Het gaat hier volgens mij meer om flexplekken binnen een organisatie dan om flexwerken.
Wat vinden jullie van flexplekken
Opvallend vond ik:
Het deed mij denken aan een cruise of georganiseerde busreis, waarbij mensen uitstappen voor de lunch bijv. en dan bij het instappen allemaal weer hun voorgaande plek opzoeken. Ga jij in die bus na de lunch opeens op de voorstoel plaatsnemen dan komt er geheid iemand zeggen; 'sorry, dit was mijn plek'. Op de achterbank zal het dan weer minder snel gebeuren.essels deed in haar onderzoek een case study in een Nederlandse gemeentelijke organisatie. De ene onderzochte groep bleef werken in de oude situatie met vaste plekken, de andere groep ging flexwerken. De uitkomst was dat er geen positieve, maar ook geen negatieve effecten waren op de productiviteit van de werknemers. “Een mogelijke reden hiervoor is dat de medewerkers die gingen flexwerken op oude gewoontes terugvielen en hun eigen plekje gingen claimen”, vertelt Wessels.
Dit verhaal lijkt te worden bevestigd door EUR-medewerkers die op flexplekken werken. “Bij ons heeft iedereen zijn eigen favoriete bureau gekozen waar diegene elke dag aan zit”, vertelt Feberwee. ESSB-tutor Aike Janssen beaamt dit. “Er ontstaat een soort natuurlijke verdeling van bureaus.
Zo flexibel zijn we blijkbaar niet, wij mensen.
Zou er een ouwe garde/jonge garde onderscheid zijn?
Het is ooit ingevoerd vanwege het economisch belang. Ruimtebesparing, kruisbestuiving en eigen verantwoordelijkheid zijn denk ik de genoemde voordelen.
De vraag is of er wel sprake ís van economisch voordeel, gezien de nadelen. Die kruisbestuiving of samenwerking lijkt in de praktijk niet te gebeuren. Juist niet, omdat men elkaar minder goed kan bereiken of vinden, minder geconcentreerd kan werken en
.Mensen spreken elkaar nauwelijks aan, ook uit angst om anderen in de open werkruimte te storen.”
Nog een nadeel van flexwerken is onderzocht door Dion Kooijman.
Dion Kooijman, voorheen Universitair Hoofddocent op de faculteit Bouwkunde van de TU Delft, is kritisch op de flexibilisering van werkplekken op universiteiten en deed hier in 2010 samen met filosoof Rypke Sierksma onderzoek naar binnen de TU Delft. Hij noemt flexwerken een ‘geplande vorm van chaos’ waar een machtsstructuur met totalitaire trekken achter zit en vergelijkt het met het panopticum van Jeremy Bentham.
Hij heeft het hier over een panopticum binnen een flexwerksituatie, maar volgens mij is de hele maatschappij zo ingericht, door FB, twitter e.d. zijn we inmiddels wel gewend aan 'bekeken worden" zoals hij dat noemt. Ik vraag me af of het wel een nadeel van flexwerken genoemd kan worden als het de normale gang van zaken is. Ik vraag me sowieso af óf het wel een nadeel is, gezien mijn voorkeur voor een transparante samenleving.“Flexwerken is te vergelijken met een *panopticum”, stelt Kooijman. “Binnen een flexwerksituatie heeft niemand meer privacy en wordt een medewerker van alle kanten bekeken. Een telefoongesprek houden zonder dat anderen het horen, is niet meer mogelijk en medewerkers passen hun gedrag zodanig aan dat het niet tot vervelende situaties leidt. Ze gaan zich doordat ze bekeken worden, gedragen naar wat er van ze verwacht wordt. Hierdoor vervagen de verschillen tussen medewerkers en gaat er individuele authenticiteit verloren.”
“Gevangenen binnen het panopticum anticiperen op sancties en repressie van degene die de regels onderhoudt door zich te voegen naar de orde die er is. Het verschil met het panopticum echter is dat er binnen het flexwerksysteem niet één instantie is die de regels onderhoudt, iedereen kan hier de spion zijn.”
* Panopticum.
Het panopticum is een architectonisch principe beschreven door de Engelse Verlichtingsfilosoof Jeremy Bentham in 1791. Het gebouw bestaat uit een toren met daaromheen een ring van cellen.Het panopticum maakt het mogelijk groepen te controleren, te disciplineren, te bewaken, bestuderen, vergelijken en te verbeteren. Het panopticum is zo geconstrueerd dat de opzichter in het midden van de ruimte de celbewoners ziet, maar zij hem niet, sterker, zij vermoeden zijn aanwezigheid alleen maar. Er is altijd een opzichter aanwezig. De celbewoners passen hun gedrag aan, omdat zij gezien kunnen worden. Ze gaan controle als alomtegenwoordig ervaren.