Confucianisme
Geplaatst: 07 sep 2014 13:50
Ik heb eens nagedacht over de overeenkomsten en de verschillen tussen Confucianisme en vrijdenken. Ik zal trachten deze te bespreken, op grond van de grondbeginselen van de leer van Confusius zoals ik die op wikepedia vond. Uiteraard kan het zijn dat men daar in China een andere mening over heeft, maar ik streef uiteraard niet naar perfectie.
Tian
Dit overkoepelend principe van Confucius betekent letterlijk “Hemel”, en kan zowel materialistisch bezien worden in de betekenis van “Heelal” als pantheistisch (waarbij het alle hemelse “goden” bevat. Alhoewel Confusius het vereren van goden propageerde, zag hij dat meer als een gezonde oefening voor de mens, als iets wat de goden ten goede kwam. Wij zouden uiteraard deze verering als onzinnig afwijzen, en alleen de materialstische betekens van Tian accepteren. Maar Confucius was een traditionalist. Dat zien we verderop nog terug.
Ethiek
In zijn ethiek was Confucius allerminst een theïst en moet hij eerder als humanist beschouwd worden. Wel met enige bijzonderheden. Hij onderscheidde vijf ethische basisprincipes:
Binnen deze principes zijn er een viertal specifieke deugden die de Confucianist tracht te beoefenen.
Deze worden altijd in paren bezien. Rechten en plichten zijn wederkerig. Authoriteiten dienen hun positie te bereiken op grond van verdiensten en behouden ze ook door hun verdiensten. De visie van confucius op de regering lijkt wel wat op die van Socrates en Plato. Men dient de kundigheid te bezitten om te kunnen besturen. Een kundigheid die uiteraard slechts kan worden aangetoond door bewezen verdiensten. Onze moderne visie (in mijn geval ontleend aan Karl Popper) is een iets andere. Wij vinden vooral belangrijk of we de bestuurder vertrouwen. Zowel wat zijn morele verdiensten betreft als wat zijn vermogen betreft om zich door deskundigen te laten adviseren. Maar natuurijk ook of we hen de betreffende taak toevertrouwen. En omdat resultaten uit het verleden geen garantie zijn voor de toekomst, willen wij de bestuurder slechts voor een beperkte tijdsduur aanstellen.
Tot zover mijn visie op het Confucianisme bezien door een vrijdenkersbril.
Tian
Dit overkoepelend principe van Confucius betekent letterlijk “Hemel”, en kan zowel materialistisch bezien worden in de betekenis van “Heelal” als pantheistisch (waarbij het alle hemelse “goden” bevat. Alhoewel Confusius het vereren van goden propageerde, zag hij dat meer als een gezonde oefening voor de mens, als iets wat de goden ten goede kwam. Wij zouden uiteraard deze verering als onzinnig afwijzen, en alleen de materialstische betekens van Tian accepteren. Maar Confucius was een traditionalist. Dat zien we verderop nog terug.
Ethiek
In zijn ethiek was Confucius allerminst een theïst en moet hij eerder als humanist beschouwd worden. Wel met enige bijzonderheden. Hij onderscheidde vijf ethische basisprincipes:
- Ren.
