Knip/plak archief Jozef Rulof. (geen discussie)

Archief met verwijzingen naar gedenkwaardige discussies, waardevolle postings en bruikbare informatie. (NOG ONDER CONSTRUCTIE!)

Moderator: Moderators

Gesloten
Gebruikersavatar
Sararje
Superposter
Berichten: 5994
Lid geworden op: 11 jul 2005 15:35

Knip/plak archief Jozef Rulof. (geen discussie)

Bericht door Sararje » 01 jan 2008 03:11

[INDEX ONDER CONSTRUCTIE!]

KNIP/PLAK & LINK ARCHIEF OVER JOZEF RULOF. (geen discussie)


INDEX:

Griezelige citaten van Jozef Rulof.
Racistische en antisemitische citaten:
Homofobe citaten:

Rulof in strijd met de wetenschap:
De evolutieleer volgens Jozef Rulof: (Door Herman Nimis)
Jozef Rulof slaat de plank mis over maanreizen en de noodzaak van de hersenen:


Een overzicht van de discussies op dit forum over Jozef Rulof:
Griezelige citaten: http://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?t=701
De bizarre evolutieleer van Jozef Rulof: http://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?t=1067
Sarah's topicje over Jozef Rulof: http://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?t=4087
Vrijdenkers topicje over Jozef Rulof: http://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?t=4105
(wie nog meer topics weet verzoek ik vriendelijk om dit aan één van de beheerders door te geven)


Een overzicht van kritische artikelen over Jozef Rulof op het internet:

Rassenleer van ziener Jozef Rulof opnieuw onder de loep. (Door Herman Nimis)
deel 1: http://www.xs4all.nl/~afa/alert/2_10/rulof1.html
deel 2: http://www.xs4all.nl/~afa/alert/3_10/rulof2.html
deel 3: http://www.xs4all.nl/~afa/alert/4_10/rulof3.html
deel 4: http://www.xs4all.nl/~afa/alert/4_11/wayti.html (Uitgever omstreden boeken Jozef Rulof wint rechtszaak maar gaat failliet)

Jozef Rulof: racisme van gene zijde: (door Herman Nimis)
http://www.skepp.be/artikels/discrimina ... ozef+Rulof

Discussie met rulofianen zinloos: (door Herman Nimis)
http://www.skepp.be/artikels/discrimina ... ozef+rulof

(duitstalig) Rassismus aus dem Jenseits. (door Herman Nimis)
http://www.antifaschistische-nachrichte ... ulof.shtml

De evolutieleer volgens Jozef Rulof: (door Herman Nimis)
http://www.freethinker.nl/index.php?opt ... &Itemid=36

Griezelige citaten van Jozef Rulof. (door Devious)
Deel 1: (racistische citaten) http://www.freethinker.nl/index.php?opt ... &Itemid=36
Deel 2: (antisemitisme van Jozef Rulof:) http://www.freethinker.nl/index.php?opt ... &Itemid=36

Simpos.
De fascistische gene zijde van Jozef Rulof: http://www.gebladerte.nl/10399l25.htm (Auteur Harry Westerink)
Esoterisch fundamentalisme van Jozef Rulof in opmars: http://www.gebladerte.nl/10893f56.htm (Auteur Harry Westerink)

Skepsis.nl
Jomanda's racistische goeroe: http://www.skepsis.nl/rulof.html

[INDEX ONDER CONSTRUCTIE!]

Gebruikersavatar
Sararje
Superposter
Berichten: 5994
Lid geworden op: 11 jul 2005 15:35

Bericht door Sararje » 01 jan 2008 03:12

De evolutieleer volgens Jozef Rulof

Woord vooraf: voor beter begrip van dit artikel adviseer ik ook mijn 2 eerdere artikelen over de leer van Jozef Rulof te lezen:

Jozef Rulof - racisme van gene zijde
1) http://www.skepp.be/artikels/discrimina ... ozef+Rulof

Jozef Rulof: Rulofianen- discussie zinloos
2) http://www.skepp.be/artikels/discrimina ... ozef+rulof


Jozef RulofJozef Rulof (1898-1952) heeft in zijn omvangrijk oeuvre geschreven dat hij dankzij uittredingen buiten zijn lichaam (een soort slaaptrance) geestelijk vergevorderde meesters van gene zijde heeft mogen ontmoeten, die hem veel hebben verklaard en getoond over de evolutie van ons universum, de mens en het dierenrijk. De theorie die hij daarover als medium heeft verkondigd is zeer uitgebreid, maar bevat nogal wat vraagtekens en ongerijmdheden en geeft aanhangers veel stof tot speculaties. In dit artikel worden alleen hoofdlijnen belicht. Het zal duidelijk zijn dat met ‘Rulof’ tevens de meesters van gene zijde worden bedoeld.

Het verleden : stoffelijke bewustwording

Volgens Jozef Rulof heeft als eerste opvang voor het menselijk leven, dat wordt aangeduid met Eerste kosmische levensgraad, de maan gediend. Voor de volledigheid dient vermeld te worden dat huidige aardbewoners zich volgens de Rulofleer in de derde kosmische graad bevinden, engelen in de vierde, terwijl de astrale meesters in de vijfde, zesde en zevende kosmische graad vertoeven.

Het universum was ten tijde van de eerste kosmische graad al miljoenen jaren oud en over de oerknaltheorie staat niets in de boeken. Deze theorie ontstond pas in bredere zin vanaf 1964, toen Rulof al was overleden. De meest primitieve levensvorm begon volgens zijn boeken op de maan, toen het voortplantingsprincipe een aanvang nam met zichzelf delende myriaden cellen, geschapen door de Albron, een universele Goddelijke energie. Christus, of beter gezegd: zijn bewustzijn, zou al tot de allereerste cellen op de maan behoord hebben. Maar het zou nog heel lang duren voordat het hoogste organisme op de maan werd bereikt: het zogeheten visstadium van de mens, wat betekent dat er ook water zou zijn geweest op de maan. Deze levensvorm zou verder geevoluëerd zijn door daarna overgangsplaneten elders in het universum te doorlopen. Tussen elke kosmische graad zouden zich zeven (volgens een andere uitleg zes) van deze planeten bevinden die dienen voor deze evolutie, wat het totaal brengt op 49 resp. 42. Tot aan de vorming van de stevige korst van deze planeten existeerden deze levensvormen in het binnenste ervan. Enkele van deze planeten zouden van dezelfde kracht en grootte zijn als die van de aarde. De planeten die voor de zielenevolutie van de toekomstige vierde tot en met zevende kosmische graad van de mens dienen zouden niet zichtbaar zijn vanaf de aarde. Hoe de overdracht van het stoffelijk organisme tussen de onderlinge planeten verliep wordt niet helemaal duidelijk, maar kennelijk wordt op reïncarnatie gedoeld. Op enkele planeten zou deze levensvorm rechtop zijn gaan lopen en kwam na wederom lange tijd terecht als Tweede kosmische levensgraad op de planeet Mars. Het menselijk organisme zou op die planeet zijn intuïtie hebben verworven en was vanaf dat moment aansprakelijk voor zijn daden. Hier duikt voor het eerst het begrip karma op, een basiselement van de Rulofiaanse leer. Het volledig bewustzijn zou pas op aarde tot ontwaking zijn gekomen als derde kosmische levensgraad. Daarmee ontstond zogeheten voordierlijke bewustwording, met name de begrippen goed, kwaad en schuldgevoel. Dit zou een overgang naar geestelijk leven zijn geweest. Aan de geleidelijke ontwikkeling van het leven van de eenvoudigste cel tot het volmaakte wezen op aarde zouden dus vele planeten hebben meegewerkt. Ook de aarde blijkt uiteindelijk een overgangsplaneet te zijn. De leer van Rulof sluit niet uit dat meerdere gelijke kosmische afstemmingen in andere galaxieën van het universum existeren.

