dikkemick schreef:@Job
De God zoals die middels de Bijbel aan ons wordt geopenbaard roeit complete volkeren uit, laat onschuldige vrouwen, kinderen en ouden van dagen vermoorden, straft velen voor de zonden van één, straft kinderen voor de zonde van de ouders, keurt slavernij goed en zet aan tot mensenoffers en nog veel meer.
Ik had deze reactie al weer (voor de zoveelste keer) verwacht. Want dat is hét stokpaardje van de atheïsten en "vrijdenkers". En je meent daar een belangrijke punt als tegenwerping te hebben. NEE, dat is niet zo!
En ik kan hier een heel uitgebreid antwoord op geven, want dat ga ik niet doen. Want dan doe ik het weer voor de zoveelste keer... Want omdat jij (en anderen) vasthouden aan geijkte stokpaardjes, komen we geen stap verder.
Als jij hier iets wil leren, luister dan ook eens naar een ander die geheel een andere opvatting op na houdt.
Daarmee wil ik niet zeggen, dan je mijn opvattingen meteen moet overnemen.
Dat laat ik aan jou helemaal over. Maar probeer nou eens een klein beetje te luisteren....Dat is iets anders dan dat ik van je verwacht om alles klakkeloos over te nemen.
Dat doe ik ook niet. Ook niet wat betreft het tot kennis nemen van het jodendom of alles goedkeur wat huidige joden soms doen bijv. in Israël.
Wat jij nu weer doet; die hele opsomming (over ".....Je filtert er maar wat uit..." gesproken), schiet niet op.
Denk jij nou echt dat ik, wanneer ik de bijbel lees, daar, voor mezelf, geen vragen over stel ??)
Of dat ik ze negeer...? Kom op hè.
Wat ik hoog in het vaandel heb staan is de Historisch-kritische bijbelverklaring (of 'methode')
Het doel van deze wetenschappelijke methode is dat men onderzoek doet naar de omstandigheden die geleid hebben tot het ontstaan van een tekst en de doelstellingen van de verschillende bijbelschrijvers onderzoeken en zo getrouw mogelijk weer te geven. Zo kan de wetenschappelijke benaderingswijze ons behoeden voor ontelbare misverstanden waartoe een 'naief' lezen van de bijbel jammer genoeg kan leiden. En jij geeft nu, spijtig dat ik het moet zeggen, (voor de zoveelste keer, daar weer een voorbeeld van. Dit is hier op dit forum schering en inslag.Daarbij moet ik zeggen dat of men zich echt laat aanspreken door een bijbeltekst, of men ten slotte kan geloven in degene over wie elke bladzijde van de bijbel spreekt, in God, dat is natuurlijk een heel andere kwestie.
Niet ieder Godsgeloof is geloofwaardig. En dat staat hier op dit forum gelijk als "een open deur intrappen"
Want in naam van God is misschien al evenveel onheil aangericht als heil geschied. Let op..in naam van God.., maar het zijn mensen die het eigenlijk doen. En niet God Zelf.
De gehele bijbel is door mensen van vlees en bloed geschreven. En al die schrijver waren kinderen van hun tijd met tijdgebonden voorstellingen over concrete situaties. Als je dus aanstootgevende passages vindt (ik vind ze net zo aanstootgevend als jij), dan moet je (in dit geval moeten) ze zeker in het kader van hun tijd plaatsen.
Het Oude Testament is tot stand gekomen in de loop van eeuwen. Deze eeuwen waren allesbehalve vredig en succesvol voor het kleine volk Israél. Het heeft ontzettend veel leed en ongerechtigheid te verduren gekregen. En toch bleef het vertrouwen op de helpende macht van zijn God. De God die zij hebben ervaren als een Bevrijdende God.
Het gaat hier om een ontwikkeling van een godsbesef.
Het is niet zo dat het geloof van Israél in de ene Schepper van de wereld vanaf het begin vaststond en niet meer veranderd is. Er was een lange rijpingsproces nodig voor de eerste zin van de Bijbel (Gen.1.1) geschreven kon worden.
De nomadenstammen die in het tweede millenium voor Christus door steppen en woestijnen van het Nabije Oosten trokken en die later samen het stamverbond Israël zouden vormen, vereerden oorspronkelijk hun eigen goden.
Ze geloofden dat deze met hen van plaats naar plaats trokken. Daarnaast waren er ook stammen die hun god vereerden op een berg in de woestijn. De belangrijkste groep die men 'Egypte-' of 'Exodusgroep' zou kunnen noemen, gaf zijn god de Naam 'JHWH'. Ze geloofden dat Hij hen gered had uit de Egyptische slavernij (niet letterlijk historisch opvatten, als waar gebeurd zoals het er staat) waarin zij (resp. hun voorouders) ooit verzeild waren geraakt.
