Het jongste deel in een serie van persoonlijke gesprekken met mensen over hoe zij tegen de tien geboden aankijken.
Interessant om al die persoonlijke invullingen te zien.
En hoe het zo kwam dat ze zo denken?
Zondig ik er wel tegen of niet?
Doe ik dat bewust of niet?
Allerlei verschillende soorten levens, soms te zien als een getuigenis van een denken over levensvragen.
Dit interview las ik het eerste en vond het heel bijzonder.
Vooral om datgene, waar ik altijd veel aandacht voor heb:
Wat doet een rotjeugd met je?
Drukt dat een levenslange stempel op je, blijf je in lethargie en in een de slachtofferrol hangen of geeft het je een extra push om je eigen leven in te gaan vullen?
En: Kun je daar uit groeien of blijft het je toch achtervolgen op gezette tijden?
In hoeverre heeft het juist je karakter gevormd.
Omdat het na 5 artikelen gelezen te hebben, achter een betaal muur zit, heb ik de eessentie van waar het mij om gaat eruit gelicht.
Duizendpoot Olcay Gulsen: 'Ik heb een kutjeugd gehad'
Arjan Visser– 19:51, 24 februari 2018
Onderdeel van een serie die al gedurende een aantal jaren wordt gepubliceerd.Olcay Gulsen (Waalwijk, 1980) begon in 2004 met 'SuperTrash', een bedrijf waar in 2016 het modemerk 'ST.Studio' aan werd toegevoegd. Op 16 maart verschijnt 'SuperOlcay - hoe je met lef van niets naar de top komt', dat ze samen met Karin Kuijpers schreef.
I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"Hier, op mijn arm, staat 'Xade Bitare Be', dat is Koerdisch voor 'God is met mij'. Wel een beetje hypocriet hoor, want God moet er vooral zijn als ik Hem nodig heb. Ik begin meestal pas te bidden als het misgaat in mijn leven."
II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"Werk was mijn afgod, succesvol worden stond op nummer 1. Ik ben opgegroeid met een groot... of, ja toch best wel een groot minderwaardigheidscomplex. Ik ben geboren in Waalwijk, een van de zes kinderen uit een Koerdisch Armeens gezin.
"Mijn ouders kwamen op hun veertiende naar Nederland en werden een jaar later aan elkaar uitgehuwelijkt. Mijn vader was de dorpsgek: schizofreen, gewelddadig en verslaafd aan alcohol en drugs.
"Ik weet nog hoe het voelt om te worden uitgelachen. Die schooltijd was rampzalig, ik spijbelde, deed nergens mijn best voor, het kon me allemaal niets schelen.
"Zo rond mijn achttiende, toen ik uit huis ging om in Rotterdam te gaan studeren, heb ik de knop omgezet. Misschien ben ik toen in het extreme doorgeschoten: nooit meer armoede, nooit meer schaamte. Ik wilde de top bereiken en wel zo snel mogelijk.
"Als ondernemer had ik naar een stip op de horizon gewerkt. Daar moest ik zien uit te komen. En toen ik er eenmaal was, bleek dat al die rijkdom, al het succes, me geen steek gelukkiger had gemaakt. Beetje bij beetje ben ik opgekrabbeld. Nu gaat het weer goed met me. Vooral ook omdat ik weet dat je als mens pas echt geslaagd bent als je een grote kring van vrienden en familie om je heen hebt verzameld.
III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Ik ben geen dame. Ik vind het heerlijk om te vloeken en te tieren, ook al gaat het helemaal nergens over. Ik denk snel, ik praat snel en ik kom er vaak te laat achter dat ik sommige dingen beter iets minder direct of misschien zelfs helemaal niet had kunnen zeggen.
IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Het liefst plemp ik al mijn dagen vol. Er moet altijd iets gebeuren. Goed, op zondag kom ik later uit m'n nest, maar daarna ga ik wel meteen de schade inhalen.
V Eer uw vader en uw moeder
"Lief, warm, gul: het zijn eigenschappen die ik van mijn moeder heb meegekregen. Maar als er vroeger nare dingen gebeurden, kon mijn moeder behoorlijk gemeen worden. Dan riep ze bijvoorbeeld dat het helemaal niet de bedoeling was geweest dat ik geboren zou worden.
"Mijn moeder hield van ons, dat weet ik zeker, maar ze had het veel te druk met overleven. Mijn vader dacht dat hij een PKK-strijder was, of een zoon van Jezus: zijn schizofrenie bracht hem op de gekste plaatsen. De combinatie van medicijnen, drank en drugs maakte hem extreem gewelddadig. Ik zou niet eens meer kunnen zeggen hoe vaak hij mijn moeder te lijf ging, voor mijn gevoel gebeurde het de hele tijd. We probeerden hem tegen te houden waardoor we zelf óók klappen opliepen. Ik herinner me dat ik me als klein meisje soms afzijdig hield, en hoe schuldig ik me daar vervolgens over voelde, maar het was ook zo zinloos allemaal: we konden hem echt niet de baas.