Nadat maan en Mars hun taken hadden volbracht zouden deze hemellichamen bezig zijn aan een stervensproces. Het bewustzijn ontstond door de werking van zon en maan. Ook andere planeten en hun bijplaneten (manen?) zouden invloed gehad hebben op het bewustzijn. De hoogst ontwikkelde graden van dit organisme zouden als wezens van het oerwoudstadium op onze planeet zijn gereïncarneerd en worden in de boeken aangeduid met eerste stoffelijke graad voor het organisme op een schaal van zeven. Deze graad is nu bijna uitgestorven. De andere planeten konden niet zover komen met de ontwikkeling van de fysieke mens, maar in de toekomst zal dit wel gebeuren als de mensheid een quantumstap vooruit zal maken naar overgangsplaneten voor de vierde kosmische graad.

Kortom, het ontstaan van menselijk leven gebeurde dus op onze maan, werd daarna voortgezet op Mars, waarna dit organisme zich vervolmaakte op de planeet Aarde. Met elke nieuwe stoffelijke graad op aarde creëerde de mens een volgende. De kannibalistische mensen die in de oerwouden leefden vormden de eerste en laagste stoffelijke evolutiegraad en mensen met een blanke huidskleur de zevende en hoogste. Vandaar dat men in de boeken als evolutionaire term veelvuldig van het oerwoud naar het blanke ras tegenkomt. Naast de diversiteit van mensenrassen worden ook kenmerken van lichaamsbouw en uiterlijk aangegeven. Dwergachtige rassen zoals pygmeeën en lilliputters kunnen volgens de Rulofleer nooit de derde stoffelijke graad van menselijke evolutie overtreffen en eskimo’s nooit de 5e.

Het dierenrijk: al even fantastisch

Wat betreft de evolutie van de dierenwereld is de leer van Rulof al even fantastisch. Het dierenrijk zou ontstaan zijn door het rottingsproces na de dood van de eerste menselijke cellen. Het dier zou dus uit de mens geboren zijn. Hier doemt een ongerijmdheid op met het eerdere vissenstadium van de mens (zie boven), omdat aangenomen mag worden dat dit ook een vorm van dierlijk leven was. Volgens de Rulofleer volgen de meeste dieren de mens en zijn ze ook in die verhoogde bewustzijnstoestand op te trekken, vandaar dat de mens in staat is om de meeste dieren te temmen.

Charles Darwin zou de plank volledig misgeslagen hebben door te stellen dat de mens van de aap afstamt en werd aan gene zijde door de meesters vermanend terechtgewezen. In tegenstelling tot de mens die slechts één weg heeft te volgen (die naar vervolmaking) gaat het dier in duizenden stoffelijke organismen over. Deze worden ook weer in 7 graden ingedeeld. Sommige dierlijke organismen zijn ingewikkelder dan die van de mens. De duif zou de hoogst mogelijke stoffelijke en geestelijke graad behalen van alle dieren. Kolossen van diersoorten zoals dinosauriërs zouden op de overgangsplaneten voor de tweede kosmische levensgraad zijn ontstaan. Dit groeiproces zou later evenwijdig lopen aan dat van de mens in de vorm van reuzen. Het slachten van dieren wordt in de boeken afgewezen en voor de toekomst wordt algeheel vegetarisme voorspeld.

Luizen, wormen, slangen, kwallen, ratten en muizen zijn minderwaardige diersoorten en worden volgens de leer als nascheppingen beschouwd. Ook zij zullen terugkeren tot de Albron maar kunnen nooit het bewustzijn van het vogelrijk beleven. Luizen, mijten en soortgelijke insecten hebben echter ook een vorm van menselijk bewustzijn, omdat zij zouden leven uit de vervuiling van de menselijke aura.

Het heden: geestelijke bewustwording via rassoorten en reïncarnatie

De progressie in geestelijke zin zou zich ontwikkelen tijdens de vele verschillende levens van een mensenziel in een naar boven toelopende spiraal via reïncarnatie, een ander basiselement van de Rulofleer. Wat dit betreft zijn er overeenkomsten met theosofisch en antroposofisch gedachtengoed, hoewel deze door de meesters als ondergeschikte theorieën worden geportretteerd. Naast de individuele mens richt de Rulofleer zich vooral op rassen en volkeren. Als een volk zich massaal slecht gedraagt, zoals bijv. Japanners tijdens W.O.2 , kan het de 7e stoffelijke graad vooralsnog niet bereiken. In zijn boek Het ontstaan van het heelal schrijft Rulof, dat mensen via de reïncarnatiecyclus tot en met de 4e stoffelijke graad verschillende huidskleuren bezitten, maar vanaf de 5e graad uitsluitend een blanke, m.u.v. enkele oosterse rassen in Voor-Indië (huidig India). Degradatie bestaat ook binnen het gradensysteem. Blanken vanaf de 5e graad, die zich niet goed volgens de door de meesters gepropageerde kosmische wetten gedragen, kunnen in een volgend leven weer in 4e graad worden geboren met een donkere huidskleur. Dit is volgens huidige maatstaven racisme van kaliber, maar zou volgens de Rulofiaanse leer een gevolg zijn van de wet van karma. In een later boek schrijft Rulof in een relatief kort stukje dat negroïden tóch de 7e en hoogste graad kunnen bereiken. Mogelijk heeft hij zich laten beïnvloeden door de tijdgeest van 1945-50 en doelt vooral op Amerikaanse negers met een ‘blank bewustzijn’. Wie had verondersteld dat lichaam en geest onlosmakelijk verbonden zijn tijdens een mensenleven komt bij Rulof dus bedrogen uit, want volgens zijn leer kunnen het fysieke en het mentale deel van een mens los van elkaar evolueren. Rulofianen proberen daarmee ook het racisme uit de boeken te ontkrachten. Rulof kent echter typerende en soms denigrerende kenmerken aan mensenrassen toe.

Vermenging van verschillende levensgraden, dus ook rassenvermenging, komt volgens de leer al sinds de oudheid voor, is zeer verwerpelijk en zou geleid hebben tot onzuiver bloed en besmetting van de eigen levensgraden. Daardoor ontstonden alle ziekten, geestelijke stoornissen en afbraak op aarde. Indien dit niet was gebeurd, zouden wij al lang geëvolutioneerd zijn tot kerngezonden. De mens zelf zou debet zijn geweest aan dit debakel. Dat het ook anders heeft gekund illustreert Rulof met het volgende voorbeeld: eskimo’s zijn zo gezond en gehard ondanks het strenge klimaat waarin zij leven, omdat zij nooit vermenging van hun eigen graad hebben geduld. Anderzijds wordt in een ander voorbeeld verkondigd dat eskimo’s niet het volmaakte ras zijn, omdat zij zich in geestelijke zin niet kunnen openstellen voor de werken van Duitse componisten, die een hogere mentale ontwikkelingsgraad hebben.

Erfelijkheidsziekten zijn volgens Rulof ook te wijten aan vermenging van verschillende menselijke levensgraden en rassen. Als het aan zijn voorspellingen ligt wordt aan de progressie van ziekten en afbraak straks een halt geboden, doordat aan zieken wettelijk verboden zal worden om te trouwen, zodat geen ziek nageslacht meer kan ontstaan. Binnen enkele eeuwen zal de mensheid dan opklimmen tot gezonde stadia. Het zal duidelijk zijn dat in de Rulofleer bloedtransfusie om principiële redenen wordt afgewezen.

De nabije toekomst : overgang naar een volmaakte wereld

Voor de nabije toekomst worden nog meer evolutiestappen verkondigd, een fase die wordt aangeduid met De Eeuw van Christus. De gehele mensheid zal tot deze fase overgaan, waarin ‘abnormaliteiten’ zoals ziekten en homoseksualiteit, maar ook andere rassen dan het blanke zullen verdwijnen. Iedereen zal dan blank, kerngezond, heteroseksueel en gelukkig gehuwd zijn en graad zal bij graad behoren. Nu lopen nogal wat huwelijken mis omdat men niet zou zijn afgestemd op een partner van de juiste graad. Daarom zullen straks parapsychologen in dienst van de staat verplicht een geschikte huwelijkspartner aanwijzen, waarbij vergissingen uitgesloten zijn. Het moederschap zal de boventoon vieren en elk echtpaar zal 2 kinderen hebben. De kerk, alle andere geloofsovertuigingen en stromingen zullen gaandeweg verdwijnen. De vrije wil van de mens zou in dit groeiproces besloten liggen en wordt daarmee van ondergeschikte betekenis (!).Volgens de eschatologie van de Rulofleer zal de leeftijd van de mens per kosmische graad toenemen en in de zevende (en hoogste) kosmische graad zal straks zelfs de dood geen betekenis meer hebben en zal de mens eeuwigdurend leven kennen.

