Bij de Volkskrant worden ze ook wakker. In Westerse kleren lopen is niet slim:
"Het begint met een zakkenroller. Terwijl fotograaf Sebastiano Tomada overvliegende stenen voor zijn lens probeert te krijgen, grist iemand plots zijn mobiel uit zijn zak. De fotograaf grijpt de man en schreeuwt dat hij zijn telefoon heeft. Ik vertaal. Een paar omstanders schieten te hulp en duwen de man tegen een muur. Dan roept iemand iets over een 'Amerikaan!' De dief slaat Sebastiano, slaat mij, wij worstelen ons los zetten het op een lopen over het Tahrirplein.
De menigte rent achter ons aan. We springen over een hek. Betogers proberen ons de weg te versperren. Mijn T-shirt hangt gescheurd om mijn middel en dat werkt als een rode lap op een stier.
Tijdens de rellen de avond ervoor waren er nog behoorlijk wat lachende gezichten onder de betogers - na anderhalf jaar onrust is rellen volksvermaak nummer één voor sommige Egyptische jongeren. Maar op vrijdag protestdag, als er al een paar dagen botsingen met politie achter de rug zijn, is iedereen kwaad. Kwaad over het filmpje, maar vooral omdat het de zoveelste keer is, zegt de 35-jarige Mohammed. 'Eerst was er die cartoon in Denemarken, toen die film in Nederland, nu weer dit - het moet afgelopen zijn. Ik heb niets tegen het het Westen of Amerikanen, maar waarom beledigen jullie ons steeds zo? Is dat vrijheid?'
Er was meer aan de hand op Tahrir gisteren: lang niet alle demonstranten hebben een forse baard en veel jongeren hebben het vooral voorzien op de politie die hen met traangas bij de ambassade weghoudt. Tahrir was gisteren wederom het centrum van frustratie. Frustratie over het optreden van politie en veiligheidsdiensten, het uitblijven van vooruitgang na de revolutie, frustratie over de Amerikanen die Israël helpen en vroeger Mubarak steunden. Maar de vermeende belediging van de Egyptische volksreligie was de druppel.
Met vele honderden kwamen ze samen, konden de Amerikaanse ambassade niet bereiken en zochten naar iets om hun woede op te koelen. Wij worden het doelwit. Godsdienstfanaten, tuig, relschoppers, iedereen die vindt dat hen onrecht is aangedaan, sluit zich aan bij de dief en jaagt ons achterna.
De telefoon doet er allang niet meer toe: wij zien eruit als Amerikanen, worden belaagd door andere betogers, dus we hebben vast ook de profeet beledigd. Sebastiano krijgt een stok in zijn nek, we worden van links en rechts geslagen. 'Als ik maar niet weer een tand verlies', denk ik als een vuist langs mijn kin glijdt. En even later: 'We gaan eraan.'
Dat gebeurt niet dankzij Egyptenaren die ons beschermen tegen hun boze landgenoten en een kordon om ons heen vormen tijdens onze vlucht. Buiten adem rennen we langs een openluchtcafé. Onze helpers roepen naar de koffiedrinkers dat ze ons moeten beschermen. Een paar mannen staan op en vertragen de achtervolgers enkele seconden. Sebastiano duikt een boekwinkeltje in en verdwijnt achter de toonbank. Ik volg hem naar binnen, en de eigenaar trekt het rolluik naar beneden - maar de menigte heeft het gezien.
Terwijl tientallen woedende betogers op de rolluiken rammen, duwt een van onze helpers ons een trapje op, naar de duisternis van de zolder boven de boekwinkel. 'Blijf hier en hou je stil.'
Het gaat er maar niet in bij Egyptenaren, het idee dat de Amerikaanse overheid niets kan veranderen aan wat haar burgers online zetten. Voor een natie waarin al decennia geen film of toneelstuk zonder goedkeuring van het regime op het witte doek of de planken terechtkomt, is vrijheid van meningsuiting voor velen een lastig begrip. De Amerikaanse overheid moet zorgen dat Amerikanen - of meteen maar alle westerlingen - ophouden de profeet Mohammed de beledigen. En wel nu.
Nadat we een uur in doodsangst hebben gezeten, rolt de eigenaar van de boekwinkel het luik omhoog en laat een paar belagers ter inspectie binnen. Het gros van de aanvallers is dan al verveeld vertrokken en de achterblijvers zien de zolder waarop wij met bonkend hart achter een doos zitten over het hoofd.
Een bevriende hoteleigenaar komt langs, met een man van de militaire inlichtingendienst in zijn kielzog. Wij krijgen een doek over ons hoofd, de bezwete T-shirts worden omgewisseld voor iets Egyptisch en onze helpers leiden ons vlug naar een wachtende auto aan het einde van de steeg.
Als de binnenstad achter ons verdwijnt en de contouren van een veilig hotel opdoemen, halen we opgelucht adem. Met dank aan onze beschermers, die plechtig verklaren dat God hen gebiedt in te grijpen als onschuldigen worden aangevallen, komen we er met kleerscheuren en blauwe plekken vanaf.
Voor de deur van het hotel draait de chauffeur zich om: 'Zeg, Wat vind je nou eigenlijk van die film? Is dat nou vrijheid?'
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2664/Nie ... ijkt.dhtml" onclick="window.open(this.href);return false;