Om dit even te verduidelijken:Rereformed schreef: Nee, ik schenk geen enkele waarde aan welk christelijk geschrift dan ook wat ik tegenkom. Alle christelijke literatuur berust op waandenken, op onwaarheden.
-de evangeliën staan propvol met unieke, ongelooflijke wonderen. Indien er iets van waar zou wezen zou Jezus ongetwijfeld een internationaal bekend figuur zijn geweest en vele pennen in beweging gekregen hebben.
-Sommige wonderen zijn zó uniek, zó indrukwekkend, dat het onbestaanbaar is dat een evangelist het in zijn beschrijving van Jezus weggelaten zou hebben. Indien het waar zou zijn dat Jezus uit een maagd geboren was, waarom laat Marcus het weg, alsof het van generlei belang is? De meest voor de hand liggende reden: de Jezusmythe was nog niet zover ontwikkeld, het verhaal deed eenvoudig nog niet de ronde toen hij schreef. Indien Lazarus opgewekt werd uit de dood, na drie dagen, dwz nadat zijn lijk al in staat van ontbinding was en al in het graf bijgelegd was, waarom in vredesnaam laten de synoptische evangelieschrijvers dit grootste wonder van allemaal weg? Antwoord: het wonder werd eenvoudig bedacht door de schrijver van Johannes.
Hoe is het mogelijk dat Mattheüs allemaal bijzonder belangrijke wonderen vermeldt nadat Jezus aan het kruis sterft, aarbeving, doden herrijzen uit het kerkhof, tempelvoorhangsel scheurt in tweeën, en de rest van de schrijvers hebben hier nog nooit van gehoord? Eenvoudig: hij verzint ze ter plekke op papier om Jezus wat goddelijker te maken.
Hoe is het mogelijk dat Marcus of Thomas niets weet van een opstanding, van de verschijningen van Jezus aan deze of gene, van zijn hemelvaart? Wel, ze moesten wellicht nog uitgevonden worden.
Hoe is het mogelijk dat het evangelie van Petrus zelfs de naam van de romeinse wacht bij het graf van Jezus weet te vermelden (=duidt dus op grote accuratie van de verteller), maar de christenen het evangelie van Petrus niet in de bijbel hebben willen zetten? Wel, de reden is duidelijk: veel details zijn teveel in strijd met de synoptische verhalen.
-In de brieven van Paulus, Johannes, Petrus, Jacobus en Judas, in de brief aan de Hebreeën, en ook in de vroegste buitenbijbelse literatuur, zoals Clemens, staan geen enkele verwijzingen naar de aardse Jezus, naar dingen die hij zei, wonderen die hij deed, gebeurtenissen die plaatsvonden. Hoe in vredesnaam is dit mogelijk? Waarom is Paulus niet geïntereseerd in 'de barmhartige Samaritaan', de Bergrede en alle andere leringen en wonderdaden van Jezus? Waarom heeft hij geen enkele aandacht voor wat dan ook wat de historische Jezus deed toen hij leefde? De enige logische conclusie die hieraan verbonden kan worden is dan ook dat al die brievenschrijvers geen weet hadden van de dingen die in de evangeliën beschreven staan.
-De evangelieschrijvers doen steeds hun best om zogenaamde profetieën te laten uitkomen. Bestudering hiervan laat zien dat ze de zogenaamde gebeurtenissen in het leven van Jezus aan de hand van hun profetieën zelf fabriceren.
http://www.kolumbus.fi/volwassengeloof/ ... egenstrijd
-Het vermoeden dat de evangeliën een bewust opgemaakt verhaal weergeven dat als voertuig diende voor bepaalde geloofsovertuigingen, komt ook tot uiting in grove historische onjuistheden. Eén ervan is te vinden in het tijdstip dat de synoptische evangeliën geven voor de dood van Christus: 's middags om drie uur op de paasdag, dwz op het moment dat men op het tempelplein de massale slachting van paaslammeren begon. Dit tijdstip is in tegenspraak met het evangelie van Johannes, dat Jezus op de dag vóór Pasen laat sterven, en doet sterk vermoeden dat de evangelieschrijvers 'Jezus is het paaslam van het Nieuwe Verbond' als achterliggende gedachte hadden en de gang van zaken aan de hand van die gedachte hebben gefabriceerd. Historische onjuistheden vinden we ook in het verhaal over de geboorte van Jezus (de volkstelling, 6 na Christus, geschiedde in werkelijkheid 10 jaar ná de dood van Herodes, 4 voor Christus), en het sterfjaar van Johannes de Doper (zijn dood hing samen met het verafschuwde huwelijk van Herodes Antipas met Herodias, de vrouw van zijn broer. Dit huwelijk vond plaats tussen 35 en 37 ná Christus, dus vele jaren ná de kruisiging).