Tijdens de afgelopen 2 millenia werden steeds meer technische wonderen uitgevonden die allen door de meesters van gene zijde werden geïnitiëerd. Ze werden echter niet altijd gebruikt om de mensheid te dienen. Hier duikt een contradictie op, want het wapengebruik tijdens sommige oorlogen -zoals de Napoleontische en W.O.2- was volgens het boek De volkeren der aarde nuttig, omdat oorlogen in het algemeen een zuiverende werking zouden hebben op het groepskarma en massa’s alleen uit oorlogen echt zouden leren. Daarnaast zou een -soms gewelddadige- verovering van volkeren van een lagere graad dienen om deze helpen op te trekken naar een hogere graad en Goddelijk bewustzijn. Vandaar dat dictator Mussolini naar Abessinië (= Ethiopië) was getrokken om daar slachtingen aan te richten onder de inheemse bevolking (!). Hier heiligt het doel werkelijk alle middelen. Anderzijds is volgens de leer het doden van een medemens een vergrijp waarvoor men boete moet doen in een correctiesfeer in het hiernamaals om daarna in een of meer volgende levens een ongunstig karma in te lossen. M.i. loopt de Rulofiaanse leer hier behoorlijk vast.

Het zogeheten Directe Stem Apparaat, dat omstreeks het jaar 2025 zal worden uitgevonden -ook door initiatie van de meesters- zal een baanbrekend instrument zijn wat de mens in staat zal stellen om te communiceren met gene zijde. Dan zal ook bewezen worden dat alles wat de meesters hebben verkondigd op waarheid berust. De meest twijfelende scepticus zal dan het hoofd moeten buigen, een vaak voorkomende uitdrukking in de boeken. Bij een andere voorspelling sloeg Rulof de plank echter mis: zo wordt in de boeken verkondigd dat de mens nooit in levende lijve in een raket de maan zal bereiken. Uitgeverij Wayti Press heeft steeds geprobeerd deze stelling te ontkrachten.

De Bijbel: laag waarheidsgehalte

In zijn boeken postuleert Rulof een geheel andere visie op het scheppingsverhaal dan de bijbelschrijvers. Het Oude Testament zou een laag waarheidsgehalte hebben en de taken van Mozes en Christus zouden verkeerd zijn weergegeven. Wat de Bijbel over de schepping weergeeft, zou volgens Rulof op het weten van aardse mensen slaan, omdat men in de voorbije eeuwen niet in staat was om kosmische wijsheden te begrijpen. Waar de Bijbel in het boek Genesis over de allereerste schepping schrijft, zou de aarde al miljoenen jaren oud geweest zijn. God maakte geen scheiding tussen licht en duisternis, zoals de Bijbel verhaalt, maar dit onstond door een natuurkundig proces. Toen God zich openbaarde was er alleen werking en het duurde heel lang voordat nevelen ontstonden en daarna verdichte wolken, waaruit het cellenleven na miljoenen jaren uiteindelijk zou zijn ontstaan. De ruimte vóór de schepping was duisternis. In de eerste uren van de schepping was er geen vegetatie en van dit vroege stadium zouden de bijbelschrijvers niets afweten. Door een wisselwerking tussen hemellichamen (in Rulofiaanse termen: verdichting) kwam ook het eerste celleven op de maan tot stand.

Rulof verzet zich tegen een wraakzuchtige God zoals die in het OT wordt beschreven, terwijl de kerk juist zou prediken om daarin te geloven. Wie aan de Bijbel vasthoudt, zou ook vastgeroest zitten in dogma’s en niet in staat zijn om werkelijk geestelijk te denken. De meesters hadden al vanaf het begin ontdekt dat op aarde naast veel kwaadwillende zielen ook mensen leefden die openstonden voor het hogere leven. Deze zielen willen zij verzamelen om hen met astrale hulp sterk en machtig te maken en om kwaadwilligen onmondig te maken. Ook hier weer een contradictie: met behulp van de natuurwetten (karma) moeten oorlogen worden gevoerd om dit kwaad uit te bannen, zoals Rulof over W.O.2 schrijft, terwijl in realiteit blijkt dat uit dit soort ingrijpende gebeurtenissen hooguit tijdelijke verbeteringen ontstaan. Deze denktrant volgend kan men zich afvragen hoeveel volgens de leer dus noodzakelijk bloedvergieten nog zal gebeuren om de mens op te trekken naar hoger bewustzijn. Geweld houdt hier geweld in stand.

Tóch zit er volgens Rulof enige waarheid in wat de Bijbel schrijft over de voltooiing van het Huis Israël (= het huis Gods), maar vaak zou de fantasie van de bijbelschrijvers op hol zijn geslagen. De verhalen over de zondvloed zijn ten dele correct en een derde van de aarde was destijds overspoeld. Dit was echter niet ontstaan door de toorn Gods, maar een gevolg van de ontwikkeling die de aarde toen doormaakte.

Over Mozes wordt bericht dat hij uit de zesde kosmische graad kwam en het aardse instrument zou zijn geweest van gene zijde, maar noch hij noch zijn volgelingen hadden de Tien Geboden begrepen, omdat ze de juiste geestelijke graad nog niet hadden bereikt. Latere profeten hebben met hun wijsheid die van Mozes overtroffen. Aan de komst van Christus ging een belangrijke gebeurtenis vooraf: onder leiding van kosmisch bewuste meesters werd de pyramide van Gizeh gebouwd. In dit gebouw is vastgelegd dat de Messias uit het universum op aarde geboren zou worden. Vóór die tijd zou hij al op onze maan zijn geboren. Daarna zou Christus uit de zevende kosmische levensgraad (wat ook aangeduid wordt met: de sferen) gekomen zijn naar de Aarde. Hij kende inmiddels alle stadia van het leven alsmede de stoffelijke en astrale wetten en zou voor geen enkele ziel in de ruimte onderscheid maken. Hij keerde naar de aarde terug om aan de mensheid het Heilig Evangelie van liefde en harmonie te verkondigen. Zijn geboorte zou anders plaatsgevonden hebben dan de Bijbel verhaalt en voltrok zich op een manier waarop elke menselijke geboorte zich voltrekt. Daarna kregen Maria en Jozef nog meer kinderen, maar Christus zonderde zich al spoedig af om zich aan zijn taak te wijden. De astrale meesters volgen hem daarbij tot aan zijn laatste uur en hij zou geen seconde alleen zijn geweest. Dat Christus aan het kruis hangend volgens de kerk geklaagd zou hebben dat God hem verlaten had, moet volgens de Rulofboeken heel anders worden geïnterpreteerd. Zijn woorden waren grootser en dieper en niet vatbaar voor de stoffelijk denkende mens. Christus zou zich nooit zwak getoond hebben, ook niet in het Hof van Gethsemané waar hij volgens de Bijbel God had gesmeekt om het lijden aan hem voorbij te laten gaan. Met een zwakke Christus zou niets van het Christusbewustzijn zijn overgebleven. De boodschap die hij bracht wordt volgens Rulof nog steeds niet goed door de mensheid begrepen, maar dit zal in de toekomst wél gebeuren.

Golgotha, ook een essentiëel punt in de Rulofboeken, heeft een naargeestig gevolg gehad. Wegens hun aandeel bij de kruisiging zouden de joden het hoogste wezen op aarde hebben gedood en zich een enorm groepskarma op de hals hebben gehaald. Dat werd “goed gemaakt” door de holocaust op 6 miljoen van hen ruim 2000 jaar later. Daarmee wordt de wet van karma tot in het absurde geïnterpreteerd, wat er ook op wijst dat Rulof een antisemiet moet zijn geweest.

Het NT bracht volgens Rulofianen in elk geval iets positiefs, want zij maken uit het volgend fragment op, dat de komst van Jozef Rulof als schrijvende profeet wordt aangekondigd. Johannes 16: 12-15: Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen. Al wat de Vader heeft, is het mijne; daarom zeide Ik: Hij neemt uit het mijne en zal het u verkondigen.

