Frits schreef: ↑21 mar 2019 11:57
Barl schreef: ↑21 mar 2019 00:23
Einde discussie? Je bent helemaal niet ingegaan op waar het om gaat.
Beste Barl,
Ik heb inderdaad niet meer gereageerd omdat je schreef: “Het eind van m'n citaat uit Ecce homo is zo expliciet als maar zijn kan.” zonder verder in te gaan op mijn inhoudelijke argumentatie of uit te leggen waarom het zo expliciet is!
"Uitleggen waarom het zo expliciet is" lijkt me een beetje tegenstrijdig: als iets uit-drukkelijk is behoeft het juist geen uit-leg meer, toch? Maar misschien moet ik de uitdrukkelijke passage nog meer uit de tekst lichten:
"[D]eze soort mens [de bovenmens] die hij [Zarathoestra] concipieert, concipieert de realiteit
zoals ze is[.]"
Hier ben je nog totaal niet op ingegaan.
Mijn opvatting is dat de 'Bovenmens' niet een door ware kennis gevormde mens is en ook niet kan zijn. Het is in strijd met alle gedachten van Nietzsche die hij heeft geuit over het relativisme, het scheppen van waarden en de geestelijke verheffing van de mens.
"Relativisme" is geen Nietzscheaanse term. Het scheppen van waarden betekent niet dat je uit het niets dingen waardevol maakt (waarden zijn simpelweg zaken die waardevol zijn—veelal abstract gebruikt). Nietzscheaans relativisme betekent niet dat je wille-keurig waarde aan dingen hecht, maar dat wat voor mij waardevol is voor jou waardeloos kan zijn en andersom. Het betekent niet dat het voor mij waar is—waarheidswaarde heeft—dat ik Nietzsche waardeer of twee benen heb, terwijl het voor jou
niet waar is. Evenzo is de geestelijke verheffing van de mens niet relatief—maar hierover straks meer.
Ik zal verklaren hoe ik daartoe ben gekomen. Nietzsche heeft veel van zijn gedachten ontleend aan Feuerbach die stelt dat God een projectie is van de mens. Die lijn heb ik doorgetrokken naar de Bovenmens en hem een projectie van Nietzsche genoemd. God was immers dood!
So far so good, maar het punt is dat hij niet
alleen een projectie is. Zo schrijft Lampert over
Voorbij goed en kwaad, waarover Nietzsche in een brief schrijft dat het hetzelfde zegt als
Zarathoestra maar op een heel andere manier, het volgende:
"Has Strauss missed the nice irony implied in aphorism 9 by the spectacle of Nietzsche himself offering a description of nature in the very aphorism criticizing philosophy for tyrannizing nature, for creating the world in its own image? Nietzsche surely intended the reader of aphorism 9 to challenge him: What status can your own purported description of nature have if you yourself say philosophy is the most spiritual will to power which creates the world in its own image? That Nietzsche's description of nature as will to power claims for itself a status beyond mere anthropomorphization is shown gradually in aphorisms 13, 22, 23, and then finally, definitively, in aphorisms 36 and 37, the aphorisms to which Strauss drew attention as the core of Nietzsche's argument that will to power is the fundamental fact." (Lampert,
Leo Strauss and Nietzsche, pag. 99.)
De wil tot macht is de "vervanging" van de dode, morele God (zie bv.
Wil tot macht 55). Zo schreef ik drie jaar geleden het volgende in een privébericht:
"On the bike ride to work, or rather at the end of it, I had an insight. I think we should not view the will as souls (homunculi), but view the soul as will. Thus in BGE 19, Nietzsche says that, in willing, the same thing happens as in a class society: namely 'that the ruling class identifies with the successes of the collective'. Now if there is a single ruler, a single dominant drive, then this drive identifies with our whole self, and we then
are that drive."
Het punt was dat ik tijdens die intense fietsrit volledig vereenzelvigd was met de wil om op m'n werk te komen.¹
De bovenmens is in feite de volledige vereenzelving van de wil tot macht:
"Philosophy, we have heard, is the most spiritual will to power (aph. 9): the philosophers of the future [in feite de bovenmensen] must possess that will to a degree which was not even dreamed of by the philosophy of the past; they must possess that will in its absolute form." (Strauss, "Note on the Plan of Nietzsche's
Beyond Good and Evil".)
¹ Tijdens een andere, tevens intense fietsrit luisterde ik naar deze muziek, waar ik later het volgende over schreef:
https://www.youtube.com/watch?v=bnt4CSZVJy8
"The perfect music to bike through Amsterdam to on a warm summer eve."
Ben ik een gevaar op de weg? Nee, maar wel een dreiging!
