Mijn oma woonde al langer bij ons, omdat ze "kinds begon te worden"VUmc Alzheimercentrum schreef:Enkele fragmenten uit het boek ‘Het mooiste woord is herinnering’. Bekende Nederlanders vertellen hun mooie, emotionele en vooral zeer persoonlijke verhalen over de ziekte van Alzheimer. Prof. Philip Scheltens, directeur VUmc Alzheimercentrum, deelt zijn ervaringen, opgedaan in zijn 25 jaar klinische praktijk en geeft zijn visie op de ziekte en de toekomst van alzheimer. De verhalen zijn opgetekend door Frénk van der Linden & Pieter Webeling en de prachtige fotografie is van Linelle Deunk.Linda de Mol
In het begin zei ze nog wel eens:
“Kun jij even ehm… seveusdeneus…”
“Ja, natuurlijk! Doe ik.”
Ze keek me aan. “Ja? Nu?”
Shit! Geen idéé waarover ’t ging.
“Nou… dat doe ik dan even als de koffie op is,
vind je dat goed?”
Dat was goed. Zo had ik m’n dertig seconden
gewonnen, daarna was ze de vraag weer
vergeten.
Jaren heb ik het rijmpje aangehoord met als laatste zin: "Zeventig jaar voor de sterken en tachtig jaar is voor de zeer sterken"
Zo was dat ook tot in de tweede helft van de vorige eeuw.
Ik heb meerdere herinneringen, soms echt komisch, maar ook komisch als het niet te zielig zou zijn geweest.
Het bijzondere is, dat als je er als familie over praat, het grappige overblijft in de herinnering, de glimlach en niet de moeite.
Het steeds terugkerende in mijn herinnering van ca. mijn 13e tot 15e jaar.
"Ik moet naar huis"
" Maar u bent thuis."
"Nee, ik moet naar mijn moeder"
"Maar uw moeder leeft toch niet meer."
"? Ehh..oh ja...dat is waar ook."
Dit herhaalde zich enige maanden.
"Ik moet naar huis"
" Maar u bent thuis."
"Nee, ik moet naar mijn moeder"
"Maar uw moeder leeft toch niet meer."
"? Ehh..ohh nee? [tranen] waarom heeft niemand mij dat verteld?..."
Volgende fase.
We werden gebeld door buren en mensen verderop in het dorp, die ons kenden:
"Oma loopt hier net langs."
Op de middelbare school was ik vaak 's middags thuis.
Ik ging haar dan halen.
" Waar gaat u heen?
"Naar huis".
"Maar u woont bij ons, kom maar mee."
"Nee, ik moet naar mijn moeder"
"Maar uw moeder leeft toch niet meer."
"Waarom zeg je dat nu, ik moet naar huis..Je wil toch niet dat ik te laat kom? [Verward]
"Nee hoor, kom maar dan gaan we thee drinken."
Na een aantal keren.
"Oma loopt hier net langs."
Ik weer op pad.
" Waar gaat u heen?
"Naar huis".
"Maar u woont bij ons, kom maar mee."
"Nee, ik moet naar mijn moeder"
"Maar uw moeder leeft toch niet meer."
"Waarom zeg je dat nu, ik moet naar huis..Je wil dat ik te laat kom [beschuldigend] en straf krijg...[verontwaardigd]"
Nog een eindje meelopend en met haar pratend.
Herhaling.....
"Ja dat is waar ook".
Weer later.
"Oma loopt hier net langs."
Ik weer op pad.
" Waar gaat u heen?
"Naar huis".
"Maar u woont bij ons, kom maar mee."
"Nee, ik moet naar mijn moeder"
"Maar uw moeder leeft toch niet meer."
"Waarom zeg je dat nu, ik moet naar huis..Je wil dat ik te laat kom [beschuldigend] en straf krijg...[verontwaardigd]"
Nog een eindje meelopend en op haar in pratend.
Ik kan haar niet overhalen.
Ik pak haar bij haar arm om haar zachtjes te proberen om te draaien.
Ze rukt zich los en begint te schreeuwen: "Jij wil dat mijn moeder kwaad wordt en ik straf krijg."
Ik laat haar en loop nog een eindje mee.
Laat haar wat vertellen over vroeger.
Na 5 minuten weer: "Gaat u mee oma naar ons huis?"
"Ja, we hebben een eind gelopen hé?"
De volgende fase.
Weer later.
"Oma loopt hier net langs."
Ik weer op pad.
" Waar gaat u heen?
"Naar huis".
"Weet u zeker, dat het die kant op is? Ik dacht dat dat de andere kant op was"
[Wijfelt]
"Is dat echt zo?"
"Volgens mij wel."
Ze kijkt me weer aan, vol twijfel, maar draait zich om en gaat met me mee.
Soms na 3 minuten herhaling.
Op weg naar huis een beetje babbelen en ze is alles weer kwijt.
We zijn op tijd thuis voor de thee.
De periode is van groot belang geweest voor mij.
Heb ik geleerd, dat discussiëren geen zin heeft, als het om dementie gaat en er niet het inzicht (meer) is.
Soms ook als de oorzaak niet dementie is.
Maar andere redenen waarom mensen geen zelfinzicht "kunnen" hebben.
Gebruik te maken van de momenten, dat het inzicht er wel is.
Heb ik zelfs geleerd, dat je er soms niet aan ontkomt, een leugentje te gebruiken als dat onvermijdelijk is, om het haalbaar te maken de ander te helpen.
Zeker als het noodzakelijk is om de ander vrede te laten hebben met zichzelf.
Ik was 15 jaar toen ze stierf.
Gewoon gedurende een hele dag slapen en maar af en toe wakker, steeds minder en na een week ze voorgoed insliep.
Nog lang was er de vraag voor mij:
Waar bleef oma, toen haar hersenen haar niet meer konden dragen?
Nu weet ik dat het een verkeerde vraag was.