De verre toekomst: overgang naar de vierde kosmische graad

Over miljoenen jaren zal de eenheid tussen de stoffelijke en astrale werelden worden bereikt in de vierde kosmische graad. De opzet van de kosmos heeft dit vastomlijnd doel: de mens een Goddelijk niveau te laten bereiken en zich de geestelijke wetten eigen te maken. Het doel van het leven is het leerproces, waarbij de mens al het leven lief dient te hebben. Alle ellende en ziekten die de mens overkomen hebben zijn door eigen schuld ontstaan en karmatisch bepaald. Karma zou echter nooit een straf zijn, maar het “weer goedmaken” van eerder begane wandaden. In zijn meest volmaakte staat zal de mens in de toekomst via overgangsplaneten naar de vierde kosmische graad evolueren. In die graad zal het menselijk lichaam ijl en doorschijnend zijn en zal men zich uitsluitend voeden met fruit. Rulof heeft dankzij uittredingen al een bezoek kunnen brengen aan deze sferen, waarin naast een geweldige natuur geen bedrog, geweld, jaloezie, hartstocht en egoïsme meer bestaan, maar alleen liefde en harmonie. De aarde zal nog biljoenen jaren blijven bestaan en het langzaam verdwijnen en oplossen van onze planeet zal niet eerder gebeuren wanneer alle aardse wezen hun volmaakte toestand hebben bereikt. Een tweede schepping, zoals sommige geleerden zouden hebben beweerd, zal indruisen tegen alles wat met het Goddelijke te maken heeft.

Tot slot. Rulofs leer is dermate utopisch en roept zoveel vragen op, dat hij tijdens zijn leven al besefte dat hij veel kritiek zou ontvangen. Rulofianen beschouwen de boeken evenwel als hun ideale leidraad voor kosmische bewustwording. In de leer van andere wijsgeren en leermeesters zitten volgens hen open einden, maar bij Rulof wordt alles tot in de details verklaard. Dat de boeken tóch op veel onbegrip stuiten zou volgens Rulofianen voornamelijk aan twee oorzaken liggen: ten eerste kwamen ze honderden jaren te vroeg en ten tweede wil de mens zich er (nog) niet voor openstellen. ■

Herman Nimis,
Rulofonderzoeker en -criticus.



Bronnen:

- Jozef Rulof: Het ontstaan van het heelal, De volkeren der aarde, De Kosmologie van Jozef Rulof (uitgegeven
door Wayti Press. Apeldoorn)
- Aad van den Hout: Een perspectief zonder weerga (vergelijkende studie tussen de Rulofleer en andere
geestelijke stromingen, in eigen beheer uitgegeven).
- www.jozefrulofforum.com
"De bijbel is net een spoorboekje van de NS, je kan er alle kanten mee op." - Fons Jansen
"Als er bij het dorp waar bergen bergen bergen bergen bergen, Bergen, bergen bergen bergen bergen bergen, bergen bergen bergen bergen bergen.". - Kees Torn

Gebruikersavatar
Sararje
Superposter
Berichten: 5994
Lid geworden op: 11 jul 2005 15:35

Bericht door Sararje » 01 jan 2008 03:27

Ik weet wel dat de meeste Ruloflezers het allemaal goed bedoelen, en op hun manier het beste met de wereld voorhebben. Het gaat mij om de onjuistheden die erin staan. Sommige dingen kloppen gewoon niet; het indelen van mensen in rassen op basis van huidskleur en uiterlijke kenmerken, waarbij deze kenmerken tevens corresponderen met de mate van geestelijke ontwikkeling, is uiterst onwetenschappelijk en volkomen achterhaald. En de manieren waarop Rulof het heeft gezegd varieren van denigrerend tot ronduit hatelijk.
‘Beginnend in het oerwoud gaan zij van het ene ras naar het andere en bereiken via duizenden levens het blanke ras.’ (Volkeren der aarde. Blz 407)
‘De stoffelijke graden zien zich onder een liefdevolle, maar bewuste leiding geplaatst, eens zullen ze in het blanke ras oplossen, waarna al die lagere bewustzijnsgraden verdwijnen.’ (Volkeren der aarde. Blz 412)
Zo nu en dan gebruikte Rulof het denigrerende woord 'zwartjes' wanneer hij spreekt over Afrikanen.

De manier waarop hij het hele Joodse volk over één kam scheerde is werkelijk weerzinwekkend: '‘Het joodse volk, dan Hem kruisigt, volgt zijn eigen weg. Het voelt zich rustig, hoewel het de schuld heeft aan het ganse, verschrikkelijke drama, dat zich op Golgotha voltrok.‘(Blz. 9Cool.

