Siger,
Een nette poging:
Je schrijft:
Maar heeft de evolutie dan ook geen middel voortgebracht om het beste gedrag te kiezen uit dit gedragsrepertoire? Als natuurlijke selectie geen vermogen heeft uitgeselecteerd om met minder gezegende omstandigheden om te gaan, biedt een groter repertoire toch geen evolutionair voordeel?
Als in een vraag krachtig een antwoord wordt gesuggereerd, alsof een verdere reactie overbodig zou zijn, dan noem ik die vraag rhetorisch.
En welk middel had je op het oog dat anders zou zijn dan onderdeel van dat gedrag?
Bob,
In dit soort discussies houd ik altijd een gedachtenlijntje voor het oog dat loopt van de slijmzwam, die gedrag vertoond met opzienbarende fenomenen tot onszelf. Alle gedragsopties van de slijmzwam zijn volledig uitgevlooid. De slijmzwam is mechanisch uiteengerafeld.
Wijzelf niet. Principieel gedacht staat er niets in de weg bij ander leven hetzelfde te presteren omdat niet aan de natuurwetten ontspruitend gedrag ondenkbaar is.
Over denkprocessen bij andere dieren is het maar gissen omdat de communicatie wat stroef loopt en nauwelijks valt vast te stellen of ze zelfbewustzijn kennen.
Over menu-opties:
In de dagelijkse omgang zie je die terug als onze mening over wat een ander deed of naliet.
Als we vinden dat iemand bij een ander een ongeval had kunnen voorkomen dan betichten we die van nalatigheid. Daarmee veronderstellen we dat die ander de (vrije) keuze had tussen twee gedragingen.
Zo heeft een varken ook veel opties, inclusief het op de eigen jongen gaan liggen. Hoe meer opties de vleeschelijke robot kan hanteren hoemeer kansen op overleven in situaties waar dat met minder opties onmogelijk was geweest. Alleen is de benodigde hersencapaciteit evolutionair erg duur: een 20% van de energie wordt daar continue verstookt.
En zo komt het dat er grenzen zijn aan het kunnen hanteren van meer opties en barst het van de omstandigheden waarbij wezens met minder vaardigheden beter bij de omstandigheden passen en dus floreren.
Wat gelijk in de gaten moet worden gehouden is de kloof tussen het verklaren en het ervaren van ons (eigen) gedrag.
Ons ervaren van wat we willen en wat anderen volgens onze uitleg willen botst daarbij daverend met het verklaren van dat alles.
Redenen toekennen aan ons gedrag en die ontkennen bij simpeler leven is een erg sponzig onderscheid suggereren in een gebied waar nauwelijks een goede waterscheiding is te vinden.
Roeland