in een god gelooft en dat ik vermoed dat het heelal een zwart gat is, zijn bijzaken. Belangrijker is hoe we met elkaar omgaan, en wat wij achterlaten voor onze achterkleinkinderen.
Ik wens u alle goeds

Gebruikersavatar
RobbertVeen
Forum fan
Berichten: 465
Lid geworden op: 17 jul 2014 12:10
Locatie: Dronten
Contacteer:

Re: Christelijk denken versus vrijdenken

Bericht door RobbertVeen » 10 sep 2014 11:34

Peter van Velzen schreef:Beste Robert,

Eem debat over waarneming is best interessant, maar daar hoeven we niet een Christen voor tegenover een vrijdenker te plaatsen. Het is overigens niet zo dat alleen “de waarneming” voor mij telt. Maar het is het enige dat we hebben dat de vraag “waar” of “niet waar” beantwoordt. Metafysica noch theologie kunnen dat, waar het – in mijn ogen – alleen menselijke bedenksels zijn. Menselijke bedenksels zijn echter niet zonder waarde. Zeker als ze met de waarnemingen overeenstemmen.

Ik pretendeer niet te weten welke waarde een Christen noodzakelijkerwijs zou moeten verdedigen die ik zou moeten afwijzen. Er zijn Christenen die overdreven veel waarde toekennen aan ongeboren leven met menselijk DNA, en er zijn er die overdreven veel waarde toekennen aan iemands precieze sexleven. Er zijn er die zin zien in ondragelijk en uitzichtsloos leiden, en er zijn er die er waarde aan hechten om anderen te indoctrineren met hun theologische bedenksels, en er zijn er die sommige takken van wetenschap afwijzen. Maar ik heb tot nu toe niet gemerkt dat jij een van deze onhebbelijkheden persé zou willen verdedigen. Ik denk dan ook dat we ook zonder elkaar te bekeren, heel goed kunnen samenleven. Tenslotte is dat in de betrekkeningen tussen mensen het belangrijkste. Dat jij in een god gelooft en dat ik vermoed dat het heelal een zwart gat is, zijn bijzaken. Belangrijker is hoe we met elkaar omgaan, en wat wij achterlaten voor onze achterkleinkinderen.
Beste Peter, dat klinkt als een slotwoord!

Plaats reactie