Marinus_M schreef:Je hebt gelijk dat Aristoteles wetenschap wilde deduceren uit beginselen, maar die beginselen moeten eerst door inductie gevonden worden, abstraherend van de belichaming van de beginselen. Met betrekking tot de dingen zijn de beginselen het eerst en wordt alles daaruit afgeleid, maar met betrekking tot onze kennis zijn de beginselen het laatste.
Waar ik eigenlijk op bedoel is wat is dat empirische waar jij het bestaan van de ziel uit afleid, misschien druk ik me zo beter uit. Is het beweging (wat voor Aristoteles een kwalitatief begrip was, het leven was ook een soort beweging.....maar heden ten dage is beweging een kwantitatief begrip.) Is het een object, levend of dood etc?
Ik doe geen experiment, maar presenteer een ander denken, naar beste vermogen (dat is feilbaar!).
Ik heb er geen enkel probleem mee als iemand een ander soort denken wil introduceren, maar ieder soort denken heeft in de kern een paar aannames nodig een soort axioma's. Al kom je met een compleet stelsel dat in zichzelf niet tegenstrijdig is dan hoeft het echter nog niet de werkelijkheid goed te weergeven. Ik denk dat daarom de eis van een zekere empirie niet uit de lucht komt vallen. Ook de eis voor falsificatie is in deze nog niet zo gek lijkt me. En dat vind ik er tot nu toe een beetje aan ontbreken.
Je hoeft er niets bij te verzinnen als dit denken zelf wereld-ontsluitend is. Je hebt ook gelijk wanneer je stelt dat we nu in een andere wereld leven en dat met name de kosmologische vooronderstellingen van Aristoteles niet meer door ons worden gedeeld. Maar dit betekent niet dat zijn kosmologie compleet is verdwenen, ze bestaat voort, weliswaar verminkt en zeer impliciet, maar soms nog werkzaam in ons denken en handelen.
Ik durf dat ernstig te betwijfelen, ik ga in deze mee met Michel Foucault die stelt dat in de 17 eeuw hier volledig mee is gebroken. (Les choses et les mots - De woorden en de dingen). De denkwereld van Aristoteles en de Renaissance is grotendeels weggevaagd. Kijk alleen eens naar taal, waar het in de Renaissance een teken zelf is (waarmee men de geheimen van God zou kunnen ontsluieren) is het in de 17 eeuw tot op de dag van vandaag instrumenteel...
Zo is onze taal een hybride medium waarin zowel klassieke manieren van spreken zijn blijven bestaan als moderne uitdrukkingen zijn doorgedrongen.
De woorden en de uitdrukkingen bestaan misschien nog,zeker te weten zelfs, maar de diepte van betekenis is gewijzigd.
We moeten de geschiedenis niet opvatten als een afwisseling van fundamentele wereldbeschouwingen, maar meer als een samenstelsel waarin 'het oude' onder de oppervlakte van 'het nieuwe' blijft schuiven en meedoen.
Nee, ik denk dat rond de 17 eeuw inderdaad een permanente breuk is ontstaan. Neem bijvoorbeeld het idee van een teken. Waar in de oudheid en de renaissance een teken kon bestaan zonder dat wij het wisten, waar het teken zelf het geheim van god (of kosmische orde) in zich hield is het teken nu teruggebracht in de te kennen wereld. Het teken bestaat alleen als wij hem waarnemen en onthult geen geheim dat het in zich draagt maar slecht een stukje van de werkelijkheid. Dit is een radicale breuk in hoe wij zaken opvatten. Er is geen plaats meer voor analogiën / overeenkomsten in de zin van een kosmische orde die zich in een eindige wereld continu speigelt aan zichzelf.
Empirische gegevens voor ons zoeken naar voltooiing zijn te vinden in onze antwoorden op vragen naar onze bestemming.
Empirische gegevens moet men allereerst kunnen waarnemen.
Een moderne manier om je positief te verhouden tot een beroep is een keuze. Je maakt die op basis van argumenten met betrekking tot wat het beroep voor je oplevert. Maar je kan een beroep ook meemaken als een roeping, wanneer je ervan in de ban raakt en merkt dat het beroep en de bijbehorende beroepssfeer je ogen opent voor allerlei dingen waardoor ze beter aan je voorkomen en te midden waarvan je jezelf op je plaats voelt. Dit komt bij voorbeeld omdat je vermogens worden aangesproken, zodat ze verwerkelijkt kunnen worden. Je kan dan 'je eigen ei kwijt'.