Ook de oude, eindeloos herhaalde karikaturen van de jood als kwaadaardige, en op geld en macht beluste sjacheraar worden weer uit de kast gehaald, zoals in dit citaat, waarin Rulof beschrijft hoe Caiphas, de bekende hogepriester uit de Bijbel, verschillende incarnaties doormaakt om uiteindelijk te incarneren als Adolf Hitler: ‘Hij beleeft hoe zijn eigen ras zich ten koste van het andere leven verrijkt, zich verrijkt door het bloed en de ijver van die miljoenen andere mensen van de Aarde en hij vervloekt het joodse volk. Als hij scherp op hun gesjacher, hun liegen en bedriegen ingaat, doet hij een merkwaardige ondervinding op. Door zich fel tegen hun gewoeker en gesjacher en bedrog te keren en de verrotting van hun levenspeil te hekelen, minderen zijn eigen pijnen.’ (Blz. 190)
Verderop in het boek gaan deze tirades onverminderd verder door de joden voor te stellen als bedriegers, moordenaars, en symbolisch als vampiristische sjacheraars: ‘Ook de jood moet hier in het schemerland ontwaken en die ziel heeft het als vele kerkgangers ellendig. Maar hier voelt de jood zich niet achteruitgezet, in ons leven krijgt hij het natuurlijke gevoelsleven, indien hij zijn bedrog kan vergeten……….. Hij weet nu ook, dat hij z’n leven versjacherd heeft, dat hij leefde door het levensbloed van anderen……… In het schemerland leren wij het innerlijk van de aardse jood kennen. Die levens hebben iedere geestelijke betekenis verloren, zo ver ging hun gesjacher, zó ver hebben de joden zich uitgeleefd. Nog druipen zij van het christenbloed, nog stinken zij van de onrechtvaardigheden onder elkaar bedreven……. Het sjacheren kan de jood op Aarde doen, aan deze Zijde is dat afgelopen. Honderduizendvoudig roepen de wetten van God juist het joodse ras het halt toe, want dit volk heeft zichzelf vervloekt. In het schemerland gaat de jood eigenlijk eerst beseffen, dat al het leven van God van joodse oorsprong is, en ook dat het Sieg Heil van Adolf Hitler ook diende om het wakker te schudden! Is dat zo onwaarschijnlijk, nu wij weten, door wie Christus gekruisigd werd?’(Blz. 273)
Alsof het nog niet genoeg is, moet de jood het ook nog eens ontgelden in het hiernamaals dat Rulof beschrijft: ‘Christus kende de mentaliteit van de jood. Hij noemde hem een farizeeër, een huichelaar, omdat deze in alles met gods wetten in strijd is. De jood in het schemerland staat voor deze realiteit, hier kan hij het door Christus gesproken woord niet loochenen. Het schreeuwen van de jood om zijn Messias zegt ons hier niets, wij laten hem schreeuwen, totdat zijn stembanden het woord niet meer doorlaten en hij is als een rochelende gestalte, als het lijkwit van zijn kerk, want dit moet hem het ontwaken geven. Hij moet zich losmaken van zijn bewust stoffelijke, bedrieglijke, sjacherige ik, of hij tuimelt lager en lager, tot hij zijn gezicht verliest, doordat het hellegedrocht hem omarmt. (Blz. 273)
Zelfs voor de jood is er volgens Rulof en zijn ‘Meesters’ van gene zijde, nog redding mogelijk. Alleen blijkt de schrijver zich de tegenstrijdigheid in dit verhaal niet in te zien. De jood moet ophouden jood te willen zijn, of anders zal de jood stikken in zijn zondige ras. Het is echter een beetje wreed om van iemand te verlangen om van raciale afkomst te veranderen. Hoe kan een jood ophouden met joods zijn? Want het moge duidelijk zijn dat hier de biologische afkomst bedoeld wordt, gezien de term ‘ras’ die de schrijver hier gebruikt. Het kan natuurlijk wel zijn dat de schrijver het hier over de jood in het hiernamaals heeft, maar hoe het ook moge zijn, het blijft een verwerpelijk citaat: ‘Waar is de Messias? In u leeft Hij en op Golgotha is Hij voor elkeen gestorven, ook voor de jood! Zoek niet langer, lieve, lieve ziel van joodse afkomst, ziel van God, Houd op jood te willen zijn, want gij vervloekt uzelf. U moet als wij, als iedere katholiek en protestant, als alle dogmatisten Christus aanvaarden……. U gelooft het nog niet? Breek dan nog maar langer uw Goddelijke ik af. Of verkoop het, gij blijft dan jood, om te stikken, om te verdrinken in uw zondige ras, dat Christus op afschuwelijke wijze ombracht.’ (Blz. 274)
Bizar is ook de vreemde mix van enerzijds veroordeling van Hitlers gewelddadige veroveringszucht, en anderzijds de veréring van Adolf Hitler als martelaar voor het ‘geestelijk ontwaken’ van de mens: ‘Hitler voerde de heidense volken aan, stond lager voor de wetten van God dan al die andere leiders en toch, allen deden één werk, al begrepen hij en u dat niet. Hij is dan ook de martelaar voor de volken van Israël(*). De geschiedenis zal dat eens moeten aanvaarden! Die tijd is nu in aantocht. De mensheid zou zonder hem en op eigen kracht niet tot gezegende evolutie gekomen zijn. (Blz. 230)
In het volgende citaat is het wellicht terecht dat Rulof de kerk veroordeeld voor de vele onmenselijke misdaden die zij in het verleden heeft begaan, maar naar onze mening is er een steekje los bij de schrijver wanneer hij Hitler een heilige noemt in een vergelijking met deze kerk: ‘Wij zeggen u: ‘Adolf Hitler is een heilige vergeleken bij de kerk. De beul van de mensheid is niet zó diep gezonken als uw kerk in de loop der eeuwen gezonken is.’ (Blz. 270)
Eén bladzijde verder verklaart de schrijver waaróm hij Adolf Hitler als een heilige beschouwt: ‘De kerk zocht het in de politiek. Adolf Hitler zei: ‘Dat moet afgelopen zijn.’ Was dit een verkeerde opvatting? Bracht Adolf Hitler alleen onzin? Bij alle ellende bracht hij tevens het goede, hij bracht het stoffelijk ontwaken op Aarde. Hij bracht door zijn revolutie; evolutie! Hij bracht het ontwaken in de geest voor de enkeling, de massa en de mensheid! Dat wilt u van hem niet aanvaarden, maar de Eeuw van Christus dwingt u ertoe.’ (Blz. 271)
In de volgende citaten komt de diabolische aard van Rulof’s ‘meesters’ naar boven, waarbij er onder deze Meesters ook oude bekenden aanwezig zijn: ‘Maar de meesters van Gene Zijde weten beter. Hun doel is Adolf Hitler de ene overwinning na de andere te laten behalen.’ (Blz. 154)
‘Adolf Hitler is tot handelen gereed. Maar hij ziet niet de lichtende gestalte naast hem. Het is Mozes, die in al deze uren bij hem was en hem tot zijn besluiten dwong. ‘ (Blz. 157)
En Hitler was volgens de schrijver niet de enige marionet van Gene Zijde. Ook Napoleon Bonaparte werd volgens het boek gestuurd vanuit de ‘Geestelijke wereld’.
‘Maar waarom begeerde hij zo fanatiek Europa aaneen te sluiten? Het is een gedachte die hij van de meesters ontving. Zijn waren in en om hem heen en drukten deze gedachten op z’n gevoelsleven af…. Rusteloos voortgezweept door zijn drift naar bezit en heerschappij, begon hij de ene militaire actie na de andere. Het waren echter de meesters, die richting gaven aan zijn plannen!’ (Blz. 100)

Hoe weerzinwekkend de citaten uit dit boek ook mogen zijn. Men mag niet de fout maken om Jozef Rulof en zijn aanhangers over één kam te scheren met de nazi’s en andere gewelddadige fascisten. Hoewel de boeken en sommige bewegingen eromheen zeker niet ongevaarlijk zijn, en deze daarom door de sceptici scherp in de gaten dienen te worden gehouden, is de context van de citaten niet zo dat deze direct tot fascistisch, politiek geweld zullen leiden. Sterker nog, de meeste Rulofianen zijn mensen die het op hun manier best goed met de wereld voor hebben, al zijn er in het nabije verleden wél rechts-extremistische organisaties met Rulof’s boeken aan de haal gegaan.
Maar desondanks blijft het verwerpelijk en achterlijk dat men het hele joodse volk beschuldigt van het doden van Christus, terwijl slechts enkelen hier aan mee zouden hebben gewerkt (even van de hypothese uitgaande dat dit bizarre bijbelverhaal écht heeft plaatsgevonden). Even verwerpelijk en achterlijk is de manier waarop in Rulof’s boek, de joden voorgesteld worden als gemene, gierige sjacheraars; een gedachte die niet thuishoort in de moderne tijd, maar eerder gebaseerd lijkt op fabeltjes uit de middeleeuwen, die waarschijnlijk ook de inspiratiebron waren voor een ander duister geschrift uit het nabije verleden; ‘De protocollen van de wijzen van Zion’. Vrijwel nergens heeft Rulof iets positiefs te melden over joden, terwijl er onder de joodse tijdgenoten van Rulof zeer belangrijke geleerden waren uit verschillende takken van wetenschap; mensen als Albert Einstein en Sigmund Freud, die zeer grote bijdragen hebben geleverd aan de wetenschappelijke vooruitgang. Maar voor Rulof en zijn ‘Meesters’ zijn alle joden sjacheraars en bedriegers.
De aanhangers van Rulof geloven dat zijn boeken in de toekomst bij alle aardbewoners op de boekenplank staan. Het is te hopen dat het tegenovergestelde ooit het geval zal zijn; dat deze boeken in de vergetelheid raken; dat ze enkel in de stoffige zolders van musea liggen, en onverkoopbaar zijn op de rommelmarkt, en dat degene die er tóch nog een blik inwerpt, meewarig het hoofd schudt, en terugdenkt aan de duistere tijden der onwetendheid.

Bovenstaande informatie bestaat uit excerpten van deze artikelen: http://www.freethinker.nl/index.php?opt ... &Itemid=36
http://www.freethinker.nl/index.php?opt ... &Itemid=36
"De bijbel is net een spoorboekje van de NS, je kan er alle kanten mee op." - Fons Jansen
"Als er bij het dorp waar bergen bergen bergen bergen bergen, Bergen, bergen bergen bergen bergen bergen, bergen bergen bergen bergen bergen.". - Kees Torn

Gebruikersavatar
Sararje
Superposter
Berichten: 5994
Lid geworden op: 11 jul 2005 15:35

Bericht door Sararje » 01 jan 2008 03:41

Hele topicmoet met een stevig betoog kunnen worden samengevat op een rustig moment.
Idem dittopic.
En deze:
http://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?t=4380

Sararje schreef:
Herman2: Goed, dan schrijven we in het lijstje van Jozef Rulof behlave antisemitisch en racistisch ook nog homofoob bij, mag ik even de citaatjes?
Op jouw verzoek. Eerst citaten uit 'Zielsziekten van gene zijde bezien', 4e druk. In de volgende druk verscheen dit boek in een volledig herschreven gemoderniseerde versie, waaruit alle voor homoseksuelen beledigende fragmenten ook waren verwijderd. Dat werd vanaf de 6e druk weer ongedaan gemaakt.

