Een aantal opmerkingen over de discussie waar Heeck(dank je) ons op attent heft gemaakt.
MIsschien is het mijn grenzeloze verbeelding die maakt dat ik het beter meen te weten dan zoveel knappe koppen, misschien heb ik in sommige gevallen wel degelijk een punt. Probeer het me maar uit mijn hoofd te praten . . . . .
Scientists say the darndest thingsheeck schreef:hier het verslag van de eerste bijeenkomst over het bepalen wat naturalisme wel zou mogen betekenen.
From the naturalism workshop, part I
Roeland
1. “Coyne then commented that there is no sensible distinction between superhuman and supernatural”.
Deze bewering komt mij vrij onzinnig voor. Boven-menselijk betekent slechts “iets waartoe de mens niet in staat is”. De begaafdheid die honden hebben in het onderscheiden van geuren is zeker bovenmenselijk, maar absoluut niet boven-natuurlijk. Ben ik onredelijk als ik dit beweer?!? Zou Coyne serieus denken dat een hond bovennatuurlijke gaven heeft?
2. “Steven Weinberg asked the question of whether — if a strong version of artificial intelligence is possible — it follows that we should be nice to computers”
Het antwoord ontbreekt, maar is mijns inziens NEE. Je hoeft geen rekening met gevoelens te houden omdat iets intelligent is, maar omdat iets gevoelig is. Het een volgt niet automatisch uit het ander. Het zou in de praktijk uiteindelijk kunnen blijken dat intelligentie zonder gevoeligheid niet mogelijk is, maar daarvoor ontbreekt vooralsnog het bewijs. Het is ondertussen wel zo, dat elke intelligentie die wij als zodanig erkennen (de menselijke en dierlijke), altijd gepaard gaat met gevoel, maar het valt niet te voorspellen of dat ook voor computers zou moeten gelden.
3. “Deacon is interested in emergence because of the issue of the origin of life understood (metaphorically speaking) as a “phase transition” of sorts, which is in turn related to the question of how (biological) information “deals with” the constraints imposed by the second law of thermodynamics.”
Deze vraag berust m.i. op een veel voorkomend misverstand. Mogelijkerwijs is de reden dat wij het fenomeen tijd alseen eenrichtingsgebeuren zien, een gevolg van het feit dat wij alleen herinneringen hebben aan het verleden en niet aan de toekomst. Dit komt omdat een geheugen een hogere entropie vereist, en dat dus bruikbare informatie helemaal niet afneemt met de tijd! Hogere entropie veronderstelt immers grotere stabiliteit. De kans dat een process in de andere richting verloopt is aanzienlijk kleiner dan de kans dat het verloopt zoals we gewend zijn. Daarom is de latere toestand waarschijnlijker en dus blijvender en daarom juist neemt de entropie toe! Voor mij zo klaar al seen klontje maar hele hordes denkers schijnen niet te begrijpen waarom ze zich de toekomst niet kunnen herinneren. Want ze denken dat informatie alleen maar verloren kan gaan. NIets is minder waar. Dit geld niet alleen voor ons geheugen. Elke toestand bevat meer informatie omtrent wat er aan vooraf ging, dan omtrent wat er na zal komen. Het DNA van onze eencellige voorouders bevatte geen informatie over het overleven van de soorten die er uit ontstonden. Het DNA van de huidige levensvormen bevat dat wel. Een foto bevat informatie over licht zoals dat de camera binnenkwam in het verleden, maar totaal geen informatie omtrent het licht dat in de toekomst de camera binnen zal komen. Informatie kan soms ook verloren gaan, O ja. Maar ze kan uitsluitend ontstaan als de entropie toeneemt!
4. Reductionisme
Het hoofdebat ging blijkbaar over de vraag of het mogelijk is alle verschijnselen te verklaren door ze te reduceren tot die op het laagste niveau (quantum-mechanica veronderstel ik is het laagste niveau). Dat lijkt op het eerste gezicht theoretisch mogelijk, maar dat is helaas helemaal niet waar. Hoe wil je de evolutie verklaren vanuit een ontelbaar aantal quantum gebeurtenissen? Je zou een computer nodig hebben met meer geheugenplaatsen dan er energie-niveau’s in het heelal zijn. Per definitie een onmogelijkheid. Vanwege het onzekerheidsprincipe, moet je bovendien alle mogelijke paden doorrekenen, hetgeen nog veel meer - in theorie een oneindig aantal – mogelijkheden omvat voor elk elementair deeltje. Dat gaat dus helemaal nooit lukken. Je zult de waarschijnlijkheid op enig hoger niveau moeten inschatten, wil je enige voorspelling doen omtrent veel elementaire deeltjes. (en een levend wezen omvat er nogal wat). We zullen dus altijd een niet geheel gereduceerde theorie nodig hebben, om enig verschijnsel dat veel deeltjes omvat te kunnen verklaren. Misschien is dat zelfs ook waar voor het quantumverschijnsel zelf. Het is niet voor niets onzeker.