axxyanus schreef:Wat waar is en wat wij weten zijn twee verschillende zaken. We kunnen inderdaad veronderstellen dat iets waar is en de volgende keer met de neus op de feiten gedrukt worden dat we het mis hadden. Met andere woorden de bewering blijkt onwaar te zijn, onze overtuiging dat ze wel waar was, was toen fout.
Als we niet kunnen weten of iets waar is - nogmaals in de absolute betekenis van het woord - dan is het hele begrip zinloos.
MNb schreef:Russell's voorbeeld illustreert dit op fraaie wijze. Een ambtenaar wilde in een dorp alle huisvaders registreren. De eerste heette Jansen; de tweede, de derde en de vierde ook enzovoort. De ambtenaar dacht bij zichzelf: bekijk het maar, ze heten allemaal Jansen, ik schrijf die naam op en neem de rest van de dag vrij.
Helaas zat de ambtenaar fout. Er was er eentje die Pietersen heette.
Vraag voor jou: toen de ambtenaar stopte met de registratie, hoe kon hij weten of er wel of geen huisvader met een ander naam in het dorp woonde?
En vooral: wat te doen als het aantal huisvaders (= waarnemingen) oneindig is?
Hoe die ambtenaar dat kon weten, is naast de kwestie. Dat is een vraag over de kennis van de ambtenaar. Het twistpunt hier is: Wat is waar. Die ambtenaar had een bepaalde overtuiging die achteraf fout bleek te zijn. Zijn uitspraak dat ze allemaal Jansen heten was dus onwaar. Daarom ook dat ze later weerlegd kan worden door Pietersen tevoorschijn te halen. Als de uitspraak van de ambtenaar juist was geweest, dan hadden de huisvaders wel degelijk allemaal Jansen geheten en kon die uitspraak dus ook niet weerlegd worden.
Nee, dat is helemaal niet naast de kwestie. Het is het filosofische probleem waar de natuurkunde voor staat. Neem een triviale uitspraak als: als ik tegen een muur aanloop stoot ik mijn hoofd. Waarom zou dat waar zijn, op welk moment dan ook? We kunnen middels waarneming op geen enkele manier uitsluiten dat we er nog een keer doorheen zullen lopen.
Ik wil nu (en dat het moment dat ik nu noem mag je zelf kiezen) weten of die uitspraak waar is. Dat kan niet; daarom je gebruik van het woord "later". Daaruit volgt dat we nooit middels waarneming kunnen weten of een uitspraak waar is. Het begrip waarheid is daarmee zinloos geworden. Net zoals ik hierboven al schreef.
Locutus schreef:Je moet proberen om de waarheid te scheiden van de vraag of we ooit zeker kunnen weten dat iets waar is. Punt blijft dat er een werkelijkheid is, en dat daar in potentie ware beweringen over gedaan kunnen worden. De volledige set met ware bewering is dan de waarheid.
Door een redenering te herhalen wordt ze er niet beter van. Idem dito als hierboven: als we nooit zeker kunnen weten of iets waar is heeft het begrip waarheid geen betekenis. Ik wil het dan dolgraag scheiden, om het onmiddellijk in de prullenbak te gooien.
Locutus schreef:Ja, en dus had de ambtenaar het fout. En je kunt het alleen maar fout hebben als er ook zoiets is al niet fout (lees: als waarheid bestaat).
There is no error possible without truth!
En hoe stellen we vast dat de ambtenaar fout zat als hij een oneindige reeks waarnemingen moet doen, zoals in de natuurkunde? Je draait om het probleem heen.
karin schreef:Heb je het nu over een zuivere analytische uitspraak of een empirische uitspraak?
Voor wat mij betreft, ik heb het over waarneming, dus empirie.
Voor deductie/analyse past een andere redenering; de conclusie is dat ook deze methode niet tot waarheid kan leiden - nogmaals, in de absolute betekenis van het woord.
Daarom gebruikt de natuurkunde de vuistregel: kennis is het overeenstemmen van empirie en analyse. En daarmee zitten we bij Karl Popper op schoot.
siger schreef:"er is geen absolute moraal, dus wat maakt het uit wat we met mekaar uitrichten."
Dat lijkt me een non-sequitur. Het is best mogelijk dat de ene moraal beter is dan de andere, zonder dat de gebruikte ethische criteria absoluut zijn. Maar het blijft drijfzand, zoals ik al eens stelde.
Locutus schreef:karin schreef:Is het dan een analytische of een empirische uitspraak?
Je vroeg dat eerder ook al. Ik weet niet zo goed wat je ermee bedoelt. Ik denk analytisch.
Hierin sta ik aan jou kant. Consistentie is een noodzakelijke voorwaarde voor kennis. De Quantummechanica en de Algemene Relativiteitstheorie zijn onderling niet consistent. Daaruit volgt dat het ons aan kennis ontbreekt.
Het is alleen zo ongelooflijk moeilijk om een consistente en toch instinctief bevredigende moraal te ontwikkelen. Voor je het weet zit je of op het volstrekt absolute standpunt en verdedig je de stelling dat je je ethiek aan andere mensen mag opleggen. Of het andere uiterste, waar Siger terecht bezwaar tegen maakte: je wordt een volslagen relativist volgens wie alles mag en kan.
Had ik het woord drijfzand niet al eens gebruikt?
heeck schreef:Siger,
Kan jij je utilitaristische kijk eens op me loslaten, want ik loop telkens vast in het doorrekenen van zo een model dat in wezen lijkt te dicteren dat je moreel telt naarmate je aan de samenleving bijdraagt.
Ik noem mijzelf ook utilitarist, dus krijg je van mij ook een antwoord.
Ik loop ook regelmatig vast - in de praktijk gelukkig minder. Maar ik weet niets beters.
axxyanus schreef:Ik heb er alleen op gewezen dat slavernij logisch gezien kan samengaan met een bepaalde vorm van vrijwilligheid.
Dat kan inderdaad. In de Oudheid zijn daar wel voorbeelden van te vinden. En verdomd dat slavernij dan plotseling minder afkeurenswaardig wordt dan ik Verlichte 21e Eeuwer geneigd ben te denken.
Locutus schreef:Voor de goede orede, ik beweer niet dat mijn benadering ook daadwerkelijk een duidelijk antwoord gaat geven voor elke denkbare situatie.
Ah, dat schiet op. Ik beweer dat ook niet.
karin schreef:Ja, maar ik stel dat juist dit niet haalbaar is. Net zo min als dat een natuurkundige rustig achterover kan leunen en stellen dat de theorieën die vandaag de dag als verklarend worden gezien morgen niet gefalsificeerd zijn.
Om Ali na te apen: Bingo!
Locutus schreef:Niet haalbaar, maar houdbaar!
Maar dit is een semantisch trucje. Natuurkundigen kunnen evenmin vandaag weten of hun consistente verklarende theorieën morgen nog houdbaar zijn. Net zo min als onze brave ambtenaar zeker kon weten of er geen enkele Pietersen woonde in het dorp, op het moment dat hij vrij nam.
Ik geloof niet. In Spanje slaan alle 22 spelers een kruisje voordat ze het veld opkomen, als het werkt, zal het dus altijd een gelijkspel worden.
Johan Cruijff