Context is dat meester Alcar met zijn leerling André (= Jozef Rulof in uitgetreden toestand) excursies maakt naar krankzinnigen in de hellen (in de gemoderniseerde druk vervangen door:duistere gebieden). Opvallend is dat zich daar naast geestelijken en mensen met het syndroom van Down ook veel homoseksuelen bevinden. Waar een *) staat heeft uitgeverij Wayti vanaf de 6e druk deze voetnoot ingevoegd: "bedoeld wordt hiermede de ziekelijke homoseksualiteit". Rulof scheert dus homoseksuelen over één kam, maar Wayti brengt later nuances aan omdat men heeft aangevoeld dat dit soort denkbeelden vandaag de dag niet meer door de beugel kan.

Blz. 297 : Die mensen (Alcar duidt op priesters en nonnen) zijn noch voor het een, noch voor het ander geschikt, wat wij straks tevens bij de homoseksueel zullen ontmoeten, want ook die mens weet met het organisme geen raad.

Blz. 339 : De homoseksualiteit *) is één van de vele graden van krankzinnigheid waarin geen wartaal wordt gesproken en die geheel voor ons open ligt.

Blz. 342 : De homoseksualiteit *) heeft in wezen niets met hartstocht uit te staan.

Blz. 342: : De homoseksualiteit is het loskomen van het vorige, dierlijke bestaan. *)

Blz. 345 : Dit is voor de mannelijke geest thans een aardse, dierlijke attractie. Ze beleven nu beide organismen vanuit één levensgraad en wel door de homoseskualiteit. Voel je, hoe beestachtig het wordt, nu de menselijke ziel als aards mens verbinding krijgt met die wereld ?

Blz. 348:: De homoseksueel *) en de krankzinnige hebben hun eigen toestand geschapen, maar zullen zich hiervan losmaken, wat echter pas in een volgend leven wordt bereikt.

Blz. 354 : De homoseksualiteit is dus een natuurlijk verschijnsel. Het heeft geen nut al die mensen te verachten, want zij allen hebben ons eens onbewust gevoeld. Niet één mens kan zeggen : Ik niet, ik heb die gevoelens nooit gekend. Dat is waanzin ! Die mensen leven tussen de beide organismen van man en vrouw in en zijn noch het een, noch het ander. Maar de stoffelijke hartstocht wordt gevoeld en wil worden beleefd, wat nu tot het abnormale behoort en waarvan de persoonlijkheid zich vrij moet maken. Komt het leven nu tot het moederschap, dan lost onmiddellijk de homoseksualiteit op.

Blz. 369 : De homosexueel is ten opzichte van moeder natuur en haar wetten een zwakke persoonlijkheid. Niet echter voor de maatschappij, want veelal behoren deze mensen tot het stoffelijk verhoogde bewustzijn, tot de intellectualiteit. Maar daar gaat het niet om, dat heeft voor de homosexueel geen betekenis. (..) Dit is eigenlijk geen zwakte, maar een graad van leven, die halfbewust is. De geest is nu in disharmonie met het organisme en dat is zwakte, maar een zwakte die het lichaam raakt.

Blz. 386 : (Over de bevolking van de hellen): Levens die nog moeten ontwaken ! Dieven en moordenaars, homoseksuelen *) en kinderverkrachters. Alle graden van hartstocht kunnen wij ontmoeten, omdat wij in ons leven de hellen hebben leren kennen. Deze hellen worden door die wezens vertegenwoordigd en hebben door hen hun bestaansrecht gekregen. Laag en hoog kennen wij, en wij weten dat het lage in de mens zegeviert.

Citaten uit De Kosmologie deel 2 , 1e druk:

Blz. 211/212 : Er zijn moeders op aarde, die het organisme bezitten, maar níet het gevoel bezitten om het moederschap te beleven. De geleerde noemt dat de ‘homoseksualiteit’…er zijn mannen en vrouwen, die deze splitsing voelen en met hun organismen geen raad weten. (..) Wij kunnen dus voor de ‘Universiteit van Christus’ vastleggen, dat de homoseksualiteit op aarde niets anders is, niets anders kán zijn, dan dat de ziel vrijkomt van het vader- of van het moederschap, dát de ziel als mens de overgangsstadia beleven moet om het vader- óf het moederschap af te leggen, óf voor die wetten te evolueren !
Wij kunnen thans de geleerden toeroepen : Homoseksualiteit heeft niéts met hartstocht uit te staan, het verschijnsel zélf als gevoel beleeft thans Goddelijke wetten voor het bewuste vader- en moederschap.

Citaten uit De Kosmologie deel 3, 1e druk:

Blz. 17/18 : …doch nu betreden wij door Freud en Jung de homoseksualiteit. En daar weten die geleerden dan alles af, volgens de leer van ‘Bartje’dan. Voor de goddelijke waarchtigheid zijn ze volkomen fout, omdat ze nú, waar het dus om gaat, de persoonlijkheid gaan zien en die is het volgens deze geleerden, die ziek is, die seksueel ziek is en dát geestelijk en lichamelijk. Maar voel je het machtige wonder ? De mens ‘door Freud’ breekt zichzelf af. Hij zegt, ze zijn seksueel disharmonisch, dus lichamelijk tevens, dát is voor hem dé mens zelf. Ik stel thans vast, dat het ruimtelijke wetten zijn voor het vader- en moederschap (..)

Blz. 45 : Dit zijn de Goddelijke rechtvaardigheidswetten, mijn Rama ! (= Ramakrishna). En die zijn voor het vader- en moederschap. Ik zal ze ál de homoseksuelen van de aarde verklaren en nu zijn het geen homoseksuelen meer, doch halfbewusten voor het vader- en moederschap.

Blz. 47 : Wij komen voor de homoseksualiteit te staan, geachte Freud, die geen homoseksualiteit is, zoals je reeds van mij hebt ontvangen. Dat zijn de ónbewuste levensgraden voor het vader- of het moederschap, voor man en vrouw dus.... Immers, wij kennen halve en bewuste homoseksuelen. Die mannen en vrouwen leven in deze maatschappij. Wij kennen vrouwen die zich man voelen. Maar wij kennen bovendien mannen en vrouwen die moederlijke noch vaderlijke geslachtsdelen bezitten, deze mensen hebben ‘nu’ het bewuste vader- of moederschap nog niet bereikt. Kén je die mannen en vrouwen niet ? Dan zal ik je een voorbeeld geven. Voordat de ziel als mens het bewuste vader- of moederschap beleven gaat, volgt zij zeven overgangen, voordat zij dus bewust vader of moeder is. Die levensgraden hebben wij op de Maan moeten aanvaarden, daar zijn ze dus geboren. En nu zien wij, dat die eerste overgang naar het vader- en moederschap nog niet bewust is en schept de ziel als het gevoelsleven half vader- en moederschap, half bewust dus en bezit zij als vrouw noch het geslachtsdeel voor het moederschap noch het vaderlijke, het scheppende deel, die nu beiden half bewust zijn. Die vrouwen leven in onze maatschappij, maar de wetten ervoor heeft de geleerde nog niet kunnen ontleden, ook jij niet, beste Freud, want je hebt jezelf erdoor verloren. Dat zijn nu de wetten voor halfwakend en wakend bewustzij vader- en moederschap, beste Freud, zodat wij moeten aanvaarden : homoseksualiteit bestaat er niet ! Dat wat men op aarde voor homoseksualiteit uitmaakt is : half bewust vader- en moederschap !

Blz. 265 : Wat ze voor het Universum te betekenen hebben, dát komt later op aarde en eerst dan is de astronoom gereed af te dalen tot Zon en Maan en kan hij zichzelf zien, tenminste, wanneer ook híj voor het vader- en moederschap gereed is en vrij is van homoseksualiteit Indien gij de terminologie wilt beluisteren voor de ruimte, dan zoudt ge kunnen horen, dat het bewuste moederschap tot Jupiter en Saturnus zegt : wat willen jullie homoseksuelen met mijn leven beginnen ?