Safranski stelt dat Nietzsche's beeld van de Bovenmens ambivalent is; dus zeker niet specifiek te definiëren. De 'Bovenmens' is nastrevenswaardig, een weg over het smalle koord, een geestelijke ontwikkeling naar het hogere, het grootse. Nietzsche contrasteert dat met de 'Laatste Mens', de kuddedieren die allemaal hetzelfde willen zijn.
De bovenmens is de mens die de eeuwige terugkeer van de wereld als wil tot macht wil. Deze hem definiërende wil is de geestelijkste wil tot macht in z'n absolute vorm.
"[M]an is the not yet fixed, not yet established beast (aph. 62): man becomes natural by acquiring his final, fixed character. For the nature of a being is its end, its completed state, its peak (Aristotle,
Politics 1252b 32-34). 'I too [dwz. net als Rousseau] speak of "return to nature", although it is properly not a going back but an ascent—up into the high, free, even terrible nature and naturalness...' (
Twilight of the Idols, "Skirmishes of an untimely man" nr. 48). Man reaches his peak through and in the philosopher of the future as the truly complementary man in whom not only man but the rest of existence is justified (aph. 207). He is the first man who consciously creates values on the basis of the understanding of the will to power as the fundamental phenomenon. His action constitutes the highest form of the most spiritual will to power and therewith the highest form of the will to power." (Strauss, ibid.)
De kuddedieren zijn juist hetzelfde in hun vormeloosheid, hun Rousseauaanse "vrijheid
van", i.t.t. "vrijheid
tot" (
Zarathoestra, "Van de weg van de scheppende").
Zarathoestra zegt dat de mens een wezen is dat overwonnen moet worden. Hij is op weg naar zijn ondergang en als zijn doel bereikt is dan gaat zijn 'oude ik' ten onder. Het is een metamorfose in drie stadia van kameel tot leeuw en van leeuw tot kind.
Lampert betoogt dat die drie stadia enkel de stadia zijn die men moet doorlopen om een discipel van Zarathoestra te worden (Lampert,
Nietzsche's Teaching). Maar goed, ik denk dat het inderdaad wel iets verder gaat dan dat. De leeuw schept zich vrijheid
van de draak, het kind schept vervolgens vrijheid als (positieve)
waarde, vrijheid
tot:
"[De kunstenaars weten maar te goed] dat juist dan, waar ze niets meer 'willekeurig' en alles noodzakelijk doen, hun gevoel van vrijheid, fijnheid [dwz. verfijndheid, subtiliteit], volmacht, van het creatieve bepalen, vervoegen [over], vormen [
Gestalten] op z'n hoogte komt,—kortom, dat noodzakelijkheid en 'vrijheid van de wil' dan bij hen één zijn." (
VGK 213.)
Ik lees bij Nietzsche de bevlogenheid om de mens aan te sporen zich geestelijk te ontwikkelen; te beginnen met het profetische geweld van Zarathoestra in zijn Voorrede, deel I en deel II tot aan het Nachtlied. Dat is het keerpunt, waarop hij geconfronteerd wordt met de realiteit van het Leven! Zijn ziel lijdt.
Ikzelf plaats het keerpunt twee en een half hoofdstuk verder, namelijk tussen het Graflied en "Van de zelfoverwinning"; Lampert plaatst het in het Danslied, het middelste van de drie liederen. Hoe dan ook zijn we het dus alle drie eens dat de drie liederen niet van het keerpunt te scheiden zijn. Dan is nu de vraag: wat verandert er dan precies op dat keerpunt? Hierover hieronder meer.
De geest van Nietzsche was verbonden met [...] het streven naar onafhankelijkheid, zelf kiezen en via die keuzen de kwaliteit van het leven te verhogen.
Doch geenszins voor iederéén:
"Mijn filosofie is op rangorde [of rangordening:
Rangordnung] gericht: niet op een individualistische moraal. De zin van de kudde moet in de kudde heersen,—maar niet boven haar uitgrijpen: de leiders van de kudde behoeven een grondverschillende waardering van hun eigen handelingen, en zo ook de onafhankelijken, of de 'roofdieren' enz." (
Wil tot macht 287 geheel, mijn vertaling.)
De mens in het algemeen meent over ware kennis te beschikken en over waarheden die voor iedereen geldend zijn. De 'Bovenmens is de 'nieuwe mens' die overtuigd is van de relativiteit van zijn opvattingen; in de meest ruime zin van ideeën, normen en waarden. Dus geen supermens die meent over ware kennis te beschikken en de waarheid in pacht te hebben!
Aan de ene kant ben ik het hier volledig mee eens... Dat wil zeggen, de bovenmens is zich bewust van zijn beperkingen, bv. die van zijn rede... Aan de andere kant heeft hij ware kennis voor zover onze rede adequaat is met de realiteit, als niet meer dan dat (Heraclitus'
logos).
