gerard_m schreef:Het derde bewijs vinden we door de vele BDE-rapporten te vergelijken. Dat zijn meestal stuk voor stuk heel emotionele verslagen van ingrijpende gebeurtenissen. Als we echter alleen letten op de reeds overleden familieleden die de BDE’ers komen ophalen, valt na enige tijd op dat het allemaal vitale versies zijn van deze personen zoals ze kort voor hun dood waren. Het zijn zogezegd de laatste herinneringen aan hen die de BDE’er heeft. Dit is vreemd. Waarom verschijnen deze reeds overleden begeleidende familieleden niet als jonge en mooie figuren? Als ik een geest in de hemel was, zou ik er jong, aantrekkelijk en krachtig uit willen zien. Wie niet? Wordt de hemel bevolkt door engelen, zoals in de Bijbel en Koran wordt beloofd, of is het een soort Huize Avondrood of een verpleeghuis? Wederom een bewijs dat de BDE geen glimp in het hiernamaals is, maar een product van socio-culturele verwachtingen.
Ofwel: de alternatieve verklaring is volgens de schrijver onlogisch, en dus geldt de verklaring die de schrijver wel logisch vindt.
Het is jammer dat in de discussie over de betekenis van BDE vooral vanuit de al ingenomen stellingen wordt gediscussieerd, zowel van de kant van de gelovers (zoals Pim van Lommel) als de sceptici.
Begrijpelijk, want het kan een wereldbeeld overhoop gooien als de andere partij gelijk zou hebben.
Deels mee eens. "Als ik een....was".
Het is waar dat het bovenstaande geen "bewijs" is van het tegendeel.
En beter mijdt men die redeneertrant helemaal, want "als ik een aardbei was liet ik me niet plukken".
Maar het is wel vreemd, natuurlijk.
Het doet mij een beetje denken aan een leger van gereïncarneerden die in hun vorige leven allemaal VIP's zijn geweest.
Niemand die een eenvoudige arme boer was, of een melaatse schooier.
Ook is het vreemd dat "zielen" die geacht worden los te zijn van het lichaam, blijkbaar nog steeds een lichaam moeten representeren.
Iets waar de betreffende BDE-ers en de scepticus het in deze zelfs over eens lijken te zijn, en dat is slordig denkwerk.
De schrijver van het artikel heeft zich hier laten meetrekken in de vooronderstelling van het BDE- kamp.
Dus kunnen deze bezwaren gezien worden als bewijs? Nee.
Maar maakt het de zaak van van Lommel verdacht? Absoluut.
Gelukkig komen er in de kritiek veel sterkere redeneringen voor.
Onder andere:
Nog teleurstellender is hoe Van Lommel concludeert dat het bewustzijn onsterfelijk en onstoffelijk is, en het lichaam bestuurt zoals een radiobestuurd voertuig. Hij stelt op p.245 dat het stoffelijke lichaam slechts een ontvanger van de signalen van het bewustzijn is, zoals een radio of televisie. De waarneembare feiten en humaan onderzoek zijn hiermee in strijd.
Volgens Van Lommel kan tijdens een uittreding niet alleen het onstoffelijk bewustzijn zich van het lichaam losmaken, het kan zelfs zelfstandig waarnemingen verrichten (p.46-51, 162-164, 243). Maar is deze overtuiging waar? Het is zonder meer waar dat mensen waarnemingen van hun omgeving kunnen doen tijdens uittredingen die ze ogenschijnlijk onmogelijk hadden kunnen doen. Deze waarnemingen zijn verifieerbaar. Ze gebeuren. Ze zijn echt. Geen twijfel mogelijk.
En toch is het zacht gezegd uiterst onaannemelijk. Dit onstoffelijk bewustzijn zou in staat zijn door het vleselijke lichaam heen te gaan om uit te treden. Vervolgens, eenmaal buiten het lichaam, zou het onstoffelijk bewustzijn de subtiele veranderingen in luchtdichtheid en -druk waarnemen die wij geluid noemen, terwijl het nog net daarvoor zonder enig hinder dwars door het lichaam en zelfs stenen muren heen kon gaan. Dezelfde overwegingen gelden voor licht (hoofdstukken 6 en 10, Woerlee 2008). Dus hoe is het mogelijk voor een onstoffelijk bewustzijn geluid en licht waar te nemen als het dwars door het lichaam en stenen muren heen kan gaan? Als het mogelijk was, zouden wij als stoffelijke stervelingen geen oren en ogen nodig hebben, en bestonden dove en blinde mensen niet.
De verklaring ligt voor de hand. Mensen liggen stil tijdens een uittreding, hun perceptie van hun lichaamsbeeld is verplaatst naar buiten hun lichaam, ze horen en voelen wat in hun omgeving gebeurt. Vervolgens genereren ze mentale beelden op basis van hun beperkte zintuiglijke waarnemingen (hoofdstukken 6 en 11 in Woerlee 2008). De enige conclusie die men kan trekken uit decennia neurofysiologisch onderzoek aangevuld met gezond verstand, is dat uittredingen geen enkel bewijs leveren voor een onstoffelijk bewustzijn dat buiten het lichaam kan treden.