De God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jacob, was oorspronkelijk wellicht niet één god maar verschillende stamgoden die later versmolten zijn tot één enkele godheid die dan overeenkwam met JHWH. (Ex.3,15)
De goden in vroegere tijden eisten blijkbaar van hun stam dat die alleen hen zou vereren. Ze waren jaloers op de goden van andere volkeren waarvan men het bestaan geenszins betwijfelde. Ze dulden niet dat hun volk andere goden vereerde.
Later, toen de godsbeelden en de godsdienstige gebruiken van verschillende stammen allang versmolten waren tot een gemeenschappelijk geloof in JHWH, de Bevrijder van Israël, bleven deze opvattingen een belangrijke rol spelen.
Je moet dit in je achterhoofd houden wil je de formulering begrijpen uit Exodus 20, 3-6.
Deze verzen die toegeschreven worden aan de 'Elohist', veronderstellen dat andere volkeren ook andere goden hadden.
Zo begrijpen we ook de discussie tussen Mozes en de farao (Ex.5,14), nm. JHWH, de God van dat machtelozeslavenvolk, een God van wie zelfs geen beeld bestond, bleek veel en veel sterker dan de machtige goden van Egypte.
Bovendien moet je rekening houden voor het begrijpen van de 'geweldsteksten' met de vreemde opvatting die destijds heerste, dat de de macht van de god afhankelijk was van het aantal mensen dat hem vereerde.
Als er niemand meer overbleef die hem vereerde, 'stierf' hij in zekere zin mee. Ook bij de Israëlieten leefde deze opvatting. Zij vormt dan ook de achtergrond van de uitroeiingsbevelen, waar jij en anderen zo'n aanstoot aan nemen.
Zolang er nog leven was op het machtsterrein van een vreemde god, waarbij bloed beschouwd werd als de zetel van het leven dat de god toebehoorde, bezat hij nog macht en kon hij dus concurreren met JHWH.
Voor moderne gelovigen is het geen probleem om dergelijke opvattingen af te wijzen. Het feit dat ze in de bijbel voorkomen, betekent niet dat ze juist zijn en nog altijd gelden. Laat staan dat je via deze teksten de gehele Bijbel kunt afwijzen.
Aan de andere kant moet je begrijpen dat het voor een onbeduidende groep nomaden een worsteling moet zijn geweest, eer hun godsidee geëvolueerd was tot het geweldig inzicht dat JHWH de onvatbare Schepper is van het heelal.
De naam JHWH is echter geen gewone naam voor God. In de oudheid was het kennen van de naam van een godheid voor de mensen verbonden met magische kracht: als ik de naam van een god ken, kan ik hem ook om hulp roepen en hem dienstbaar maken door gebeden, offers en dergelijke. Ik heb een naam nodig om mij tot de juiste godheid te kunnen richten. Er zijn immers talloze godheden met talloze namen.
Maar met de verklaring van de naam JHWH wordt echter duidelijk hoe uniek het geloof van Israël was. God bezit weliswaar een naam die men kan aanroepen, maar deze naam beperkt Hem niet. God is niet te vatten. En Hij bestaat werkelijk, vooral in die zin dat Hij voor Israël 'werkt'.
Het oudtestamentische verbod om beelden te maken, hangt nauw samen met deze merkwaardige, tegelijk openbarende en verhullende naan van God.Want in die tijd hadden de mensen maar één bedoeling met hun beelden: godheden afbeelden en 'grijpbaar'maken om ze magisch te kunnen bezweren.
Het is voor ons hedendaagse lezer nauwelijks voor te stellen hoe groot de verleiding was om ook afgodsbeelden te maken, voor de Israëlieten moet zijn geweest.Zie verhaal van het 'gouden stierkalf'.
De stiergodheid moest bij de nomadenstammen de vruchtbaarheid van de kudden garanderen. De schrijvers van de Bijbel kende echter het gevaar van de vruchtbaarheidsriten: het unieke, het verhevene en het onvatbare van JHWH stond iop het spel. Hij is de Schepper van heel de natuur. Daarom kan Hij geen natuurgoden naast zich dulden.
Voor Israël had de soevereiniteit van JHWH nog een ander aspect: Hij bepaalt het verloop van de geschiedenis. Uit eigen kracht zijn mensen daartoe niet in staat. Daarom mag niemand zich beroemen op zijn heldendaden, zelfs Mozes niet.
Elk succes in de strijd heeft Israël uitsluitend aan God te danken. Zo ontstonden de formuleringen waar veel bijbellezers misselijk van worden: God die zelf oproept tot de strijd, die verlangt dat de vijand uitgeroeid wordt....
In werkelijkheid schreef men de oorlogssuccessen achteraf aan JHWH toe om iedere vorm van zelfoverschatting in Israël, ook bij Saul en David , uit te sluiten.
Al die teksten zijn dus tijdgebonden uitspraken.
Job