Alles is interpretatie volgens Nietzsche. Dit inzicht in de relativiteit is de eerste stap op weg naar de Bovenmens.
Is het een inzicht? Is het niet zelf een interpretatie?
Dit inzicht,
deze interpretatie is de eerste stap naar de bovenmens.
De Bovenmens begrijpt dat de wereld nihilistisch is, in de zin dat de wereld van zichzelf geen waarheden bevat.
Is dit
nihilisme dan geen waarheid die de wereld van zichzelf bevat?
"[Β]y suggesting that the truth is human creation, he suggests that this truth at any rate is not a human creation. One is tempted to say that Nietzsche's pure mind grasps the fact that the impure mind creates perishable truths." (Strauss, "Note on the Plan".)
Weersta de verzoeking, Frits!
Die zijn er allemaal ingelegd door de mensen. Alles komt tot ons, ook wetenschappelijke kennis, via onvermijdelijke vooroordelen en aannames. De Bovenmens beseft als geen ander dat het allemaal slechts interpretaties zijn. Hij schept zijn eigen waarden!
Er bestaat voor mij dus een duidelijke relatie tussen de Bovenmens en de relativiteit, het streven naar zelfstandigheid en eigen keuzen, en het verhogen van de kwaliteit van het Leven. Met deze eigenschappen verheft de Bovenmens zich boven de kudde en niet door zijn ware kennis.
Door zijn "besef" ("begrip", "inzicht") dan... 't Wordt een beetje een woordspelletje zo!
Ik mijn reacties heb ik de Bovenmens geplaatst in een religieuze context, zoals Nietzsche daar zelf melding van heeft gemaakt bij het aanbieden van zijn eerste manuscript aan zijn uitgever. Aldus sprak Zarathoestra is voor mij dan ook een poëtische illustratie van de geestelijke ontwikkeling van Zarathoestra en zijn conflict tussen de realiteit van het Leven en het streven naar zijn idealen. Wellicht dat we mogen vaststellen dat ook ons beider beeld van de Bovenmens ambivalent is om de woorden van Safranski te gebruiken. Het is allemaal interpretatie! Omdat die ruimte er bij Nietzsche is ben ik hem gaan waarderen.
Ah, ruimte, ja, die is belangrijk (ik heb er meerdere threads aan gewijd). Maar die ruimte is nog maar de vrijheid van de
leeuw.
::
Frits schreef: ↑21 mar 2019 12:05
Barl schreef: ↑21 mar 2019 00:23
Nee, er is in dat citaat totaal geen sprake van (jouw interpretatie van) het dilemma van de dubbele wil, expliciet noch impliciet.
Beste Barl,
Ook hier beweer je stellig dat er in het citaat (5) uit Ecce Homo (Waarom ik het noodlot ben) geen sprake is van het dilemma van de dubbele wil, expliciet noch impliciet.
Nou, ik zette er niet voor niets de parenthese "(jouw interpretatie van)" tussen, en vond vervolgens inderdaad de synthese.
Laat ik echter twee voorbeelden noemen:
Ten eerste: "Zarathoestra zegt dat het zijn kennen van de 'goeden en de besten' is geweest wat hem afschuw had doen krijgen van de mens in het algemeen; deze weerzin had hem de vleugels gegeven om weg te zweven naar een verre toekomst." en ten tweede: "Zo vreemd staat jullie ziel tegenover het grote, dat de Übermensch jullie vreeswekkend zou voorkomen in zijn goedheid..." (Uit het citaat Ecce Homo)
In 'Von der Menschen-klugheit' op. cit. 11 lees ik: "An den Menschen klammert sich mein Wille, mit Ketten binde ich mich an den Menschen, weil es mich hinauf reisst zum Übermenschen: denn dahin will mein andrer Wille." Ik interpreteer dat als volgt: enerzijds is Zarathoestra gebonden aan de sterke en in het leven gewortelde mens (de realiteit van het Leven) en anderzijds wil hij opklimmen naar de 'Bovenmens', door weg te zweven naar een verre toekomst.
Nee, dat heb je volledig en evident mis. De bovenmens is de sterke en in het leven gewortelde mens:
"Niet wat de mensheid moet aflossen in de volgorde der wezens is het probleem dat ik hiermee stel (—de mens is een
einde—): maar welk type mens men moet
telen, moet
willen, als het hogerwaardige, levenswaardigere, toekomstzekerdere.