Ik vermoed dat de (nog) niet door mij gelezen 57-lezingen-reeks delen 1, 2 en 3 ook zulke fragmenten bevat.
"De bijbel is net een spoorboekje van de NS, je kan er alle kanten mee op." - Fons Jansen
"Als er bij het dorp waar bergen bergen bergen bergen bergen, Bergen, bergen bergen bergen bergen bergen, bergen bergen bergen bergen bergen.". - Kees Torn

Gebruikersavatar
Devious
Erelid
Berichten: 6467
Lid geworden op: 14 jul 2003 22:17
Locatie: saturn
Contacteer:

Bericht door Devious » 03 jan 2008 13:21

GRIEZELIGE CITATEN; Jozef Rulof. (1898-1952) Deel I.
(Occult medium, racist, antisemiet)

Onder de liefhebbers van het occulte neemt de schare volgelingen van het occulte medium Jozef Rulof wel een héél bijzondere plaats in. Rulof werd in 1898 te 's-Heerenberg geboren, waarin zijn fans een link zien met Golgotha; de berg waar Christus aan het kruis werd genageld (’s-Heerenberg = Golgotha, de berg van de Heer, voor wie hem nog niet vat). Over Rulof gaan veel vreemde verhalen rond. Volgens zijn volgelingen schilderde hij in trance en was hij een ‘instrument’ dat door ‘de Meesters’ van ‘gene zijde’ gebruikt werd voor het genezen van zieken. Daarnaast hield hij lezingen en schreef hij als ‘instrument’ van de ‘Meesters’ tientallen boeken, met daarin behoorlijk bizarre theorieën over het ontstaan van het heelal en de mens (zo meende hij dat het leven op de maan is ontstaan). Hierop zullen we in deze aflevering van de reeks ‘Griezelige citaten’ niet verder ingaan. Reden om Jozef Rulof hier te behandelen is vanwege de behoorlijk stuitende racistische en antisemitische uitspraken in zijn boeken.

Zoals wel meer occultisten uit het verleden, zoals bijvoorbeeld Rudolf Steiner en Helena Blavatsky, geloofde ook Jozef Rulof in een hiërarchie van rassen, waarin het blanke ras superieur is boven al de andere rassen. Eén van de boeken waarin hij dieper op dit onderwerp ingaat is het boek ‘Geestelijke Gaven’. Hier volgen enkele van de afkeurenswaardige citaten uit dit boek;
Moeder Aarde schiep zeven graden voor het stoffelijke organisme van haar kinderen, zeven soorten lichamen, waarvan de hoogste graad door het blanke ras en de oosterse volken wordt beleefd. De eerste vier graden leven thans nog in het oerwoud, terwijl de overige drie graden over de aarde verspreid wonen.’ (Geestelijke gaven. Blz 13.)
Het is dus geen toeval dat u tot het blanke ras behoort en u een hoger bewustzijn bezit dan de oerwoudbewoner.’ (Geestelijke gaven. Blz 15.)
Christus kwam uit het ‘AL’ naar de aarde om er Goddelijke wijsheid te brengen. De graden kennend ging Hij tot het blanke ras, want een lager bewustzijn kon Zijn wijsheid niet ten volle omvatten.’ (Geestelijke gaven. Blz 18.)

In zijn boek ‘De volkeren der aarde vanuit gene zijde bezien’, gaat Rulof (of eigenlijk, ‘de Meesters van gene zijde’, hetgeen Rulof zelf beweerde) nog een stapje verder door alle oerwoudbewoners over één kam te scheren met moorddadige koppensnellers (soms wordt het denigrerende woord ‘zwartjes’ gebruikt om aan te geven dat het om zwarte afrikanen gaat): ‘De geleerden van uw tijd spreken in dit verband over rassoorten. De laagste graad hiervan wordt beleefd door de oerwoudbewoners, die u koppensnellers noemt, terwijl de blanke rassen en verscheidene oosterse rassoorten tot de zevende stoffelijke graad behoren.’ (Volkeren der aarde. Blz 24.)
Verderop in het boek beschrijft hij hoe volgens zijn ‘Meesters’ alle mensen via een trap van reïncarnatiemogelijkheden kunnen opklimmen om uiteindelijk op te gaan in het blanke ras: ‘Beginnend in het oerwoud gaan zij van het ene ras naar het andere en bereiken via duizenden levens het blanke ras.’ (Volkeren der aarde. Blz 407)
De stoffelijke graden zien zich onder een liefdevolle, maar bewuste leiding geplaatst, eens zullen ze in het blanke ras oplossen, waarna al die lagere bewustzijnsgraden verdwijnen.’ (Volkeren der aarde. Blz 412)

Vele beschaafde mensen zullen geschokt zijn door deze citaten. Als deze geschriften alleen nog maar in stoffige archieven van musea lagen, zou het nog niet zo erg zijn. Maar de realiteit is dat in Nederland enkele tienduizenden mensen deze boeken in huis hebben, en werkelijk geloven in het 19e eeuwse idee dat het blanke ras intelligenter en beschaafder is dan andere rassen (voor zover men überhaupt over verschillende mensenrassen kan spreken).

GRIEZELIGE CITATEN: Jozef Rulof. Deel II.

In deel I van de serie ‘Griezelige citaten’ van het occult-christelijke medium Jozef Rulof, hebben we zijn algemeen racistische denkbeelden aan het licht gebracht. Deze waren behoorlijk schokkend voor de gevoelige lezer, maar het kan nog veel erger. Waar de boeken van Jozef Rulof beledigend en denigrerend zijn als het gaat om ‘oerwoudbewoners’ of zwarte Afrikanen, daar spreken de boeken in een kwetsende, en soms zelfs hatelijke toon, als het gaat over Joden. Vooral in het boek ‘De volkeren der aarde door gene zijde bezien’, gaat Rulof erg ver. Oeroude antisemitische cliché’s worden daarbij niet geschuwd, zoals het idee dat de joden alle gruwelijkheden die hen zijn overkomen verdienen, omdat zij schuldig zouden zijn aan de kruisiging van Christus: ‘Het joodse volk, dan Hem kruisigt, volgt zijn eigen weg. Het voelt zich rustig, hoewel het de schuld heeft aan het ganse, verschrikkelijke drama, dat zich op Golgotha voltrok.‘(Blz. 98).

Ook de oude, eindeloos herhaalde karikaturen van de jood als kwaadaardige, en op geld en macht beluste sjacheraar worden weer uit de kast gehaald, zoals in dit citaat, waarin Rulof beschrijft hoe Caiphas, de bekende hogepriester uit de Bijbel, verschillende incarnaties doormaakt om uiteindelijk te incarneren als Adolf Hitler: ‘Hij beleeft hoe zijn eigen ras zich ten koste van het andere leven verrijkt, zich verrijkt door het bloed en de ijver van die miljoenen andere mensen van de Aarde en hij vervloekt het joodse volk. Als hij scherp op hun gesjacher, hun liegen en bedriegen ingaat, doet hij een merkwaardige ondervinding op. Door zich fel tegen hun gewoeker en gesjacher en bedrog te keren en de verrotting van hun levenspeil te hekelen, minderen zijn eigen pijnen.’ (Blz. 190)
Verderop in het boek gaan deze tirades onverminderd verder door de joden voor te stellen als bedriegers, moordenaars, en symbolisch als vampiristische sjacheraars: ‘Ook de jood moet hier in het schemerland ontwaken en die ziel heeft het als vele kerkgangers ellendig. Maar hier voelt de jood zich niet achteruitgezet, in ons leven krijgt hij het natuurlijke gevoelsleven, indien hij zijn bedrog kan vergeten……….. Hij weet nu ook, dat hij z’n leven versjacherd heeft, dat hij leefde door het levensbloed van anderen……… In het schemerland leren wij het innerlijk van de aardse jood kennen. Die levens hebben iedere geestelijke betekenis verloren, zo ver ging hun gesjacher, zó ver hebben de joden zich uitgeleefd. Nog druipen zij van het christenbloed, nog stinken zij van de onrechtvaardigheden onder elkaar bedreven……. Het sjacheren kan de jood op Aarde doen, aan deze Zijde is dat afgelopen. Honderduizendvoudig roepen de wetten van God juist het joodse ras het halt toe, want dit volk heeft zichzelf vervloekt. In het schemerland gaat de jood eigenlijk eerst beseffen, dat al het leven van God van joodse oorsprong is, en ook dat het Sieg Heil van Adolf Hitler ook diende om het wakker te schudden! Is dat zo onwaarschijnlijk, nu wij weten, door wie Christus gekruisigd werd?’(Blz. 273)