Ren is het basisprincipe waarop mijns inziens ook het humanisme is gebaseerd. Het rekening houden met anderen. Het berust dus op empathie. Anders dan wij zag Confucius er niet op de eerste plaats een wederkerig voordeel in, maar dacht op de een of andere manier, dat wij door met anderen rekening te houden direct ook onszelf goed deden. Vreemd genoeg een gedachte die bij veel mensen makkelijker begrepen wordt dan de nuchtere waarheid, dat het voordeel van rekening houden met een ander alleen ook ons eigen voordeel is, als anderen hetzelfde doen. Wij zien deze houding ook terug bij de Boeddhisten die compassie beoefenen, teneinde daardoor zelf de verlichting te bereiken, en uiteraard bij de Christenen die met hun naastenliefde de hemel menen te verwerven. De confucianist meent blijkbaar zijn eigen zelfontplooing te dienen. - Yi
Yi is de rechtvaardigheid. Hier komt de wederkerigheid in feite via een omweg terug, want uiteraard dient men zijn empathie voor de ander niet onbegrensd te beoefenen, maar dient men rechtvaardig te zijn, en elk datgene te geven wat hem of haar toekomt. Rechtvaardigheid betekende in de tijd van confucius uiteraard niet hetzelfde als tegenwoordig. Er werd minder uitgegaan van gelijkheid, en meer van verschillende verdiensten. Ook die verdiensten zien we elders terugkomen. - Li
Li is de juiste manier. Dit is zowel de ratio als de rite. Blijkbaar was men van mening dat we niet alleen ons verstand moeten gebruiken maar ook onze goede manieren. Het is wellicht ook te vertalen met Wijsheid. De juiste wijze om dingen te doen. Hier zien we wederom het tradionalisme te voorschijn komen. Een specifieke uitspraak van Confucius die me altijd is bij gebleven was: “Als men geen volledige kennis bezit, kan men zich beter aan de tradities houden”, Uiteraard bestaat er geen volledige kennis, maar doorgaans zijn tradities mede gevormd vanwege hun succes in het verleden, en – tenzij men beter weet – kan het dus voordelig zijn zich er aan te houden. Uiteraard spelen tradities bij vrijdenkers vrijwel geen rol, en blijft slechts de Ratio over, en gelukkig ook vaak de goede manieren. Maar de vrijdenker heeft doorgaans meer Ren nodig om li te betrachten
- Zhi
Zhi is kennis. Haar plaats zou bij ons worden ingenomen door de gezamelijke kennis van de mensheid, te weten: De wetenschap. Wetenschap staat binnen het Confucianistische denken dan ook hoog aangeschreven. In dit opzicht komen vrijdenkers en Confucianisten sterk overeen. - Xhi
Zhi is Integriteit. Dat wil denk ik zeggen eerlijkheid en betrouwbaarheid. Geen deugden die een vrijdenker zouden misstaan. Duidelijk botst echter bij ons de Zhi nog wel eens met de Li.
Binnen deze principes zijn er een viertal specifieke deugden die de Confucianist tracht te beoefenen.
- Zhong
Zhong is loyaliteit. Niet vanwege enige authoriteit. Authoriteiten dienden in de ogen van Confucius alleen te worden gerespecteerd vanwege hun verdiensten (ook morreel gezien). Maar wanneer men in hun dienst trad, diende men vervolgens ook loyaal te zijn. Belofte maakt schuld zouden wij zeggen. - Xiao
Xiao is zoveel als vroomheid. Een deugd die wij nu niet bepaald zozeer zouden waarderen. Voor de Chinees is dat niet zozeer een houding tegenover de goden als wel tegenover de voorouders. Iets wat ons zo mogelijk nog vreemder is. Deze houding zie ik ook terug hier in Thailand, waar langs de ene muur altaartjes zijn aangebracht met een “Boeddha” (monnik) en een beeld van de overleden Koning Rama V (de beste koning die Thailand ook gehad heeft), maar waar aan de andere muur heel bewust de afbeeldingen van mijn vader en moedere zijn gehangen. Mijn vrouw - Kesinee - heeft ze nooit gekend, maar betoond ze het grootste respect. Ook hier komt – net als in Li – de traditie weer duidelijk naar voren. - Jie
Jie is onthouding. Wederom een deugd die bij ons niet hoog in het vaandel zou staan. Wij zouden haar hoogstens om gezondheidsredenen betrachten. Maar wie meer om traditie en vorm geeft – en dat doet de Chinees- zal ook hier direct aan willen werken. - Yi
Yi is dus niet alleen een principe maar ook een deugd op zich. Bij deze deugd zal de vrijdenker zich weer wel gemakkelijk aansluiten.
Deze worden altijd in paren bezien. Rechten en plichten zijn wederkerig. Authoriteiten dienen hun positie te bereiken op grond van verdiensten en behouden ze ook door hun verdiensten. De visie van confucius op de regering lijkt wel wat op die van Socrates en Plato. Men dient de kundigheid te bezitten om te kunnen besturen. Een kundigheid die uiteraard slechts kan worden aangetoond door bewezen verdiensten. Onze moderne visie (in mijn geval ontleend aan Karl Popper) is een iets andere. Wij vinden vooral belangrijk of we de bestuurder vertrouwen. Zowel wat zijn morele verdiensten betreft als wat zijn vermogen betreft om zich door deskundigen te laten adviseren. Maar natuurijk ook of we hen de betreffende taak toevertrouwen. En omdat resultaten uit het verleden geen garantie zijn voor de toekomst, willen wij de bestuurder slechts voor een beperkte tijdsduur aanstellen.
Tot zover mijn visie op het Confucianisme bezien door een vrijdenkersbril.