axxyanus schreef: ↑25 mei 2021 20:07
Mij maakt dat niet veel duidelijk. Wat is een "ontological thing?"
Dat wat daadwerkelijk bestaat. Hz is niet simpelweg een notatie maar verwijst naar een ontologische frequentie. 6Hz heeft specifieke eigenschappen die anders zijn dan 3Hz plus 3Hz. Als je twee luidsprekers 3Hz laat voortbrengen, dan is het resultaat 3Hz, niet 6Hz.
Daarna voer ik een codering uit die elke a vervangt door een α en een b
Dat is geen probleem zolang je niet de
klank "aaa" of de
klank "bee" bedoelt. (En als ik me niet vergis worden letters in algebra uitsluitend gebruikt als dat strikt noodzakelijk is. Je gaat niet zomaar getallen door letters vervangen.)
Sorry maar je spreek je hier tegen. Als we spreken over coderingen dan spreken nu juist wel over notatie. Gödel numerering is gewoon een andere notatie voor een bewijs.
Kan een van julllie mij vertellen of priemgetallen in Gödel's notering nog steeds de bijzondere eigenschappen van priemgetallen hebben? Zo niet, dan zou dit illustreren wat Hockney bedoelt. Hebben Gödel's coderingen dezelfde opmerkelijke eigenschappen die de natuurlijke getallen hebben? Zo niet, dan zou dit bevestigen dat het een volkomen kunstmatige constructie is. Hoewel de codes wel individueel terug te converteren zijn naar de natuurlijke getallen, is dat
na een berekening met die coderingen niet per se het geval. De eigenschappen van die coderingen resulteren dan in kunstmatige
artifacts die niet meer terug te converteren zijn. (Dit is wederom mijn persoonlijke gedachte hierover. Mogelijk heb ik het mis dus ik lees graag jullie feedback.)
Op welke manier is een Gödel transformatie dan een probleem. Ook een Gödeltransformatie is gemakkelijk om te draaien!
Mijn vermoeden is dat enkel de individuele "getallen" weer omgedraaid kunnen worden. Niet het resultaat van (bepaalde) berekeningen.
Euler's formule is geen tautologie. Wie beweert van wel, weet niet wat een (logische) tautologie is.
Dat maakt dan duidelijk dat jij iets anders in gedachten hebt dan Hockney. De = in Euler's formule maakt duidelijk dat het een tautologie is. De titel van het boek (Gödel Versus Wittgenstein) geeft aan dat hier specifiek Wittgenstein's definitie van tautologie wordt bedoeld. Een tautologie is een equivalentie, gelijkwaardigheid of herhaling. Hoewel links van = iets anders staat dan rechts ervan, hebben ze wiskundig gezien dezelfde waarde.
Vanuit het oogpunt van kosmologie en filosofie is Euler's formule (en Euler's identiteit) interessant omdat het "iets" gelijkwaardig maakt aan "niets". Dat imaginaire getallen er deel van uitmaken doet vermoeden dat het raakvlakken heeft met de kwantummechanica. Dat de formule een rol speelt in Fourier transformaties doet vermoeden dat het raakvlakken heeft met waarneming en bewustzijn. Mike Hockney's theorie is daar een uitwerking van.
Ter aanvulling (om te benadrukken wat Hockney met tautologie bedoelt en waarom hij hier zoveel belang aan hecht) hier nog een kort citaat uit hetzelfde boek:
Tautology is synonymous with consistency and completeness, with monism, with Occam’s Razor, with the Principle of Sufficient Reason, with interactivity, with cause and effect.
...
Wittgenstein and Gödel are fascinating because, between them, they confronted the central issues of mathematics. Wittgenstein thought that math was tautological (hence complete and consistent), but unreal. Gödel thought that math was real, but his work seemed to show that it wasn’t tautological. Both men were wrong. Wittgenstein was wrong that mathematics isn’t real, and Gödel was wrong to imagine that math could ever be defined using non-tautological (i.e. inconsistent and incomplete) philosophical axioms.
There must be a “monotheism” of axioms. There must be one true axiom, and this is the principle of sufficient reason, ontologically expressed as Euler's Formula, and conveyed by countless monads. If two axioms are compatible with the principle or sufficient reason then they must be tautologies of each other, and tautologies of the principle of sufficient reason itself. That’s the law of existence.
No manmade language can be complete and consistent. Only the language of existence – ontological mathematics – is complete and consistent, hence it’s the one and only answer to existence. Everything else is false and wrong. That’s a rational, logical fact.