Tegenwoordig is de Cito-toets veel in het nieuws, omdat deze toets zwaarwegend is voor het schooladvies wat kinderen krijgen, maar ook worden scholen beoordeeld op de “kwaliteit” die ze leveren.
Doordat scholen kwaliteit moeten leveren wordt het leren van een kind alleen nog maar gezien als een prestatie. Daarom willen scholen dat kinderen zo hoog mogelijk scoren op de Cito-toets, omdat dit goed is voor hun image. Maar leren is toch iets persoonlijks? Is ieder kind niet uniek in zijn of haar doen en laten? Wat gebeurt er met de kinderen die niet een boven de 535 scoren? Zal statusangst hier een rol bij gaan spelen? Volgens Alain de Botton wel, omdat het kind niet voldoet aan de eisen die er verwacht worden. De betekenis van statusangst is volgens de Botton: “de angst dat we ons niet kunnen meten aan de idealen van succes die door de maatschappij worden voorgeschreven.” Dit willen we toch niet?!
Wat zou er gebeuren als er niet alleen naar de prestatie in groep 8 wordt gekeken? Het proces er naar toe is ook van belang! Ieder kind is anders en maakt zijn of haar groei en ontwikkeling door. Het maakt dan niet of dit op het lwoo of vwo is. Zolang het kind maar gelukkig is! Dat is waar het uiteindelijk allemaal om draait is het niet?