appelfflap schreef:Sebastiaan schreef:
Yep, de mensheid gedraagd zich op aarde net als het bacterie kolonie in een kweekvijfer, ze groeien totdat er geen natuurlijke hulpbronnen meer over zijn waarna ze zichzelf uitroeien

leg me dan eens uit waarom Europa in de komende jaren problemen zal hebben met vergrijzing? Belgische bevolking stijgt vandaag enkel nog omwille van asielzoekers en allochtonen die een lagere ontwikkelingsgraad hebben.
Ontwikkel 3e wereld en er zal stabilisatie, misschien achteruitgang in bevolking komen.
Europa zal misschien wel een serieus stuk van bvb zijn welvaart moeten inleveren.
Ik denk maar aan einde van de spotprijzen bij oa ikea omdat 3e wereld ook minimumlonen en vakbonden kent.
Het lijkt er meer op dat arbeidparticipatie een rol speelt dan vergrijzing.
Vergrijzing als onnodig spookbeeld
VEEL BEJAARDEN
Wanneer een terugdringen of zelfs stabiliseren van de bevolking ter sprake komt, duikt steevast het spook van de 'vergrijzing' op. Er zouden in de toekomst te weinig mensen zijn om alle nodige werk te verrichten, in het bijzonder om het grote aantal bejaarden te onderhouden. De kosten van de gezondheidszorg, de bejaardenzorg en de oudedagsvoorzieningen zouden niet meer te betalen zijn. Door sommigen wordt daarom gepleit voor stimulering van de groei van het kindertal. Wie helemaal de weg kwijt is, wil voor hetzelfde doel zelfs de immigratie bevorderen.
Hieronder ziet u uitgelegd waarom van een verdergaande vergrijzing van de Nederlandse samenleving niet veel te vrezen valt. Er wordt telkens gebruik gemaakt van gegevens van het jaar 1997 (bron CBS). 1997 is een jaar dat qua gegevens niet veel afwijking vertoont met andere jaren. Zie eerst tabel 1.
Tabel 1 Samenstelling van de Nederlandse bevolking in 1997 en 2040
Leeftijdsgroep 1997 2040 Verschil
Jongeren 0 - 19 jaar 24% 3.809.000 15% 2.0 mln -9%
Midden 20 - 64 jaar 62% 9.735.000 53% 7.0 mln -9%
Ouderen vanaf 65 jaar 14% 2.110.000 32% 4.2 mln +18%
Totale bevolking 100% 15.654.000 100% 13.2 mln
In 1997 werd nagenoeg alle betaalde arbeid gedaan door 41% van de totale bevolking:
1% door de groep jongeren van 15 - 19 jaar.
40% door de middengroep van 20 - 64 jaar.
Van de totale middengroep van 20-64 jaar hadden in 1997 slechts 40 van de 62 mensen een betaalde baan. Dat is een arbeidsdeelname voor deze groep van 65%. Zie tabel 2.
Tabel 2 Arbeidsdeelname van de groep 20 - 64 jaar in 1997 en 2040
Middengroep 20 - 64 jaar 1997 2040
Actieven (met baan) 40% 6.224.000 41% 5.4 mln
Zonder baan 22% 3.511.000 12% 1.6 mln
Totaal 62% 9.735.000 53% 7.0 mln
De essentie is dat er een enorme 'arbeidsreserve' aanwezig was. Volgens de officiële werkloosheidscijfers waren er in 1997 in Nederland zo'n 400.000 werklozen bij de Arbeidsbureaus ingeschreven. Er was echter ook een verborgen werkloosheid van ruim 2 miljoen mensen. Zie hiervoor tabel 3.
Tabel 3 Mensen met een uitkering in 1997
Werklozen met uitkering maar zonder sollicitatieplicht, of met uitkering om scholing te volgen CA. 0,4 mln
Werkzoekenden zonder recht op uitkering zoals huisvrouwen enschoolverlaters CA. 0,4 mln
Wao-ers die in een ander beroep dan in hun oorspronkelijke beroep zouden willen of kunnen werken CA. 0,9 mln
Mensen met de Vut, met Melkertbanen en wachtgelders CA. 0,4 mln
Totaal CA. 2,1 mln
ONBETAALBAARHEID ONTZENUWD
Tegenover iedere 100 actieven in onze samenleving stonden er in 1997 152 niet-actieven. En van deze 152 waren er slechts 34 boven de 64 jaar. De conclusie is dat een relatief kleine groep actieven zorgt voor een relatief grote groep inactieven. De angst dat het aantal actieven in de toekomst te klein is om de kost te verdienen en de angst dat het aantal bejaarden te groot is om voor te zorgen wordt alleen al ontzenuwd door de grote arbeidsreserve. Bovendien is het aantal actieven in de leeftijd van 50 tot 65 jarigen relatief klein. Met name in de groep mensen van 60 tot 65 jaar heeft slechts 11% een betaalde baan.
U zag al eerder dat 41% van de bevolking in 1997 actief was, d.w.z. een betaalde baan had van minimaal 12 uur per week. Deze 41% blijkt heel wel in staat om voor de hele bevolking een zeer goed bestaansniveau te verwezenlijken. De Stichting heeft de situatie voor 2040 berekend en daarbij gebruik gemaakt van het simulatieprogramma POPTRAIN van het NIDI (Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut).
De te verwachten bevolkingssamenstelling is te berekenen aan de hand van het aantal geboorten per vrouw, het migratiesaldo en de levensverwachting. De Stichting is uitgegaan van een scenario met een forse vergrijzing: 1,3 kind per vrouw en een migratiesaldo van nul.
In dit scenario zal het percentage ouderen (65+) geleidelijk toenemen van 14% nu tot een maximum van 32% in 2040. De bevolking van Nederland daalt dan in aantal van bijna 15,6 miljoen nu naar 13,2 miljoen in 2040. Daarna zal, bij een verdergaande bevolkingsdaling, het percentage ouderen geleidelijk weer afnemen. Zie voor de samenstelling van de bevolking naar leeftijdsgroepen in 1997 en in 2040 tabel 1.
Een andere uitkomst van dit scenario met de laagste geboortencijfers (dus de minste jongeren) was dat in 2040 eveneens 41%, de actieven, voor de hele bevolking kan zorgen, net als nu. Het aantal ouderen is dan weliswaar toegenomen, maar het percentage inactieven is gedaald van 22% in 1997 naar 12% in 2040. Zie tabel 2.
Resultaat: lagere uitkeringen en een hogere opbrengst van AOW-premies. Doordat de verschuiving van de leeftijdsopbouw een geleidelijk proces is, heeft onze samenleving alle tijd om door scholing op de veranderende omstandigheden in te spelen. In deze berekeningen is met enkele factoren die de betaalbaarheid van de voorzieningen verder kunnen verbeteren nog niet eens rekening gehouden. Gedacht wordt aan arbeidsbesparende ontwikkelingen waardoor men met minder dan 41% werkenden hetzelfde resultaat bereikt.(overbevolking.nl)