"God, dit is gewoon een slechte film hè? Drama op drama. Ik wil mensen liever inspireren dan treurig maken, maar goed, het is niet anders: ik heb een kutjeugd gehad. Ik ben ook heel lang erg boos op mijn vader geweest, wilde helemaal niets met hem te maken hebben tot ik voldoende afstand had genomen en kon zien dat hij, behalve een knettergekke klootzak, ook een fantastische, creatieve man was.
"Hij belt me minstens vijf keer per dag. Voordat hij begint te raaskallen, heeft hij meestal wel duidelijk gemaakt wat hij van me wil: geld. Om te kunnen scoren. Ik zeg nee, maar uiteindelijk maak ik elke keer weer iets aan hem over. Laat die man zijn drugs maar gebruiken, als hij daar blij van wordt. Wat moet ik dan doen? Als hij toch die psychische ondersteuning niet krijgt, als hij toch aan zijn lot wordt overgelaten... Mijn vader leeft niet. Hij lijdt alleen maar."
VI Gij zult niet doodslaan
"Als mijn vader een helder moment heeft, moet hij vreselijk huilen. Het is voor hem, voor iedereen, beter als er nu, na 54 jaar, een einde aan zijn leven komt. Het is niet ondenkbaar dat hij zelfmoord pleegt. Als hij dat doet, zou ik het vooral jammer vinden dat hij mij niet heeft gebeld. Dan zou ik hem een spuitje hebben kunnen geven. Heftig hè, dat ik dit zeg? Maar ik meen het wel. Ik zou mijn vader willen verlossen. Ik zou hem uit liefde doden."
VII Gij zult niet echtbreken
"Na drie keer te zijn verloofd, heb ik het idee dat ik ooit zal trouwen maar laten varen. Ik heb steeds geweten, zelfs toen ik een bruidsjurk stond te passen, dat ik het uiteindelijk toch niet zou doen.
"Oké, er zijn uitzonderingen. Zoals Frans. Op een of andere manier weet hij me nog steeds te verrassen. Of ik ben moegestreden, dat kan ook. Het plan is in ieder geval dat we bij elkaar blijven. Misschien gaan we wel een gezin stichten. Dat roep ik al sinds mijn 34ste, dus echt geloofwaardig klinkt het misschien niet meer. Ik ben een beetje bang voor de schizofrenie in mijn familie -
Tegelijkertijd kan ik erg verlangen naar een leven waarin niet ik, maar mijn kind het allerbelangrijkst is."
VIII Gij zult niet stelen
"Ik maakte deel uit van een disfunctioneel gezin, maar ik zorgde er wel voor dat ik geen overtreding maakte. Ik was doodsbang voor de politie. Nog steeds. Bang voor autoriteiten. Terwijl ik niks verkeerd doe, niks te verbergen heb. Het is echt een trauma: ze waren er steeds, lachten ons uit, deden helemaal niets om ons te helpen.
Ik heb een tijd geleden een ontmoeting met de burgemeester van Waalwijk gehad, om het probleem van mijn vader op te lossen. 'Gaan we doen', zei hij, 'ik ga er voor zorgen'. En vervolgens hoor ik helemaal niks meer van hem.
Tot ik laatst ineens een app'je van de burgemeester zelf kreeg, of ik misschien een leuk filmpje wilde maken om de burgers van Waalwijk mee te inspireren of zoiets. Ik ben nog te boos geweest om te reageren. Misschien kan ik dat dan nu meteen even doen? Burgemeester, als u dit leest: fuck you."
IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"Dit is wie ik ben. Het verbaast me dat niemand me gelooft. Ze vinden me mysterieus - of dom, dat lees ik ook wel eens op Twitter. Het komt allemaal door die directheid, denk ik. Ik wil nergens omheen draaien. En ik zou willen dat het me ook niet uitmaakt of ik een sneer krijg of een compliment, dat het niets verandert aan hoe ik over mezelf denk. Helaas. Zo ver ben ik nog niet."
X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
"Vroeger was ik heel jaloers. Vooral op mijn beste vriendinnetje. Ze was knap, kreeg alles wat ze wilde hebben en woonde in een mooi, groot huis. Ik weet inmiddels hoe kinderlijk die emotie is. Toch zijn er nu ook volwassen mensen die jaloers zijn op mij. Tegen hen zou ik willen roepen: 'Niet nodig!' Als je mij een beetje volgt, weet je dat het echt niet alleen maar pracht en praal is.
ik heb mijn mega-depressie achter de rug. Binnenkort ga ik een periode van rust inlassen om te bedenken wat ik met de rest van mijn leven zou kunnen doen."
Van verschillende mensen.
Ik koos dit interview als voorbeeld voor een manier van denken aan de hand van de 10 geboden.
Hoe zien jullie deze geboden en heb je ook alternatieve gedachten daarover ?
Eventueel buiten de Bijbel om en aangepast aan je eigen leven.