karin schreef:Marinus_M schreef:karin schreef:Empirie?
-Ook voor Aristoteles was empirie belangrijk. Zonder waarneming zou kennis volgens hem onmogelijk zijn. Alleen berusten zijn inducties op gewone ervaringen en niet op experimenten.
Ja maar wat kenmerkend is dat Aristoteles rede / empirie toepaste in het wereldbeeld van een kosmische orde en dat de rede nu instrumenteel is. Aristoteles trok nogal regelmatig conclusies (humeuren bijvoorbeeld) die heden ten dagen niet alleen vreemd overkomen maar botweg niet beschrijven wat er daadwerkelijk gebeurt.
Hoewel de logica misschien niet fout hoeft te zijn worden deze redenaties van Aristoteles en empirische gegevens die Aristoteles voorhanden had in een geheel andere wereld geplaatst.
Zouden we jouw experiment ten volle moeten volgen en een wereldbeeld van Aristoteles weer tevoorschijn moeten halen compleet met analogieën / overeenkomsten / kosmische hiërarchie dan zouden we een groot gedeelte van de werkelijkheid moeten wegdenken. Een ander gedeelte (bijv. kosmische hiërarchie) zouden we moeten bijverzinnen.
Vervolgens meen ik ook te moeten opmerken dat Aristoteles een deductief systeem hanteerde...
Ik denk dat het niet meer dan normaal is om aan jouw de eis te stellen dat wanneer je het over de ziel hebt dat daar enige empirie tegenover staat, opmerken dat voor Aristoteles empirie belangrijk was is niet afdoende, het benoemen van welke empirische gegevens de ziel zou aantonen komt wat meer in de richting.
Je hebt gelijk dat Aristoteles wetenschap wilde deduceren uit beginselen, maar die beginselen moeten eerst door inductie gevonden worden, abstraherend van de belichaming van de beginselen. Met betrekking tot de dingen zijn de beginselen het eerst en wordt alles daaruit afgeleid, maar met betrekking tot onze kennis zijn de beginselen het laatste.
Ik doe geen experiment, maar presenteer een ander denken, naar beste vermogen (dat is feilbaar!). Je hoeft er niets bij te verzinnen als dit denken zelf wereld-ontsluitend is. Je hebt ook gelijk wanneer je stelt dat we nu in een andere wereld leven en dat met name de kosmologische vooronderstellingen van Aristoteles niet meer door ons worden gedeeld. Maar dit betekent niet dat zijn kosmologie compleet is verdwenen, ze bestaat voort, weliswaar verminkt en zeer impliciet, maar soms nog werkzaam in ons denken en handelen. Zo is onze taal een hybride medium waarin zowel klassieke manieren van spreken zijn blijven bestaan als moderne uitdrukkingen zijn doorgedrongen. We moeten de geschiedenis niet opvatten als een afwisseling van fundamentele wereldbeschouwingen, maar meer als een samenstelsel waarin 'het oude' onder de oppervlakte van 'het nieuwe' blijft schuiven en meedoen.
Empirische gegevens voor ons zoeken naar voltooiing zijn te vinden in onze antwoorden op vragen naar onze bestemming. Een moderne manier om je positief te verhouden tot een beroep is een keuze. Je maakt die op basis van argumenten met betrekking tot wat het beroep voor je oplevert. Maar je kan een beroep ook meemaken als een roeping, wanneer je ervan in de ban raakt en merkt dat het beroep en de bijbehorende beroepssfeer je ogen opent voor allerlei dingen waardoor ze beter aan je voorkomen en te midden waarvan je jezelf op je plaats voelt. Dit komt bij voorbeeld omdat je vermogens worden aangesproken, zodat ze verwerkelijkt kunnen worden. Je kan dan 'je eigen ei kwijt'. Die ervaring is uiteraard niet experimenteel herhaalbaar of zelfs maar in termen te vatten van een experimentele opstelling. Maar we kunnen eruit induceren dat we hier bewogen worden door
wat onze vorm van leven is. De fascinatie voor een beroep is zo te begrijpen als het besef dat dit beroep actualiseert wat we in wezen zijn (met onze talenten en onze voorgeschiedenis). Hier ervaar je mogelijk bezieling...
