Interessant stuk. Het geeft me tenminste enige mate van inzicht in de eindeloze woordsalade die ik tot nu toe voorbij heb zien komen. Laten we het artikel van De Ceulaer eens nader bekijken.
Joël de Ceulaer schreef:En ik heb het grootste respect voor wie zich vanuit een religieuze inspiratie inzet voor de medemens. Er is iets in die godsdienst dat nuttig is, en indrukwekkend.
Er zijn ook heel veel mensen die zich inzetten vanuit niet-religieuze medemenselijkheid. Het is mij niet duidelijk waarom De Ceulaer specifiek die religieuze inspiratie blijkbaar indrukwekkender vindt dan niet-religieuze inspiratie.
Misschien zit ik ernaast en zijn beide vormen voor hem gelijkwaardig, maar dan begrijp ik niet waarom hij juist over de religieuze variant zo bewonderend spreekt.
Joël de Ceulaer schreef:Hier sta ik dus. Zo ongelovig als wat, maar niet bereid om God dan ineens maar helemaal af te schaffen, zoals heel wat atheïsten tegenwoordig willen doen. Het lijkt alsof ik tussen twee stoelen val. Ik weet dat God niet bestaat, maar ik vind dat we hem toch niet zomaar mogen weggooien.
Zoals zovelen begrijpt ook De Ceulaer blijkbaar niet dat atheïsme de
afwezigheid van geloof in goden behelst. Atheïsme is dus
niet een waarheidsclaim m.b.t. het bestaan van goden (i.e. 'goden bestaan niet'). Atheïsten hebben simpelweg geen reden om aan te nemen dat ze bestaan - dat is iets anders dan een positieve ontkenning. Een grove fout van de kant van De Ceulaer.
Joël de Ceulaer schreef:Godsdienst is meer dan wat bijgeloof en theologische geheimtaal. Godsdienst werkt. Ja, het is een machtig wapen dat ten kwade kan worden aangewend, maar dat geldt net zo goed voor vrijwel alle andere ideologieën en groepsvormende fenomenen - inclusief het alomtegenwoordige en erg primitieve voetbalgesupporter. Dan heeft godsdienst tenminste nog het voordeel dat het ook een kracht ten goede kan zijn.
Dat geldt ook voor bijvoorbeeld socialisme of humanisme, twee andere ideologieën. De Ceulaer legt wederom niet uit waarom religie daar bovenuit zou steken.
Joël de Ceulaer schreef:Het was de Britse journalist Gilbert Keith Chesterton die honderd jaar geleden schreef: 'Als mensen niet meer geloven in God, dan geloven ze niet in niets, maar in om het even wat.' Ik denk dat dat juist is. Wie niet meer in God gelooft, kijkt daarom nog niet door een rationele bril naar de wereld. Heel wat atheïsten zijn eigenlijk nepatheïsten, die hun geloof in God hebben ingeruild voor een ander geloof dat wetenschappelijk gesproken even onverantwoord is.
Een zelfverklaard atheïst die het 'wetenschap-is-ook-een-geloof'-argument gebruikt? De Ceulaer wordt met de alinea ongeloofwaardiger.
Allereerst is de enige vereiste voor het zijn van atheïst de afwezigheid van geloof in een god of goden. Daarnaast kan een atheïst er allerlei denkbeelden op nahouden, en die hoeven inderdaad niet allemaal even rationeel te zijn. Neem bijvoorbeeld David Icke, die gelooft dat een aantal machtige leiders in de wereld zouden afstammen van de zogenaamde Reptilians, een bepaald ras van buitenaardse wezens. Dat maakt Icke echter nog geen nepatheïst. De Ceulaer begaat hier een No True Scotsman en heeft zijn definities niet op orde.
Daarnaast vertroebelt hij de grens tussen 'geloof' en 'vertrouwen'. Ik heb vertrouwen in de wetenschap omdat die zich in de praktijk bewezen heeft. Ik woon in een geïsoleerd huis met stromend water en elektriciteit en typ dit bericht vanachter mijn pc met internetaansluiting. Deze verworvenheden zijn een product van concrete wetenschappelijke activiteiten. Je kunt dus niet stellen dat vertrouwen in wetenschap hetzelfde is als geloof in religieuze zin - geloof is namelijk noodzakelijk bij
afwezigheid van dergelijke concrete resultaten.