Alsof het nog niet genoeg is, moet de jood het ook nog eens ontgelden in het hiernamaals dat Rulof beschrijft: ‘Christus kende de mentaliteit van de jood. Hij noemde hem een farizeeër, een huichelaar, omdat deze in alles met gods wetten in strijd is. De jood in het schemerland staat voor deze realiteit, hier kan hij het door Christus gesproken woord niet loochenen. Het schreeuwen van de jood om zijn Messias zegt ons hier niets, wij laten hem schreeuwen, totdat zijn stembanden het woord niet meer doorlaten en hij is als een rochelende gestalte, als het lijkwit van zijn kerk, want dit moet hem het ontwaken geven. Hij moet zich losmaken van zijn bewust stoffelijke, bedrieglijke, sjacherige ik, of hij tuimelt lager en lager, tot hij zijn gezicht verliest, doordat het hellegedrocht hem omarmt. (Blz. 273)

Zelfs voor de jood is er volgens Rulof en zijn ‘Meesters’ van gene zijde, nog redding mogelijk. Alleen blijkt de schrijver zich de tegenstrijdigheid in dit verhaal niet in te zien. De jood moet ophouden jood te willen zijn, of anders zal de jood stikken in zijn zondige ras. Het is echter een beetje wreed om van iemand te verlangen om van raciale afkomst te veranderen. Hoe kan een jood ophouden met joods zijn? Want het moge duidelijk zijn dat hier de biologische afkomst bedoeld wordt, gezien de term ‘ras’ die de schrijver hier gebruikt. Het kan natuurlijk wel zijn dat de schrijver het hier over de jood in het hiernamaals heeft, maar hoe het ook moge zijn, het blijft een verwerpelijk citaat: ‘Waar is de Messias? In u leeft Hij en op Golgotha is Hij voor elkeen gestorven, ook voor de jood! Zoek niet langer, lieve, lieve ziel van joodse afkomst, ziel van God, Houd op jood te willen zijn, want gij vervloekt uzelf. U moet als wij, als iedere katholiek en protestant, als alle dogmatisten Christus aanvaarden……. U gelooft het nog niet? Breek dan nog maar langer uw Goddelijke ik af. Of verkoop het, gij blijft dan jood, om te stikken, om te verdrinken in uw zondige ras, dat Christus op afschuwelijke wijze ombracht.’ (Blz. 274)

Bizar is ook de vreemde mix van enerzijds veroordeling van Hitlers gewelddadige veroveringszucht, en anderzijds de veréring van Adolf Hitler als martelaar voor het ‘geestelijk ontwaken’ van de mens: ‘Hitler voerde de heidense volken aan, stond lager voor de wetten van God dan al die andere leiders en toch, allen deden één werk, al begrepen hij en u dat niet. Hij is dan ook de martelaar voor de volken van Israël(*). De geschiedenis zal dat eens moeten aanvaarden! Die tijd is nu in aantocht. De mensheid zou zonder hem en op eigen kracht niet tot gezegende evolutie gekomen zijn. (Blz. 230)
In het volgende citaat is het wellicht terecht dat Rulof de kerk veroordeeld voor de vele onmenselijke misdaden die zij in het verleden heeft begaan, maar naar onze mening is er een steekje los bij de schrijver wanneer hij Hitler een heilige noemt in een vergelijking met deze kerk: ‘Wij zeggen u: ‘Adolf Hitler is een heilige vergeleken bij de kerk. De beul van de mensheid is niet zó diep gezonken als uw kerk in de loop der eeuwen gezonken is.’ (Blz. 270)
Eén bladzijde verder verklaart de schrijver waaróm hij Adolf Hitler als een heilige beschouwt: ‘De kerk zocht het in de politiek. Adolf Hitler zei: ‘Dat moet afgelopen zijn.’ Was dit een verkeerde opvatting? Bracht Adolf Hitler alleen onzin? Bij alle ellende bracht hij tevens het goede, hij bracht het stoffelijk ontwaken op Aarde. Hij bracht door zijn revolutie; evolutie! Hij bracht het ontwaken in de geest voor de enkeling, de massa en de mensheid! Dat wilt u van hem niet aanvaarden, maar de Eeuw van Christus dwingt u ertoe.’ (Blz. 271)

In de volgende citaten komt de diabolische aard van Rulof’s ‘meesters’ naar boven, waarbij er onder deze Meesters ook oude bekenden aanwezig zijn: ‘Maar de meesters van Gene Zijde weten beter. Hun doel is Adolf Hitler de ene overwinning na de andere te laten behalen.’ (Blz. 154)
Adolf Hitler is tot handelen gereed. Maar hij ziet niet de lichtende gestalte naast hem. Het is Mozes, die in al deze uren bij hem was en hem tot zijn besluiten dwong. ‘ (Blz. 157)
En Hitler was volgens de schrijver niet de enige marionet van Gene Zijde. Ook Napoleon Bonaparte werd volgens het boek gestuurd vanuit de ‘Geestelijke wereld’.
Maar waarom begeerde hij zo fanatiek Europa aaneen te sluiten? Het is een gedachte die hij van de meesters ontving. Zijn waren in en om hem heen en drukten deze gedachten op z’n gevoelsleven af…. Rusteloos voortgezweept door zijn drift naar bezit en heerschappij, begon hij de ene militaire actie na de andere. Het waren echter de meesters, die richting gaven aan zijn plannen!’ (Blz. 100)

Hoe weerzinwekkend de citaten uit dit boek ook mogen zijn. Men mag niet de fout maken om Jozef Rulof en zijn aanhangers over één kam te scheren met de nazi’s en andere gewelddadige fascisten. Hoewel de boeken en sommige bewegingen eromheen zeker niet ongevaarlijk zijn, en deze daarom door de sceptici scherp in de gaten dienen te worden gehouden, is de context van de citaten niet zo dat deze direct tot fascistisch, politiek geweld zullen leiden. Sterker nog, de meeste Rulofianen zijn mensen die het op hun manier best goed met de wereld voor hebben, al zijn er in het nabije verleden wél rechts-extremistische organisaties met Rulof’s boeken aan de haal gegaan.
Maar desondanks blijft het verwerpelijk en achterlijk dat men het hele joodse volk beschuldigt van het doden van Christus, terwijl slechts enkelen hier aan mee zouden hebben gewerkt (even van de hypothese uitgaande dat dit bizarre bijbelverhaal écht heeft plaatsgevonden). Even verwerpelijk en achterlijk is de manier waarop in Rulof’s boek, de joden voorgesteld worden als gemene, gierige sjacheraars; een gedachte die niet thuishoort in de moderne tijd, maar eerder gebaseerd lijkt op fabeltjes uit de middeleeuwen, die waarschijnlijk ook de inspiratiebron waren voor een ander duister geschrift uit het nabije verleden; ‘De protocollen van de wijzen van Zion’. Vrijwel nergens heeft Rulof iets positiefs te melden over joden, terwijl er onder de joodse tijdgenoten van Rulof zeer belangrijke geleerden waren uit verschillende takken van wetenschap; mensen als Albert Einstein en Sigmund Freud, die zeer grote bijdragen hebben geleverd aan de wetenschappelijke vooruitgang. Maar voor Rulof en zijn ‘Meesters’ zijn alle joden sjacheraars en bedriegers.
De aanhangers van Rulof geloven dat zijn boeken in de toekomst bij alle aardbewoners op de boekenplank staan. Het is te hopen dat het tegenovergestelde ooit het geval zal zijn; dat deze boeken in de vergetelheid raken; dat ze enkel in de stoffige zolders van musea liggen, en onverkoopbaar zijn op de rommelmarkt, en dat degene die er tóch nog een blik inwerpt, meewarig het hoofd schudt, en terugdenkt aan de duistere tijden der onwetendheid.
'Bij een discussie die de redelijkheid zoekt heeft hij die het onderspit delft groter voordeel, voor zover hij er iets van opgestoken heeft.’ Epicurus (341-271vc)

Gesloten