-Ik weet niet hoe Strobel de apocryfe evangeliën aanpakt, maar dit zijn wat mij betreft de feiten:
1.De apocryfe boeken zijn zeer talrijk in aantal (geweest).
2.Veel apocryfe boeken zijn onmogelijk met goede argumentatie aan te duiden als later ontstaan dan de evangeliën in de bijbel.
3.De apocryfe evangeliën staan veelal op naam van een apostel, en worden dus óf onterecht afgewezen als niet ter zake doend, óf.zijn bewust door de christenen zelf gemaakte vervalsingen.
4.Sommige apocryfe geschriften (bijvoorbeeld het evangelie van Thomas) bevatten niets absurds.
5. Indien bepaalde apocryfe evangeliën al over vreemde wonderen verhalen, zijn die in de meeste gevallen toch geenszins absurder dan de wonderen die we ook in de bijbelse evangeliën tegenkomen. Zo’n onderscheiding is dus van evenveel waarde als de opmerking dat zeewater natter is dan zoetwater.
Maar indien de apocryfe evangeliën onbetrouwbaar zijn, zou ik graag willen dat Apologetus overdacht wat de implicaties hiervan zijn. Indien de apocryfe evangeliën vals zijn en voior het grootste gedeelte verzinsels bevatten, hoe is het mogelijk dat de eerste christenen op zo’n grote schaal bezig waren met het bewust vervaardigen van fabels, met het oneerlijk schrijven op naam van een apostel, dus met bedriegerij? Wat zegt dit over het christelijk geloof? Wat zegt het over ‘het werk van de Heilige Geest’ in de vroege kerk?
Wat het aantal alternatieve evangelieverhalen betreft, de lengte van de volgende lijst zal menigeen doen verbazen:
-Het Evangelie van de Hebreeën (in de Aramese taal)
-Het Evangelie volgens de Egyptenaren
-Het Evangelie van Perfectheid
-Het Evangelie volgens Andreas
-Het Evangelie volgens Bartolomeüs
-Het Evangelie volgens Filippus
-Het Evangelie van de Syriërs
-Het Evangelie van Eva
-Het Evangelie volgens Mattias
-Het Evangelie volgens Judas
-Het Evangelie volgens Nicodemus
-Het Evangelie volgens Apelles
-Het Evangelie volgens Barnabas
-Het Evangelie volgens Basilides
-Het Evangelie volgens Cerintus
-De afdaling van het kruis, volgens Johannes
-Het Evangelie van de Encriten
-Het Evangelie van Thomas
-Het Evangelie volgens Jacobus (ook wel Protevangelie)
-Het Evangelie van de jeugd van Christus (volgens Thomas)
-Het Evangelie van Petrus
-Het Evangelie van het Leven
-Het Evangelie van Marcion
Daarenboven vinden we nog een lange lijst (alweer 23 titels) met andere geschriften die aan de apostelen zijn toegeschreven:
-Het onderwijs van de apostelen (Didachè)
-De Handelingen van Petrus
-De Handelingen en het Martelaarschap van Andreas
-De Handelingen van Petrus en Andreas
-De Handelingen van Andreas en Mattias
-De Handelingen van Johannes
-De Handelingen van Maria
-De Handelingen van Petrus en Paulus
-De Handelingen van Paulus en Tekla
-De Handelingen van Filippus
-De Handelingen en het Martelaarschap van Mattheüs
-De Handelingen van de heilige apostel Thomas
-De Handelingen van Pilatus
-De Openbaring van Petrus
-De Openbaring van Paulus
-De Openbaring van Bartolomeüs
-De (tweede) Openbaring van Johannes
-De Herinneringen van Clemens van Rome
-De Tenhemelvaring van Maria
-De Geschiedenis van Jozef de timmerman
-De Geschiedenis van Jozef van Arimathea
-De Visioenen van Hermas
-De Apocalyps van Petrus
In de bibliotheek van Nag Hammadi die in 1945 werd ontdekt, bevonden zich naast bovengenoemd Evangelie van Thomas en het Evangelie van Filippus de volgende evangeliën en geschriften op naam van een apostel:
-Het gebed van de apostel Paulus
-Een brief van Jacobus, de broer van Jezus
-Het Evangelie van de Egyptenaren (een ander evangelie dan het hiervoor genoemde Evangelie van de Egyptenaren)
-De leer en openbaring van geheimenissen gegeven aan de apostel Johannes
-Een conversatie van de Verlosser
-De Apocalyps van Paulus
-De Eerste Apocalyps van Jacobus
-De Tweede Apocalyps van Jacobus
-De Handelingen van Petrus en van de Twaalf apostels
-De Apocalyps van Petrus (een andere Apocalyps dan de Apocalyps van Petrus gevonden in Akhmim)
-Een brief van Petrus aan Filippus
Al deze geschriften zijn pertinent niet afkomstig van de zogenaamde apostelen. Wat zegt dit over de betrouwbaarheid van vroege christenen en hun geschriften?