Met betrekking tot ons gehele levende lichaam kan ons beroep gelden als de ziel ervan, misschien niet de enige, maar wel een zeer belangrijke, wellicht naast de beschouwing van een intellect en naast het partnerschap in de liefde. Maar met betrekking tot lichaamsdelen ligt het misschien eenvoudiger: het oog is bezield met het zicht. Dat ervaren we direct bij het gebruik (de actualiteit van het zien) van ons gezichtsvermogen (het fysieke oog als de potentie tot zien). -Ja kan dit 'flauw' vinden en weinig zeggend. Het is inderdaad van weinig nut. Maar het is wel geweldig inzichtelijk en
wezenlijk waar met betrekking tot wat een oog is.
Je zegt dat de rede "nu" instrumenteel is. Dat is zeker zo binnen de moderne natuurwetenschappen. Maar ervaren we niet de redelijkheid van de werkelijkheid zelf wanneer ons een beroep fascineert als ons doeleinde? We missen misschien "nu" de taal om dat allemaal zo mooi (geaccepteerd wetenschappelijk) te benoemen. Maar is dit daarom -ook nu- minder echt?
Experimenteel aantonen kan men de ziel niet. De wezenskennis ervan volgt intuitief of niet. Met andere woorden, de wezenskennis (van de ziel of van wat anders ook) leent zich niet voor informatie-overdracht, behoudens de abstracte structuur ervan (in termen van de potentie-act verhouding). De inhoud ervan is alleen individueel beschikbaar langs eigen ervaring. Zo kan ik je de smaak van chocola wel proberen te duiden, maar je
kent de smaak pas wanneer je er zelf van proeft. Voor het moderne denken is zoiets algemeen geaccepteerd waar het gaat om 'secundaire kwaliteiten', maar alles dat rationeel is en betrekking heeft op 'primaire eigenschappen' zou in communiceerbare termen te vatten zijn en met het verstand te reconstrueren. Die gedachte is anti-metafysisch en een miskenning van de intelligibiliteit van de werkelijkheid voor ons intellect, waarmee we wezensinzichten ontwikkelen juist van wat als redelijk kenbaar is aan de werkelijkheid zelf en daarom beginsel kan zijn van verdere kennis.
Wezenskennis leent zich slecht voor kritische toetsing door gebruik van het verstand alleen. Dat maakt de omgang ermee niet eenvoudig. Het is gemakkelijk om haar als dogma te hanteren en te misbruiken om een heersende klasse in het zadel te houden. De modernen waren genoodzaakt om zich met hun nieuwe wetenschapsstijl vrij te vechten van de metafysica. In hun oppositie, die gerechtvaardigd was vanwege de onderdrukking, hebben ze echter de waarheidsvinding binnen de metafysica ondergeschoffeld en belachelijk gemaakt. De onterechte onderdrukking is beantwoord met een onterechte onderdrukking... -Overigens
beide in naam van God; zowel de Aristotelianen als de Baconianen (om ze eens aan een enkele denker te koppelen) waren gelovig, alleen ging het de eersten om een door en door
redelijke God en de laatsten om een enkel
willende God (vrij van dwingende redenen - vandaar de geboorte van de slechts
instrumentele rede om de willekeurige wetten van God te leren kennen, d.i. 'leren volgen door middel van experimenteren').
'De ziel' ervaren is dus een beladen zaak. Als voltooiing van een wezenlijke potentie is zij door het modern natuurwetenschappelijk perspectief uitgesloten. Ze is later wel begrepen als 'denkend ding' of als 'bundel' van bewustzijnsactiviteit. Maar dat zijn uiteindelijk noties die ook niet bij de moderne natuurwetenschap passen en
daarbij met het 'scheermes van Ockham' kunnen worden weggesneden. Dat laatste overigens met mijn instemming! ...De ziel aantonen kan dus niet op de modern natuurwetenschappelijke manier, maar dat maakt haar niet zonder meer onbestaanbaar.