Dit hogerwaardige type heeft al vaak genoeg bestaan: maar als een geluksgeval, als een uitzondering, nimmer als
gewild. Veeleer is juist
hij het beste gevreesd geweest, hij was tot nu toe bijna
het angstaanjagende;—en vanuit de angst werd het omgekeerde type gewild, geteeld,
bereikt: het huisdier, het kuddedier, het zieke dier mens,—de Christen..." (Nietzsche,
De Antichrist, paragraaf 3 geheel, mijn vertaling. In paragraaf 4 wordt het hogerwaardige type "in verhouding tot de gezamenlijke mensheid een soort bovenmens" genoemd! Dit alles schreef Nietzsche in dezelfde tijd als
Ecce homo.)
De Christen in deze zin is de mens die de realiteit "ontstegen" (ontrukt, vervreemd) is. Nietzsche/Zarathoestra is alleen nog een Christen in deze zin zolang het volgende voor hem geldt:
"The superman's Dionysian will to overpower [sic] would save the past from drowning in democracy's shallow waters by willing the eternal return of past inequalities.
The superman's willing of this eternal return is possible only if his will can emancipate itself from hatred of its past, a hatred responsible for modern egalitarian demands to be liberated from that past. [... For] if ultimate reality is solely this Dionysian will to overpower, then everything in the conscious, common sense world must be caused by it. Since everything includes contemporary egalitarians and the past responsible for them, the will to overpower must be responsible for them too.
Unlike Nietzsche, the superman will be fully in harmony with that will; only he can will the eternal return of the whole past. [...]
Nietzsche's revulsion at contemporary egalitarian 'liberation' movements and their past roots distinguished him from his superman whose will would guarantee the eternal return of all history including that egalitarianism." (Harry Neumann,
Liberalism, "Nietzsche" (blz. 164-66), met mijn nadruk.)
Mijns inziens, alsmede Lamperts, lukt het Zarathoestra uiteindelijk
wel om de eeuwige terugkeer van het hele verleden, inclusief het Christendom, te willen. Zolang hem dat nog niet is gelukt—zoals in
Von der Menschen-Klugheit—ben ik het met je eens, Zarathoestra is dan nog enigszins ontrukt aan de realiteit.
"Als de lijdende, onderdrukte
het geloof zou verliezen een
recht tot z'n verachting van de wil tot macht te hebben, dan zou hij het stadium der hopeloze desperatie binnentreden. Dit zou het geval zijn als deze [grondkarakter]trek essentieel aan het leven zou zijn, als zou blijken dat zelfs in die 'wil tot moraal' slechts deze 'wil tot macht' verkapt was, dat ook dat haten en verachten nog een machtswil is." (
Wil tot macht 55, mijn vertaling.)
De mensensoort die Zarathoestra voor ogen heeft is enerzijds geworteld in de realiteit van het Leven maar is anderzijds die realiteit ontstegen.
Nee, dat ben ik dus met je oneens. Zolang Zarathoestra geen bovenmens is geldt dit wel voor hem, maar voor de bovenmens zelf zeker niet.
Het zijn elkaar tegenwerkende krachten. Met zijn autonome Wil ontstijgt Zarathoestra de realiteit; maar het Leven trekt hem echter terug omdat ze haar eigen spel met hem speelt. Hij kan er geen invloed op uitoefenen. Dat is het dilemma waar Zarathoestra mee worstelt en dat hij ook niet op kan lossen.
T.K. Seung heeft dat beschreven 'In het Suffering Soul' als 'The collision of two Wills' (Hoofdstuk II, Nietzsche's Epic of the Soul).
Voor de verantwoording van mijn interpretatie verwijs ik je ook nog naar het commentaar in Band 14 van die Sämtliche Werke, (Kommentar zu Band 6 Ecce Homo, Warum ich ein Schicksal bin) onder redactie van Giorgio Colli en Mazzino Montinari. Daar wordt in note 5 ook expliciet verwezen naar 'Von der Menschen-Klugheit' uit Also sprach Zarathustra.
Van Colli en Montinari heb ik als interpreten geen hoge pet op, maar van Seung wel redelijk, zoals ik eerder aangaf. Zarathoestra leert dat hij helemaal geen autonome wil
heeft! Mijns inziens is dit de reden dat Dionysus terug moet keren (
Von der grossen Sehnsucht): we zijn afhankelijk van de vrije wil van een God om te garanderen dat de oerknal weer op de warmtedood van het heelal volgt.
"It would appear that the World Soul returns eternally only by virtue of the fact that, in each cycle, the One gives Its gift absolutely, without hope of return. Every time the cycle of becoming reaches its endpoint, there is another gift, or more precisely, the return of the same gift. And each time it is only because the gift is pure and absolute that there can be the eternal contamination that is the coming to presence of a cosmos. This pure gift takes the form of a circle, but does so only inadvertently; only by giving a gift outside the circle of exchange is the circle achieved." (Ned Lukacher,
Time-Fetishes: The Secret History of Eternal Recurrence, pagina 27.)