WIE IS ER BEGONNEN MET BELEDIGEN?

Al enige jaren ligt de vrijheid van meningsuiting regelmatig onder vuur. Niet lang geleden wilde minister Donner godslastering weer strafbaar stellen, en sinds de ophef rond een paar spotprenten over Mohammed in de Deense krant Jyllands Posten, proberen woedende protesterende moslims, opgejut door hysterische imams, de westerse regeringen zo ver te krijgen dat zij godslastering strafbaar stellen. De Turkse secretaris-generaal van de OIC (Organisatie van de Islamitische Conferentie), Ekmeleddin Ihsanoglu, heeft al een oproep gedaan tegenover minister Bot van Buitenlandse Zaken, om belediging van de profeet Mohammed wettelijk gelijk te stellen aan racisme en holocaustontkenning. Maar sommige geestelijken gaan nog verder, en roepen een fatwa uit of ze zetten een prijs op het hoofd van iedereen die de Islam bespot.
En de intimidatie is succesvol gebleken. Westerse politici hebben de media opgeroepen om niet te spotten met religie, en vele kranten zijn gezwicht voor de bedreigingen en hebben excuses aangeboden. Heinz Fischer, de president van Oostenrijk heeft zelfs gezegd dat media geen profeet mogen afbeelden als dat in die religie verboden is. In Nederland hebben diverse gemeenten een verbod ingesteld op het beledigen van de profeet tijdens carnaval, VVD-kopstuk Wiegel betoogde dat vrijheid nooit mag leiden tot onvrijheid van anderen, en VVD-kamerlid Arno Visser zei in een interview in Trouw dat de vrijheid van meningsuiting geen ongelimiteerd recht is. Maar de kakofonie, die is ontstaan door het geschreeuw van hysterische gelovigen en de sussende woorden van de moraalridders, overstemd één prangende vraag: ‘Wie is er begonnen met beledigen?’
Al bijna vijftienhonderd jaar worden ongelovigen beledigd, bespot, gekleineerd en geïntimideerd door de pleitbezorgers van het bijgeloof. Volgens de Koran zijn ongelovigen, ‘brandstof voor het vuur’ (Sura 2:24), ‘bewoners van de hel’ (66:9), ‘de slechtsten der schepselen’ (98:6), , en het zijn mensen waartegen men dient te ‘strijden’ (9:123), en dit zijn slechts enkele voorbeelden. Het zijn echter niet alleen ongelovigen die er aan moeten geloven. Joden, christenen, homoseksuelen, polytheïsten en feministische vrouwen kunnen ook redenen hebben om zich te storen aan de diverse aanstootgevende citaten uit het ‘heilige’ boek van de Islam.
Mochten Europese politici ooit op het onzalige idee komen om godslastering strafbaar te stellen, dan is voor de ongelovigen de tijd aangebroken om hun recht op te eisen; het recht om gevrijwaard te blijven van de haat en de beledigingen uit de Koran en andere religieuze geschriften. Dit betekent dat religies naar de privésfeer dienen te worden verbannen; dat boeken als de Koran en de Bijbel niet open en bloot in de boekhandels horen te liggen, maar alleen van onder de toonbank in dichtgesealde verpakkingen mogen worden overhandigd; het betekent dat de Nederlandse Moslim Omroep geen koranrecitaties meer mag uitzenden die door ongelovigen, joden, feministen, satanisten, polytheïsten en homoseksuelen als beledigend kunnen worden opgevat. De Koran zal evenals andere religieuze geschriften uit het openbare leven moeten worden geweerd, en openbare verspreiding van het boek op Internet zal strafbaar moeten worden gesteld.
Gelijke monniken, gelijke kappen!