Bericht
door Guustaaf » 22 dec 2013 10:35
De drie kenmerken van het bestaan: duhka, anitya en anatman.
Boeddha ontdekte dat het angstig en agressief afweren van de drie grote realiteiten van het leven niet tot waarachtig menselijk geluk leidt maar er juist van vandaan voert. Hij noemde die drie grote realiteiten waar mensen voortdurend moeite mee hebben en aan voorbij proberen te leven de Drie kenmerken van het bestaan: duhka, anitya en anatman: pijn, vergankelijkheid en niet-zelf of het ontbreken van vaste grond.
Het zijn wat we tegenwoordig existentiële problemen noemen, lijden dus dat onlosmakelijk verbonden is met de realiteit van het menselijke bestaan: ziekte, ouderdom, dood, tegenspoed, vergankelijkheid, de onbeheersbaarheid van het leven. Dit soort existentieel lijden is dus een heel ander soort lijden dan waar mensen met neurotische of psychische problemen last van hebben. Dit laatste kan met verschillende vormen van psychotherapie bestreden worden, existentieel lijden niet..
Het boeddhistische spiritueel-meditatieve pad is gericht op het tot ontwikkeling brengen van een geesteshouding en manier van leven die totaal vrij is van afweer en ontkenning van de grote existentiële realiteiten en er vrede mee heeft gesloten. Het gaat om het tot ontwikkeling brengen van een levenshouding die vrij is van het egocentrische perspectief op het leven.
1. Duhka.
Alle mensen hebben te maken met pijnlijke zaken, met lichamelijke of geestelijke pijn. We proberen niet zelden de ogen daarvoor te sluiten. Maar de angstige afweer en het verzet daartegen is een bij voorbaat verloren strijd waardoor we lijden onder de realiteit van de pijn. Dit soort lijden wordt in de boeddhistische traditie duhkaduhkhata genoemd. Het in lijden-zijn (duhkatha), vanwege de pijn (duhka).
Iemand met de bovenomschreven levenshouding ervaart natuurlijk wel pijn bij zichzelf en anderen, maar lijdt er niet onder omdat hij of zij er niet langer op reageert met angst, agressie of afweer, maar met mededogen, deernis en zorgzaamheid. En omdat levensangst afwezig is, wordt ook een waarachtige levensvreugde mogelijk.
2. Anitya
We lijden onder anitya, de vergankelijkheid of veranderlijkheid van het leven. Vergankelijkheid is een fact of life. Als we dat ontkennen of ons daartegen verzetten en proberen de stroom van je leven te bevriezen, en er geen vrede mee kunnen sluiten, lijden we onder dit kenmerk van het bestaan. Dit lijden onder de vergankelijkheid wordt viparinama-duhkata genoemd. Wanneer we ons niet verzetten tegen het feit dat aan alles een einde komt, betekent dat niet dat we geen verdriet zou mogen hebben om een verlies, maar juist dat we zonder enige afweer ons verdriet kunt voelen, omdat we instaat zijn de situatie zonder enige afweer te ervaren.
3. Anatman.
Dat mensen worstelen met de onbestendigheid van het leven komt ook tot uiting in het zoeken naar vastigheid en zekerheid. Was er maar een vast punt, een vluchtheuvel in de stroom van het bestaan zodat we ons aan de woelingen ervan - al was het maar even - konden onttrekken.
Volgens boeddha bestaan dergelijke vluchtheuvels in werkelijkheid niet, hoogstens in de fantasie.
Het zijn samskarah, “mentale formaties”, dus vaste opvattingen of denkgewoontes. Het zijn vaste manieren van kijken en interpreteren, het zelfbeeld, wereldbeeld en eventueel godsbeeld.
Maar vasthouden aan deze samskarah, aan deze mentale formaties, brengt ons niet in contact met de werkelijkheid, maar voert er juist vandaan. Het leidt naar schijnbaar bestendige fantasiewerelden van al of niet religieuze, filosofische of alledaagse snit. Het leidt dus naar de werkelijkheid zoals we ons die voorstellen en tot het negeren en ontkennen van de fundamentele grondeloosheid, het feit dat er geen vastigheid, geen houvast in de vliedende stroom van het bestaan te vinden is. En dat veroorzaakt de derde vorm van lijden, naast lijden aan pijn en vergankelijkheid en wordt samskarah-duhkata genoemd.
Een van de meest fundamentele mentale formaties is die van atman: ik, ego, zelf of ziel. Het ego-centrum, als vaste kern van het menselijke bestaan is een mentale constructie die de illusie van vastigheid geeft. En het leidt tot een egocentrische kijk op het leven en de daarbij horen egocentrische gedragspatronen en belevingswijze:
1. Angst, agressie en haat voor datgene waarvan we menen dat het ons ego bedreigd,
2. Naar ons toehalen en willen vasthouden waarvan we menen dat het goed voor onszelf is en
3. Onverschilligheid ten opzichte van dat wat we noch als een bedreiging noch als goed voor onszelf beschouwen.
Het ontwaken uit deze egocentrische belevingwijze wordt aangeduid met anatman: egoloosheid of zelfloosheid.
Die realisatie wekt een totale, onvoorwaardelijke en ononderbroken intimiteit met en toewijding aan en compassie of mededogen (karuna) met de situatie waarin we leven. Het zal duidelijk zijn:
het boeddhistische spiritueel-meditatieve pad is bedoeld om een einde aan het existentiële lijden te maken.
Existence is not a problem to be solved, it is a mystery to be lived. And you should perfectly be aware what the difference is between a mystery and a problem.