Het lijkt mij ook zeer onwaarschijnlijk dat de Ceulaer zelf geen vertrouwen zou hebben in de wetenschap. Anders zou hij bijvoorbeeld vast geen bril dragen.
Joël de Ceulaer schreef:Ik suggereer in Gooi God niet weg verschillende manieren om zo'n atheïstisch godsbeeld te construeren. Eén van die manieren heeft te maken met leven alsof, en vertrekt bij de idee dat bidden gezond is. Tenminste, voor de persoon die aan het bidden is. Bidden verschaft rust, troost. Bidden is de dagelijkse dosis Prozac van de gelovige. Het is een van de redenen waarom we God niet zomaar kunnen weggooien: hij betekent te veel voor te veel mensen.
Suggereert De Ceulaer nu dat atheïsten willen dat gelovigen niet meer bidden of zich bezighouden met God? Waar baseert hij dat in hemelsnaam op? Als mensen zich goed voelen bij bidden, moeten ze dat vooral doen. De Ceulaer moet dat echter niet als reden proberen te gebruiken om ook atheïsten aan het bidden te krijgen. Wat werkt voor de één, hoeft niet te werken voor de ander. Nog afgezien van De Ceulaers betwistbare bewering dat bidden gezond is, is wat iemand rust en troost verschaft voor ieder mens verschillend. De Ceulaer bezondigt zich hier aan een haastige generalisatie.
Joël de Ceulaer schreef:Ik sluit mij daarmee aan bij een groeiende groep auteurs die vinden dat ook atheïsten hun voordeel kunnen doen met praktijken en concepten uit de wereld van de godsdienst.
Welke groeiende groep? Beroep op autoriteit dan wel argumentum ad populum - retorische truc.
Joël de Ceulaer schreef:Dat zo'n plan [van God] écht bestaat, daar geloof ik uiteraard niet in. Maar dat mag niemand beletten om te doen alsof en elke dag zijn of haar zegeningen te tellen. Om een verhaal te construeren dat de complexe en onvoorspelbare werkelijkheid beter verteerbaar maakt.
Waarom zou je jezelf iets aan moeten praten om de dag door te kunnen komen? Alsof het leven één grote worsteling zou zijn als je je niet vast kunt klampen aan een zelfbedachte verhaallijn. "Dokter De Ceulaer weet wat goed voor u is."
Het laatste deel van zijn betoog vind ik dan weer wel redelijk sterk:
Joël de Ceulaer schreef:Leven alsof: mij lijkt dat geen afwijking, maar iets wat we allemaal voortdurend doen. We vinden onze partner de mooiste, we vinden onze baby de liefste, en we zouden niet graag in het huis van een massamoordenaar gaan wonen. Niet op strikt rationele gronden, want onze partner is niet de mooiste, onze baby is niet de liefste, en dat huis van die massamoordenaar is gewoon een hoop deskundig gerangschikte bakstenen die in niets verschillen van alle andere bakstenen ter wereld.
Of toch, er is een verschil: we kleden de wereld rondom ons aan met betekenis. Dat verklaart het succes van heel wat vormen van bijgeloof: we willen zo graag banale gebeurtenissen bezwangeren met betekenis. Als we dat koppelen aan een bijgelovig wereldbeeld, worden we kwetsbaar voor irrationele overtuigingen - en dat kan gevaarlijk zijn, bijvoorbeeld als we ten onrechte ons vertrouwen schenken aan alternatieve genezers. Maar als we ons ervan bewust zijn dat die betekenis zich louter tussen onze oren bevindt, kunnen we volgens mij een robuust rationele kijk op de werkelijkheid bewaren.
Betekenis is niet iets wat wij in de dingen aantreffen, maar wat wij aan de dingen toedienen. We vinden geen betekenis in de wereld, we geven betekenis aan de wereld. Daarom doen we aan zin-geving, niet aan zin-vinding. God bestaat niet, maar dat hoeft ons niet tegen te houden om hem een plaats te geven in ons leven, als een imaginaire vriend, een soort placebo voor de ziel.
De Ceulaer heeft gelijk dat geen enkel mens altijd 100% rationeel is. En velen van ons, ikzelf incluis, doen op een subjectieve manier aan zingeving. Het lijkt me echter onnodig en verwarrend om die subjectieve zingeving 'God' te noemen. We hebben al een woord voor zingeving - namelijk zingeving. Het is mij niet duidelijk waarom De Ceulaer opteert voor het vereenzelvigen van het woord 'zingeving' met de naam van de judeo-christelijke god.