Die ervaring is uiteraard niet experimenteel herhaalbaar of zelfs maar in termen te vatten van een experimentele opstelling. Maar we kunnen eruit induceren dat we hier bewogen worden door wat onze vorm van leven is. De fascinatie voor een beroep is zo te begrijpen als het besef dat dit beroep actualiseert wat we in wezen zijn (met onze talenten en onze voorgeschiedenis). Hier ervaar je mogelijk bezieling...
De ervaring is van het subject in deze, net zoals christenen Jezus ervaren en moslims Allah etc. Maar dat op zich bewijst het bestaan niet. Je zou hooguit kunnen stellen dat Allah / Jezus bestaan voor gelovigen maar deze gelovigen kunnen met geen wil in de wereld eisen dat niet (of anders)-gelovigen datzelfde ervaren. Maar als het regent kunnen wij dit allemaal ervaren. Als dit het begin van de zoektocht naar de ziel zou moeten zijn zou je hooguit kunnen stellen dat voor sommige mensen de ziel bestaat omdat zij dat (subjectief) zo ervaren. Zouden ze dat op basis van empirie kunnen ervaren dan zou het ook mogelijk zijn dat anderen dit konden ervaren/ waarnemen.
Met betrekking tot ons gehele levende lichaam kan ons beroep gelden als de ziel ervan, misschien niet de enige, maar wel een zeer belangrijke, wellicht naast de beschouwing van een intellect en naast het partnerschap in de liefde.
Ja maar dit is een betekenis van de ziel die in de spreektaal wordt gebezigd, maar zegt dat dan dat de ziel bestaat. Wat is bijvoorbeeld dan een ploeggeest?
Ziel en geest worden nu gebruikt om iets anders aan te geven, maar niet in de zin dat er een ZIEL en GEEST bestaat.
Je zegt dat de rede "nu" instrumenteel is. Dat is zeker zo binnen de moderne natuurwetenschappen. Maar ervaren we niet de redelijkheid van de werkelijkheid zelf wanneer ons een beroep fascineert als ons doeleinde? We missen misschien "nu" de taal om dat allemaal zo mooi (geaccepteerd wetenschappelijk) te benoemen. Maar is dit daarom -ook nu- minder echt?
Die taal hebben we wel het heet "ervaring"en die kan mooi en vervullend zijn...
Experimenteel aantonen kan men de ziel niet. De wezenskennis ervan volgt intuitief of niet. Met andere woorden, de wezenskennis (van de ziel of van wat anders ook) leent zich niet voor informatie-overdracht, behoudens de abstracte structuur ervan (in termen van de potentie-act verhouding).
Waarop ik zou moeten antwoorden dat dat jouw perceptie is, maar het lijkt dat dit volgt uit het idee dat beweging iets kwalitatiefs zou moeten zijn.
Wezenskennis leent zich slecht voor kritische toetsing door gebruik van het verstand alleen. Dat maakt de omgang ermee niet eenvoudig. Het is gemakkelijk om haar als dogma te hanteren en te misbruiken om een heersende klasse in het zadel te houden. De modernen waren genoodzaakt om zich met hun nieuwe wetenschapsstijl vrij te vechten van de metafysica.
Nee het probleem was veel fundamenteler. Als je alles verklaart in overeenkomsten met verschillende soorten analogiën kan je niets met zekerheid zeggen en is iedere interpretatie slechts een interpretatie van een andere interpretatie. Ook de "ziel"is dan nog steeds een interpretatie. Er is nergens zekerheid.
In hun oppositie, die gerechtvaardigd was vanwege de onderdrukking, hebben ze echter de waarheidsvinding binnen de metafysica ondergeschoffeld en belachelijk gemaakt.
Er was geen waarheidsvinding, slechts interpretaties en commentaren op.
'De ziel' ervaren is dus een beladen zaak. Als voltooiing van een wezenlijke potentie is zij door het modern natuurwetenschappelijk perspectief uitgesloten.
Ja maar in de renaissance bestond deze enkel door geloof, bijna axiomatisch. Elk onderzoek naar de ziel met destijds gangbare wetenschappelijke methoden zou naar reflexies lijden in het universum (of de kosmos). En deze zouden weer naar andere reflexie lijden met daarop alleen maar interpretaties en commentaren van de wijzen.
Ze is later wel begrepen als 'denkend ding' of als 'bundel' van bewustzijnsactiviteit. Maar dat zijn uiteindelijk noties die ook niet bij de moderne natuurwetenschap passen en daarbij met het 'scheermes van Ockham' kunnen worden weggesneden. Dat laatste overigens met mijn instemming! ...De ziel aantonen kan dus niet op de modern natuurwetenschappelijke manier, maar dat maakt haar niet zonder meer onbestaanbaar.
Er is geen empirie er is niets aangetoond. Wat je doet zijn inducties of deducties a-priori.